Aantekeningen Vloeiendheidsstoornissen blok 8
Onderzoek bij schoolgaande kinderen
Klinisch werkmodel Ad Bertens, 1993
Aanleg
+ spanning (positief/ negatief, intern/extern)
+ snelheid (eigen spreken, communicatie)
+ belemmeringen (autisme, ADHD, ziekte, vermoeidheid enz…)
Beginnend stotteren vaak tot herhalen en verlengen
Later komt vechten (bewegingen), vluchten (toegedekt, vermijden, niet spreken),
bevriezen (stotters langer, blokkades) erbij
Meer spanning weer vanaf bovenaan
Aanvulling- opinie: de essentie van stotteren
In Nederlands tijdschrift voor Logopedie (jaargang 89, #3, april 2017)
Ad Bertens gaat in zijn stuk in op de hypothese van Van Riper en doet een
aanvulling
- Hypothese: Stotteren is een al dan niet erfelijke neuromusculaire
timingsstoornis (Van Riper, 1990).
Nog niet onderbouwd met onderzoek. Mar gaat uit van ‘biologie’ en
‘psychologie’
- Aanvulling: De uiteindelijke ernst van stotteren wordt vooral bepaald door de
ernst van de onveranderlijke onderliggende timingsstoornis
, De zichtbare ernst wordt bepaald door een optelsom van biologische
aanleg en aangeleerd verzet tegen ontspannen haperingen.
Essentie van stotteren 2.0 – reactie van P. van Lieshout en M.C. Franken
- Kritische reactie op het stuk van Ad Bertens. Goed om te lezen en mee te
nemen in onze uitleg
- Oorzaak van stotteren is nog steeds niet bekend.
- Alternatieve hypothese: Stotteren is een gevolg van verminderde
spraakmotorische controle
Intermediate stotteren
Meestal tussen 6 en 13 jaar (maar kan al wel eerder)
Kerngedragingen
- Nog steeds herhalingen en verleningen
- Meest opvallend: Blokkades
Secundair gedrag (meer aanwezig)
- Ontsnappingsgedrag (= vechten, ogen knijpen enz…)
- Vermijdingsgedrag (=vermijden van stotters)
Gevoelens en attitudes (grootste verschil met beginnend stotteren)
- Angst (stotter zelf, klanken, anderen), schaamte, frustratie (speelt rol in
vechten, vermijden)
- Negatief zelfbewustzijn
Onderliggende processen
- Gelijk aan beginnend stotteren
- Aangevuld met conditionering van angst etc. en vermijdingsconditionering
Erasmus- viercomponentenmodel Stourneras (1980)
Goed overzicht complexiteit stotterprobleem
De hoorbare kenmerken van stotteren (verbaal motorische component)
De niet-hoorbare kenmerken van stotteren (emotionele, cognitieve en
sociale component)
Uitgangspunten voor onderzoek H8 Guitar
Eerste contact met (de ouders van) de cliënt
Onderzoek
Technisch
Persoonlijk
, Wat de cliënt nodig heeft
Het recht op privacy
Cultuurverschillen (stotteren wordt in niet alle culturen hetzelfde gezien)
De expertise van de therapeut
Betrouwbaarheid van gebruikte testen
Het spraak- sample
Stotterfrequentie (SSI)
Type onvloeiendheid/ type stotters
Secundair gedrag (o.a. duur en bijbewegingen)
Stotterernst
Natuurlijkheid van spreken
Spreek- en leestempo
Gevoelens en attitudes
Onderzoek bij intermediate stotteren H9, blz 197-204
Preassessment
Clinical questions
Contact met ouders (eventueel kind)
Anamnese vragenlijst
Video-opname
Assessment
Oudergesprek
Gesprek met leerkracht
Observatie op school
Gesprek met kind zelf
Spraaksamples
Proeftherapie
Gevoelens en attitudes
Spraak- taalproblemen
Andere factoren
Diagnose
Closing interview
Behavior Assessment Battery (BAB) Brutten & Vanryckeghem, 2003
Speech Situation Checklist (SSC)
- Emotionele reactie
- Gestoorde spraak
Behavior Checklist (BCL)
Communication Attitude Test (CAT)
- Form B
Onderzoek bij schoolgaande kinderen
Behavior Assesment Battery (BAB)
Kwantitatieve analyse:
normaalverdeling/ standaarddeviatie
Kwalitatieve analyse: vergelijking
stotterende kinderen niet-
stotterende kinderen
Scores bekijken in samenhang
Onderzoek bij schoolgaande kinderen
Klinisch werkmodel Ad Bertens, 1993
Aanleg
+ spanning (positief/ negatief, intern/extern)
+ snelheid (eigen spreken, communicatie)
+ belemmeringen (autisme, ADHD, ziekte, vermoeidheid enz…)
Beginnend stotteren vaak tot herhalen en verlengen
Later komt vechten (bewegingen), vluchten (toegedekt, vermijden, niet spreken),
bevriezen (stotters langer, blokkades) erbij
Meer spanning weer vanaf bovenaan
Aanvulling- opinie: de essentie van stotteren
In Nederlands tijdschrift voor Logopedie (jaargang 89, #3, april 2017)
Ad Bertens gaat in zijn stuk in op de hypothese van Van Riper en doet een
aanvulling
- Hypothese: Stotteren is een al dan niet erfelijke neuromusculaire
timingsstoornis (Van Riper, 1990).
