HC18 – Transitie
Uterus vs buiten uterus
Uterus: longen gevuld met vocht + stembanden gesloten → positieve druk in de longen → groei &
ontwikkeling longen
- Gaswisseling door placenta → foetaal bloed hypoxischer 50-60%
Geboorte:
- Regelmatige ademhaling
- Klaring longvocht + vullen met lucht + FRC overblijven
- Hemodynamische ontwikkeling – sluiten shunts & toename longdoorbloeding
Asfyxie
Bij 5-10% gaat dit niet goed → asfyxie = voor of vlak na geboorte te weinig zuurstof
• Mild: primaire apneu = baby krijgt te weinig zuurstof → stopt even met ademen → hartslag
daalt een beetje → baby ‘floppy’ maar niet ernstig ziek → herstel door stimulatie: afdrogen,
warm houden, beetje wrijven → vanzelf ademhalen – geen reanimatie, alleen steun
o Cardiaal & respiratoire tegelijk herstellen
• Ernstig: secundaire apneu = zo groot zuurstofgebrek → stoppen met ademen laatste
verdedigingsmechanisme → diepe/lange apneu, hartslag blijft laag, baby reageert niet op
prikkels → baby niet zelfstandig ademhalen → beademen (PPV) – voor hersenschade
o Eerst cardiaal verandering dan respiratoir
o Duikreflex: bij zuurstoftekort/water in luchtweg → baby stopt met ademen, hartslag
daalt, stembanden sluiten → bloed alleen naar hart/hersenen (besparen) → dit werkt
maar kort → secundaire apneu
Prematuren vaak geen asfyxie, maar ademen wel slecht door immatuur respiratoir systeem
- Ademhalingscentrum onrijp → vergeten soms even te ademen
- Spieren zijn zwak → minder effectieve ademteugen
- Borstkas compliant → borstkas zakt bij inspiratie makkelijk naar binnen
- Surfactant te kort → alveoli klappen makkelijk dicht → RDS
→ ademen, maar snel/oppervlakkig/onregelmatig → vermoeiend → ondersteuning (CPAP, warmte,
zuurstof, soms surfactant) - geen reanimatie/PPV (< 60/min ondanks beademing of secundaire apneu)
Ademen bij de geboorte
In de baarmoeder
Foetale breathing movements → belangrijk voor longontwikkeling – klein volume & onregelmatig
• Hypoxische omgeving (saturatie 50-60%) → remt hersenstam → remt ademhaling
• Placenta: prostaglandinen → remt hersenstam → remt ademhaling
• Hypoxie → adenosine → remt hersenstam → remt ademhaling
→ ze kunnen wel ademhalen en proberen het wel maar wordt geremd
Buiten de baarmoeder
Postnatale ademhaling – groot volume & regelmatig
• Zuurstof (50-60% → 90-95%) → stimuleert ademhaling
• CO2 → stimuleert ademhaling (???)
• Pulmonaire stretch receptoren (juxta capillairen receptoren) = receptoren om de
capillairen in de interstitiële ruimte van de longen → lucht stretchen → triggeren → autonome
zenuwstelsel → stimuleert ademhaling
• Fysieke stimuli – geur, reuk, gehoor, zicht, huid (tactiele stimulatie) → stimuleert ademhaling
• Trigemino-cardiac reflex = uiteinden n. trigeminus geprikkeld (zoals onderwater) → remt
ademhaling → apneu & bradycardie DUS masker voorzichtig plaatsen
Longvocht klaren voor de geboorte
• Uteruscontracties + dorso-ventrale flexie → bij uteruscontracties knieën in buik drukken
→ diafragma tegen longen drukken → longvocht verwijderen
• Stresshormonen (adrenaline/cortisol) → triggeren epitheliale natriumkanalen op alveoli →
Na van alveoli naar interstitiële gedeelte → longvocht verwijderen
→ er zal altijd wat longvocht achterblijven
→ deze 2 mechanismen blijven achter bij een sectio bevalling → meer longvocht bij de geboorte
,Longvocht klaren tijdens de geboorte
