Basis diagnostische en
therapeutische vaardigheden
Station 1: Het logopedisch en audiologisch model
1.1 Fasen in het logopedisch en audiologisch proces
1. Aanmelding met hulpvraag
2. Intakegesprek en anamnese
3. Screening en diagnostisch onderzoek: snelle manier om een probleem op te sporen
4. Therapieplan opstellen
5. Gesprek met ouders/betrokkenen
6. Uitvoering therapie
7. Tussentijdse evaluatie en bespreking: vooruitgang?
8. Bijsturen van de therapie
9. Eindevaluatie
10.Follow-up
Opm.: Communicatieve vaardigheden zijn belangrijk voor een effectiever consult
1.2 Het proces
1.2.1 Aanmelding
= 1e contact; vaak via telefoon of mail
● Informatie geven
o Verloop, werking, …: mensen weten vaak niet wat een logopediste doet
o Niet overdonderen
o Voorzichtig zijn met advies geven -> website (rustig doorlezen)
● Informatief blijven (vb. niet al direct een diagnose stellen)
● Tijd nemen
● Eerste indruk van probleem krijgen -> welke testen/vragen?
● Afspraak maken voor intakegesprek ! gegevens van cliënt noteren
o waar? wanneer? wie aanwezig?
● Indien nodig doorverwijzen vb. gespecialiseerde in stemtherapie, slikken, …
1.2.2 Intakegesprek en anamnese
1.2.2.1 Intakegesprek
● 1e contact tot stand brengen
o Basis van vertrouwensrelatie en voor therapie (goed gevoel maar eerlijk!)
o Jezelf voorstellen en duidelijk maken wat je rol is
o Interesse en respect tonen: patiënt moet op gemak zijn
o IJs breken (vertrouwen) + verwelkoming
o Niet beginnen met administratie
, 2
● De reden voor consult vaststellen
o Vaststellen welke problemen of onderwerpen de patiënt wil aankaarten
▪ Initiatief bij ouders of patiënt leggen (= luisteren: ruimte geven om na te
denken en laten uitpraten) -> niet sturen
o Luisteren naar de eerste opmerkingen vd patiënt
▪ Aandachtig en zonder te onderbreken of door suggestieve vragen te stellen
o Globale oriëntatie
▪ Parafraseren ! beperk administratieve gegevens
● De relatie bouwen
o Begrijpbare taal, vermijden jargon
o Non-verbaal gedrag
▪ rustig spreektempo
▪ pauzeren
o Ondersteunend
▪ empathie
▪ betrokkenheid en bereidheid om te helpen
o Start van ‘therapeutische alliantie’ met patiënt/cliënt en omgeving\
o Communicatieproblemen: niet over hoofd van … spreken
▪ Aangepaste vragenlijsten (communicatieproblemen, kinderen)
1.2.2.2 Anamnese
= het verkrijgen van relevante gegevens voor onderzoek en therapie, ‘het verhaaltje’
● Informatie inwinnen: voorgeschiedenis, aspecten, ontwikkeling
Opm.: kan met een anamneselijst of persoonlijk gesprek (verschillende soorten;
afhankelijk van de hulpvraag)
● Logopedie: anamneselijst lijst MUCLA, lijst De Copiloot
o Familiale gegevens
o Medische gegevens
o Lichamelijke/algemene ontwikkeling
o Spraak- en taalontwikkeling
o Schoolse gegevens
o Sociaal gedrag
o Persoonlijke eigenschappen
o Afhankelijk van de problematiek en de patiënt
▪ De lijst samen doorlopen met patiënt en zijn/haar familie
▪ De lijst op voorhand doorsturen naar de patiënt
, 3
● Vb. Audiologie: COSI-vragenlijst (mate van verandering +tevredenheid
hoortoestel)
● Vaardigheden voor anamnese
o Patiënt aanmoedigen om probleem te vertellen
▪ In eigen woorden
▪ Vanaf het begin
o Open en gesloten vraagstijl
▪ Patiënt ruimte geven om na te denken
o Aanmoedigend reageren (verbaal en non-verbaal)
o Patiënt stimuleren zijn gevoelens en gedachten te uiten
o Verheldering
▪ Doorvragen wanneer iets onduidelijk of vaag is
o Motieven noemen: uitleggen waarom een bepaalde vraag gesteld moet
worden
o Tussentijds samenvatten
o Makkelijk en begrijpbaar taalgebruik
Zie ICF: International Classification of Functioning, Disability and Health -> om het functioneren
te beschrijven ; volledig persoon leren kennen (hobby’s en job ->”Hoe lukt dat nu?”)
1.2.3 Diagnostisch onderzoek
Je probeert vast te stellen:
● Screening, korte testing
o Is er een probleem?
