Hoofdstuk 1. Over de rechtspsychologie
- Het recht is een sociaal systeem, met als doel: het gedrag van mensen te reguleren
- De studie van sociale systemen (hun kenmerken + functioneren) rekenen vooral sociologen
en politicologen tot hun taak
MAAR: ook psychologen hebben belangstelling voor het recht dat ertoe dient om het gedrag van
mensen binnen welomschreven grenzen te doen verlopen -> zij noemen zich rechtspsychologen
Deze rechtspsychologen hebben 2 taken:
▪ De studie van het recht als een gedragstechnologie
▪ De studie van het gedrag dat onder invloed van het recht staat of zou moeten staan
- De psychologie houdt zich bezig met mensenwerk: hoe mensen zich gedragen + de
invloeden die ze daarbij ondergaan, maar ook hoe mensen vinden zich behoren te gedragen
- Rechtspsychologie is een tak van de toegepaste psychologie die zich uitstrekt tot het gehele
gebied van de juridische – doctrine en bedrijf
- Belangstelling van psychologen voor juridische kwesties is er al sinds vorige eeuw, maar kent
pas een stroomversnelling sinds de jaren 70
- Rechtspsychologen komen voornamelijk in actie voor:
▪ Bepalen van de toerekeningsvatbaarheid van een verdachte
▪ Bij kinderen in verband met de omgangsregeling na echtscheiding
- Basis van de rechtspsychologie is de empirische studie van verschijnselen in het recht,
waarbij de aandacht vooral wordt gericht op het strafrecht
- In het rechtspsychologische onderzoek overheerst de experimentele benadering en hierdoor
proberen rechtspsychologen veel te weten te komen over uiteenlopende onderwerpen:
▪ Invloeden op getuigenverklaringen
▪ Hoe herkenningen plaatsvinden
▪ Onder welke omstandigheden politiefunctionarissen hun werk doen
▪ Hoe rechters tot hun beslissing komen en welke procedures door de actor als
rechtvaardig worden beschouwd
- Rechtspsychologen doen niet alleen onderzoek:
▪ Ze leveren ook bijdragen aan de rechtspraktijk in de rol van getuigendeskundigen in straf-
en civiele zaken
▪ Ze geven ook onderwijs in hun specialisme aan universiteiten en dragen bij aan de
opleiding en nascholing van advocaten en rechters
,1. De rechtspsycholoog als hulpje
Rechtspsychologen helpen, zij helpen:
▪ Rechercheurs in de opsporing
▪ OM en OR bij de (opsporing en) vervolging
▪ Advocaten à charge* en à décharge**
▪ Rechters die uiteindelijk moeten (eind) oordelen over de zaak
* deze advocaten gaan dingen proberen aan te tonen
** deze advocaten bewijzen dat m’n het niet gedaan heeft
1. Politie
De politie benadert de rechtspsychologen met vragen over: hoe bijzondere getuigen of
verdachten moeten worden verhoord of wat de betekenis is van een bepaald gedrag hen
Zij wil weten of op basis van de manier waarop een misdrijf is gepleegd uitspraken kunnen
worden gedaan over kenmerken van de dader (daderprofilering) of wat de plaats van het misdrijf
of serie van misdrijven zegt over de plaatst waar de dader woont (geografisch profileren)
2. Rechters
Rechters willen antwoord op allerlei vragen waarbij het antwoord van belang is voor de
beslissingen die zij moeten nemen, maar niet behoort tot de standaard juridische kennis
➔ Er doen zich een aantal problemen voor omdat zowel de politie als de rechter een antwoord
verwachten van de rechtspsycholoog over hoe de werkelijkheid precies in elkaar steekt
1ste probleem
De rechtspsycholoog als wetenschapper streeft naar een ander soort kennis dan waarop de
rechter zit te wachten (de rechter is er om voor een praktisch probleem een praktisch juiste
oplossing te geven)
De waarde van het werk voor de politie is dat bijvoorbeeld het aantal potentiële verdachten
kan worden ingeperkt, gedrag van de politie sturen zoals de inrichting van het verhoor en de
manier waarop herkenningsprocedure moet worden uitgevoerd
-> De rechtspsycholoog is veelal gericht op het beantwoorden van algemene vragen zoals
bijvoorbeeld hoe een schizofreen moet worden verhoord
-> Soms is de kennis van de rechtspsycholoog behulpzaam, soms zijn de
rechtspsychologische antwoorden op de vragen te algemeen om bij een concrete zaak van
waarde te kunnen zijn
2de probleem
Wetenschap wordt door veel juristen verward met de objectiviteit -> de rechter legt een
probleem voor aan een wetenschapper in de verwachting dat die een objectief oordeel kan
leveren dat leidt tot een waar feit dan wel met een vaststaande wetmatigheid
,Men is het eens over dat er in de wetenschap slechts hypotheses en theorieën zijn die door