Ademteug → borstkas zet uit & diafragma omlaag → negatieve druk rond longen → sterk drukverschil
met atmosferische druk → longvocht naar distale luchtwegen: alveoli → epitheel → interstitiële ruimte
- R water >>> R lucht (60-100x) → veel druk nodig om vocht te verplaatsen in long
→ deze hoge druk kan zelfs bij gezonde neonaten zorgen voor een pneumothorax
2 krachten die de baby moet overwinnen
1. Oppervlaktespanning tussen lucht en randje water dat achterblijft in alveoli
2. Positieve druk in interstitiële ruimte → longvocht neigt terug te gaan naar luchtwegen
→ de neonaat gaat dit tegen:
• Neonaten ademen anders dan volwassenen: diepe ademteug (helpt alveoli te openen) →
stembanden sluiten + buikspieren aanspannen → hoge intrathoracale druk → positieve druk
in de alveoli tijdens uitademing → voorkomen dat longvocht terug de luchtwegen in gaat
o Fysiologische PEEP
• Surfactant – productie start rond 24 weken en klaar rond 34-36 weken
o Hydrofoob & hydrofiel → watermoleculen uit elkaar → oppervlakte spanning verlagen
o Longvocht tegenhouden (handjes in elkaar)
• Epitheliale natriumkanalen blijven pompen om longvocht te verwijderen
Na 2-6 uur: vocht uit interstitiële ruimte wordt geresorbeerd door capillairen & lymfevaten → positieve
druk langzaam minder → negatieve druk in interstitiële ruimte (zoals volwassenen)
Wet lung = Transient tachypneu of the newborn (TTN) = veel longvocht → vocht wil terug en duurt
lang voordat alles geklaard is → uitgezette borstkas → tachypneu – vooral bij sectio
- Ondersteunend – soms CPAP → gaat vanzelf over binnen 24-72 uur
Beademing/drukverandering
PEEP = positive end-expiratoir pressure = geen beademing; houdt positieve
druk in de longen aan het eind van de uitademing → alveoli openhouden
- De patiënt hoeft zelf niet te ademen (vaak), maar kan wel
CPAP = continuous positive airway pressure = geen beademing; baby ademt
zelf, maar continue positieve druk geven bij in en uitademing = continue PEEP
- De patiënt moet zelf ademen
o Met CPAP: lucht blijft in de luchtwegen → geleidelijke opbouw FRC
o Zonder CPAP: er is geen positieve druk → alles valt dicht → FRC =laag
PPV = positive pressure ventilation = beademing; machine geeft ademteugen aan de baby
Hemodynamische veranderingen
1. > pulmonaire bloed doorstroming – voor de geboorte niet, want gaswisseling op placenta
2. Navelstreng doorknippen → orgaan (placenta) kwijtraken
Wat verandert er bij wachten met doorknippen navelstreng
1. Placenta transfusie blijft aanwezig (niet door contracties, niet door zwaartekracht, maar
mogelijk door ademhaling die negatieve druk geeft en bloed aantrekt uit ductus venosus) →
bloed naar baby → > BV, > Hb/Ht, > zuurstof, > BD → betere ademhalingsinspanning
2. Behoudt CO → eerst long aeratie + open pulmonale vaten, anders: placenta-circulatie valt
1 keer weg → BV daalt abrupt → VR daalt → CO kan ineens instorten → kort ‘shock’ moment
→ pulmonaire & circulaire transitie zijn aan elkaar gelinkt
Vroeger: zo snel mogelijk doorknippen navelstreng
Nu: wachten met navelstreng doorknippen tot ademhaling
Vergroten pulmonale bloed flow
1. Long aeratie = vocht vervangen door lucht - master switch
2. Oxygenatie (O2) → vasodilatatie a. pulmonalis → meer bloed longen in - mediator
Oxygenatie is niet de enige mediator, want wat gebeurt er als je 1 long beademt?
