PSYCHOLOGIE VOOR ARTSEN:
DR. V. JELINCIC LES 1: WAT IS PSYCHOLOGIE?
WAT IS PSYCHOLOGIE?
Psychologie is een wetenschappelijke discipline die mentale processen en gedrag bij zowel mensen als
dieren bestudeert.
- Mentale processen: wat we uit een bepaald gedrag kunnen afleiden
- Gedrag: wat we meten en bestuderen
Cognitieve psychologie, neuropsychologie Comparatieve psychologie
= vergelijken van mens & dier
Proeven op mensen & dieren om conclusies te Dieren bestuderen om conclusies te trekken over
trekken over het menselijk gedrag. de evolutie van dierlijk en menselijk gedrag.
Psychologie is een wetenschappelijke discipline die
mentale processen en gedrag bij zowel mensen als
dieren bestudeert.
Wetenschappelijk psychologie:
- Toetsbare en falsifieerbare methoden
- Systematische observaties
- Openbaar maken van bevindingen, data…
Circulaire methode is heel belangrijk id
wetenschap
Zie ppt voor voorbeeld!
VOORLOPERS VAN DE PSYCHOLOGIE
Psychologie is een wetenschap met een lang verleden, maar korte geschiedenis. In de oudheid dachten
filosofen al na over psychologie. Denk maar aan Plato: “de mens is een tabula rasa”(leren) en Socrates: “
elke ziel een vogelkooi” (geheugen, kennis). Men dacht toen na op een intuïtieve, niet-wetenschappelijke
manier waarbij de rede boven de observatie stond. Pas in de 19e eeuw werd het echt wetenschappelijk.
De twee belangrijkste redenen waarom het zo lang duurde waren de complexiteit van het ontwerp en de
relatie mensbeeld-religie. Volgens de kerk ( de grote machthebber destijds) was de menselijke ziel uniek,
niet aards!
1. TOENEMEND BELANG VAN WETENSCHAP IN DE MAATSCHAPPIJ
1
,In de middeleeuwen had de Kerk een centrale rol. Na de val van het Romeinse rijk werd de katholieke kerk
de enige instantie die onderwijs stimuleerde. Logischerwijs werd de nadruk gelegd op de geloofswaarden
die zeiden dat de menselijke ziel een voorwerp van het goddelijke waren en hierbij dus niet iets om te
bestuderen. Deze gedachtegang hield stand tot de reformatie in de 16e eeuw.
De reformatie (= splitsing in de rooms-katholieke kerk tussen het christendom en protestantisme) en
wetenschappelijke revolutie liepen gelijktijdig. Copernicus was hierin een katalysator. Hij gooide het oude
idee van het geocentrisme (aarde centraal) de deur uit en verving dit met het heliocentrisme (zon
centraal). Dit had als gevolg:
- De aarde, dus de mensen, waren niet langer het centrum van het heelal
- De mens is ook onderworpen aan natuurwetten en kan (mag) het voorwerp van studie zijn
Galilei en Newton ontdekten de eerste wetenschappelijk wetmatigheden in fysica en
wiskunde
Wetenschappen en techniek kenden een enorme groei vanaf de 18e eeuw. De methodes binnen deze
twee domeinen hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de psychologie.
2. ONTWIKKELINGEN IN DE FILOSOFIE
Plato en de Katholieke Kerk gingen uit van het dualisme: lichaam en geest zijn gescheiden. In de 17e eeuw
weerlegde de Franse filosoof Descartes deze theorie:
Rationalisme: de waarheid kan afgeleid worden via de rede, door na te denken. Observatie is niet
nodig.
Nativisme: sommige kennis is aangeboren
Dualistisch interactionisme: geest en lichaam interageren met elkaar: het lichaam is niet louter
slaaf van onze geest -> lichaam kan ook invloed hebben op onze geest, ons denken, ons voelen…
Met de pijnappelklier (hypofyse) als centrum!
Menselijk lichaam is een machine dat bestudeerd kan worden
In Engeland kreeg het empirisme (17e eeuw) veel invloed. Hobbes was de grondlegger, maar het werd door
Locke verspreid.