● Uitvoerige diagnostiek
o Wat is het probleem?
o Wat is de ernst?
o Wat is de vermoedelijke prognose?
▪ Prognose: uitspraak omtrent het vermoedelijk verloop van een
aandoening/stoornis
Hoe?
● Via verantwoorde keuze van tests (sommige moeten gedaan worden voor terugbetaling)
(zie RIZIV)
● Door professionele observatie
● Met aanvullend diagnostisch onderzoek
Na afloop zou je antwoorden moeten kunnen geven op volgende vragen:
1.2.4 Therapieplan opstellen
● Therapie starten? !niet altijd therapie nodig, wel opvolgen
○ Indirect of direct?
, 4
■ Direct: therapeut rechtstreeks in contact met patiënt
■ Indirect: therapeut geeft tips en info aan opvoeders/verzorgers
○ Frequentie?
○ Duur 1 therapiesessie?
○ Duur totale therapie?
■ Lange termijn = X-aantal maanden
● eind- en deeldoelstellingen
● verloop therapie (duur, frequentie, vorm)
● inplannen evaluatiemomenten
■ Korte termijn = per sessie
● hoofd- en subdoelen
● verloop sessie
● materiaal, feedback en aandachtspunten
○ Vorm? (1-op-1 of in groep)
○ Wanneer?
1.2.5 Evaluatiegesprek
De resultaten van het onderzoek meedelen + bespreken van de therapie
● Doel:
o Begrijpelijke en geschikte informatie geven
o Niet te veel maar ook niet te weinig informatie geven
● Vaardigheden
o De juiste hoeveelheid en het juiste soort info geven
▪ Informatie doseren
▪ Controleren of de patiënt het begrijpt, inzicht in problematiek
▪ De reactie van de patiënt bepaalt het verloop van het gesprek
▪ Vaststellen wat de patiënt al weet – nagaan hoeveel de patiënt wil weten
▪ Uitleg logisch ordenen
▪ Herhalingen en samenvattingen gebruiken
▪ Toegankelijke informatie: visualiseren, begrijpelijke taal
o Nagaan wat de patiënt denkt en voelt
▪ Uitleg afstemmen op toestand en opvattingen van de patiënt
▪ Patiënt stimuleren om deel te nemen aan het gesprek (interactie nastreven)
-> vragen stellen, verheldering vragen, twijfels uiten
▪ Verbale en non verbale signalen opmerken
therapeutische vaardigheden
Station 1: Het logopedisch en audiologisch model
1.1 Fasen in het logopedisch en audiologisch proces
1. Aanmelding met hulpvraag
2. Intakegesprek en anamnese
3. Screening en diagnostisch onderzoek: snelle manier om een probleem op te sporen
4. Therapieplan opstellen
5. Gesprek met ouders/betrokkenen
6. Uitvoering therapie
7. Tussentijdse evaluatie en bespreking: vooruitgang?
8. Bijsturen van de therapie
9. Eindevaluatie
10.Follow-up
Opm.: Communicatieve vaardigheden zijn belangrijk voor een effectiever consult
1.2 Het proces
1.2.1 Aanmelding
= 1e contact; vaak via telefoon of mail
● Informatie geven
o Verloop, werking, …: mensen weten vaak niet wat een logopediste doet
o Niet overdonderen
o Voorzichtig zijn met advies geven -> website (rustig doorlezen)
● Informatief blijven (vb. niet al direct een diagnose stellen)
● Tijd nemen
● Eerste indruk van probleem krijgen -> welke testen/vragen?
● Afspraak maken voor intakegesprek ! gegevens van cliënt noteren
o waar? wanneer? wie aanwezig?
● Indien nodig doorverwijzen vb. gespecialiseerde in stemtherapie, slikken, …
1.2.2 Intakegesprek en anamnese
1.2.2.1 Intakegesprek
● 1e contact tot stand brengen
o Basis van vertrouwensrelatie en voor therapie (goed gevoel maar eerlijk!)
