1. Het heelal
Het heelal is gigantisch → afstanden meten we in lichtjaar.
Het heelal dijt uit → roodverschuiving (Doppler-effect).
Big Bang ontstond ± 13,8 miljard jaar geleden.
De Melkweg is ons sterrenstelsel (zon = een ster in de Orion-arm).
Sterren evolueren volgens hun massa:
o Lichte sterren → hoofdreeks → rode reus → witte dwerg.
o Zware sterren → superreus → supernova →
neutronenster/zwart gat.
2. Zonnestelsel
Ontstaan uit een samentrekkende gaswolk (4,6 miljard jaar
geleden).
Zon = 99% van de massa → energie via kernfusie (H → He).
8 planeten:
o Binnenste (vast): Mercurius, Venus, Aarde, Mars
(terrestrisch).
o Buitenste (gas/ijs): Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus
(gasreuzen).
Pluto is een dwergplaneet (heeft zijn baan niet schoongeveegd).
Afstanden in het zonnestelsel → AE (Aarde-Zon = 150 miljoen km).
Kometen komen uit de Kuipergordel.
Ontstaan van het heelal
1. Waarneming (1920): roodverschuiving
o Sterrenstelsels buiten de Lokale Groep verwijderen zich van
ons → licht is roodverschoven (Doppler-effect).
2. Conclusie: heelal dijt uit
o Als alles uit elkaar beweegt, stond vroeger alles veel dichter
bij elkaar.
3. Big Bang-theorie
o Door de uitdijing denkt men dat het heelal ontstond uit één
oerknal: de Big Bang, ongeveer 13 miljard jaar geleden.
o Georges Lemaître stelde deze theorie voor in 1930.
4. Modellen van de toekomst
o Open heelal → zwarte energie overheerst → heelal blijft
uitdijen.
o Gesloten heelal (Big Crunch) → massa is groot genoeg om
uitdijing om te keren → heelal krimpt opnieuw.
5. We kijken terug in de tijd
o Licht van sterren heeft tijd nodig → we zien verre sterren zoals
ze vroeger waren.
o Voorbeeld: Poolster staat 430 lichtjaar ver → we zien hem
zoals hij was in de 16de eeuw.
Het heelal is gigantisch → afstanden meten we in lichtjaar.
Het heelal dijt uit → roodverschuiving (Doppler-effect).
Big Bang ontstond ± 13,8 miljard jaar geleden.
De Melkweg is ons sterrenstelsel (zon = een ster in de Orion-arm).
Sterren evolueren volgens hun massa:
o Lichte sterren → hoofdreeks → rode reus → witte dwerg.
o Zware sterren → superreus → supernova →
neutronenster/zwart gat.
2. Zonnestelsel
Ontstaan uit een samentrekkende gaswolk (4,6 miljard jaar
geleden).
Zon = 99% van de massa → energie via kernfusie (H → He).
8 planeten:
o Binnenste (vast): Mercurius, Venus, Aarde, Mars
(terrestrisch).
o Buitenste (gas/ijs): Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus
(gasreuzen).
Pluto is een dwergplaneet (heeft zijn baan niet schoongeveegd).
Afstanden in het zonnestelsel → AE (Aarde-Zon = 150 miljoen km).
Kometen komen uit de Kuipergordel.
Ontstaan van het heelal
1. Waarneming (1920): roodverschuiving
o Sterrenstelsels buiten de Lokale Groep verwijderen zich van
ons → licht is roodverschoven (Doppler-effect).
2. Conclusie: heelal dijt uit
o Als alles uit elkaar beweegt, stond vroeger alles veel dichter
bij elkaar.
3. Big Bang-theorie
o Door de uitdijing denkt men dat het heelal ontstond uit één
oerknal: de Big Bang, ongeveer 13 miljard jaar geleden.
o Georges Lemaître stelde deze theorie voor in 1930.
4. Modellen van de toekomst
o Open heelal → zwarte energie overheerst → heelal blijft
uitdijen.
o Gesloten heelal (Big Crunch) → massa is groot genoeg om
uitdijing om te keren → heelal krimpt opnieuw.
5. We kijken terug in de tijd
o Licht van sterren heeft tijd nodig → we zien verre sterren zoals
ze vroeger waren.
o Voorbeeld: Poolster staat 430 lichtjaar ver → we zien hem
zoals hij was in de 16de eeuw.