© Kato Van de Velde
Economie:
H6: nationaal inkomen & werkgelegenheid:
6.1 de hoogte van het nationaal inkomen:
aanbodfactoren = factoren die hoogte van productiecapaciteit bepalen
lange termijn
vraagfactoren = van conjuncturele aard, vraag bepaalt of aanwezige productiecapaciteit wel
of niet volledig word benut
daalt de vraag? minder produceren & minder consumptie
stijgt de vraag? meer produceren & meer consumptie
als inkomen stijgt, stijgt ook consumptie
inkomen = consumptie + sparen
sparen = inkomen – consumptie
6.1.1 de macro – economische consumptie- & spaarvergelijking:
grootte van consumptie afhankelijk van beslissingen van consumenten
positieve correlatie tussen nationaal inkomen & consumptie
marginale consumptiequote = Cₘ
C = CₘY geeft aan hoeveel consumptieve bestedingen veranderen
∆C
toename van consumptie als inkomen toeneemt: C ₘ =
∆Y
autonome consumptie = mensen zonder inkomen moeten ook eten, kleding kopen & wonen
C = CₘY + Cₐᵤₜ
marginale spaarquote = mate waarin besparingen veranderen als inkomen verandert
∆S
Sₘ =
∆Y
6.1.2 de investeringsvergelijking:
1
, © Kato Van de Velde
grootte van investeringen afhankelijk van investeringsbeslissingen van producenten
winstverwachtingen bepalen investeringsplannen
autonome investeringen = investeringen die geen rechtstreeks verband houden met aangroei
van nationaal inkomen
geïnduceerde investeringen = wel verband tussen investeringen & nationaal inkomen
6.1.3 het evenwichtsinkomen:
effectieve vraag = bestedingsplannen van ≠ sectoren; - consumptie van gezinnen
- investeringen van bedrijven
- bestedingen van overheid
- exportvraag van buitenland
inkomensevenwicht = effectieve vraag is gelijk aan nationaal inkomen
6.1.4 de investeringsmultiplicator:
= toename nationaal inkomen gedeeld door toename van investeringen
toename investeringen leidt tot toename van inkomen
1
1−Cₘ
uitgangspunt: voorgenomen investeringen wijzigen
evenwichtsinkomen zal wijzigen bij wijziging van effectieve vraag
gevolg van veranderingen in consumptieve bestedingen van gezinnen &
investeringsgedragingen van bedrijven
extra autonome investeringen leiden tot proces van inkomenstoename waarbij men steeds
meer consumeert & spaart
6.1.5 de accelerator:
= mate waarin geïnduceerde investeringen toenemen ten gevolge van toename van nationaal
inkomen
Iᵢ
a = ∆Y of a x ∆Y = Iᵢ
toename inkomen leidt tot toename investeringen
= getal waarmee men additionele productie in bepaalde periode moet vermenigvuldigen om
daaruit voortvloeiende investeringen in volgende periode te verkrijgen
Belangrijk element in conjunctuurcyclus
6.1.6 de hoogte van het nationaal inkomen & de tewerkstelling:
Klassieken dachten dat productiecapaciteit hoogte van nationaal inkomen bepaalt
2
Economie:
H6: nationaal inkomen & werkgelegenheid:
6.1 de hoogte van het nationaal inkomen:
aanbodfactoren = factoren die hoogte van productiecapaciteit bepalen
lange termijn
vraagfactoren = van conjuncturele aard, vraag bepaalt of aanwezige productiecapaciteit wel
of niet volledig word benut
daalt de vraag? minder produceren & minder consumptie
stijgt de vraag? meer produceren & meer consumptie
als inkomen stijgt, stijgt ook consumptie
inkomen = consumptie + sparen
sparen = inkomen – consumptie
6.1.1 de macro – economische consumptie- & spaarvergelijking:
grootte van consumptie afhankelijk van beslissingen van consumenten
positieve correlatie tussen nationaal inkomen & consumptie
marginale consumptiequote = Cₘ
C = CₘY geeft aan hoeveel consumptieve bestedingen veranderen
∆C
toename van consumptie als inkomen toeneemt: C ₘ =
∆Y
autonome consumptie = mensen zonder inkomen moeten ook eten, kleding kopen & wonen
C = CₘY + Cₐᵤₜ
marginale spaarquote = mate waarin besparingen veranderen als inkomen verandert
∆S
Sₘ =
∆Y
6.1.2 de investeringsvergelijking:
1
, © Kato Van de Velde
grootte van investeringen afhankelijk van investeringsbeslissingen van producenten
winstverwachtingen bepalen investeringsplannen
autonome investeringen = investeringen die geen rechtstreeks verband houden met aangroei
van nationaal inkomen
geïnduceerde investeringen = wel verband tussen investeringen & nationaal inkomen
6.1.3 het evenwichtsinkomen:
effectieve vraag = bestedingsplannen van ≠ sectoren; - consumptie van gezinnen
- investeringen van bedrijven
- bestedingen van overheid
- exportvraag van buitenland
inkomensevenwicht = effectieve vraag is gelijk aan nationaal inkomen
6.1.4 de investeringsmultiplicator:
= toename nationaal inkomen gedeeld door toename van investeringen
toename investeringen leidt tot toename van inkomen
1
1−Cₘ
uitgangspunt: voorgenomen investeringen wijzigen
evenwichtsinkomen zal wijzigen bij wijziging van effectieve vraag
gevolg van veranderingen in consumptieve bestedingen van gezinnen &
investeringsgedragingen van bedrijven
extra autonome investeringen leiden tot proces van inkomenstoename waarbij men steeds
meer consumeert & spaart
6.1.5 de accelerator:
= mate waarin geïnduceerde investeringen toenemen ten gevolge van toename van nationaal
inkomen
Iᵢ
a = ∆Y of a x ∆Y = Iᵢ
toename inkomen leidt tot toename investeringen
= getal waarmee men additionele productie in bepaalde periode moet vermenigvuldigen om
daaruit voortvloeiende investeringen in volgende periode te verkrijgen
Belangrijk element in conjunctuurcyclus
6.1.6 de hoogte van het nationaal inkomen & de tewerkstelling:
Klassieken dachten dat productiecapaciteit hoogte van nationaal inkomen bepaalt
2