Verwachting: aeratie links → PVR links daalt → meer flow links (en rechts niet – V/Q mismatch), maar
de longdoorbloeding neemt aan beide kanten toe:
,Aeratie links → longvocht in interstitiële ruimte → juxta capillairen receptoren → rond capillairen →
n. vagus → hersenstam → autonoom zenuwstelsel centrale vasodilatatie (dus ook rechts)
• > pulmonale bloed flow
• > hartfrequentie
• > ademhalingsinspanning
Nog een voordeel om met navelstreng knippen te wachten
Placenta is van de foetus! → v. umbilicalis → ductus venosus → VCI
- Ductus venosus: trompetvorm → bepaalde turbulentie, waardoor dit bloed van RA door
foramen ovale naar LA gaat → meest zuurstofrijke bloed naar hart & hersenen
- VCI/VCS: overgrote deel van RA → RV → a. pulmonalis, maar door hoge PVR (weerstand) in
de longen (door vloeistof) → ductus arteriosus/ductus botalli (90%) → aorta → naar
laagste weerstand (placenta door vele vaten) → weer van zuurstof voorzien
→ VR vanuit placenta: 30-50% van de CO
Pasgeborenen
Toename longdoorbloeding (door juxtacapillaire receptoren) → preload linkerhart neemt toe →
hart minder afhankelijk van de placenta (bij foetus 30-50% van de CO ) nu volledig afhankelijk van VR
uit de longen → als longen niet goed doorbloed zijn (te vroeg afnavelen) → je mist 30-50% van de
CO (< preload) & verlies placenta met lage weerstand (> afterload) → bradycardie & instabiele
cerebrale doorbloeding → lijkt op ‘shock’
→ bij wachten tot longen goed functioneren wort de CO ook afhankelijk van pulmonale doorbloeding
→ a term baby’s zouden hiermee wel overweg kunnen, maar prematuren niet
DUS: afnavelen obv fysiologie (pulmonaire gaswisseling) ipv klok
- Soms een seconde, soms 5-10 minuten → > 10 minuten: alsnog afnavelen, want hoger risico
op postpartum bloedingen bij moeder
→ Concord = platform voor stabilisatie zo dicht mogelijk bij moeder + wachten met afnavelen
- Verloskundigen deden dit al, omdat zij vaak niet hoefde te stabiliseren
→ < hersenschade & > overleving
Sluiten shunt
- Preload linkerhart neemt toe (door longcirculatie) → druk LA > RA → foramen ovale dicht
- Hoog zuurstof & lage prostaglandinen → flow tijdelijk van aorta naar a. pulmonalis → ductus
arteriosus dicht
- Door verminderde navelstroom → ductus venosus dicht
Functioneren van placenta & navelvaten
Placenta
- Gaswisseling (O2 & CO2)
- Voeding (glucose, aminozuren, vetten)
- Eliminatie (afvalstoffen van foetus naar moeder)
- Afweer (IgG via placenta naar foetus)
- Hormonen (HcG, progesteron, oestrogeen)
Navelstrengvaten: 2 a. umbilicalis (foetus → placenta) & 1 v. umbilicalis (placenta → foetus)
Problemen
• PVR/vocht blijft hoog → bloed blijft long omzeilen → rechts-links shunt → zuurstofarm bloed
naar circulatie → hypoxie → hypoxie houdt PVR hoog → vicieuze cirkel → persistent
pulmonair hypertensie of newborn (PPHN)
• Dutus arteriosus sluit niet goed (prematuur) → longen meer bloed → pulmonale
overvulling
• Ductus arteriosus sluit te snel → RV tegen zeer hoge PVR → RV-falen
• Slecht sluiten foramen ovale → mengbloed met lage oxygenatie
, HC19 – 2e deel van de eerste 1000 dagen
Jeugdgezondheidszorg
JGZ = bevorderen & beschermen van de gezondheid/groei/lichamelijk/geestelijke/sociale ontwikkeling
van 0-18 jaar → iedereen optimaal niveau van individueel & maatschappelijk functioneren
Verschil met de kindergeneeskunde
Jeugdarts – screenen → lagere a priori kans Kinderarts – diagnostiek → hogere a priori kans
- Preventie - Curatief
- Populatie - Individu
- Gezondheid/functioneren - Klacht/ziekte
- Context/determinanten (gezondheidsrisico’s) - (klinische)diagnostiek
- Interventie/advies/begeleid - Therapie/behandeling
- (vaak) ongevraagd - Eigen initiatief patiënt
- Longitudinaal - Veelal episodegericht
- In de wijk of op school (laagdrempelig) - In ziekenhuis
- Gratis - Zorgverzekering (eigen risico)
- Beleidsadvies
→ Huisarts: generalistisch (ipv populatie/individu), op eigen initiatief, vooral curatief
Screeningstest
Lage a priori kans (bv groeistoornis)
