Hoofdstuk 25
Thermofysiologie = reguleren van lichaamstempratuur
Exotherme / homeotherme = vogels en zoogdieren → eigen warmte regulatie
Endotherme / poikilotherme = reptielen en insecten → afhankelijk van buiten tempratuur
Kippenvel = rudimentaire reactie, geen nut meer door te weinig haar.
Hypothalamus = thermostaat van het lichaam → centrale regulatie. Kan warmte productie niet
uitzetten maar wel remmen. Hypothalamus reageert door negatieve feedback via:
- Thermische receptoren in de huid = early warning systeem
- Wisseling van tempratuur in het bloed dat stroomt door de anterior portion. Hier wordt
posterior hypothalamus (↑warmteproductie) of de anterior hypothalamus (↓warmteproductie)
geactiveerd = primair monitor systeem.
Stimulatie van de huid thermische receptoren zorgt voor vrijwel een directe vasoconstrictie van
perifere bloedvaten.
Factoren voor kerntempratuur veranderingen
- Straling → verlies/opname warmte door elektrische warmtegolven
- Geleiding → verlies/opname warmte door contact met object
- Convectie (stroming) → verlies/opname warmte door transport via gassen
- Verdampen
- Basaal rust metabolisme
- Spier activiteit → zorgt voor de hoogste warmteproductie
- Hormonen → Epinephrine, Norepininephrine en bij langdurige kou Thyronixe.
- Thermische effecten van voeding
- Houdingsverandering
- Omgeving
Tempratuur regulatie mechanisme mensen
Hitte → goed acclimatiserend vermogen
- Vasodilatatie → hierdoor: straling, geleiding en convectie
- Zweet verdampen
Kou → slecht acclimatiserend vermogen
- Vasoconstrictie
- Rillen
- Hormoon productie
- Bruin vet → bestaat uit veel mitochondriën, hiermee kan warmte geproduceerd worden.
Straling, geleiding en convectie wordt ook gebruikt bij warmte opnamen. Denk maar aan opwarmen in
de zon. Echter is dit geen regulatie mechanisme, dit gebeurt ten alle tijden, ook zonder invloed van de
hypothalamus
Boven de 37°C heeft straling, geleiding en conductie bijna geen nut. Dit omdat warmte alleen
afgegeven wordt aan een koudere omgeving.
Mate van conductie hangt af van
- Tempratuur verschil huid vs. object
- Thermische eigenschappen oppervlakte
Mensen maken ± 100 (ligt aan lengte) watt warmte in rust door metabole processen. Rillen kan dit
verhogen tot ± 400 watt warmte.
Zweten verkoeld het lichaam mits het kan verdampen. Elke liter vocht dat verdampt wordt levert 580
Kcal aan verkoeling op.
Factoren die van invloed zijn op zweetproductie:
- Oppervlakte dat is blootgegeven aan de omgeving
- Tempratuur en luchtvochtigheid van de omgeving
- Luchtstroom langs de huid
Thermofysiologie = reguleren van lichaamstempratuur
Exotherme / homeotherme = vogels en zoogdieren → eigen warmte regulatie
Endotherme / poikilotherme = reptielen en insecten → afhankelijk van buiten tempratuur
Kippenvel = rudimentaire reactie, geen nut meer door te weinig haar.
Hypothalamus = thermostaat van het lichaam → centrale regulatie. Kan warmte productie niet
uitzetten maar wel remmen. Hypothalamus reageert door negatieve feedback via:
- Thermische receptoren in de huid = early warning systeem
- Wisseling van tempratuur in het bloed dat stroomt door de anterior portion. Hier wordt
posterior hypothalamus (↑warmteproductie) of de anterior hypothalamus (↓warmteproductie)
geactiveerd = primair monitor systeem.
Stimulatie van de huid thermische receptoren zorgt voor vrijwel een directe vasoconstrictie van
perifere bloedvaten.
Factoren voor kerntempratuur veranderingen
- Straling → verlies/opname warmte door elektrische warmtegolven
- Geleiding → verlies/opname warmte door contact met object
- Convectie (stroming) → verlies/opname warmte door transport via gassen
- Verdampen
- Basaal rust metabolisme
- Spier activiteit → zorgt voor de hoogste warmteproductie
- Hormonen → Epinephrine, Norepininephrine en bij langdurige kou Thyronixe.
- Thermische effecten van voeding
- Houdingsverandering
- Omgeving
Tempratuur regulatie mechanisme mensen
Hitte → goed acclimatiserend vermogen
- Vasodilatatie → hierdoor: straling, geleiding en convectie
- Zweet verdampen
Kou → slecht acclimatiserend vermogen
- Vasoconstrictie
- Rillen
- Hormoon productie
- Bruin vet → bestaat uit veel mitochondriën, hiermee kan warmte geproduceerd worden.
Straling, geleiding en convectie wordt ook gebruikt bij warmte opnamen. Denk maar aan opwarmen in
de zon. Echter is dit geen regulatie mechanisme, dit gebeurt ten alle tijden, ook zonder invloed van de
hypothalamus
Boven de 37°C heeft straling, geleiding en conductie bijna geen nut. Dit omdat warmte alleen
afgegeven wordt aan een koudere omgeving.
Mate van conductie hangt af van
- Tempratuur verschil huid vs. object
- Thermische eigenschappen oppervlakte
Mensen maken ± 100 (ligt aan lengte) watt warmte in rust door metabole processen. Rillen kan dit
verhogen tot ± 400 watt warmte.
Zweten verkoeld het lichaam mits het kan verdampen. Elke liter vocht dat verdampt wordt levert 580
Kcal aan verkoeling op.
Factoren die van invloed zijn op zweetproductie:
- Oppervlakte dat is blootgegeven aan de omgeving
- Tempratuur en luchtvochtigheid van de omgeving
- Luchtstroom langs de huid