Publieke prestaties, Moore
Creating Public Value: strategisch handelen voor publieke waarde.
Recognizing Public Value: het herkennen van publieke waarde in de praktijk -> strategisch raamwerk
Hoofdstuk 1. De uitdaging van het definiëren en herkennen van publieke waarde
Casus:
Het schijnbare succes van Bratton bij het managen van de NYPD om misdaad, angst en wanorde te
verminderen, valt op als een overtuigend voorbeeld van waarde creërend openbaar management.
Tijdens een lezing bracht Bratton in een paar korte zinnen de operaties van de NYPD in de normatieve
en technische context van het management van de particuliere sector. Hij importeerde drie belangrijke
concepten van de private naar de publieke sector:
- Winst -> complexer in de publieke sector
- Klanten -> niet gelijk in de private en publieke context
- Privaat: vrijwillig betalen voor goed/dienst
- Publiek: collectieve belastingbetalers die vrijwillig (hulp) of door dwang (boete) betalen.
- Concurrenten: niet concurrerend in de publieke context.
Waarnemingen bij het zien overgaan van het beheer van de particuliere sector naar de publieke sector.
- Publieke managers lijken meer gericht te zijn op het managen naar buiten toe om resultaten te
behalen: inkomsten verdienen om winst te genereren.
- Managers in de publieke sector slagen erin om een systeem van verantwoording te bereiken dat
meer aandacht besteedt aan de naleving van beleid en procedures dan aan het bereiken van gewenste
maatschappelijke resultaten.
- De hoeveelheid informatie over organisatorische activiteiten en prestaties die direct beschikbaar en
toegankelijk is, is veel groter en wordt veel systematischer gebruikt in de particuliere sector dan in het
publiek.
Conceptuele verwarring:
- Financiële winst versus gereduceerde misdaad -> publieke winst omvat niet alleen de geproduceerde
financiële waarde, maar ook de kosten om die waarde te produceren zoals sociale kosten.
- Klanten versus het publiek -> de klant in de publieke sector is een geaggregeerde, collectieve groep in
plaats van een individu.
- Concurrenten versus criminele overtreders -> in de particuliere sector zijn concurrenten niet degenen
die de markt creëren, maar alternatieve leveranciers van de goederen en diensten die het hart van het
bedrijf vormen.
Het wijdverbreide gebruik van deze concepten komt waarschijnlijk voort uit een publiek verlangen naar
een eenvoudige bottom line om de prestaties van overheidsinstanties te beoordelen. Toch zijn er
verschillen in context:
- Private versus publieke waarde -> de samenleving verwacht van publieke instellingen die ze creëert
een ander soort waarde. De bottom line is niet of ze meer inkomsten genereren dan kosten, maar of ze
voldoen aan de verwachtingen van burgers tegen de laagst mogelijke kosten qua geld en gezag.
- Private financiering versus publieke bronnen -> i.p.v. kapitaal van investeerders te mobiliseren voor
lange termijn winsten juist financiële middelen mobiliseren door te beloven waardevolle sociale
resultaten te bereiken en door het belasten van hun inkomen, aankopen en eigendom. Keuzes hierbij
worden gemaakt door collectieve besluitvorming om individuen te verplichten bij te dragen i.p.v.
gewillige klanten of individuele transacties.
, - Individuele versus collectieve beoordelaars van waarde -> waarde wordt niet meer bepaalt door
individuen die beslissen over besteding van hun eigen geld, maar door burgers gezamenlijk
gedefinieerde sociale doelen. Het volk bepaalt nu de waarde i.p.v. individuen die goederen kopen.
- Vrijwillige versus onvrijwillige transacties -> publieke sector verwacht vrijwillige transacties maar
vertrouwd ook op openbare instanties om via hun macht individuen en bedrijven te dwingen voor een
bijdrage als dit nodig is, de private sector maakt gebruik van investeerders die aandelen kopen.
- Efficiëntie en effectiviteit versus rechtvaardigheid en eerlijkheid -> de private sector vraagt zich af of
bedrijven hun materiële activa efficiënt en effectief hebben gebruikt, bij de publieke sector kijkt men
naar staatsgezag om geld voor doelen in te zamelen en heeft dit gevolgen voor de manier waarop
burgers de prestaties van de overheid evalueren. Hierbij kijken ze ook naar rechtvaardigheid en
eerlijkheid.
Om publieke waarden te creeëren en meten is er een schema nodig die de specifieke dimensies van
waarde kan noemen die een organisatie geacht wordt na te streven, en de verschillende soorten
kosten die gemaakt worden bij het nastreven van die waarden. De basis hiervan ligt bij een duidelijke
missie. Deze public value account omvat onder andere:
- Opbrengsten (bijv criminaliteitsdaling)
- Kosten -> financiële + sociale)
- Onbedoelde negatieve en positieve gevolgen -> neveneffecten
- Klanttevredenheid -> directe begunstigden + aan wie verplichtingen worden opgelegd
- Rechtvaardigheid en eerlijkheid -> belangrijk zodra de overheid staatsgezag inschakelt.
= Maar omvat moeilijk meetbare elementen (eerlijkheid) en is politiek beladen (wat is waardevol).
Visies van waarde:
Utilitarisme = het grootste geluk voor het grootste aantal mensen.
Deontologie = de morele juistheid staat centraal, niet alleen het eindresultaat of de winst.
Waarden worden geïdentificeerd als min of meer openbaar, waarbij collectieve waardebeoordelingen
meer legitimiteit hebben als definitie van publieke waarde dan individuele ideeën van publieke waarde
Het doel is niet om financiële winst te genereren of om individuele cliënten tevreden te stellen, maar
om te voldoen aan de eisen van burgers en hun vertegenwoordigers wanneer zij een dergelijk idee van
publieke waarde voor een publieke organisatie op een bepaalde tijd definiëren.
Hoofdstuk 2. Strategisch gebruik van de Public Value Scorecard
Casus:
Toen Anthony Williams tot burgemeester van Washington D.C. werd gekozen erfde hij een stad die na
jaren van weinig of geen kapitaalinvesteringen niet consequent basisdiensten aan haar burgers kon
leveren. Er kwam wetgeving dat geld opleverde, maar dit ontnam de burgemeester belangrijke
bevoegdheden en droeg het gezag over. Daarom kwam Williams met het idee van identity of interests
en introduceerde scorecards. Zo ging hij prestatiemeting van de private sector toepassen in een
overheidscontext als strategisch instrument.
Twee soorten:
- Publieke waarde rekening = Public Value Account (PVA) -> gericht op het verleden
- Publieke waarde scorekaart = Public Value Scorecard (PVS) -> gericht op het verleden en de toekomst