- Observatie is noodzakelijk ( rationalisme)
- Geest komt tot stand via sensorische processen en is dus niet aangeboren
- Tabula rasa
- Geest kan bestudeerd worden
- Een belangrijk principe van het empirisme is het associationisme: Hogere orde kennis komt tot
stand via associaties van eenvoudige ideeën (van lagere orde kennis). Als twee
concepten/gebeurtenissen tegelijk ervaren worden, worden die mentaal geassocieerd
3. DARWIN (19 E EEUW) EN DE EVOLUTIETHEORIE
Charles Darwin beschrijft zijn evolutietheorie in ‘the origin of the species’ (1859). Door middel van zijn
theorie weet men dat de mens afkomstig is uit vroegere levensvormen. De evolutie wordt bepaald door
enkele dingen:
- Belang van toevallige omstandigheden
- Genetische variatie en natuurlijke selectie
- Survival of the fittest: soorten die zich best aanpassen hebben meer succes (meer kans om te
overleven)
2
,Belangrijk voor de psychologie hierin is dat mensen zijn ontstaan uit dieren. Bijgevolg kunnen dieren ons
iets leren over de mens -> start van de comparatieve psychologie. Het benadrukt ook nog eens dat de
mens onderhevig is aan de natuurwetten;
DE EERSTE SCHOLEN VAN DE PSYCHOLOGIE
EUROPA VERENIGDE STATEN
Wundt – structuralisme Functionalisme
Binet - toegepaste psychologie Behaviorisme
Freud - psychoanalyse Cognitieve psychologie
1. WUNDT – STRUCTURALISME
Wilhelm Wundt maakt het eerste psychologisch laboratorium in 1879 in Leipzig, Duitsland. In de VS doet
Titchener hem na. Ze deden onderzoek naar de elementen van het bewustzijn en kwamen tot de
conclusie dat elk complex proces kan gereduceerd worden tot een combinatie van elementaire
componenten. Als methode gebruikte ze hiervoor Analytische introspectie.
Titchener over pijn (ter illustratie) zie ppt
Er kwam ook heel wat kritiek op het structuralisme. Men vond het weinig praktisch en dus tijdrovend,
maar ook onbetrouwbaar en subjectief. Vanaf de 1920s verdween het naar de achtergrond. Vandaag de
dag vormt het nog steeds de basis van veel theorieën, vooral in de cognitieve psychologie.
2. BINET – TOEGPASTE PSYCHOLOGIE
Het onderzoek van Binet (zie Binet-Simontest) is een toegepast onderzoek -> oplossingen zoeken voor
een praktisch probleem. Dit staat tegenover een fundamenteel onderzoek waar er wordt geprobeerd het
fenomeen te begrijpen en een theorie te ontwerpen.
3. FREUD – PSYCHOANALYSE
Sigmund Freud was een psychiater-arts uit Wenen. Hij vond observeerbaar gedrag en bewustzijn slechts
oppervlakkige fenomenen en hield zich vooral bezig met het onbewuste. Hij stelde dat psychologische
problemen in volwassenheid teruggaan op vroegkinderlijke ervaringen die verdrongen zijn. Hij onderzocht
het door: analyse van ‘vergissingen’, droomduiding, vrije associatie (1 woord zeggen & alles opnoemen
wat je eraan doet denken)…
Freud kreeg kritiek omdat zijn methoden vaag en niet echt toelaatbaar waren, maar ook omdat zijn case-
studies van patiënten onsystematisch gebeurden.
4. FUNCTIONALISME
Wundt had veel Amerikaanse studenten die bij hun terugkeer naar hun thuisland allemaal een
laboratorium oprichtten. Echter leggen ze veel minder nadruk op de structuur van de geest en vinden ze
het veel belangrijker om te weten hoe iets functioneert. Het functionalisme werd vooral toegepast in het
onderwijs en in de arbeidscontext (bevordering productie) (zie filmpje Hawthorne effect).
William James kan men beschouwen als de vader van de Amerikaanse psychologie. Hij schreef het boek
‘principles of psychology – stream of consciousness’. Hij was duidelijk niet geïnteresseerd in de
3
, structurele elementen, zoals Wundt, van bewustzijn. Hij zag het bewustzijn als een stroom van
gedachten, herinneringen…
James legde ook veel meer nadruk op gedrag, dan Wundt. Hij gebruikte wel nog veel de Introspectie-
methode. Voor het eerst gebruikte men veel meer verschillende studiepopulaties en had men interesse in
de individuele verschillen tussen mensen. Hier is de differentiële psychologie ontstaan.
