Introductie HRM
HRM = P&O = personeelszaken = People Management: het aansturen of managen van
medewerkers, waardoor hun (gewenste) houding en gedrag resulteren in het neerzetten van
organisatieprestaties. HRM draait om:
• Het aannemen van de juiste mensen & mensen de juiste taken geven
• Het motiveren van mensen & zorgen dat deze mensen ook in de toekomst kunnen
worden ingezet in organisatie
HRM-activiteiten HRM-uitkomsten Organisatieprestatie
• Werving & selectie • Tevredenheid • Productiviteit
• Socialisatie • Motivatie • Kwaliteit product/dienst
• Personeelsplanning • Behoud • Onderzoek &
• Beloning • Aanwezigheid ontwikkeling
• Participatie • Sociaal klimaat • Klanttevredenheid
• Afstemming HRM- • Betrokkenheid • Toekomst investeringen
activiteiten • Toewijding • Omzetgroei
• Decentralisatie • Vertrouwen • Marktaandeel
• Training • Loyaliteit • Winst
• Interne promotiekansen • Marktwaarde
• Autonomie
• Coaching
Instrumenten
Instroom Doorstroom Uitstroom
• Personeelsplanning • Beloning • Pensioen
• Werving • Beoordeling • Ontslag
• Selectie • Begeleiding • Aflopen tijdelijke
• Aanstelling • Loopbaanontwikkeling arbeidsovereenkomst
• Introductie • Opleiden en trainen • Outplacement
(onboarding) • Competentiemanagement • Vrijwillig vertrek
• Leeftijdsfase bewust • Exitgesprekken
personeelsbeleid
• Arbeidsomstandigheden
• Ziekte en re-integratie
• Werkstress
• Medewerkerstevredenheid
Het Fombrun-model ziet HRM als een
cyclus van selectie, beoordeling,
beloning en ontwikkeling die direct
moet aansluiten op de
organisatiestrategie. Het model legt
de nadruk op prestaties, efficiëntie en
de bijdrage van medewerkers aan
organisatiedoelen. Het wordt daarom
gezien als een vorm van hard HRM,
met relatief weinig focus op welzijn
en zachte HR-aspecten.
, Motivatietheorieën
• Maslov
• 2-factorentheorie Herzberg
• Self determination theory
• Verwachtingstheorie van Vroom
• Bilijkheidstheorie van Adams
• ‘The truth about what motivates us’ van Pink
Motivatie leidt tot kwaliteit voor de klant: Als personeel gemotiveerd is, werken ze beter,
vriendelijker en zorgvuldiger. Dat merk je als klant. Motivatie = betere dienstverlening = hogere
klanttevredenheid.
De vier A’s van arbeid, hoe prettig, eerlijk en goed werk is geregeld:
• Arbeidsvoorwaarden: Bijvoorbeeld loon, vakantie, contract, werktijden.
• Arbeidsinhoud: De taken die iemand uitvoert. Is het werk uitdagend, afwisselend, zinvol?
• Arbeidsverhoudingen: De relatie met collega’s, leidinggevende, teamcultuur.
• Arbeidsomstandigheden: Werkplek, veiligheid, werkdruk, materiaal, ergonomie.
→ Deze vier onderdelen beïnvloeden hoe een werknemer zich voelt, dus ook hoe
gemotiveerd die is.
Goed personeel → goed product/dienst: Want een gemotiveerde werknemer levert beter werk.
Goed product/dienst → tevreden klant: De klant ervaart kwaliteit door het gedrag van het
personeel.
Kwaliteit van perceptie: Dit betekent: hoe de klant het ervaart. Soms is iets objectief goed,
maar ervaart de klant het anders. Klantbeleving telt dus mee.
Een gemotiveerde werknemer:
• Is productiever
• Doet zijn werk met meer plezier (minder verzuim → minder verloop = minder kosten)
• Maakt beter gebruikt van de tijd en middelen die hem zijn toegewezen
• Doet alle moeite om de doelen van zijn werk te bereiken
De piramide van Maslow: legt uit wat mensen nodig hebben om zich goed te kunnen
ontwikkelen. Hij bestaat uit vijf niveaus, van basis naar hoger:
1. Lichamelijke behoeften: Eten, drinken, slapen.
2. Veiligheid: Zekerheid, stabiliteit, veiligheid op werk en
thuis.
3. Liefde (sociale behoefte): Vriendschap, liefde, ergens
bij horen.
4. Erkenning: Erkenning, respect, zelfvertrouwen.
5. Zelfactualisering: Het beste uit jezelf halen, je talenten
ontwikkelen.
Je moet de lagere niveaus eerst (redelijk) op orde hebben
voordat je hoger in de piramide kunt komen.