onderzoek ondersteund/gefalsifieerd worden
Een hypothese die is ondersteund in empirisch onderzoek is slechts voorlopig waar en blijft
onderwerp vormen voor discussies
-> Het wetenschapsbedrijf is er dus niet op gericht een soort zekerheid te produceren waar de
rechter om vraagt: psychologische sub-disciplines versus scholen binnen de psychologie
2. Parenthese: psychologische sub-disciplines versus scholen binnen de psychologie
De psychologische sub-disciplines
Er bestaan 3 verschillende psychologische sub-disciplines:
- Sociaalpsychologen
= houden zich bezig met hoe de mens zich gedraagt tot soortgenoten
- Klinische psychologen
= richten zich op het verklaren van psychiatrische aandoeningen en op de psychologische
gevolgen van lichamelijke aandoeningen
- Ontwikkelingspsychologen
= bestuderen de mens vanuit het idee dat deze voortdurend evolueert, vanaf de geboorte tot
aan het overlijden
Verschillende stromingen of scholen
Binnen de psychologische wetenschap zijn er 4 verschillende stromingen of scholen: hierdoor
bestaat het verschil dat eenzelfde fenomeen vanuit andere theorieën wordt benaderd
1. De psychodynamische (de oudste stroming en bekendste school)
Sigmund Freud (Jood)
- Verdiepte zich in eerste plaats in de ontwikkeling van het kind:
▪ Hij concludeerde dat een gezonde ontwikkeling van het kind wordt gekenmerkt door een
aantal stadia -> orale fase, anale fase, fallische-, latente- en genitale fase
▪ In deze respectieve fase is de levensenergie (libido) gericht op bepaalde lichaamsdelen
▪ Problemen ontstaan wanneer een persoon in een bepaalde fase blijft steken (= fixatie) of
wanneer alle stadia succesvol doorlopen zijn maar terugvalt naar een minder rijpe fase
(= regressie)
- Daarnaast heeft hij het ook nog over het “ich” (driften) en “uber-ich” (waarden en normen)
die elkaar in het onbewuste bekampen
- Verder heeft hij het over psychologische afweermechanismen
,➔ Zijn psychodynamische benadering dient vooral als psychotherapeutisch handelen
2. De behavioristische benadering
- Deze school richt zich op het gedrag -> de gedragsleer
- De werkelijkheid kan worden gekend door de empirie te bestuderen
- Alle menselijke gedragingen zijn voor hen terug te brengen tot processen van associatief
leren (conditionering) -> vb. de hond van Pavlov
3. De cognitieve school
- Hier draait het om hoe mensen informatie waarnemen, verwerken en onthouden -> hieruit
blijkt dat de cognitieve psychologie een breed scala aan onderwerpen betreft
- Deze deeldiscipline heeft dan ook veel kennis gegenereerd die interessant is voor de
rechtspsychologie:
▪ De betrouwbaarheid van het geheugen
▪ Omstandigheden waarin valse verklaringen worden afgelegd
▪ Verschillende technieken van detectie van bedrog en de manier waarop rechters tot hun
oordeel komen
- Deze aanhangers ontdekten o.m. dat kinderen rond het 6de levensjaar bepaalde cruciale
inzichten verwerven -> in het recht wordt dit het “oordeel des onderscheid” genoemd
4. De bio-psychologische school
- Deze benadering houdt zich bezig met biologische processen wat dan zou leiden tot inzicht
in gedrag (Vb. onderzoek naar het effect van slaaptekort op prestatie)
- Voor de rechtspsychologie relevante inzichten uit de bio-psychologie moet vooral worden
gezocht bij de neurotransmitterhuishouding -> bij het proces van waarneming zijn
honderden neuronen betrokken
,Hoofdstuk 2. Misdrijven en misdadigers
Groot deel van de biologische systemen is bij de geboorte nog niet volgroeid: hersenen groeien
na de geboorte nog een aantal jaren door
-> een val of een klap of het hoofd zijn voorbeelden van gebeurtenissen die deze ontwikkeling
kunnen beïnvloeden
- Biologische en sociale factoren hebben veel meer met elkaar te maken dan vaak wordt
aangenomen -> ze beïnvloeden elkaar (dit is ook zo met het hormonaal niveau)
- Het idee dat biologische factoren alleen erfelijk bepaald zouden zijn is niet correct
Voorwaardelijke kosten en onvoorwaardelijke kosten en baten
Als we individueel antisociaal of crimineel gedrag gaan baseren op een synthese van een
psychologische verklaring, zien we een onderscheid in het afwegingsproces van de crimineel
tussen voorwaardelijke kosten en onvoorwaardelijke kosten en baten
1. Voorwaardelijke kosten
= treden alleen op als m’n betrapt wordt en gestraft
- Zijn afhankelijk van de pakkans (hoe groot is de kans dat ik gepakt wordt?)