Volgens James moest psychologie zich vooral bezighouden met het oplossen van praktische problemen.
5. BEHAVIORISME
Het behaviorisme gebruikte als eerst de exact wetenschappelijke methode. Deze stroom werd sterk
beïnvloed door de evolutieleer: ‘vooral aangepast gedrag is van belang (om te overleven’.
Gedrag is direct observeerbaar:
Reactie op structuralisme: afzetten tegen introspectie -> gedrag als enige studieobject
Reactie op functionalisme: studie van de geest onmogelijk -> bv. ‘agressie’ is niet te bestuderen,
enige houvast is het aantal gevechten waarin persoon terecht geraakt
In het behaviorisme gebeurden veel leeronderzoeken. De bekendste zijn die van Skinner ’S-R onderzoek’
(20e eeuw) en Watson ‘Little Albert
experiment’
In behaviorisme zijn experimenteel
onderzoek en systematische observatie van
groot belang. Vandaag de dag bestaat het
behaviorisme nog steeds, maar beperkter en
‘verruimd’. De basismethodes en
psychologische principes van het
behaviorisme zijn nog steeds zeer actueel ->
experimentele psychologie
6. COGNITIEVE PSYCHOLOGIE
In de jaren 60-70 wordt de computer
uitgevonden. Tot dan was er een homenculus: manifestatie van vrije wil in de hersenen (~ de geest in de
machine). De computer leidde tot het inzicht dat een homenculus niet nodig is. Bv; een thermostaat;
doelgerichtheid zonder homenculus maar met een feedbackmechanisme)
Langs zintuigen komt er informatie binnen, die in de hersenen verwerkt wordt, daarna volgt er een output.
De info kan wel/niet opgeslagen worden in hersenen.
Mens als informatieverwerker
Methode: exact wetenschappelijke methoden van de behavioristen worden behouden
Psychologie vandaag:
Invloeden ‘oude’ scholen nog merkbaar, maar meer integratie (divers)
Neurowetenschappen
Biopsychosociaal model
4
DR. V. JELINCIC LES 1: WAT IS PSYCHOLOGIE?
WAT IS PSYCHOLOGIE?
Psychologie is een wetenschappelijke discipline die mentale processen en gedrag bij zowel mensen als
dieren bestudeert.
- Mentale processen: wat we uit een bepaald gedrag kunnen afleiden
- Gedrag: wat we meten en bestuderen
Cognitieve psychologie, neuropsychologie Comparatieve psychologie
= vergelijken van mens & dier
Proeven op mensen & dieren om conclusies te Dieren bestuderen om conclusies te trekken over
trekken over het menselijk gedrag. de evolutie van dierlijk en menselijk gedrag.
Psychologie is een wetenschappelijke discipline die
mentale processen en gedrag bij zowel mensen als
dieren bestudeert.
Wetenschappelijk psychologie:
- Toetsbare en falsifieerbare methoden
- Systematische observaties
- Openbaar maken van bevindingen, data…
Circulaire methode is heel belangrijk id
wetenschap
Zie ppt voor voorbeeld!
VOORLOPERS VAN DE PSYCHOLOGIE
Psychologie is een wetenschap met een lang verleden, maar korte geschiedenis. In de oudheid dachten
filosofen al na over psychologie. Denk maar aan Plato: “de mens is een tabula rasa”(leren) en Socrates: “
elke ziel een vogelkooi” (geheugen, kennis). Men dacht toen na op een intuïtieve, niet-wetenschappelijke
manier waarbij de rede boven de observatie stond. Pas in de 19e eeuw werd het echt wetenschappelijk.
De twee belangrijkste redenen waarom het zo lang duurde waren de complexiteit van het ontwerp en de
relatie mensbeeld-religie. Volgens de kerk ( de grote machthebber destijds) was de menselijke ziel uniek,
niet aards!
1. TOENEMEND BELANG VAN WETENSCHAP IN DE MAATSCHAPPIJ
1
,In de middeleeuwen had de Kerk een centrale rol. Na de val van het Romeinse rijk werd de katholieke kerk
de enige instantie die onderwijs stimuleerde. Logischerwijs werd de nadruk gelegd op de geloofswaarden
die zeiden dat de menselijke ziel een voorwerp van het goddelijke waren en hierbij dus niet iets om te
bestuderen. Deze gedachtegang hield stand tot de reformatie in de 16e eeuw.