HRM = P&O = personeelszaken = People Management: het aansturen of managen van
medewerkers, waardoor hun (gewenste) houding en gedrag resulteren in het neerzetten van
organisatieprestaties. HRM draait om:
• Het aannemen van de juiste mensen & mensen de juiste taken geven
• Het motiveren van mensen & zorgen dat deze mensen ook in de toekomst kunnen
worden ingezet in organisatie
HRM-activiteiten HRM-uitkomsten Organisatieprestatie
• Werving & selectie • Tevredenheid • Productiviteit
• Socialisatie • Motivatie • Kwaliteit product/dienst
• Personeelsplanning • Behoud • Onderzoek &
• Beloning • Aanwezigheid ontwikkeling
• Participatie • Sociaal klimaat • Klanttevredenheid
• Afstemming HRM- • Betrokkenheid • Toekomst investeringen
activiteiten • Toewijding • Omzetgroei
• Decentralisatie • Vertrouwen • Marktaandeel
• Training • Loyaliteit • Winst
• Interne promotiekansen • Marktwaarde
• Autonomie
• Coaching
Instrumenten
Instroom Doorstroom Uitstroom
• Personeelsplanning • Beloning • Pensioen
• Werving • Beoordeling • Ontslag
• Selectie • Begeleiding • Aflopen tijdelijke
• Aanstelling • Loopbaanontwikkeling arbeidsovereenkomst
• Introductie • Opleiden en trainen • Outplacement
(onboarding) • Competentiemanagement • Vrijwillig vertrek
• Leeftijdsfase bewust • Exitgesprekken
personeelsbeleid
• Arbeidsomstandigheden
• Ziekte en re-integratie
• Werkstress
• Medewerkerstevredenheid
Het Fombrun-model ziet HRM als een
cyclus van selectie, beoordeling,
beloning en ontwikkeling die direct
moet aansluiten op de
organisatiestrategie. Het model legt
de nadruk op prestaties, efficiëntie en
de bijdrage van medewerkers aan
organisatiedoelen. Het wordt daarom
gezien als een vorm van hard HRM,
met relatief weinig focus op welzijn
en zachte HR-aspecten.
, Motivatietheorieën
• Maslov
• 2-factorentheorie Herzberg
• Self determination theory
• Verwachtingstheorie van Vroom
• Bilijkheidstheorie van Adams
• ‘The truth about what motivates us’ van Pink
Motivatie leidt tot kwaliteit voor de klant: Als personeel gemotiveerd is, werken ze beter,
vriendelijker en zorgvuldiger. Dat merk je als klant. Motivatie = betere dienstverlening = hogere
klanttevredenheid.
De vier A’s van arbeid, hoe prettig, eerlijk en goed werk is geregeld:
• Arbeidsvoorwaarden: Bijvoorbeeld loon, vakantie, contract, werktijden.
• Arbeidsinhoud: De taken die iemand uitvoert. Is het werk uitdagend, afwisselend, zinvol?
• Arbeidsverhoudingen: De relatie met collega’s, leidinggevende, teamcultuur.
• Arbeidsomstandigheden: Werkplek, veiligheid, werkdruk, materiaal, ergonomie.
→ Deze vier onderdelen beïnvloeden hoe een werknemer zich voelt, dus ook hoe
gemotiveerd die is.
Goed personeel → goed product/dienst: Want een gemotiveerde werknemer levert beter werk.
Goed product/dienst → tevreden klant: De klant ervaart kwaliteit door het gedrag van het
personeel.
Kwaliteit van perceptie: Dit betekent: hoe de klant het ervaart. Soms is iets objectief goed,
maar ervaart de klant het anders. Klantbeleving telt dus mee.
Een gemotiveerde werknemer:
• Is productiever
• Doet zijn werk met meer plezier (minder verzuim → minder verloop = minder kosten)
• Maakt beter gebruikt van de tijd en middelen die hem zijn toegewezen
• Doet alle moeite om de doelen van zijn werk te bereiken
De piramide van Maslow: legt uit wat mensen nodig hebben om zich goed te kunnen
ontwikkelen. Hij bestaat uit vijf niveaus, van basis naar hoger:
1. Lichamelijke behoeften: Eten, drinken, slapen.
2. Veiligheid: Zekerheid, stabiliteit, veiligheid op werk en
thuis.
3. Liefde (sociale behoefte): Vriendschap, liefde, ergens
bij horen.
4. Erkenning: Erkenning, respect, zelfvertrouwen.
5. Zelfactualisering: Het beste uit jezelf halen, je talenten
ontwikkelen.
Je moet de lagere niveaus eerst (redelijk) op orde hebben
voordat je hoger in de piramide kunt komen.