Samenvatting filosofie
Hoofdstuk 1: Wat is filosofie?
Geen eenduidig antwoord, een definitie vormen is ook moeilijk tot onmogelijk
1. Drie aspecten
- Attitude
Kritisch denken, eigen vermogens zoals zintuigen in vraag stellen (optische illusies)
Descartes: zintuigen zijn onbetrouwbaar dus onze kennis ook, want ons denken wordt cte op een
dwaalspoor gezet door God of kwaadaardige genie.
Kritiek is geen einddoel maar opent ook mogelijkheid dat dingen anders hadden kunnen zijn. Verder
ook positief of constructief project formuleren, dat bekritiseerde elementen vervangt door elementen
die beter bestand zijn tegen kritiek.
Is kritisch denken uniek? Neen want wetenschappers ook kritisch " filo en wet zelfs veel
gemeenschappelijke attitudes " naar waarheid zoeken
Richard Feynman: Wat is wetenschap? Een kwaliteit is dat ze de waarde van rationeel denken
bijbrengt en het belang van vrijheid van denken, leert dat het loont om te twijfelen aan de waarheid
van wat ons wordt verteld " maar geldt ook voor filo
- Methodologie
Bepaalde methoden enkel filosofen? Of enkel door wetenschappers?
Klassiek labowerk? Maar dat doen niet alle wet
Sommige methoden wel uniek voor filo, maar worden dan niet door alle filo gedaan
Gebruik van eigen intuïties
= verwijzen naar kennis die direct wordt verkregen
Descartes: heldere en welonderscheiden ideeën: geen redelijk mens zou ze betwijfelen
Vb. je pense donc je suis.
= spontane overtuiging in onze eigen geest wanneer we over bepaald onderwerp denken
Gezond verstand, is moeilijk te veranderen of op te geven
Zeer verschillend tussen cultuur, personen, tijdstip of context
Conceptuele analyse: ontrafelen en verbeteren van concepten die alledaags achteloos lijken:
concept van liefde, tijd, vrijheid, …
= belangrijke begrippen ontleden in eenvoudige om ze zo beter te begrijpen en gebruiken
Doel is bepalen waarover we precies spreken als het over tijd, liefde, vrijheid, geluk, … gaat
Gedachten-experiment
= instrument van verbeelding, gebruikt voor nieuwe info over thema te verkrijgen zonder
gebruik te maken van nieuwe empirische data.
Voordelen: verhelderen probleem door het te visualiseren, gegevens opleveren voor of tegen
theorie, omzeilen financiële, technologische en morele problemen
Brain in a vat (ondersteunen sceptische positie over kennis):
Onze hersenen op andere planeet en dmv computer signalen geven, zo indruk dat we ons
leven leiden en dingen voelen/zien. Hersenen niet nagaan of gedachten/indrukken echt zijn,
zo kunnen wij volgens sceptici, niet weten of we maar hersenen in vat zijn " niets meer zeker
Ook in wetenschappen maar benadrukt wel eigenheid van domein van filo, omdat veel filo
bezighouden met kwesties die moeilijk te bestuderen zijn op klassieke-wet manier.
, Wetenschap geen louter empirische activiteit en filo geen louter fauteuilwerk
nieuw filo discipline: experimentele filosofie = empirisch-wet methoden bijdragen aan oplossing voor
traditionele filosofische problemen.
Veel onderzoek over crossculturele verschillen in intuïties over bepaalde morele dilemma’s. Ethische
theorieën gebouwd op intuïties van (westerse) mensen, andere culturen kunnen verschillende
intuïties hebben.
- Domein
Aard van vragen en problemen, vaak abstract en eigenaardig, niet alledaags
Ook wet aan fundamentele vragen maar ook zijn filo vragen bedreigend en verwarrend
Feynman: hele leven al wet en weten wat ik deed maar ik kan niet vertellen welke voet voor de
andere komt, zorgen dat als ik naar huis ga niet langer in staat ben om wet te doen.
Bij filosofie is geen vooruitgang, lijkt meer op kunst dan wet " elke stroming voorafgegaan door
andere door revolutie, telkens een nieuw begin, niks wordt opgebouwd (zoals filosofie)
MAAR onderuithalen: wet ook niet altijd vooruitgang, paradigma’s die elkaar opvolgen zonder op
elkaar verder te bouwen, hierbinnen wel vooruitgang mogelijk (niet tussen paradigma’s).
En bij filosofie wel vooruitgang: in moderne tijd wet ontstaan uit filo (zoals psychologie).
