Oefentoets hoorcolleges (gemaakt)
1. Leg uit wat het maturation imbalance model inhoudt:
a. Verhoogde gevoeligheid van het beloningssysteem
b. Onvolwassen impulscontrole
c. Minder ontwikkeld lange termijn geheugen
2. Waarop is het model van Dobbs gebaseerd?
Evolutie
3. Op wat voor manier zorgt een verslaving voor een toename in gevoeligheid van het
beloningssysteem?
a. Dopaminereceptoren worden minder gevoelig voor dopamine
b. Het lichaam maakt zelf minder dopamine aan omdat het verwacht dat een externe
factor de dopamine regelt.
c. Er wordt dopamine vrijgegeven als het lichaam verwacht dat de drug gaat komen
4. De theory of planned behavior bestaat uit:
a. Attitudes
b. Subjectieve normen
c. …
Deze factoren bepalen intentie, de intentie bepaald gedrag
5. Dual procesmodel:
a. Systeem 1 denken = ratio = top down
b. Systeem 2 denken = gevoel en emotie = bottom up
6. Geef een voorbeeld van het IPACE-model en leg uit wat het betekent.
Het IPACE-model beschrijft waarom bepaalde gedragingen verslavingen worden. Een
voorbeeld is: je wordt bij van internet, je voelt je rot, je gaat internet gebruiken om het rotte
gevoel weg te halen, zodra je je rot voelt ga je op internet.
7. Waarom zijn peers zo belangrijk in de adolescentie, geef 3 redenen.
a. Neurologisch: Adolescenten hechten meer waarde aan beloning, ze weten wat de
negatieve gevolgen van hun daden zijn maar tillen hier minder zwaar aan. Status
wordt belangrijker en om dit te bereiken wordt risicogedrag gebruikt.
b. Evolutionair: risicogedrag om te competeren met leeftijdsgenoten om seksuele partner
te vinden
c. Maturity gap: risicogedrag om contrast tussen biologische volwassenheid en sociale
volwassenheid te verminderen.
d. Sociale identiteitstheorie: Risicogedrag om je identiteit te ontwikkelen
8. Om uit te leggen waardoor groepen jongeren vaak risicogedrag vertonen worden de begrippen
selectie, de selectie en socialisatie gebruikt. Leg deze begrippen uit.
, Selectie = je kiest mensen die op jou lijken en mensen die op jou lijken kiezen jou
Deselectie = je gaat niet weg bij mensen die op jou lijken
Socialisatie: door straffen en belonen wordt bepaald gedrag aangeleerd
9. Leg uit wat injuctive, discriptive en populairity norms betekenen.
Injunctive norms: normen in de peergroep
Descriptive norms: normen in de klas
Popularity norms: normen waar een beloning aan vast zit
10. Leg uit wat het diathese stress model inhoudt.
Een persoon heeft bepaalde kwetsbaarheden in zich die wel of niet fataal worden.
11. Persoonlijke kwetsbaarheid kan zorgen voor risicogedrag. Leg uit wat het disinhiberende en
inhiberende domein inhoudt
Disinhiberend: sensatie zoeken en impulsiviteit
Inhiberend: Angs en hopeloosheid
12. Imbalance model of development:
a. Lymbische systeem: verhoogde gevoeligheid voor beloning
b. Prefrontale cortex: laat ontwikkelde executieve functies die zorgen dat je de gevolgen
van daden kan overzien
13. Wat betekent negative affect regulation: dat je je eigen emotionele basis niet onder controle
hebt.
14. Op wat voor manier verandert drugs het brein?
a. Amygdala: je gaat je emotioneel beter voelen over drugs
b. Prefrontale kwab: wordt aangetast waardoor executieve en cognitieve functies
afnemen waardoor je minder goede impuls controle hebt en je de gevolgen van je
daden minder overziet.
c. Dorsale stratium: gewoontes
d. Ventale stratium: Beloningssysteem wordt gevoeliger voor die drugs
15. Leg de volgende theorieën omtrent verslaving uit:
a. Positive reinforcement: euforie is de bekrachtiger
i. Kritiek: drugs brengt niet alleen/altijd euforie
b. Incentive sensitazion: je gaat de drugs nodig hebben doordat je beloningssysteem
aangepast wordt.
i. Dan zou je ook gevoeliger moeten zijn voor natuurlijke bekrachtigers.