Nog niet onderbouwd met onderzoek. Mar gaat uit van ‘biologie’ en
‘psychologie’
- Aanvulling: De uiteindelijke ernst van stotteren wordt vooral bepaald door de
ernst van de onveranderlijke onderliggende timingsstoornis
, De zichtbare ernst wordt bepaald door een optelsom van biologische
aanleg en aangeleerd verzet tegen ontspannen haperingen.
Essentie van stotteren 2.0 – reactie van P. van Lieshout en M.C. Franken
- Kritische reactie op het stuk van Ad Bertens. Goed om te lezen en mee te
nemen in onze uitleg
- Oorzaak van stotteren is nog steeds niet bekend.
- Alternatieve hypothese: Stotteren is een gevolg van verminderde
spraakmotorische controle
Intermediate stotteren
Meestal tussen 6 en 13 jaar (maar kan al wel eerder)
Kerngedragingen
- Nog steeds herhalingen en verleningen
- Meest opvallend: Blokkades
Secundair gedrag (meer aanwezig)
- Ontsnappingsgedrag (= vechten, ogen knijpen enz…)
- Vermijdingsgedrag (=vermijden van stotters)
Gevoelens en attitudes (grootste verschil met beginnend stotteren)
- Angst (stotter zelf, klanken, anderen), schaamte, frustratie (speelt rol in
vechten, vermijden)
- Negatief zelfbewustzijn
Onderliggende processen
- Gelijk aan beginnend stotteren
- Aangevuld met conditionering van angst etc. en vermijdingsconditionering
Erasmus- viercomponentenmodel Stourneras (1980)
Goed overzicht complexiteit stotterprobleem
De hoorbare kenmerken van stotteren (verbaal motorische component)
De niet-hoorbare kenmerken van stotteren (emotionele, cognitieve en
sociale component)
Uitgangspunten voor onderzoek H8 Guitar
Eerste contact met (de ouders van) de cliënt
Onderzoek
Technisch
Persoonlijk
, Wat de cliënt nodig heeft
Het recht op privacy
Cultuurverschillen (stotteren wordt in niet alle culturen hetzelfde gezien)
De expertise van de therapeut
Betrouwbaarheid van gebruikte testen
Het spraak- sample
Stotterfrequentie (SSI)
Type onvloeiendheid/ type stotters
Secundair gedrag (o.a. duur en bijbewegingen)
Stotterernst
Natuurlijkheid van spreken
Spreek- en leestempo
Gevoelens en attitudes
Onderzoek bij intermediate stotteren H9, blz 197-204
Preassessment
Clinical questions
Contact met ouders (eventueel kind)
Anamnese vragenlijst
Video-opname
Assessment
Oudergesprek
Gesprek met leerkracht
Observatie op school
Gesprek met kind zelf
Spraaksamples
Proeftherapie
Gevoelens en attitudes
Spraak- taalproblemen
Andere factoren
Diagnose
Closing interview
Behavior Assessment Battery (BAB) Brutten & Vanryckeghem, 2003
Speech Situation Checklist (SSC)
- Emotionele reactie
- Gestoorde spraak
Behavior Checklist (BCL)
Communication Attitude Test (CAT)
- Form B
Onderzoek bij schoolgaande kinderen
Behavior Assesment Battery (BAB)
Kwantitatieve analyse:
normaalverdeling/ standaarddeviatie
Kwalitatieve analyse: vergelijking
stotterende kinderen niet-
stotterende kinderen
Scores bekijken in samenhang