En filo op alle domeinen ‘negatieve’ vooruitgang: weten wat verkeerde antwoorden zijn.
2. Vier deeldomeinen
Iets filosofisch? Bestudeerd in een deeldomein. MAAR verschuift probleem naar onderliggend niveau.
- Metafysica
= aard en structuur van wereld bestuderen, wat betekent het om te bestaan, wanneer bestaat iets?
Bestaat tijd? Verhouding lichaam en geest (H3): zijn wij meer dan onze hersenen
Materialisten/fysicalisten: alles is opgebouwd met materie, ook hersenen/mentale toestand
Dualisten: mentale toestanden zijn geestesspul (en niet fysisch spul)
Maar wat maakt dit probleem een metafysisch probleem? " moeilijk te zeggen
Wat maakt iets een filosofisch probleem?
- Logica
= legt uit wat het betekent om deugdelijk te redeneren en te argumenteren.
Zorgt voor argumentatieve hygiëne " belangrijk voor kritisch denken
Weerleggen van drogredenen. Vb slippery slope: als we A doen, zal ooit B volgen wat onwenselijk is.
Daarom mogen we A niet doen.
- Epistemologie
= kennisleer, over aard, structuur en mogelijkheid van onze kennis. Wat is de reikwijdte ervan?
Hoe verwerven we kennis? Wat is zeker kennis? Hoe weten wat we denken te weten.
Descartes met brain in a vat is epistemologisch experiment.
Onderdeel: wetenschapsfilosofie (maar sommige aspecten wel metafysisch of ethisch)
Deeldomeinen: * Algemene: fundamentele filo kwesties ivm wetenschap. Intrinsieke interesse
* Toegepaste: specifieke wet zoals bio, klimaatwet, gentechnologie. Instrumentele
interesse, vb mechanisering en medicalisering (H2-8)
,- Moraalfilosofie
= ethiek, wat is moraal? Wat moeten of zouden we moeten doen?
Normatieve universum = verzameling van rechten, plichten, aanbevelingen, ge/verboden
Esthetische kwestie: rode of witte wijn bij visgerecht?
Praktische/juridische kwestie: asbest verwijderen door speciale firma?
Moreel/ethische kwestie: bekommeren over impact van klimaatverandering op toekomst
Moeilijk onderscheid: weten weerspiegeling van morele leven
Onderdeel: politieke filosofie
3. Een zeer korte geschiedenis van de westerse filosofie
Filosoof omdat je je bezighoudt met filosofen uit het verleden = drogreden
Want bij historische def van filo ervan uitgaan dat we weten wat filosofie is
à Ontstaan in oude Griekenland, 6de eeuw v.C. Door maatschappelijke revolutie, vorming stadstaten met
democratie (niet meer van bovenaf) en gevoel van relativiteit, omgang met andere culturen en denken
over wie de waarheid spreekt en wat dit is.
à Eerste (natuur)filosofen: Thales, Anaximander en Anaximenes: wat doet kosmos draaien? Levende en
levenloze natuur komt voort uit andere oerstof " eerste naturalisten: kosmos begrijpen vanuit eigen
natuur en principes.
Plato en Aristoteles: eerst aankaarten van vragen die motor vormen van westerse filo
debat rol zintuigen: Plato: zintuigen te veranderlijk om echte kennis op te leveren en mogelijkheid van
echte kennis aanspoort om te veronderstellen da er naast deze wereld er nog een is, een heerlijk perfecte
wereld, ideeënwereld. Aristoteles: = naturalist en alles wat we nodig hebben om natuur te beschrijven en
verklaren, is aanwezig in natuur zelf.
Middeleeuwen ̴ begin 313 (tussen antieke oudheid en moderne wetenschap) opkomst van Christendom
in Romeinse Rijk. Beide nauw aan elkaar gelinkt.
Religie en theologie gebaseerd op openbaring " geloofsovertuiging niet resultaat van experimenten en
redeneerwerk, maar van communicatie door het goddelijke.
Staat haaks op basisattitude van filo, nemen geen genoegen met antwoord gebaseerd op mening.
Maar buitengewoon respect van religies waarmee ze geloofsovertuigingen behandelen, gaat gepaard met
intellectuele bescheidenheid " grenzen opleggen aan het weten, sommige waarheden bovennatuurlijk
Augustinus en Thomas van Aquino: verzoenen filosofie en theologie " geloofsovertuigingen wel bewijzen
met verstand en argumenteren dat ze vertrekpunt kunnen/moeten vormen voor verder filo onderzoek.