- Aantal + testen bepaald door specificiteit
- PVV wordt slechter
JGZ: lage prevalentie & lage specificiteit → veel verwezen kinderen geen pathologie & lagere PVV
dan bij de kinderarts
- Specificiteit & sensitiviteit blijven gelijk (zelfde test)
Adverse childhood experiences
Lichamelijke/psychische mishandeling, lichamelijke/psychische verwaarlozing, seksueel misbruik,
getuige van geweld tussen ouders, echtscheiding ouders, ouders met psychische ziekte/verslaving
→ adverse childhood experiences (ACE) (1) → zonder steun volwassenen: toxische stress (HPA-
as) → verhoogde cortisolspiegels & invloed op neurale netwerken brein (2)
- Hoe meer ACE → hoe meer gezondheidsinvloed: fysieke & mentale problemen, impulsiviteit,
leerproblemen, slechte emotieregulatie (3)
o 2e deel 1000 dagen: immuunsysteem, hersenverbindingen, microbioom opbouwen →
problemen hebben veel impact
o Roken/alcohol/drugs, ongezonde voeding, < bewegen, wisselende seks partners (4)
o Obesitas, diabetes, kanker, CVA, COPD, astma, depressie, SOA etc. (5)
- 4 of meer ACE (11%) → 20 jaar korter leven (6)
- 67% populatie minstens 1 ACE
→ beschermende factoren: steun uit omgeving (onvoorwaardelijke liefde van ouder/verzorger),
veilige omgeving, IQ, coping, persoonlijkheid (bv veerkracht)
→ Nederland heeft de gelukkigste kinderen in de wereld – leefstijl wel een punt van aandacht
Jeugdartsen
Jeugdartsen + jeugdverpleegkundigen + assistenten → zien > 90% van hele populatie 1x of vaker
- 14-20 preventieve gezondheidsonderzoeken → 13-15: tussen 0-4 jaar
Informatie die jeugdartsen nodig hebben (GIZ driehoek)
• Ontwikkeling
• Opvoeding
• Omgeving
Uterus vs buiten uterus
Uterus: longen gevuld met vocht + stembanden gesloten → positieve druk in de longen → groei &
ontwikkeling longen
- Gaswisseling door placenta → foetaal bloed hypoxischer 50-60%
Geboorte:
- Regelmatige ademhaling
- Klaring longvocht + vullen met lucht + FRC overblijven
- Hemodynamische ontwikkeling – sluiten shunts & toename longdoorbloeding
Asfyxie
Bij 5-10% gaat dit niet goed → asfyxie = voor of vlak na geboorte te weinig zuurstof
• Mild: primaire apneu = baby krijgt te weinig zuurstof → stopt even met ademen → hartslag
daalt een beetje → baby ‘floppy’ maar niet ernstig ziek → herstel door stimulatie: afdrogen,
warm houden, beetje wrijven → vanzelf ademhalen – geen reanimatie, alleen steun
o Cardiaal & respiratoire tegelijk herstellen
• Ernstig: secundaire apneu = zo groot zuurstofgebrek → stoppen met ademen laatste
verdedigingsmechanisme → diepe/lange apneu, hartslag blijft laag, baby reageert niet op
prikkels → baby niet zelfstandig ademhalen → beademen (PPV) – voor hersenschade
o Eerst cardiaal verandering dan respiratoir
o Duikreflex: bij zuurstoftekort/water in luchtweg → baby stopt met ademen, hartslag
daalt, stembanden sluiten → bloed alleen naar hart/hersenen (besparen) → dit werkt
maar kort → secundaire apneu
Prematuren vaak geen asfyxie, maar ademen wel slecht door immatuur respiratoir systeem
- Ademhalingscentrum onrijp → vergeten soms even te ademen
- Spieren zijn zwak → minder effectieve ademteugen
- Borstkas compliant → borstkas zakt bij inspiratie makkelijk naar binnen
- Surfactant te kort → alveoli klappen makkelijk dicht → RDS
→ ademen, maar snel/oppervlakkig/onregelmatig → vermoeiend → ondersteuning (CPAP, warmte,
zuurstof, soms surfactant) - geen reanimatie/PPV (< 60/min ondanks beademing of secundaire apneu)
Ademen bij de geboorte
In de baarmoeder
Foetale breathing movements → belangrijk voor longontwikkeling – klein volume & onregelmatig
• Hypoxische omgeving (saturatie 50-60%) → remt hersenstam → remt ademhaling
• Placenta: prostaglandinen → remt hersenstam → remt ademhaling
• Hypoxie → adenosine → remt hersenstam → remt ademhaling
→ ze kunnen wel ademhalen en proberen het wel maar wordt geremd
Buiten de baarmoeder
Postnatale ademhaling – groot volume & regelmatig
• Zuurstof (50-60% → 90-95%) → stimuleert ademhaling
• CO2 → stimuleert ademhaling (???)
