Hoofdstuk 10 (p.4 en p.5): de leeftijdsgrenzen
4). De bovengrens omlaag
Er kan worden afgeweken van de leeftijdsnormen en regels die daarbij horen. Zo kan de bovengrens van 18
jaar omlaag worden gehaald, waardoor ook 16- en 17-jarigen volgens het gewone strafrecht kunnen worden
berecht. Tot 1995 kon pas worden overgegaan op het commune strafrecht, wanneer dit op grond van de ernst
van het feit en de persoonlijkheid kon. Tegenwoordig is één van de genoemde criteria in artikel 77b Sr al
voldoende.er is dus sprake van een aanzienlijke verruiming van mogelijkheden.
Ook kan bijvoorbeeld worden afgeweken van regels, zoals het beginsel van zaken van minderjarigen achter
gesloten deuren behandelen, indien naar oordeel ‘het belang van de openbaarheid van de zitting zwaarder
moet wegen dat het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de verdachte, diens
medeverdachte, ouder, voogd’. In zo’n geval wordt het typerende beschermingsbeginsel terzijde gelegd.
Er heerst een dalende lijn wat betreft de toepassing van het commune strafrecht op jeugdigen. In 1995 werd
dit bij 15% van de jeugdige verdachten toegepast, terwijl dit in 2004 nog maar 1,2% was. De dalende lijn heeft
zich inmiddels verder voortgezet. Dit komt door de verzwaring van strafmaxima in 1995, waardoor de rechter
voldoende handvatten heeft, waardoor hij het steeds minder noodzakelijk acht gebruik te maken van de
mogelijkheid het gewone strafrecht toe te passen.
Kinderrechtenorganisaties komen op voor het feit dat het gewone strafrecht gebruiken voor minderjarigen in
strijd is met het principe van het Kinderrechtenverdrag, welke stelt dat alle personen onder de 18 in
aanmerking moeten komen voor speciale maatregelen en procedures. Daartegenover zorgt de handhaving van
artikel 77b Sr ervoor dat er een laag sanctiemaximum voor de jeugdcriminaliteit kan worden gehandhaafd,
waarmee ook kan worden voorkomen dat minderjarigen vanwege uitzicht op lage jeugdsancties relatief
gemakkelijk kunnen worden ingezet in de zware georganiseerde misdaad. Bovendien wordt het commune
strafrecht in Nederland nauwelijks toegepast.
4.1). De VS
In de VS wordt dit echter veel vaker gedaan. In sommige staten ligt de bovengrens bij 17 jaar, maar in andere
staten kunnen jeugdigen al vanaf 10 jaar oud volgens het commune strafrecht vervolgd worden. Wanneer
kinderen worden verdacht van een moord, worden ze in sommige staten zonder uitzondering vervolgd volgens
het commune strafrecht, ongeacht hun leeftijd. Dit is onderdeel van het get tough on crime klimaat, wat eind
jaren ’70 ontstond en in de jaren ’80 werd versterkt door berichten over toenemend ernstig geweld en
bendevorming onder een deel van de jeugd. Dit klimaat is niet bijgesteld, ook niet toen in de loop der jaren de
jeugdcriminaliteit afnam. Hierbij speelt het feit dat jeugddetentie duurder is dan de gewone gevangenis een
rol. In de VS wordt tot op het heden ongeveer 1/5 van de jongeren volgens het commune strafrecht berecht.
In de VS komen een aantal schendingen van het IVRK bij jeugdigen verdachten voor:
1. Over het algemeen zijn er openbare zittingen
2. Kinderen kunnen extreem zware straffen krijgen (waaronder levenslang)
o De doodstraf is recent afgeschaft, maar kon tot voor kort nog wel worden opgelegd
,4.2). Europa
In Nederland mag alleen de meervoudige kamer zwaardere beslissingen maken. Dat is niet overal zo. In Europa
kennen we twee verschillende strategieën wat betreft zeer ernstige misdrijven die gepleegd zijn door
minderjarigen:
1. Flexibel model: een beweeglijke bovengrens wordt gekoppeld aan relatief lage maxima binnen het
jeugdstrafrecht.
o Een meerderheid van de jongeren is hiermee verzekerd van een vrij lage straf.
o In dit model worden echter uitzonderingen gemaakt voor de zeer ernstige gevallen.
o Gebruikt in bv. Nederland, België, Frankrijk en Engeland.
Frankrijk: tot de helft van de ‘gewone’ maximumstraf (tot max. 20 jaar).
Engeland: openbare behandeling en een gewoon strafproces. In praktijk kan een levenslange
straf worden opgelegd.
2. Strikt model: een vaste bovengrens wordt gekoppeld aan relatief hoge maxima binnen het
jeugdstrafrecht.
o Berechting volgens het gewone strafrecht wordt uitgesloten en mag niet.
o Zeer ernstige misdrijven worden binnen het jeugdstrafrecht behandeld, via de hoge maxima voor
bepaalde delicten.
o Gebruikt in bv. Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland.
Duitsland: maximum van 10 jaar jeugddetentie. Ondergrens van 14 jaar.
Oostenrijk: maximum is de helft van de ‘gewone’ maximumstraf in het commune strafrecht.