Moderne wetenschap; fysica, astronomie, biologie " komaf met oude dogma’s
Wel nog naturalisme, waren veelzijdig. Zoals Descartes en Newton deden aan wet en filo.
Proberen eeuwenoude filo problemen op te lossen mbv revolutionaire wet methoden en zorgen
resultaten ook voor nieuwe filo problemen.
Richard Feynman: filo (zou moeten) eindigen waar wetenschap begint. Dus negatief oordeel, overbodige
bezigheid, nauwelijks positieve resultaten geboekt = sciëntisme: overtuiging dat methoden van natuurwet
enige bron van echte kennis = naïeve overtuiging: geen rekening met door wet nieuwe filo problemen.
4. Besluit
Sinds ontstaan meerdere keren moeten heruitvinden, zoektocht naar eigenheid door mythologie, religie
en wet, en zoektocht heeft weinig opgeleverd: moeilijk af te bakenen.
, Hoofdstuk 2: Mechanisering en doelgerichtheid
Teleologie = studie van doelgerichtheid, beschrijft en verklaart fenomenen adhv doelgerichtheid en
doelmatigheid (hoe efficiënt doel vervullen) Vb: oorsprong van doelgerichtheid?
Middeleeuwen: doelgerichtheid van lichaam bewijs van bestaan van ontwerper
Darwin: aanzet voor nieuwe manier van denken en levenswet ook echte wet beschouwen
1. De mechanisering van het wereldbeeld
17de eeuw: wetenschappelijke revolutie: uit filosofie wiskunde en natuurwet ontstaan
Descartes: succes van vb Galileo door baseren op fundamentele zekerheden, zo andere zekerheden
afleiden. Dit ook doen bij filosofie voor vooruitgang te maken.
Succes want wet wereld mechaniseren: niet langer gebruik van doeloorzaken, maar mechanische
oorzaken
Antieke oudheid en middeleeuwen: verklaringen verwijzen naar doeloorzaken: oorzaak = doel, oorzaak
in de toekomst. Voorwerp ontworpen voor een doel en zijn dus oorzaak van hun bestaan. Maar ook
levende en levenloze natuur vervullen ook doel, zo hele universum bezield en dat houdt het ook in
beweging.
Galileo: geen bezieling nodig om voorwerp doen bewegen, maar oorzaken identificeren die eigen zijn
en die voorafgaan aan beweging = mechanische oorzaken
Descartes over meteorologie: mech verklaringen aan natuurfenomenen maar immaterieel dus niet
observeren, verklaringen met zeer verfijnde, ijle materie die niet waar te nemen is met zintuigen.
Menselijk lichaam = automaat, houdt zichzelf in stand en beweging
à niet populair: er moet onstoffelijk principe, levenskracht of bezieling zijn; onderscheidt tussen levende
en levenloze materie
Vergelijking lichaam en automaat ook problematisch: want worden gemaakt met doel en dat is ook
oorzaak van bestaan. Dus werking machine tot op zeker hoogte verklaren mbv mech oorzaken, maar
bestaan ervan verklaren mbv doeloorzaken.
Kunnen doeloorzaken volledig vermeden worden als het gaat over eigenschappen van organismen?
Er wordt nog steeds gebruik gemaakt van doeloorzaken, ook in filo als onwetenschappelijk beschouwd
Mech oorzaken volstaan bij levenloze natuur, maar ook voor ons begrip van levende natuur?
2. Kant en de teleologie
Newton: cruciaal voor begrip van levenloze natuur, maar ontoereikend voor levende natuur.
Kant: onderscheid tussen inwendige en uitwendige natuurlijke doelen. Levende wezens en eig hebben 2
soorten doelen te vervullen:
o Uitwendige/bijkomstige doelen: nut voor andere dingen of mens
o Inwendige/essentiële doelen: cruciaal vermogen in strijd om bestaan
= gebaseerd op observatie en doelgerichtheid staat haaks op succesformule van moderne wet
= antinomie van het oordeel (tegenstrijdigheid) want 2 waarheden, enerzijds waar dat org en eig deel
uitmaken van natuur en wet enkel gebruik maken van mech oorzaken maar anderzijds waar dat org
en eig inwendige doelen (3 types) vervullen die enkel mbv doeloorzaken kunnen worden beschreven
Organismen genereren kopijen van zichzelf: oorzaak (ouder) verschilt in niets van uiteindelijk
effect (kind)
Hoofdstuk 1: Wat is filosofie?