• Pulmonaire stretch receptoren (juxta capillairen receptoren) = receptoren om de
capillairen in de interstitiële ruimte van de longen → lucht stretchen → triggeren → autonome
zenuwstelsel → stimuleert ademhaling
• Fysieke stimuli – geur, reuk, gehoor, zicht, huid (tactiele stimulatie) → stimuleert ademhaling
• Trigemino-cardiac reflex = uiteinden n. trigeminus geprikkeld (zoals onderwater) → remt
ademhaling → apneu & bradycardie DUS masker voorzichtig plaatsen
Longvocht klaren voor de geboorte
• Uteruscontracties + dorso-ventrale flexie → bij uteruscontracties knieën in buik drukken
→ diafragma tegen longen drukken → longvocht verwijderen
• Stresshormonen (adrenaline/cortisol) → triggeren epitheliale natriumkanalen op alveoli →
Na van alveoli naar interstitiële gedeelte → longvocht verwijderen
→ er zal altijd wat longvocht achterblijven
→ deze 2 mechanismen blijven achter bij een sectio bevalling → meer longvocht bij de geboorte
,Longvocht klaren tijdens de geboorte
Ademteug → borstkas zet uit & diafragma omlaag → negatieve druk rond longen → sterk drukverschil
met atmosferische druk → longvocht naar distale luchtwegen: alveoli → epitheel → interstitiële ruimte
- R water >>> R lucht (60-100x) → veel druk nodig om vocht te verplaatsen in long
→ deze hoge druk kan zelfs bij gezonde neonaten zorgen voor een pneumothorax
2 krachten die de baby moet overwinnen
1. Oppervlaktespanning tussen lucht en randje water dat achterblijft in alveoli
2. Positieve druk in interstitiële ruimte → longvocht neigt terug te gaan naar luchtwegen
→ de neonaat gaat dit tegen:
• Neonaten ademen anders dan volwassenen: diepe ademteug (helpt alveoli te openen) →
stembanden sluiten + buikspieren aanspannen → hoge intrathoracale druk → positieve druk
in de alveoli tijdens uitademing → voorkomen dat longvocht terug de luchtwegen in gaat
o Fysiologische PEEP
• Surfactant – productie start rond 24 weken en klaar rond 34-36 weken
o Hydrofoob & hydrofiel → watermoleculen uit elkaar → oppervlakte spanning verlagen
o Longvocht tegenhouden (handjes in elkaar)
• Epitheliale natriumkanalen blijven pompen om longvocht te verwijderen
Na 2-6 uur: vocht uit interstitiële ruimte wordt geresorbeerd door capillairen & lymfevaten → positieve
druk langzaam minder → negatieve druk in interstitiële ruimte (zoals volwassenen)
Wet lung = Transient tachypneu of the newborn (TTN) = veel longvocht → vocht wil terug en duurt
lang voordat alles geklaard is → uitgezette borstkas → tachypneu – vooral bij sectio
- Ondersteunend – soms CPAP → gaat vanzelf over binnen 24-72 uur
Beademing/drukverandering
PEEP = positive end-expiratoir pressure = geen beademing; houdt positieve
druk in de longen aan het eind van de uitademing → alveoli openhouden
- De patiënt hoeft zelf niet te ademen (vaak), maar kan wel
CPAP = continuous positive airway pressure = geen beademing; baby ademt
zelf, maar continue positieve druk geven bij in en uitademing = continue PEEP
- De patiënt moet zelf ademen
o Met CPAP: lucht blijft in de luchtwegen → geleidelijke opbouw FRC
o Zonder CPAP: er is geen positieve druk → alles valt dicht → FRC =laag
PPV = positive pressure ventilation = beademing; machine geeft ademteugen aan de baby
Hemodynamische veranderingen
1. > pulmonaire bloed doorstroming – voor de geboorte niet, want gaswisseling op placenta