De reformatie (= splitsing in de rooms-katholieke kerk tussen het christendom en protestantisme) en
wetenschappelijke revolutie liepen gelijktijdig. Copernicus was hierin een katalysator. Hij gooide het oude
idee van het geocentrisme (aarde centraal) de deur uit en verving dit met het heliocentrisme (zon
centraal). Dit had als gevolg:
- De aarde, dus de mensen, waren niet langer het centrum van het heelal
- De mens is ook onderworpen aan natuurwetten en kan (mag) het voorwerp van studie zijn
Galilei en Newton ontdekten de eerste wetenschappelijk wetmatigheden in fysica en
wiskunde
Wetenschappen en techniek kenden een enorme groei vanaf de 18e eeuw. De methodes binnen deze
twee domeinen hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de psychologie.
2. ONTWIKKELINGEN IN DE FILOSOFIE
Plato en de Katholieke Kerk gingen uit van het dualisme: lichaam en geest zijn gescheiden. In de 17e eeuw
weerlegde de Franse filosoof Descartes deze theorie:
Rationalisme: de waarheid kan afgeleid worden via de rede, door na te denken. Observatie is niet
nodig.
Nativisme: sommige kennis is aangeboren
Dualistisch interactionisme: geest en lichaam interageren met elkaar: het lichaam is niet louter
slaaf van onze geest -> lichaam kan ook invloed hebben op onze geest, ons denken, ons voelen…
Met de pijnappelklier (hypofyse) als centrum!
Menselijk lichaam is een machine dat bestudeerd kan worden
In Engeland kreeg het empirisme (17e eeuw) veel invloed. Hobbes was de grondlegger, maar het werd door
Locke verspreid.
- Observatie is noodzakelijk ( rationalisme)
- Geest komt tot stand via sensorische processen en is dus niet aangeboren
- Tabula rasa
- Geest kan bestudeerd worden
- Een belangrijk principe van het empirisme is het associationisme: Hogere orde kennis komt tot
stand via associaties van eenvoudige ideeën (van lagere orde kennis). Als twee
concepten/gebeurtenissen tegelijk ervaren worden, worden die mentaal geassocieerd
3. DARWIN (19 E EEUW) EN DE EVOLUTIETHEORIE
Charles Darwin beschrijft zijn evolutietheorie in ‘the origin of the species’ (1859). Door middel van zijn
theorie weet men dat de mens afkomstig is uit vroegere levensvormen. De evolutie wordt bepaald door
enkele dingen:
- Belang van toevallige omstandigheden
- Genetische variatie en natuurlijke selectie
- Survival of the fittest: soorten die zich best aanpassen hebben meer succes (meer kans om te
overleven)
2
,Belangrijk voor de psychologie hierin is dat mensen zijn ontstaan uit dieren. Bijgevolg kunnen dieren ons
iets leren over de mens -> start van de comparatieve psychologie. Het benadrukt ook nog eens dat de
mens onderhevig is aan de natuurwetten;
DE EERSTE SCHOLEN VAN DE PSYCHOLOGIE
EUROPA VERENIGDE STATEN
Wundt – structuralisme Functionalisme
Binet - toegepaste psychologie Behaviorisme
Freud - psychoanalyse Cognitieve psychologie
1. WUNDT – STRUCTURALISME
Wilhelm Wundt maakt het eerste psychologisch laboratorium in 1879 in Leipzig, Duitsland. In de VS doet
Titchener hem na. Ze deden onderzoek naar de elementen van het bewustzijn en kwamen tot de
conclusie dat elk complex proces kan gereduceerd worden tot een combinatie van elementaire
componenten. Als methode gebruikte ze hiervoor Analytische introspectie.
Titchener over pijn (ter illustratie) zie ppt
Er kwam ook heel wat kritiek op het structuralisme. Men vond het weinig praktisch en dus tijdrovend,
maar ook onbetrouwbaar en subjectief. Vanaf de 1920s verdween het naar de achtergrond. Vandaag de
dag vormt het nog steeds de basis van veel theorieën, vooral in de cognitieve psychologie.