- Zijn afhankelijk van de strafgrootte (hoe zwaar is de straf als ik gepakt wordt?)
Vb. iemand die overweegt een diefstal te plegen, weegt de kans op betrapt worden af tegen de
zwaarte van de straf en bepaalt op basis daarvan of de potentiële beloning opweegt tegen het
risico
2. Onvoorwaardelijke kosten en baten
= onvoorwaardelijk: deze zijn altijd aanwezig, ongeacht of crimineel gepakt wordt of niet
- Kosten voor het slachtoffer: nadelen of schade die het slachtoffer ondervindt door het
misdrijf (soms ook slachtofferloze misdrijven zoals belastingfraude)
- Kosten en baten voor de dader: persoonlijke materiële en immateriële kosten + baten
▪ Persoonlijke materiële kosten: geld dat de dader kwijt is
▪ Immateriële kosten: emotionele stress, risico’s, …
▪ Baten: voordelen die dader ervaart zoals geld, status, …
Vb. een fraudeur die snel geld verdient via belastingontduiking, geniet van de directe winst
(baten), maar ervaart mogelijks stress door angst om ontdekt te worden (kosten)
, Hoofdstuk 3. Het bewijs
Inleiding
Het bewijs in strafzaken in België is vrij (examenvraag)
MAAR: wat is eigenlijk een bewijsmiddel? Hoe dient de feitenrechter ten gronde in zijn innige
overtuiging hiermee om te gaan en op welke gronden besluit de rechter dat een bewijsmiddel
bewijst hetgeen pretendeert te bewijzen? En wat zijn de bewijsmiddelen waard?
In iedere strafzaak zal de rechter moeten beslissen over:
▪ De identiteit van de dader
▪ Aard van het delict
▪ De verwijtbaarheid
Identiteit van de dader (zie hierboven)
Wat betreft de identiteit van de dader zou de rechter kunnen besluiten dat het antwoord op de
vraag bevestigend is, daar er zich in het dossier PV’s bevinden van verschillende getuigen
-> maar waarom zou de rechter deze getuigen moeten geloven, zelfs al zijn er 2 of meer
getuigen
-> de rechter kan beslissen om voor de zekerheid wat dieper te gaan graven in de
getuigenverklaring en zich opnieuw de vraag stellen: “welk bewijs toont aan dat deze getuigen
de waarheid spreken en zich niet vergissen?”