2. Navelstreng doorknippen → orgaan (placenta) kwijtraken
Wat verandert er bij wachten met doorknippen navelstreng
1. Placenta transfusie blijft aanwezig (niet door contracties, niet door zwaartekracht, maar
mogelijk door ademhaling die negatieve druk geeft en bloed aantrekt uit ductus venosus) →
bloed naar baby → > BV, > Hb/Ht, > zuurstof, > BD → betere ademhalingsinspanning
2. Behoudt CO → eerst long aeratie + open pulmonale vaten, anders: placenta-circulatie valt
1 keer weg → BV daalt abrupt → VR daalt → CO kan ineens instorten → kort ‘shock’ moment
→ pulmonaire & circulaire transitie zijn aan elkaar gelinkt
Vroeger: zo snel mogelijk doorknippen navelstreng
Nu: wachten met navelstreng doorknippen tot ademhaling
Vergroten pulmonale bloed flow
1. Long aeratie = vocht vervangen door lucht - master switch
2. Oxygenatie (O2) → vasodilatatie a. pulmonalis → meer bloed longen in - mediator
Oxygenatie is niet de enige mediator, want wat gebeurt er als je 1 long beademt?
Verwachting: aeratie links → PVR links daalt → meer flow links (en rechts niet – V/Q mismatch), maar
de longdoorbloeding neemt aan beide kanten toe:
,Aeratie links → longvocht in interstitiële ruimte → juxta capillairen receptoren → rond capillairen →
n. vagus → hersenstam → autonoom zenuwstelsel centrale vasodilatatie (dus ook rechts)
• > pulmonale bloed flow
• > hartfrequentie
• > ademhalingsinspanning
Nog een voordeel om met navelstreng knippen te wachten
Placenta is van de foetus! → v. umbilicalis → ductus venosus → VCI
- Ductus venosus: trompetvorm → bepaalde turbulentie, waardoor dit bloed van RA door
foramen ovale naar LA gaat → meest zuurstofrijke bloed naar hart & hersenen
- VCI/VCS: overgrote deel van RA → RV → a. pulmonalis, maar door hoge PVR (weerstand) in
de longen (door vloeistof) → ductus arteriosus/ductus botalli (90%) → aorta → naar
laagste weerstand (placenta door vele vaten) → weer van zuurstof voorzien
→ VR vanuit placenta: 30-50% van de CO
Pasgeborenen
Toename longdoorbloeding (door juxtacapillaire receptoren) → preload linkerhart neemt toe →
hart minder afhankelijk van de placenta (bij foetus 30-50% van de CO ) nu volledig afhankelijk van VR
uit de longen → als longen niet goed doorbloed zijn (te vroeg afnavelen) → je mist 30-50% van de
CO (< preload) & verlies placenta met lage weerstand (> afterload) → bradycardie & instabiele
cerebrale doorbloeding → lijkt op ‘shock’
→ bij wachten tot longen goed functioneren wort de CO ook afhankelijk van pulmonale doorbloeding
→ a term baby’s zouden hiermee wel overweg kunnen, maar prematuren niet
DUS: afnavelen obv fysiologie (pulmonaire gaswisseling) ipv klok
- Soms een seconde, soms 5-10 minuten → > 10 minuten: alsnog afnavelen, want hoger risico
op postpartum bloedingen bij moeder
→ Concord = platform voor stabilisatie zo dicht mogelijk bij moeder + wachten met afnavelen
- Verloskundigen deden dit al, omdat zij vaak niet hoefde te stabiliseren
→ < hersenschade & > overleving
Sluiten shunt
- Preload linkerhart neemt toe (door longcirculatie) → druk LA > RA → foramen ovale dicht
- Hoog zuurstof & lage prostaglandinen → flow tijdelijk van aorta naar a. pulmonalis → ductus
arteriosus dicht
- Door verminderde navelstroom → ductus venosus dicht
Functioneren van placenta & navelvaten
Placenta
