Methoden van kwalitatief onderzoek –
Volledige en uitgebreide samenvatting
1. Wat is kwalitatief onderzoek?
Kwalitatief onderzoek is een vorm van wetenschappelijk onderzoek die zich richt op het
begrijpen van betekenissen, ervaringen, interpretaties en sociale processen. De nadruk ligt
op woorden, verhalen en context in plaats van cijfers. Het doel is begrijpen hoe mensen hun
werkelijkheid ervaren en construeren, niet het toetsen van vooraf vastgestelde hypothesen.
Is een iteratief proces = je kan een stapje terug in het proces/cirkelmatig
1.1 Drie kernassumpties
1. Inductieve benadering: theorie en concepten ontstaan vanuit de data. De onderzoeker
begint zonder vaste hypotheses en staat open voor onverwachte inzichten (vormen hiervan:
grounded theory, thematische analyse, analytische inductie en discoursanalyse)
2. Constructivistische visie (ontologisch): de sociale werkelijkheid is geen vaststaand
gegeven, maar wordt door mensen samen geconstrueerd en kan veranderen over tijd en
context (bijv. cultuur)
3. Interpretatieve visie (epistemologisch): kennis ontstaat door het begrijpen van de
interpretaties van mensen zelf. De onderzoeker probeert door de ogen van de participant te
kijken (EMIC perspectief) i.p.v. ETIC (gezichtspunt onderzoeker)
2. Kwalitatief versus kwantitatief onderzoek
Het onderscheid tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek is niet zwart-wit. Beide zijn
wetenschappelijk en kunnen elkaar aanvullen. De onderzoeksvraag bepaalt welke methode
passend is.
,Bijv. behaviour v.s. meaning = met kwantitatief onderzoek meet je niet alleen maar gedrag
en met kwalititatief onderzoek meet je niet alleen betekenis (word took naar gedrag
gekeken, gedrag wordt bekeken binnen context, het gedrag zal niet uit de context gehaald
worden).
Quasi-quantificatie: gebruik van woorden als ‘vaak’, ‘meeste’, ‘sommigen’ in plaats van
exacte cijfers.
Vaak geven mennsen een negatieve definitie: ze benoemen wat iets juist niet is i.p.v. wat het
wel is.
2.1 gebruik van concepten
- Definitive concepts: vast afgebakende begrippen (bijv. wat wij verstaan onder
probleemgedrag is vastgelegd) met meetbare indicatoren, legt theorie op werklijkheid,
vooral gebruikt in kwantitatief onderzoek.
- Sensitizing concepts: richtinggevende begrippen die ruimte laten voor ontdekking en
aanpassing, typisch voor kwalitatief onderzoek, van breed naar smal.
3. Onderzoeksproces
Het kwalitatieve onderzoeksproces is iteratief. Dat betekent dat dataverzameling, analyse
en theorieontwikkeling elkaar voortdurend beïnvloeden.
Stappen: 1. Algemene onderzoeksvraag, 2. Selectie context en participanten, 3.
Dataverzameling, 4. Analyse, 5. Theoretische uitwerking, 6. Rapportage.
4. Dataverzameling
4.1 Etnografie en participerende observatie
Etnografie is een methode waarbij de onderzoeker langdurig ondergedompeld is in een
sociale setting om cultuur, normen en waarden te begrijpen. Participerende observatie is
hier een belangrijk onderdeel van + schriftelijk vastleggen van onderzoeksproduct.
, Dimensies:
- Covert observatie: verborgen observeren
Voordelen: makkelijker toegang (bijv. park), reactiviteit (respondenten
gedragen zich niet anders)
Nadelen: hoe aantekeningen maken, gebruik andere methodes niet mogelijk,
nervositeit opwekkend, ethische problemen
- Overt observatie: open observeren (gebeurt het meest)
- Open-gesloten: kenmerk van de setting (toegankelijk of niet?
Closed setting toegang: contacten gebruiken, iemand die je kan aanbevelen (sponsors), via
‘gatekeeper’ toestemming (bijv. directeur)
Open setting toegang: iemand die je voor kan stellen (sponsor), ‘hanging around’
Ongoing access: vertrouwen winnen en behouden (continue bezig met mengen/deel uit
maken)
Going native: zo erg onderdompelen dat je niet meer wetenschappelijk kunt kijken
Theoretische saturatie: bereikt wanneer observaties geen nieuwe inzichten meer opleveren.
Type veldaantekeningen:
- Mental notes: post-its in hersenen
- Jotted notes: hele korte aantekeningen
- Full field notes: uiteindelijke data
- Methodological notes: notities over welke methode gebruikt en waarom
Voordelen participerende observatie t.o.v. interview:
- Door andermans ogen kijken
- Begrip (informele) taal
- Vanzelfsprekendheden komen naar voren
- Toegang tot verborgen activiteiten
- Link met context
- Onverwachte bevindingen
- Naturalistisch
4.2 Kwalitatieve interviews
Kwalitatieve interviews zijn flexibele gesprekken waarbij de visie van de participant
centraal staat, is flexibel, uitvoerig doorgaan op onderwerp. Doel is begrijpen, niet meten
Is los, maar kan deel uit maken van etnografie
- Typen kwalitatieve interviews:
- Ongestructureerd: lijkt op gewoon gesprek, geen vaste vragenlijst, open vragen
Volledige en uitgebreide samenvatting
1. Wat is kwalitatief onderzoek?
Kwalitatief onderzoek is een vorm van wetenschappelijk onderzoek die zich richt op het
begrijpen van betekenissen, ervaringen, interpretaties en sociale processen. De nadruk ligt
op woorden, verhalen en context in plaats van cijfers. Het doel is begrijpen hoe mensen hun
werkelijkheid ervaren en construeren, niet het toetsen van vooraf vastgestelde hypothesen.