Geen eenduidig antwoord, een definitie vormen is ook moeilijk tot onmogelijk
1. Drie aspecten
- Attitude
Kritisch denken, eigen vermogens zoals zintuigen in vraag stellen (optische illusies)
Descartes: zintuigen zijn onbetrouwbaar dus onze kennis ook, want ons denken wordt cte op een
dwaalspoor gezet door God of kwaadaardige genie.
Kritiek is geen einddoel maar opent ook mogelijkheid dat dingen anders hadden kunnen zijn. Verder
ook positief of constructief project formuleren, dat bekritiseerde elementen vervangt door elementen
die beter bestand zijn tegen kritiek.
Is kritisch denken uniek? Neen want wetenschappers ook kritisch " filo en wet zelfs veel
gemeenschappelijke attitudes " naar waarheid zoeken
Richard Feynman: Wat is wetenschap? Een kwaliteit is dat ze de waarde van rationeel denken
bijbrengt en het belang van vrijheid van denken, leert dat het loont om te twijfelen aan de waarheid
van wat ons wordt verteld " maar geldt ook voor filo
- Methodologie
Bepaalde methoden enkel filosofen? Of enkel door wetenschappers?
Klassiek labowerk? Maar dat doen niet alle wet
Sommige methoden wel uniek voor filo, maar worden dan niet door alle filo gedaan
Gebruik van eigen intuïties
= verwijzen naar kennis die direct wordt verkregen
Descartes: heldere en welonderscheiden ideeën: geen redelijk mens zou ze betwijfelen
Vb. je pense donc je suis.
= spontane overtuiging in onze eigen geest wanneer we over bepaald onderwerp denken
Gezond verstand, is moeilijk te veranderen of op te geven
Zeer verschillend tussen cultuur, personen, tijdstip of context
Conceptuele analyse: ontrafelen en verbeteren van concepten die alledaags achteloos lijken:
concept van liefde, tijd, vrijheid, …
= belangrijke begrippen ontleden in eenvoudige om ze zo beter te begrijpen en gebruiken
Doel is bepalen waarover we precies spreken als het over tijd, liefde, vrijheid, geluk, … gaat
Gedachten-experiment
= instrument van verbeelding, gebruikt voor nieuwe info over thema te verkrijgen zonder
gebruik te maken van nieuwe empirische data.
Voordelen: verhelderen probleem door het te visualiseren, gegevens opleveren voor of tegen
theorie, omzeilen financiële, technologische en morele problemen
Brain in a vat (ondersteunen sceptische positie over kennis):
Onze hersenen op andere planeet en dmv computer signalen geven, zo indruk dat we ons
leven leiden en dingen voelen/zien. Hersenen niet nagaan of gedachten/indrukken echt zijn,
zo kunnen wij volgens sceptici, niet weten of we maar hersenen in vat zijn " niets meer zeker
Ook in wetenschappen maar benadrukt wel eigenheid van domein van filo, omdat veel filo
bezighouden met kwesties die moeilijk te bestuderen zijn op klassieke-wet manier.
, Wetenschap geen louter empirische activiteit en filo geen louter fauteuilwerk
nieuw filo discipline: experimentele filosofie = empirisch-wet methoden bijdragen aan oplossing voor
traditionele filosofische problemen.
Veel onderzoek over crossculturele verschillen in intuïties over bepaalde morele dilemma’s. Ethische
theorieën gebouwd op intuïties van (westerse) mensen, andere culturen kunnen verschillende
intuïties hebben.
- Domein
Aard van vragen en problemen, vaak abstract en eigenaardig, niet alledaags
Ook wet aan fundamentele vragen maar ook zijn filo vragen bedreigend en verwarrend
Feynman: hele leven al wet en weten wat ik deed maar ik kan niet vertellen welke voet voor de
andere komt, zorgen dat als ik naar huis ga niet langer in staat ben om wet te doen.
Bij filosofie is geen vooruitgang, lijkt meer op kunst dan wet " elke stroming voorafgegaan door
andere door revolutie, telkens een nieuw begin, niks wordt opgebouwd (zoals filosofie)
MAAR onderuithalen: wet ook niet altijd vooruitgang, paradigma’s die elkaar opvolgen zonder op
elkaar verder te bouwen, hierbinnen wel vooruitgang mogelijk (niet tussen paradigma’s).
En bij filosofie wel vooruitgang: in moderne tijd wet ontstaan uit filo (zoals psychologie).