Bij een zeer ernstig misdrijf kan jeugddetentie tot 10 jaar lang worden opgelegd voor 14-16
jaar en van 15 jaar voor 16-18 jaar. Ondergrens van 14 jaar. Er is een apart
jongvolwassenstrafrecht, maar overstap commune strafrecht dus niet mogelijk.
Zwitserland: ondergrens van 10 jaar, maar pas vanaf 15 jaar sancties opleggen. Maximale
vrijheidsstraf is 1 jaar en vanaf 16 jaar is dit 4 jaar.
5). De bovengrens omhoog
Jongvolwassen daders die ten tijde van het delict 18-21 jaar oud waren, konden volgens het jeugdrecht
worden berecht. In Nederland kan dit worden toegepast tussen de 18 en 23 jaar oud. Dit wordt niet vaak
gedaan, want het komt vooral voor bij meerderjarigen met een LVB. Sinds 2014 is in Nederland het
adolescentenstrafrecht ingevoerd. De maximumleeftijd is toen van 21 naar 23 jaar gegaan.
, Hoofdstuk 11: jongvolwassenen en jeugdstrafrecht
1). Inleiding
In Duitsland geldt het adolescentenstrafrecht alleen van 18-21 jaar, maar daar wordt het wel veel vaker
toegepast, namelijk bij zo’n twee derde. In Duitsland is het uitgangspunt dan ook ‘jeugdrecht, tenzij…’. In
Nederland loopt het adolescentenstrafrecht van de 18-23 jaar, maar in Nederland is het gebruik hiervan niet
het uitgangspunt. De biologische leeftijd blijft richtinggevend. Er wordt uitgegaan van het commune strafrecht
en wordt toepassing van het jeugdstrafrecht als atypisch strafrecht beschouwd. Sinds 2014 blijkt dat het maar
bij 6% van de jongvolwassenen wordt toegepast.
2). Achtergrond
Emerging adulthood (Jeffrey Arnett) bestaat uit het idee dat er sinds de Tweede Wereldoorlog een aparte
levensfase tussen de 18 en midden 20 is ontstaan, ook wel de jongvolwassenheid genoemd. Zij
experimenteren met volwassen rollen, maar hoeven daarvoor nog niet de volledige verantwoordelijkheid te
nemen. Er wordt veel opengelaten, terwijl er ook veel ingrijpende veranderingen plaatsvinden. Vaste rollen
worden langduriger uitgesteld.
Statistieken over 18-jarigen: Statistieken over 28-jarigen:
- 80% woont nog thuis - 90% woont op zichzelf
- 1% is getrouwd - 70% woont samen
- 1% heeft een kind - 40% heeft een kind
Dit fenomeen geldt ook voor veelplegers: jeugdige veelplegers gaan na hun 18 e nog een aantal jaren door met
hun routineuze levenswijze, maar zijn daar eind 20 mee gestopt. Daarnaast komen de meeste mannen pas
rond hun 20e voor het eerst in aanraking met de politie en justitie, terwijl adult-onset- daders daar eind 20
weer mee stoppen. De jongvolwassenheid kan dus ook wel als een experimentele levensfase worden gezien.
Voordelen jeugdstrafrecht:
1. Modaliteiten van het jeugdstrafrecht
o Materieel: lichtere maximumsancties, pedagogisch karakter en accent maatwerk.
o Formeel: sterke accent op bescherming in het strafproces.
2. Voorlopige hechtenis kan plaatsvinden in een JJI
o Een jeugdige verdacht dient 77 uur per week deel te nemen aan gemeenschappelijke activiteiten,
wat kan bijdragen aan resocialisatie.
In het Huis van Bewaring (volwassenen) zijn er geen verplichtingen hiertoe.
3. Mogelijkheid civielrechtelijk reageren
o Wanneer problematiek verdachte daar aanleiding toe geeft.
Het commune strafrecht geeft hier nauwelijks aanknopingspunten voor.
3). Wegingskader
Het Wegingskader adolescentenstrafrecht 18- tot 23-jarigen is ontwikkeld voor de advisering door de
reclassering. Dit is geen besluitvormingsinstrument, maar een hulpmiddel voor een reclasseerder bij diens
advisering van de OvJ en de RC. Het is bedoeld als structurering van de overweging om het jeugdstrafrecht toe
te passen. Het kader bestaat uit meerdere items, die uiteindelijk in samenhang met elkaar en in samenhang
met het onderliggende advies en//of voorgeleidingsrapportage moeten worden beoordeeld. Het kader bestaat
uit pro-indicaties voor de toepassing van het jeugdstrafrecht, maar het bevat ook een aantal contra-indicaties:
- Handelingsvaardigheden en pedagogische beïnvloeding pro-indicaties.
- Justitiële voorgeschiedenis, criminele levensstijl, psychopathische trekken en pedagogische
onmogelijkheden contra-indicaties (sterk of licht).
De rapporteur kan aangeven of zijn mening over een bepaald item zwaar weegt en ontleent weging (waar
mogelijk) aan vier bronnen:
1. Het justitiedossier
2. De quickscan van de politie
3. De RISc
4. Het LIJ
Het wegingskader kan worden gebruikt bij voorgeleiding voor de RC of als zittingsadvies voor de rechter.