-> hiertoe kunnen verschillende vragen gesteld worden
Het opsporingsonderzoek
Het verhaal dat ondersteund door bewijsmiddelen van het OM aan de rechtbank wordt
gepresenteerd, vindt zijn oorsprong in onderzoek dat door de politie wordt verricht
Aan de beslissing van de rechter over de waarde van dit verhaal zijn dan ook heel wat
beslissingen van de politie en het openbaar ministerie aan voorafgegaan
- Politie heeft als taak te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het
verlenen van hulp aan hen die deze behoeven -> hierbij worden ze geconfronteerd met
uiteenlopende gebeurtenissen
- Op eenzelfde gebeurtenis kan op verschillende manieren gereageerd worden, er zijn dus
diverse oplossingsmogelijkheden
▪ Strafrechtelijke aanpak: moeten proberen om de gebeurtenis die heeft plaatsgevonden
te reconstrueren
-> of de politie een gebeurtenis in onderzoek neemt, is afhankelijk van de manier waarop
ze die interpreteert en van de effecten die ze van het strafrechtelijk onderzoek verwacht
▪ De-escalerende te werk gaan: proberen ze de zaak te sussen, de orde te herstellen en de
reeds gepleegde feiten te laten voor wat ze zijn
- Het recht is een sociaal systeem, met als doel: het gedrag van mensen te reguleren
- De studie van sociale systemen (hun kenmerken + functioneren) rekenen vooral sociologen
en politicologen tot hun taak
MAAR: ook psychologen hebben belangstelling voor het recht dat ertoe dient om het gedrag van
mensen binnen welomschreven grenzen te doen verlopen -> zij noemen zich rechtspsychologen
Deze rechtspsychologen hebben 2 taken:
▪ De studie van het recht als een gedragstechnologie
▪ De studie van het gedrag dat onder invloed van het recht staat of zou moeten staan
- De psychologie houdt zich bezig met mensenwerk: hoe mensen zich gedragen + de
invloeden die ze daarbij ondergaan, maar ook hoe mensen vinden zich behoren te gedragen
- Rechtspsychologie is een tak van de toegepaste psychologie die zich uitstrekt tot het gehele
gebied van de juridische – doctrine en bedrijf
- Belangstelling van psychologen voor juridische kwesties is er al sinds vorige eeuw, maar kent
pas een stroomversnelling sinds de jaren 70
- Rechtspsychologen komen voornamelijk in actie voor:
▪ Bepalen van de toerekeningsvatbaarheid van een verdachte
▪ Bij kinderen in verband met de omgangsregeling na echtscheiding
- Basis van de rechtspsychologie is de empirische studie van verschijnselen in het recht,
waarbij de aandacht vooral wordt gericht op het strafrecht
- In het rechtspsychologische onderzoek overheerst de experimentele benadering en hierdoor
proberen rechtspsychologen veel te weten te komen over uiteenlopende onderwerpen:
▪ Invloeden op getuigenverklaringen
▪ Hoe herkenningen plaatsvinden
▪ Onder welke omstandigheden politiefunctionarissen hun werk doen
▪ Hoe rechters tot hun beslissing komen en welke procedures door de actor als
rechtvaardig worden beschouwd
- Rechtspsychologen doen niet alleen onderzoek:
▪ Ze leveren ook bijdragen aan de rechtspraktijk in de rol van getuigendeskundigen in straf-
en civiele zaken
▪ Ze geven ook onderwijs in hun specialisme aan universiteiten en dragen bij aan de
opleiding en nascholing van advocaten en rechters
,1. De rechtspsycholoog als hulpje
Rechtspsychologen helpen, zij helpen:
▪ Rechercheurs in de opsporing
▪ OM en OR bij de (opsporing en) vervolging
▪ Advocaten à charge* en à décharge**
▪ Rechters die uiteindelijk moeten (eind) oordelen over de zaak
* deze advocaten gaan dingen proberen aan te tonen
** deze advocaten bewijzen dat m’n het niet gedaan heeft
1. Politie
De politie benadert de rechtspsychologen met vragen over: hoe bijzondere getuigen of
verdachten moeten worden verhoord of wat de betekenis is van een bepaald gedrag hen
Zij wil weten of op basis van de manier waarop een misdrijf is gepleegd uitspraken kunnen
worden gedaan over kenmerken van de dader (daderprofilering) of wat de plaats van het misdrijf
of serie van misdrijven zegt over de plaatst waar de dader woont (geografisch profileren)
2. Rechters
Rechters willen antwoord op allerlei vragen waarbij het antwoord van belang is voor de
beslissingen die zij moeten nemen, maar niet behoort tot de standaard juridische kennis
➔ Er doen zich een aantal problemen voor omdat zowel de politie als de rechter een antwoord
verwachten van de rechtspsycholoog over hoe de werkelijkheid precies in elkaar steekt
1ste probleem
De rechtspsycholoog als wetenschapper streeft naar een ander soort kennis dan waarop de
rechter zit te wachten (de rechter is er om voor een praktisch probleem een praktisch juiste
oplossing te geven)
De waarde van het werk voor de politie is dat bijvoorbeeld het aantal potentiële verdachten
kan worden ingeperkt, gedrag van de politie sturen zoals de inrichting van het verhoor en de
manier waarop herkenningsprocedure moet worden uitgevoerd
-> De rechtspsycholoog is veelal gericht op het beantwoorden van algemene vragen zoals
