Inhoud
Leerdoelen college 1...............................................................................................................................2
De student weet wat het begrip neurobiologie inhoudt....................................................................2
De student kent het centrale en perifere zenuwstelsel......................................................................2
De student kent de verschillende hersenkwabben met basale functies.............................................3
De student weet de functies zijn van de Thalamus en hypothalamus................................................4
Leerdoelen college 2...............................................................................................................................4
De student weet wat een neuron is....................................................................................................4
De student kent de structuur van een typische neuron.....................................................................4
De weg van een impuls door de neuron (Deel 1)............................................................................4
De student snap synaptische overdracht............................................................................................5
De weg van een impuls door de neuron (Deel 2)............................................................................5
Neurotransmitters..........................................................................................................................5
De student weet wat myelinisatie is...................................................................................................5
De student weet hoe een actiepotentiaal ontstaat............................................................................5
Leerdoelen college 3...............................................................................................................................6
Classificatie hormonen...................................................................................................................6
De student ken de onderdelen van het diëncephalon........................................................................6
De student kent de structuur en functie van de thalamus.................................................................6
De student kent de structuur en functie van de hypothalamus.........................................................6
De student kent de structuur en functie van de hypofyse..................................................................7
De student kent de oorsprong en functie van verschillende hormonen.............................................7
Het endocriene systeem.................................................................................................................7
De student weet wat de hormoonproductie stimuleert of remt........................................................8
Secretie en feedback......................................................................................................................8
Lesdoelen college 4............................................................................................................................9
De student kent de functies van verschillende hormonen en in welke levensfase dit een rol speelt.9
FSH & LH.........................................................................................................................................9
Antidiuretisch hormoon (ADH).......................................................................................................9
De student weet hoe stress op hormonaal niveau werkt...................................................................9
HPT-as...........................................................................................................................................10
HPA-as..........................................................................................................................................10
Chronische stress..........................................................................................................................11
, Leerdoelen college 5.............................................................................................................................11
De student weet wat neurodiversiteit inhoud..................................................................................12
Neuroplasticiteit...........................................................................................................................12
De student is bekend met de Polyvagaal theorie.............................................................................12
1. Dorsale vagale toestand (bevriezingsreactie)...........................................................................13
2. Sympathische toestand (vecht- of vluchtreactie).....................................................................13
3. Ventrale vagale toestand (sociale betrokkenheid)...................................................................13
De student is bekend met de nervus vagus......................................................................................13
De student is bekend met BDNF.......................................................................................................14
De student is bekend met de werking van bewegen op het brein...................................................14
Luk 1.3: observatie 1. Je maakt gebruik van de kennis uit de ontwikkelingspsychologie en kennis
van pedagogische en neurologische principes om je eigen gedrag en vitaliteit en dat van de ander
te beschrijven en te analyseren.
Leerdoelen college 1
Hoofdstuk 2 van klinische neurobiologie (brightspace) & Inspannings- en sportfysiologie P. 108-113
•De student weet wat het begrip neurologie inhoudt
•De student heeft kennis van hoe de hersenen zich ontwikkelen
•De student kent het centrale en perifere zenuwstelsel
•De student kent de verschillende hersenkwabben met basale functies.
•De student weet de functies zijn van de thalamus en hypothalamus
De student weet wat het begrip neurobiologie inhoudt
Neurologie is het medisch specialisme dat zich bezighoudt met de diagnostiek en behandeling
van aandoeningen van het zenuwstelsel (hersenen, ruggenmerg en perifere zenuwen) en de spieren.
De student kent het centrale en perifere zenuwstelsel
Het centraal zenuwstelsel
Het zenuwstelsel is te onderscheiden in twee delen. Het centrale zenuwstelsel en het perifere stelsel.
Het centraal zenuwstelsel (CZS) bestaat uit de grote hersenen/cerebrum de functies hierin worden
toegelicht in het volgende kopje. De kleine hersenen/ cerebellum. Waarin het coördineren van
bewegingen en het verwerken van informatie over het lijf wordt gebruikt om bewegingen het beste
uit te voeren. De hersenstam zit onder het cerebellum. Hierin worden de hersenen verbonden aan
het ruggenmerg. De stam is ook een belangrijk autonoom regulatiecentrum (cardiovasculair,
spiertonus, state of arousal, coördineren skeletspieren, pijncontrole) Dan is er tot slot het
ruggenmerg. Deze ontvangt alle sensorische signalen (afferent) van het perifere stelsel wordt
hierdoor doorgegeven naar de rest van het CZS en het ruggenmerg geeft de motorische signalen
(efferent) door naar de perifere stelsel.