- Inleiding:
• Cursus is telkens opgedeeld in: congenitale afwijking, stofwisselingsstoornis,
circulatiestoornis en inflammatie.
• Examen: 30 meerkeuzevragen en 4 kleine open vragen. Kan met afbeeldingen.
1. Het ademhalingsstelsel
1.1 Neusholten en sinussen
Congenitaal
Atresie choanen (niet belangrijk)
- Deze dieren kunnen niet via de neus ademhalen, enkel via de mond. Het is weinig leefbaar
en komt heel weinig voor.
Circulatiestoornissen
Epistaxis
- Lokaal of dieper gelegen oorzaken:
• Rhinitis
• Vreemd voorwerp
• Tumor
• Coagulopathie = stollingsstoornissen kan bijvoorbeeld bij DIC ontstaan.
• Door inspanning bij het paard = excercise induced.
• Ethmoïdhematoom bij paard.
• Luchtzakontstekingen bijvoobeeld door schimmels.
• Pneumonie
Inflammatie
Neusvloei/rhinitis
- Dit ontstaat door een primair letsel in de neus, wanneer het langdurige aanwezig is kan het
zorgen voor een secundaire infectie omdat het epitheel gevoelig is voor invasie.
Het primaire letsel kan infectieus zijn of niet-infectieus:
• Infectieus: viraal (bv adenovirus, distemper, para-influenza), schimmels (vooral bij
langsnuitige rassen, bv aspergillose) of bacterieel (bv bordetella bronchiseptica).
• Niet-infectieus: idiopathisch/allergisch, vreemd voorwerp, tumoren.
• Of het kan een uitbreiding zijn: vanuit tandwortelabces, sinussen, longen.
1