c. Negative reinforcement: je kutte gevoel wordt weggehaald
i. Er is niet altijd een kutgevoel om weg te halen
d. Cognitive processing (habit): drugs gebruiken wordt een gewoonte
i. Als je compleet naar de tering bent vallen je automatismes weg
1. Leg uit wat het maturation imbalance model inhoudt:
a. Verhoogde gevoeligheid van het beloningssysteem
b. Onvolwassen impulscontrole
c. Minder ontwikkeld lange termijn geheugen
2. Waarop is het model van Dobbs gebaseerd?
Evolutie
3. Op wat voor manier zorgt een verslaving voor een toename in gevoeligheid van het
beloningssysteem?
a. Dopaminereceptoren worden minder gevoelig voor dopamine
b. Het lichaam maakt zelf minder dopamine aan omdat het verwacht dat een externe
factor de dopamine regelt.
c. Er wordt dopamine vrijgegeven als het lichaam verwacht dat de drug gaat komen
4. De theory of planned behavior bestaat uit:
a. Attitudes
b. Subjectieve normen
c. …
Deze factoren bepalen intentie, de intentie bepaald gedrag
5. Dual procesmodel:
a. Systeem 1 denken = ratio = top down
b. Systeem 2 denken = gevoel en emotie = bottom up
6. Geef een voorbeeld van het IPACE-model en leg uit wat het betekent.
Het IPACE-model beschrijft waarom bepaalde gedragingen verslavingen worden. Een
voorbeeld is: je wordt bij van internet, je voelt je rot, je gaat internet gebruiken om het rotte
gevoel weg te halen, zodra je je rot voelt ga je op internet.
7. Waarom zijn peers zo belangrijk in de adolescentie, geef 3 redenen.
a. Neurologisch: Adolescenten hechten meer waarde aan beloning, ze weten wat de
negatieve gevolgen van hun daden zijn maar tillen hier minder zwaar aan. Status
wordt belangrijker en om dit te bereiken wordt risicogedrag gebruikt.
b. Evolutionair: risicogedrag om te competeren met leeftijdsgenoten om seksuele partner
te vinden
c. Maturity gap: risicogedrag om contrast tussen biologische volwassenheid en sociale
volwassenheid te verminderen.
d. Sociale identiteitstheorie: Risicogedrag om je identiteit te ontwikkelen
8. Om uit te leggen waardoor groepen jongeren vaak risicogedrag vertonen worden de begrippen
selectie, de selectie en socialisatie gebruikt. Leg deze begrippen uit.
, Selectie = je kiest mensen die op jou lijken en mensen die op jou lijken kiezen jou
Deselectie = je gaat niet weg bij mensen die op jou lijken
Socialisatie: door straffen en belonen wordt bepaald gedrag aangeleerd
9. Leg uit wat injuctive, discriptive en populairity norms betekenen.
Injunctive norms: normen in de peergroep
Descriptive norms: normen in de klas
Popularity norms: normen waar een beloning aan vast zit
10. Leg uit wat het diathese stress model inhoudt.
Een persoon heeft bepaalde kwetsbaarheden in zich die wel of niet fataal worden.
11. Persoonlijke kwetsbaarheid kan zorgen voor risicogedrag. Leg uit wat het disinhiberende en
inhiberende domein inhoudt
Disinhiberend: sensatie zoeken en impulsiviteit
Inhiberend: Angs en hopeloosheid
12. Imbalance model of development:
a. Lymbische systeem: verhoogde gevoeligheid voor beloning
b. Prefrontale cortex: laat ontwikkelde executieve functies die zorgen dat je de gevolgen
van daden kan overzien
13. Wat betekent negative affect regulation: dat je je eigen emotionele basis niet onder controle
hebt.
14. Op wat voor manier verandert drugs het brein?
a. Amygdala: je gaat je emotioneel beter voelen over drugs
b. Prefrontale kwab: wordt aangetast waardoor executieve en cognitieve functies
afnemen waardoor je minder goede impuls controle hebt en je de gevolgen van je
daden minder overziet.
c. Dorsale stratium: gewoontes
d. Ventale stratium: Beloningssysteem wordt gevoeliger voor die drugs
15. Leg de volgende theorieën omtrent verslaving uit:
a. Positive reinforcement: euforie is de bekrachtiger
i. Kritiek: drugs brengt niet alleen/altijd euforie
b. Incentive sensitazion: je gaat de drugs nodig hebben doordat je beloningssysteem
aangepast wordt.
i. Dan zou je ook gevoeliger moeten zijn voor natuurlijke bekrachtigers.
c. Negative reinforcement: je kutte gevoel wordt weggehaald
i. Er is niet altijd een kutgevoel om weg te halen
d. Cognitive processing (habit): drugs gebruiken wordt een gewoonte
i. Als je compleet naar de tering bent vallen je automatismes weg