bijvoorbeeld hoe een schizofreen moet worden verhoord
-> Soms is de kennis van de rechtspsycholoog behulpzaam, soms zijn de
rechtspsychologische antwoorden op de vragen te algemeen om bij een concrete zaak van
waarde te kunnen zijn
2de probleem
Wetenschap wordt door veel juristen verward met de objectiviteit -> de rechter legt een
probleem voor aan een wetenschapper in de verwachting dat die een objectief oordeel kan
leveren dat leidt tot een waar feit dan wel met een vaststaande wetmatigheid
,Men is het eens over dat er in de wetenschap slechts hypotheses en theorieën zijn die door
onderzoek ondersteund/gefalsifieerd worden
Een hypothese die is ondersteund in empirisch onderzoek is slechts voorlopig waar en blijft
onderwerp vormen voor discussies
-> Het wetenschapsbedrijf is er dus niet op gericht een soort zekerheid te produceren waar de
rechter om vraagt: psychologische sub-disciplines versus scholen binnen de psychologie
2. Parenthese: psychologische sub-disciplines versus scholen binnen de psychologie
De psychologische sub-disciplines
Er bestaan 3 verschillende psychologische sub-disciplines:
- Sociaalpsychologen
= houden zich bezig met hoe de mens zich gedraagt tot soortgenoten
- Klinische psychologen
= richten zich op het verklaren van psychiatrische aandoeningen en op de psychologische
gevolgen van lichamelijke aandoeningen
- Ontwikkelingspsychologen
= bestuderen de mens vanuit het idee dat deze voortdurend evolueert, vanaf de geboorte tot
aan het overlijden
Verschillende stromingen of scholen
Binnen de psychologische wetenschap zijn er 4 verschillende stromingen of scholen: hierdoor
bestaat het verschil dat eenzelfde fenomeen vanuit andere theorieën wordt benaderd
1. De psychodynamische (de oudste stroming en bekendste school)
Sigmund Freud (Jood)
- Verdiepte zich in eerste plaats in de ontwikkeling van het kind:
▪ Hij concludeerde dat een gezonde ontwikkeling van het kind wordt gekenmerkt door een
aantal stadia -> orale fase, anale fase, fallische-, latente- en genitale fase
▪ In deze respectieve fase is de levensenergie (libido) gericht op bepaalde lichaamsdelen
▪ Problemen ontstaan wanneer een persoon in een bepaalde fase blijft steken (= fixatie) of
wanneer alle stadia succesvol doorlopen zijn maar terugvalt naar een minder rijpe fase
(= regressie)
- Daarnaast heeft hij het ook nog over het “ich” (driften) en “uber-ich” (waarden en normen)
die elkaar in het onbewuste bekampen
- Verder heeft hij het over psychologische afweermechanismen
,➔ Zijn psychodynamische benadering dient vooral als psychotherapeutisch handelen
2. De behavioristische benadering
- Deze school richt zich op het gedrag -> de gedragsleer
- De werkelijkheid kan worden gekend door de empirie te bestuderen
- Alle menselijke gedragingen zijn voor hen terug te brengen tot processen van associatief
leren (conditionering) -> vb. de hond van Pavlov
3. De cognitieve school
- Hier draait het om hoe mensen informatie waarnemen, verwerken en onthouden -> hieruit
blijkt dat de cognitieve psychologie een breed scala aan onderwerpen betreft
- Deze deeldiscipline heeft dan ook veel kennis gegenereerd die interessant is voor de
rechtspsychologie:
▪ De betrouwbaarheid van het geheugen
▪ Omstandigheden waarin valse verklaringen worden afgelegd
▪ Verschillende technieken van detectie van bedrog en de manier waarop rechters tot hun
oordeel komen
- Deze aanhangers ontdekten o.m. dat kinderen rond het 6de levensjaar bepaalde cruciale
inzichten verwerven -> in het recht wordt dit het “oordeel des onderscheid” genoemd
4. De bio-psychologische school
- Deze benadering houdt zich bezig met biologische processen wat dan zou leiden tot inzicht
in gedrag (Vb. onderzoek naar het effect van slaaptekort op prestatie)
- Voor de rechtspsychologie relevante inzichten uit de bio-psychologie moet vooral worden
gezocht bij de neurotransmitterhuishouding -> bij het proces van waarneming zijn
honderden neuronen betrokken
,Hoofdstuk 2. Misdrijven en misdadigers
Groot deel van de biologische systemen is bij de geboorte nog niet volgroeid: hersenen groeien
na de geboorte nog een aantal jaren door
-> een val of een klap of het hoofd zijn voorbeelden van gebeurtenissen die deze ontwikkeling
kunnen beïnvloeden
- Biologische en sociale factoren hebben veel meer met elkaar te maken dan vaak wordt
aangenomen -> ze beïnvloeden elkaar (dit is ook zo met het hormonaal niveau)
- Het idee dat biologische factoren alleen erfelijk bepaald zouden zijn is niet correct
Voorwaardelijke kosten en onvoorwaardelijke kosten en baten
Als we individueel antisociaal of crimineel gedrag gaan baseren op een synthese van een
psychologische verklaring, zien we een onderscheid in het afwegingsproces van de crimineel
tussen voorwaardelijke kosten en onvoorwaardelijke kosten en baten
1. Voorwaardelijke kosten
= treden alleen op als m’n betrapt wordt en gestraft
- Zijn afhankelijk van de pakkans (hoe groot is de kans dat ik gepakt wordt?)