En filo op alle domeinen ‘negatieve’ vooruitgang: weten wat verkeerde antwoorden zijn.
2. Vier deeldomeinen
Iets filosofisch? Bestudeerd in een deeldomein. MAAR verschuift probleem naar onderliggend niveau.
- Metafysica
= aard en structuur van wereld bestuderen, wat betekent het om te bestaan, wanneer bestaat iets?
Bestaat tijd? Verhouding lichaam en geest (H3): zijn wij meer dan onze hersenen
Materialisten/fysicalisten: alles is opgebouwd met materie, ook hersenen/mentale toestand
Dualisten: mentale toestanden zijn geestesspul (en niet fysisch spul)
Maar wat maakt dit probleem een metafysisch probleem? " moeilijk te zeggen
Wat maakt iets een filosofisch probleem?
- Logica
= legt uit wat het betekent om deugdelijk te redeneren en te argumenteren.
Zorgt voor argumentatieve hygiëne " belangrijk voor kritisch denken
Weerleggen van drogredenen. Vb slippery slope: als we A doen, zal ooit B volgen wat onwenselijk is.
Daarom mogen we A niet doen.
- Epistemologie
= kennisleer, over aard, structuur en mogelijkheid van onze kennis. Wat is de reikwijdte ervan?
Hoe verwerven we kennis? Wat is zeker kennis? Hoe weten wat we denken te weten.
Descartes met brain in a vat is epistemologisch experiment.
Onderdeel: wetenschapsfilosofie (maar sommige aspecten wel metafysisch of ethisch)
Deeldomeinen: * Algemene: fundamentele filo kwesties ivm wetenschap. Intrinsieke interesse
* Toegepaste: specifieke wet zoals bio, klimaatwet, gentechnologie. Instrumentele
interesse, vb mechanisering en medicalisering (H2-8)
,- Moraalfilosofie
= ethiek, wat is moraal? Wat moeten of zouden we moeten doen?
Normatieve universum = verzameling van rechten, plichten, aanbevelingen, ge/verboden
Esthetische kwestie: rode of witte wijn bij visgerecht?
Praktische/juridische kwestie: asbest verwijderen door speciale firma?
Moreel/ethische kwestie: bekommeren over impact van klimaatverandering op toekomst
Moeilijk onderscheid: weten weerspiegeling van morele leven
Onderdeel: politieke filosofie
3. Een zeer korte geschiedenis van de westerse filosofie
Filosoof omdat je je bezighoudt met filosofen uit het verleden = drogreden
Want bij historische def van filo ervan uitgaan dat we weten wat filosofie is
à Ontstaan in oude Griekenland, 6de eeuw v.C. Door maatschappelijke revolutie, vorming stadstaten met
democratie (niet meer van bovenaf) en gevoel van relativiteit, omgang met andere culturen en denken
over wie de waarheid spreekt en wat dit is.
à Eerste (natuur)filosofen: Thales, Anaximander en Anaximenes: wat doet kosmos draaien? Levende en
levenloze natuur komt voort uit andere oerstof " eerste naturalisten: kosmos begrijpen vanuit eigen
natuur en principes.
Plato en Aristoteles: eerst aankaarten van vragen die motor vormen van westerse filo
debat rol zintuigen: Plato: zintuigen te veranderlijk om echte kennis op te leveren en mogelijkheid van
echte kennis aanspoort om te veronderstellen da er naast deze wereld er nog een is, een heerlijk perfecte
wereld, ideeënwereld. Aristoteles: = naturalist en alles wat we nodig hebben om natuur te beschrijven en
verklaren, is aanwezig in natuur zelf.
Middeleeuwen ̴ begin 313 (tussen antieke oudheid en moderne wetenschap) opkomst van Christendom
in Romeinse Rijk. Beide nauw aan elkaar gelinkt.
Religie en theologie gebaseerd op openbaring " geloofsovertuiging niet resultaat van experimenten en
redeneerwerk, maar van communicatie door het goddelijke.
Staat haaks op basisattitude van filo, nemen geen genoegen met antwoord gebaseerd op mening.
Maar buitengewoon respect van religies waarmee ze geloofsovertuigingen behandelen, gaat gepaard met
intellectuele bescheidenheid " grenzen opleggen aan het weten, sommige waarheden bovennatuurlijk
Augustinus en Thomas van Aquino: verzoenen filosofie en theologie " geloofsovertuigingen wel bewijzen
met verstand en argumenteren dat ze vertrekpunt kunnen/moeten vormen voor verder filo onderzoek.
