Inhoudsopgave:
Bewustzijns Filosofie............................................................................................... 1
Deel 1 overzicht..................................................................................................... 2
............................................................................................................................... 2
College 2- idealisme en behaviorisme....................................................................7
College 3- identiteitstheorie................................................................................. 13
College 4- functionalisme..................................................................................... 22
College 5- Connectionisme................................................................................... 29
College 6- de belichaamde, gesitueerde en uitgebreide geest.............................38
Deel 2: bewustzijn College 7- de natuurlijke methode..........................................46
College 8- de grote illusie van bewustzijn............................................................55
College 9- bewustzijn en aandacht.......................................................................62
College 10- de eenheid van bewustzijn................................................................70
College 11- het bewustzijn en het zelf..................................................................78
College 12- het bewustzijn en de vrije wil............................................................90
Dus VRIJE WIL = het vermogen om bewust een keuze te maken waar je er ook
had voor kunnen kiezen iets anders te doen. →Principe van alternatieve
mogelijkheden: we hadden ook iets anders kunnen doen →Principe van ultieme
oorzaak: onze keuze is de ultieme oorzaak van de handeling..............................91
Het debat over vrije wil:....................................................................................... 91
College 13- bewustzijn, evolutie, geest van dieren..............................................97
........................................................................................................................... 104
Overzicht deel 2................................................................................................. 106
........................................................................................................................... 106
1
,Deel 1 overzicht
2
,College 1
Filosofie als conceptueel onderzoek:
• Wat is de betekenis van concepten die we gebruiken?
o De geest, bewustzijn, perceptie, aandacht, vrije wil, het zelf etc.
• Sellars: manifest (alledaags) wereldbeeld VS wetenschappelijk wereldbeeld
• In dit vak: in vraag stellen van de volkspsychologie (tegenovergestelde van
wetenschappelijk, alledaagse gedachte van mensen)
Filosofie als conceptuele verheldering:
• Conceptuele analyse als startpunt: Wat bedoel je met concept X?
• Stap verder: Niet alleen “nadenken over hoe we een concept gebruiken”
→ Het gebruik van concepten verhelderen, concepten bijstellen op basis van wat
de wetenschap ons kan vertellen!
Filosofie als geldigheidswetenschap:
• Wetenschappers gebruiken fundamentele concepten, zoals ‘causaliteit’
• Oorzaak-gevolg relaties staan centraal in de wetenschap.
• Maar is dit concept wel geldig? Passen we het juist toe? Bestaat het zelfs?
• David Hume: we kunnen ‘causaliteit’ niet vinden in de realiteit, kunnen het niet
waarnemen.
We schrijven het toe aan de realiteit, op basis van vaak waargenomen
correlaties.
Filosofie als perspectiefwisseling:
• Open mind is belangrijk
• Verschillende perspectieven verkennen.
• Verplaatsen in andere persoon.
• Verruimen van onze ideeën.
Filos– sofia= liefde voor wijsheid
Sofisten in het Oude Griekenland →getraind in de overtuigingskracht (niet de
waarheid)
Socrates: het gaat om de waarheid, is tegen sofisten.
We vinden de waarheid misschien niet altijd, maar we moeten er wel naar zoeken
(of toch ten minste onwaarheden ontmaskeren!
Filosofie is niet:
- Scepticisme: “We kunnen dat nooit echt weten.” “Er is geen waarheid.”
- Relativisme: “Alles is relatief, afhankelijk van standpunt.” “Iedereen heeft zijn
waarheid.”
-> We willen de objectieve waarheid zoeken, niet iemand zijn mening.
Filosofie voor psychologen:
Kritisch denken over eigen vakgebied
Ethiek: Hoe moet ik, als psycholoog, handelen?
Wetenschapsfilosofie: Is deze handeling, of de theorie waarop ze berust,
wetenschappelijk onderbouwd? Wat is wetenschap en wat niet?
Kritisch nadenken over fundamentele concepten uit de psychologie: Wat is de
geest? Wat is bewustzijn? Hoe past de geest in de fysieke wereld?
3
, De staat van onbewuste geest kan bewust worden door de juiste
omstandigheden.
Er zijn 3 mentale staten:
Bewuste ervaringen: kwalitatief gevoel, hoe je iets beleeft
Cognitieve staat: wat je over iets vind, bewust met intentie, een bepaalde
houding aannemen over iets. ‘Aboutness’ : gaan over iets
o Propositionele attitudes → een bepaalde houding ten opzicht van een
propositie
Emotie: mentale toestanden met een kwalitatief karakter + intentionaliteit.
Gaat altijd over iets.
Qualia (enkelvoud quale) = individuele, subjectieve, bewuste ervaringen die niet
met andere gedeeld kunnen worden. Zoals smaak en kleur. Hoe het is om…
Mind-body probleem: hoe kunnen bewuste ervaringen, cognitieve staten, en
emotie passen in de fysieke/materiele wereld? Dus hoe kan geest en lichaam
interacteren.
Er zijn 2 eigenschappen die de 3 mentale staten definiëren: qualia en
intentionaliteit
(emotie kan achterwegen gelaten want is combi van beide)
Dus hoe kunnen qualia en intentie passen in de fysieke wereld?
The separability thesis= het idee dat de geest (mind) niet kan functioneren
gescheiden van het fysieke lichaam.
Substantie= dat wat op zichzelf kan bestaan
(VS eigenschappen: kunnen niet op zichzelf bestaan)
Er zijn 2 verschillende substanties:
1) Res cogitans: denkende substantie Immaterieel, de geest
2) Res extensa: uitgebreide substantie Materieel, neemt plaats in in de ruimte
Descartes: twijfelde aan alles, vertrouwde niemand en ook zijn zintuigen niet.
Redenen voor zijn radicale twijfels:
1. Illusies; iets is niet wat het lijkt
2. Dromen; hoe ben je zeker dat je niet slaapt
3. Een kwaadaardige genie: die je bedriegt of je dingen laat geloven
Het enigste feit is dat niks zeker is. Enigste wat zeker is, is dat je bestaat. Cogito
ergo sum: ik denk dus ik besta. Twijfel = denken = er is een bedenker.
Een lichaam neemt plaats en ruimte in, de geest niet, dus het zijn aparte dingen
van elkaar
substantiedualisme. (geestelijke- en lichamelijke substantie)
We zijn geen lichaam dat de eigenschap heeft “een geest te hebben.
Lichaam en geest zijn verschillende substanties die onafhankelijk van
elkaar bestaan. Er zijn twee verschillende substanties.
Dus kan je geest verder bestaan, zonder je lichaam? religie denkt van wel.
4