- Zijn afhankelijk van de strafgrootte (hoe zwaar is de straf als ik gepakt wordt?)
Vb. iemand die overweegt een diefstal te plegen, weegt de kans op betrapt worden af tegen de
zwaarte van de straf en bepaalt op basis daarvan of de potentiële beloning opweegt tegen het
risico
2. Onvoorwaardelijke kosten en baten
= onvoorwaardelijk: deze zijn altijd aanwezig, ongeacht of crimineel gepakt wordt of niet
- Kosten voor het slachtoffer: nadelen of schade die het slachtoffer ondervindt door het
misdrijf (soms ook slachtofferloze misdrijven zoals belastingfraude)
- Kosten en baten voor de dader: persoonlijke materiële en immateriële kosten + baten
▪ Persoonlijke materiële kosten: geld dat de dader kwijt is
▪ Immateriële kosten: emotionele stress, risico’s, …
▪ Baten: voordelen die dader ervaart zoals geld, status, …
Vb. een fraudeur die snel geld verdient via belastingontduiking, geniet van de directe winst
(baten), maar ervaart mogelijks stress door angst om ontdekt te worden (kosten)
, Hoofdstuk 3. Het bewijs
Inleiding
Het bewijs in strafzaken in België is vrij (examenvraag)
MAAR: wat is eigenlijk een bewijsmiddel? Hoe dient de feitenrechter ten gronde in zijn innige
overtuiging hiermee om te gaan en op welke gronden besluit de rechter dat een bewijsmiddel
bewijst hetgeen pretendeert te bewijzen? En wat zijn de bewijsmiddelen waard?
In iedere strafzaak zal de rechter moeten beslissen over:
▪ De identiteit van de dader
▪ Aard van het delict
▪ De verwijtbaarheid
Identiteit van de dader (zie hierboven)
Wat betreft de identiteit van de dader zou de rechter kunnen besluiten dat het antwoord op de
vraag bevestigend is, daar er zich in het dossier PV’s bevinden van verschillende getuigen
-> maar waarom zou de rechter deze getuigen moeten geloven, zelfs al zijn er 2 of meer
getuigen
-> de rechter kan beslissen om voor de zekerheid wat dieper te gaan graven in de
getuigenverklaring en zich opnieuw de vraag stellen: “welk bewijs toont aan dat deze getuigen
de waarheid spreken en zich niet vergissen?”
-> hiertoe kunnen verschillende vragen gesteld worden
Het opsporingsonderzoek
Het verhaal dat ondersteund door bewijsmiddelen van het OM aan de rechtbank wordt
gepresenteerd, vindt zijn oorsprong in onderzoek dat door de politie wordt verricht
Aan de beslissing van de rechter over de waarde van dit verhaal zijn dan ook heel wat
beslissingen van de politie en het openbaar ministerie aan voorafgegaan
- Politie heeft als taak te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het
verlenen van hulp aan hen die deze behoeven -> hierbij worden ze geconfronteerd met
uiteenlopende gebeurtenissen
- Op eenzelfde gebeurtenis kan op verschillende manieren gereageerd worden, er zijn dus
diverse oplossingsmogelijkheden
▪ Strafrechtelijke aanpak: moeten proberen om de gebeurtenis die heeft plaatsgevonden
te reconstrueren
-> of de politie een gebeurtenis in onderzoek neemt, is afhankelijk van de manier waarop
ze die interpreteert en van de effecten die ze van het strafrechtelijk onderzoek verwacht
▪ De-escalerende te werk gaan: proberen ze de zaak te sussen, de orde te herstellen en de
reeds gepleegde feiten te laten voor wat ze zijn