Moderne wetenschap; fysica, astronomie, biologie " komaf met oude dogma’s
Wel nog naturalisme, waren veelzijdig. Zoals Descartes en Newton deden aan wet en filo.
Proberen eeuwenoude filo problemen op te lossen mbv revolutionaire wet methoden en zorgen
resultaten ook voor nieuwe filo problemen.
Richard Feynman: filo (zou moeten) eindigen waar wetenschap begint. Dus negatief oordeel, overbodige
bezigheid, nauwelijks positieve resultaten geboekt = sciëntisme: overtuiging dat methoden van natuurwet
enige bron van echte kennis = naïeve overtuiging: geen rekening met door wet nieuwe filo problemen.
4. Besluit
Sinds ontstaan meerdere keren moeten heruitvinden, zoektocht naar eigenheid door mythologie, religie
en wet, en zoektocht heeft weinig opgeleverd: moeilijk af te bakenen.
, Hoofdstuk 2: Mechanisering en doelgerichtheid
Teleologie = studie van doelgerichtheid, beschrijft en verklaart fenomenen adhv doelgerichtheid en
doelmatigheid (hoe efficiënt doel vervullen) Vb: oorsprong van doelgerichtheid?
Middeleeuwen: doelgerichtheid van lichaam bewijs van bestaan van ontwerper
Darwin: aanzet voor nieuwe manier van denken en levenswet ook echte wet beschouwen
1. De mechanisering van het wereldbeeld
17de eeuw: wetenschappelijke revolutie: uit filosofie wiskunde en natuurwet ontstaan
Descartes: succes van vb Galileo door baseren op fundamentele zekerheden, zo andere zekerheden
afleiden. Dit ook doen bij filosofie voor vooruitgang te maken.
Succes want wet wereld mechaniseren: niet langer gebruik van doeloorzaken, maar mechanische
oorzaken
Antieke oudheid en middeleeuwen: verklaringen verwijzen naar doeloorzaken: oorzaak = doel, oorzaak
in de toekomst. Voorwerp ontworpen voor een doel en zijn dus oorzaak van hun bestaan. Maar ook
levende en levenloze natuur vervullen ook doel, zo hele universum bezield en dat houdt het ook in
beweging.
Galileo: geen bezieling nodig om voorwerp doen bewegen, maar oorzaken identificeren die eigen zijn
en die voorafgaan aan beweging = mechanische oorzaken
Descartes over meteorologie: mech verklaringen aan natuurfenomenen maar immaterieel dus niet
observeren, verklaringen met zeer verfijnde, ijle materie die niet waar te nemen is met zintuigen.
Menselijk lichaam = automaat, houdt zichzelf in stand en beweging
à niet populair: er moet onstoffelijk principe, levenskracht of bezieling zijn; onderscheidt tussen levende
en levenloze materie
Vergelijking lichaam en automaat ook problematisch: want worden gemaakt met doel en dat is ook
oorzaak van bestaan. Dus werking machine tot op zeker hoogte verklaren mbv mech oorzaken, maar
bestaan ervan verklaren mbv doeloorzaken.
Kunnen doeloorzaken volledig vermeden worden als het gaat over eigenschappen van organismen?
Er wordt nog steeds gebruik gemaakt van doeloorzaken, ook in filo als onwetenschappelijk beschouwd
Mech oorzaken volstaan bij levenloze natuur, maar ook voor ons begrip van levende natuur?
2. Kant en de teleologie
Newton: cruciaal voor begrip van levenloze natuur, maar ontoereikend voor levende natuur.
Kant: onderscheid tussen inwendige en uitwendige natuurlijke doelen. Levende wezens en eig hebben 2
soorten doelen te vervullen:
o Uitwendige/bijkomstige doelen: nut voor andere dingen of mens
o Inwendige/essentiële doelen: cruciaal vermogen in strijd om bestaan
= gebaseerd op observatie en doelgerichtheid staat haaks op succesformule van moderne wet
= antinomie van het oordeel (tegenstrijdigheid) want 2 waarheden, enerzijds waar dat org en eig deel
uitmaken van natuur en wet enkel gebruik maken van mech oorzaken maar anderzijds waar dat org
en eig inwendige doelen (3 types) vervullen die enkel mbv doeloorzaken kunnen worden beschreven
Organismen genereren kopijen van zichzelf: oorzaak (ouder) verschilt in niets van uiteindelijk
effect (kind)