Is een iteratief proces = je kan een stapje terug in het proces/cirkelmatig
1.1 Drie kernassumpties
1. Inductieve benadering: theorie en concepten ontstaan vanuit de data. De onderzoeker
begint zonder vaste hypotheses en staat open voor onverwachte inzichten (vormen hiervan:
grounded theory, thematische analyse, analytische inductie en discoursanalyse)
2. Constructivistische visie (ontologisch): de sociale werkelijkheid is geen vaststaand
gegeven, maar wordt door mensen samen geconstrueerd en kan veranderen over tijd en
context (bijv. cultuur)
3. Interpretatieve visie (epistemologisch): kennis ontstaat door het begrijpen van de
interpretaties van mensen zelf. De onderzoeker probeert door de ogen van de participant te
kijken (EMIC perspectief) i.p.v. ETIC (gezichtspunt onderzoeker)
2. Kwalitatief versus kwantitatief onderzoek
Het onderscheid tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek is niet zwart-wit. Beide zijn
wetenschappelijk en kunnen elkaar aanvullen. De onderzoeksvraag bepaalt welke methode
passend is.
,Bijv. behaviour v.s. meaning = met kwantitatief onderzoek meet je niet alleen maar gedrag
en met kwalititatief onderzoek meet je niet alleen betekenis (word took naar gedrag
gekeken, gedrag wordt bekeken binnen context, het gedrag zal niet uit de context gehaald
worden).
Quasi-quantificatie: gebruik van woorden als ‘vaak’, ‘meeste’, ‘sommigen’ in plaats van
exacte cijfers.
Vaak geven mennsen een negatieve definitie: ze benoemen wat iets juist niet is i.p.v. wat het
wel is.
2.1 gebruik van concepten
- Definitive concepts: vast afgebakende begrippen (bijv. wat wij verstaan onder
probleemgedrag is vastgelegd) met meetbare indicatoren, legt theorie op werklijkheid,
vooral gebruikt in kwantitatief onderzoek.
- Sensitizing concepts: richtinggevende begrippen die ruimte laten voor ontdekking en
aanpassing, typisch voor kwalitatief onderzoek, van breed naar smal.
3. Onderzoeksproces
Het kwalitatieve onderzoeksproces is iteratief. Dat betekent dat dataverzameling, analyse
en theorieontwikkeling elkaar voortdurend beïnvloeden.
Stappen: 1. Algemene onderzoeksvraag, 2. Selectie context en participanten, 3.
Dataverzameling, 4. Analyse, 5. Theoretische uitwerking, 6. Rapportage.
4. Dataverzameling
4.1 Etnografie en participerende observatie
Etnografie is een methode waarbij de onderzoeker langdurig ondergedompeld is in een
sociale setting om cultuur, normen en waarden te begrijpen. Participerende observatie is
hier een belangrijk onderdeel van + schriftelijk vastleggen van onderzoeksproduct.
, Dimensies:
- Covert observatie: verborgen observeren
Voordelen: makkelijker toegang (bijv. park), reactiviteit (respondenten
gedragen zich niet anders)
Nadelen: hoe aantekeningen maken, gebruik andere methodes niet mogelijk,
nervositeit opwekkend, ethische problemen
- Overt observatie: open observeren (gebeurt het meest)
- Open-gesloten: kenmerk van de setting (toegankelijk of niet?
Closed setting toegang: contacten gebruiken, iemand die je kan aanbevelen (sponsors), via
‘gatekeeper’ toestemming (bijv. directeur)
Open setting toegang: iemand die je voor kan stellen (sponsor), ‘hanging around’
Ongoing access: vertrouwen winnen en behouden (continue bezig met mengen/deel uit
maken)
Going native: zo erg onderdompelen dat je niet meer wetenschappelijk kunt kijken
Theoretische saturatie: bereikt wanneer observaties geen nieuwe inzichten meer opleveren.
Type veldaantekeningen:
- Mental notes: post-its in hersenen
- Jotted notes: hele korte aantekeningen
- Full field notes: uiteindelijke data
- Methodological notes: notities over welke methode gebruikt en waarom
Voordelen participerende observatie t.o.v. interview:
- Door andermans ogen kijken
- Begrip (informele) taal
- Vanzelfsprekendheden komen naar voren
- Toegang tot verborgen activiteiten
- Link met context
- Onverwachte bevindingen
- Naturalistisch
4.2 Kwalitatieve interviews
Kwalitatieve interviews zijn flexibele gesprekken waarbij de visie van de participant
centraal staat, is flexibel, uitvoerig doorgaan op onderwerp. Doel is begrijpen, niet meten
Is los, maar kan deel uit maken van etnografie
- Typen kwalitatieve interviews:
- Ongestructureerd: lijkt op gewoon gesprek, geen vaste vragenlijst, open vragen