- Gaswisseling (O2 & CO2)
- Voeding (glucose, aminozuren, vetten)
- Eliminatie (afvalstoffen van foetus naar moeder)
- Afweer (IgG via placenta naar foetus)
- Hormonen (HcG, progesteron, oestrogeen)
Navelstrengvaten: 2 a. umbilicalis (foetus → placenta) & 1 v. umbilicalis (placenta → foetus)
Problemen
• PVR/vocht blijft hoog → bloed blijft long omzeilen → rechts-links shunt → zuurstofarm bloed
naar circulatie → hypoxie → hypoxie houdt PVR hoog → vicieuze cirkel → persistent
pulmonair hypertensie of newborn (PPHN)
• Dutus arteriosus sluit niet goed (prematuur) → longen meer bloed → pulmonale
overvulling
• Ductus arteriosus sluit te snel → RV tegen zeer hoge PVR → RV-falen
• Slecht sluiten foramen ovale → mengbloed met lage oxygenatie
, HC19 – 2e deel van de eerste 1000 dagen
Jeugdgezondheidszorg
JGZ = bevorderen & beschermen van de gezondheid/groei/lichamelijk/geestelijke/sociale ontwikkeling
van 0-18 jaar → iedereen optimaal niveau van individueel & maatschappelijk functioneren
Verschil met de kindergeneeskunde
Jeugdarts – screenen → lagere a priori kans Kinderarts – diagnostiek → hogere a priori kans
- Preventie - Curatief
- Populatie - Individu
- Gezondheid/functioneren - Klacht/ziekte
- Context/determinanten (gezondheidsrisico’s) - (klinische)diagnostiek
- Interventie/advies/begeleid - Therapie/behandeling
- (vaak) ongevraagd - Eigen initiatief patiënt
- Longitudinaal - Veelal episodegericht
- In de wijk of op school (laagdrempelig) - In ziekenhuis
- Gratis - Zorgverzekering (eigen risico)
- Beleidsadvies
→ Huisarts: generalistisch (ipv populatie/individu), op eigen initiatief, vooral curatief
Screeningstest
Lage a priori kans (bv groeistoornis)
- Aantal + testen bepaald door specificiteit
- PVV wordt slechter
JGZ: lage prevalentie & lage specificiteit → veel verwezen kinderen geen pathologie & lagere PVV
dan bij de kinderarts
- Specificiteit & sensitiviteit blijven gelijk (zelfde test)
Adverse childhood experiences
Lichamelijke/psychische mishandeling, lichamelijke/psychische verwaarlozing, seksueel misbruik,
getuige van geweld tussen ouders, echtscheiding ouders, ouders met psychische ziekte/verslaving
→ adverse childhood experiences (ACE) (1) → zonder steun volwassenen: toxische stress (HPA-
as) → verhoogde cortisolspiegels & invloed op neurale netwerken brein (2)
- Hoe meer ACE → hoe meer gezondheidsinvloed: fysieke & mentale problemen, impulsiviteit,
leerproblemen, slechte emotieregulatie (3)
o 2e deel 1000 dagen: immuunsysteem, hersenverbindingen, microbioom opbouwen →
problemen hebben veel impact
o Roken/alcohol/drugs, ongezonde voeding, < bewegen, wisselende seks partners (4)
o Obesitas, diabetes, kanker, CVA, COPD, astma, depressie, SOA etc. (5)
- 4 of meer ACE (11%) → 20 jaar korter leven (6)
- 67% populatie minstens 1 ACE
→ beschermende factoren: steun uit omgeving (onvoorwaardelijke liefde van ouder/verzorger),
veilige omgeving, IQ, coping, persoonlijkheid (bv veerkracht)
→ Nederland heeft de gelukkigste kinderen in de wereld – leefstijl wel een punt van aandacht
Jeugdartsen
Jeugdartsen + jeugdverpleegkundigen + assistenten → zien > 90% van hele populatie 1x of vaker
- 14-20 preventieve gezondheidsonderzoeken → 13-15: tussen 0-4 jaar
Informatie die jeugdartsen nodig hebben (GIZ driehoek)
• Ontwikkeling
• Opvoeding
• Omgeving