o Jezelf voorstellen en duidelijk maken wat je rol is
o Interesse en respect tonen: patiënt moet op gemak zijn
o IJs breken (vertrouwen) + verwelkoming
o Niet beginnen met administratie
, 2
● De reden voor consult vaststellen
o Vaststellen welke problemen of onderwerpen de patiënt wil aankaarten
▪ Initiatief bij ouders of patiënt leggen (= luisteren: ruimte geven om na te
denken en laten uitpraten) -> niet sturen
o Luisteren naar de eerste opmerkingen vd patiënt
▪ Aandachtig en zonder te onderbreken of door suggestieve vragen te stellen
o Globale oriëntatie
▪ Parafraseren ! beperk administratieve gegevens
● De relatie bouwen
o Begrijpbare taal, vermijden jargon
o Non-verbaal gedrag
▪ rustig spreektempo
▪ pauzeren
o Ondersteunend
▪ empathie
▪ betrokkenheid en bereidheid om te helpen
o Start van ‘therapeutische alliantie’ met patiënt/cliënt en omgeving\
o Communicatieproblemen: niet over hoofd van … spreken
▪ Aangepaste vragenlijsten (communicatieproblemen, kinderen)
1.2.2.2 Anamnese
= het verkrijgen van relevante gegevens voor onderzoek en therapie, ‘het verhaaltje’
● Informatie inwinnen: voorgeschiedenis, aspecten, ontwikkeling
Opm.: kan met een anamneselijst of persoonlijk gesprek (verschillende soorten;
afhankelijk van de hulpvraag)
● Logopedie: anamneselijst lijst MUCLA, lijst De Copiloot
o Familiale gegevens
o Medische gegevens
o Lichamelijke/algemene ontwikkeling
o Spraak- en taalontwikkeling
o Schoolse gegevens
o Sociaal gedrag
o Persoonlijke eigenschappen
o Afhankelijk van de problematiek en de patiënt
▪ De lijst samen doorlopen met patiënt en zijn/haar familie
▪ De lijst op voorhand doorsturen naar de patiënt
, 3
● Vb. Audiologie: COSI-vragenlijst (mate van verandering +tevredenheid
hoortoestel)
● Vaardigheden voor anamnese
o Patiënt aanmoedigen om probleem te vertellen
▪ In eigen woorden
▪ Vanaf het begin
o Open en gesloten vraagstijl
▪ Patiënt ruimte geven om na te denken
o Aanmoedigend reageren (verbaal en non-verbaal)
o Patiënt stimuleren zijn gevoelens en gedachten te uiten
o Verheldering
▪ Doorvragen wanneer iets onduidelijk of vaag is
o Motieven noemen: uitleggen waarom een bepaalde vraag gesteld moet
worden
o Tussentijds samenvatten
o Makkelijk en begrijpbaar taalgebruik
Zie ICF: International Classification of Functioning, Disability and Health -> om het functioneren
te beschrijven ; volledig persoon leren kennen (hobby’s en job ->”Hoe lukt dat nu?”)
1.2.3 Diagnostisch onderzoek
Je probeert vast te stellen:
● Screening, korte testing
o Is er een probleem?
● Uitvoerige diagnostiek
o Wat is het probleem?
o Wat is de ernst?
o Wat is de vermoedelijke prognose?
▪ Prognose: uitspraak omtrent het vermoedelijk verloop van een
aandoening/stoornis
Hoe?
● Via verantwoorde keuze van tests (sommige moeten gedaan worden voor terugbetaling)
(zie RIZIV)
● Door professionele observatie
● Met aanvullend diagnostisch onderzoek
Na afloop zou je antwoorden moeten kunnen geven op volgende vragen:
1.2.4 Therapieplan opstellen
● Therapie starten? !niet altijd therapie nodig, wel opvolgen
○ Indirect of direct?
, 4
■ Direct: therapeut rechtstreeks in contact met patiënt
■ Indirect: therapeut geeft tips en info aan opvoeders/verzorgers
○ Frequentie?
○ Duur 1 therapiesessie?
○ Duur totale therapie?
■ Lange termijn = X-aantal maanden
● eind- en deeldoelstellingen
● verloop therapie (duur, frequentie, vorm)
● inplannen evaluatiemomenten
■ Korte termijn = per sessie
● hoofd- en subdoelen
● verloop sessie
● materiaal, feedback en aandachtspunten
○ Vorm? (1-op-1 of in groep)
○ Wanneer?
1.2.5 Evaluatiegesprek
De resultaten van het onderzoek meedelen + bespreken van de therapie
● Doel:
o Begrijpelijke en geschikte informatie geven
o Niet te veel maar ook niet te weinig informatie geven
● Vaardigheden
o De juiste hoeveelheid en het juiste soort info geven
▪ Informatie doseren
▪ Controleren of de patiënt het begrijpt, inzicht in problematiek
▪ De reactie van de patiënt bepaalt het verloop van het gesprek
▪ Vaststellen wat de patiënt al weet – nagaan hoeveel de patiënt wil weten
▪ Uitleg logisch ordenen
▪ Herhalingen en samenvattingen gebruiken
▪ Toegankelijke informatie: visualiseren, begrijpelijke taal
o Nagaan wat de patiënt denkt en voelt
▪ Uitleg afstemmen op toestand en opvattingen van de patiënt
▪ Patiënt stimuleren om deel te nemen aan het gesprek (interactie nastreven)
-> vragen stellen, verheldering vragen, twijfels uiten
▪ Verbale en non verbale signalen opmerken