2. BINET – TOEGPASTE PSYCHOLOGIE
Het onderzoek van Binet (zie Binet-Simontest) is een toegepast onderzoek -> oplossingen zoeken voor
een praktisch probleem. Dit staat tegenover een fundamenteel onderzoek waar er wordt geprobeerd het
fenomeen te begrijpen en een theorie te ontwerpen.
3. FREUD – PSYCHOANALYSE
Sigmund Freud was een psychiater-arts uit Wenen. Hij vond observeerbaar gedrag en bewustzijn slechts
oppervlakkige fenomenen en hield zich vooral bezig met het onbewuste. Hij stelde dat psychologische
problemen in volwassenheid teruggaan op vroegkinderlijke ervaringen die verdrongen zijn. Hij onderzocht
het door: analyse van ‘vergissingen’, droomduiding, vrije associatie (1 woord zeggen & alles opnoemen
wat je eraan doet denken)…
Freud kreeg kritiek omdat zijn methoden vaag en niet echt toelaatbaar waren, maar ook omdat zijn case-
studies van patiënten onsystematisch gebeurden.
4. FUNCTIONALISME
Wundt had veel Amerikaanse studenten die bij hun terugkeer naar hun thuisland allemaal een
laboratorium oprichtten. Echter leggen ze veel minder nadruk op de structuur van de geest en vinden ze
het veel belangrijker om te weten hoe iets functioneert. Het functionalisme werd vooral toegepast in het
onderwijs en in de arbeidscontext (bevordering productie) (zie filmpje Hawthorne effect).
William James kan men beschouwen als de vader van de Amerikaanse psychologie. Hij schreef het boek
‘principles of psychology – stream of consciousness’. Hij was duidelijk niet geïnteresseerd in de
3
, structurele elementen, zoals Wundt, van bewustzijn. Hij zag het bewustzijn als een stroom van
gedachten, herinneringen…
James legde ook veel meer nadruk op gedrag, dan Wundt. Hij gebruikte wel nog veel de Introspectie-
methode. Voor het eerst gebruikte men veel meer verschillende studiepopulaties en had men interesse in
de individuele verschillen tussen mensen. Hier is de differentiële psychologie ontstaan.
Volgens James moest psychologie zich vooral bezighouden met het oplossen van praktische problemen.
5. BEHAVIORISME
Het behaviorisme gebruikte als eerst de exact wetenschappelijke methode. Deze stroom werd sterk
beïnvloed door de evolutieleer: ‘vooral aangepast gedrag is van belang (om te overleven’.
Gedrag is direct observeerbaar:
Reactie op structuralisme: afzetten tegen introspectie -> gedrag als enige studieobject
Reactie op functionalisme: studie van de geest onmogelijk -> bv. ‘agressie’ is niet te bestuderen,
enige houvast is het aantal gevechten waarin persoon terecht geraakt
In het behaviorisme gebeurden veel leeronderzoeken. De bekendste zijn die van Skinner ’S-R onderzoek’
(20e eeuw) en Watson ‘Little Albert
experiment’
In behaviorisme zijn experimenteel
onderzoek en systematische observatie van
groot belang. Vandaag de dag bestaat het
behaviorisme nog steeds, maar beperkter en
‘verruimd’. De basismethodes en
psychologische principes van het
behaviorisme zijn nog steeds zeer actueel ->
experimentele psychologie
6. COGNITIEVE PSYCHOLOGIE
In de jaren 60-70 wordt de computer
uitgevonden. Tot dan was er een homenculus: manifestatie van vrije wil in de hersenen (~ de geest in de
machine). De computer leidde tot het inzicht dat een homenculus niet nodig is. Bv; een thermostaat;
doelgerichtheid zonder homenculus maar met een feedbackmechanisme)
Langs zintuigen komt er informatie binnen, die in de hersenen verwerkt wordt, daarna volgt er een output.
De info kan wel/niet opgeslagen worden in hersenen.
Mens als informatieverwerker
Methode: exact wetenschappelijke methoden van de behavioristen worden behouden
Psychologie vandaag:
Invloeden ‘oude’ scholen nog merkbaar, maar meer integratie (divers)
Neurowetenschappen
Biopsychosociaal model
4