100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Lecture notes

2026 les notas - Goederen en bijzondere overeenkomstenrecht

Rating
-
Sold
1
Pages
113
Uploaded on
03-01-2026
Written in
2025/2026

Volledige en gedetailleerde nota's van de hoorcolleges van goederen- en bijzondere overeekomsten recht, exclusief oefensessies. Gedoceerd door professor Vincent Sagaert en Bernard Tilleman. Alle bepalingen besproken in de les zijn inbegrepen.

Show more Read less
Institution
Module

















Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
January 3, 2026
File latest updated on
January 6, 2026
Number of pages
113
Written in
2025/2026
Type
Lecture notes
Professor(s)
Sagaert, vincent en tilleman, bernard
Contains
All classes

Subjects

Content preview

Goederen- en bijzondere overeenkomstenrecht
College Nota’s
Tweede fase bachelor rechten

,Overzicht

Cursus overzicht ....................................................................................................................... 2

Deel I. Algemene begrippen van het vermogensrecht ........................................................... 5
1. Vermogensrechten: persoonlijke en zakelijke rechten .................................................... 5
2. Bijzondere kenmerken van zakelijke rechten .................................................................. 7
3. Zakelijke en persoonlijke rechtsvorderingen .................................................................. 9
4. De vermogensleer ......................................................................................................... 10
5. Onderscheid tussen de goederen .................................................................................. 10

Deel II. Contracten inzake overdracht van het eigendom .................................................. 16
1. Omschrijving, inhoud en bescherming van het eigendomsrecht .................................. 16
2. Mede-eigendom en onverdeeldheid .............................................................................. 22
3. Koop ............................................................................................................................. 27
4. Kanscontracten............................................................................................................. 57
5. Wettelijke wijzen van eigendomsverkrijging ................................................................ 58

Deel III. Contracten voor het gebruik en genot van een goed ............................................ 63
1. Huur ............................................................................................................................. 63
2. Lening ........................................................................................................................... 78
3. Erfdienstbaarheden ...................................................................................................... 79
4. Recht van vruchtgebruik ............................................................................................... 85
5. Recht van erfpacht ........................................................................................................ 87
6. Recht van opstal ........................................................................................................... 89

Deel IV. Dienstencontracten .................................................................................................. 91
1. Aanneming .................................................................................................................... 92
2. Bewaargeving ............................................................................................................... 97
3. Lastgeving .................................................................................................................. 100

Deel V. Vaststellingscontracten ............................................................................................ 107
1. Dading ........................................................................................................................ 107




1

,Cursus overzicht

Het vak bestaat uit twee luiken: goederenrecht en bijzondere overeenkomstenrecht. De cursus
bestaat uit vijf delen. Het eerste deel is het algemeen deel met algemene begrippen uit het
vermogensrecht. Wat is het onderscheid tussen een persoonlijke en een zakelijk recht? Wat
zijn de kenmerken van zakelijke rechten? – 4 kenmerken, zoals voorrecht. Wat is een vermogen
en waarom is de vermogensleer van belang? Wat zijn de gevolgen aan een vermogen? Het
object van zakelijke rechten en de classificaties die we maken binnen de voorwerp van zakelijke
rechten. Welke classificaties maken we binnen het voorwerp van zakelijke rechten? bv, het
onderscheid tussen lichamelijke en onlichamelijke goederen; het onderscheid tussen onroerend
en roerend; het onderscheid tussen vervangbaar en niet-vervangbaar; verbruikbaar en niet-
verbruikbaar; cultuurgoederen; en openbare domein goederen en private domein goederen.

Het tweede deel gaat over het eigendom. Wat is eigendom? Wat zijn de kenmerken van het
eigendomsrecht? Wat zijn de evoluties binnen het eigendomsrecht? Hoe wordt eigendom
beschermd? Eigendom wordt niet alleen beschermd in het burgerlijk wetboek. Eigendom wordt
ook beschermd door artikel 16 van de Grondwet en door artikel 1 van het eerste protocol bij het
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Hoe kan het eigendom verkregen worden?
(hoe gaat eigendom over? – ofwel op grond van wilsovereenstemming (conventionele grond
van eigendomsverkrijging) ofwel op grond van de wet. Voorbeelden van wettelijk
eigendomsverkrijging: verkrijgende verjaring en natrekking. Voorbeelden van
wilsovereenstemming/door een contract: koop en ruil.

Deel drie gaat over de gebruiks- en genotsrechten. Een stuk persoonlijke en een stuk zakelijke
gebruiksrechten. Voorbeelden persoonlijke gebruiksrechten: huur en bruikleen. Voorbeelden
zakelijke gebruikrechten: vruchtgebruik, erfpacht, erfdienstbaarheden, en opstal.

Deel vier gaat over de diensten zoals aanneming, lastgeving, en bewaargeving.

Deel vijf gaat over de vaststellingscontracten zoals de dading.

De hervorming van het burgerlijk wetboek vanaf 2016
• Boek 1: Algemeen deel (01/01/2023)
• Boek 2: Personen en familiaal vermogen (Titel 3 op 01/07/2022)
▪ Titel 3: nieuw familiaal vermogensrecht
▪ Grotendeels een her-nummering, inhoudelijk al hervormd in 2018
• Boek 3: Goederenrecht (01/09/2021)
• Boek 4: Erfrechtschenkingen en testamenten (01/07/2022)
▪ Grotendeels een her-nummering, inhoudelijk al hervormd in 2017
• Boek 5: Verbintenisrecht (01/01/2023)
• Boek 6: Buitencontractuele aansprakelijkheid (01/01/2025)
• Boek 7: Bijzondere overeenkomsten (waarschijnlijk dit jaar goedgekeurd)
• Boek 8: Bewijsrecht (01/11/2020)
• Boek 9: Zekerheden (Titel 1 goedgekeurd, 2-4 aan het finaliseren)
▪ Titel 1: Persoonlijker zekerheden - borgtocht, bankgarantie op eerste verzoek
(01/01/2026)
▪ Zakelijk zekerheden: retentierecht, pand, hypotheek, bijzonder voorrechten
• Boek 10: Verjaring (commissie aangesteld)
▪ Bevrijdende verjaring (verkrijgende verjaring staat in boek 3)


2

,Hervorming Boek 7 BW!
• Overzicht
▪ Hervorming bijzondere overeenkomsten: koop, ruil, huur, bruikleen,
dienstencontracten, lastgeving, bewaargeving, kanscontracten, sekwester,
dading
▪ Commissie 2021
▪ 22 mei 2025: advies RvS
▪ Nu: tweede voorstel ligt ter bespreking in het parlement
▪ Na goed keuring waarschijnlijk 1 jaar overgang voor inwerkingtreding (est.
01/01/2027)
• Krachtlijnen van wetsvoorstel voor boek 7
▪ Vereenvoudiging
➢ We hebben algemene bepalingen in verbintenissen recht in boek 5. We
schappen bepalingen die worden herhaald in bijzondere
overeenkomsten. Dus veel regels kunnen worden geschrapt, tenzij ze
bijzonder zijn/voor pedagogische redenen
➢ Soms oud BW voor bijzondere overeenkomsten wijkt af van gemeen
recht. Als er geen reden is om af te wijken, moet je dat niet doen. Dus
regimes worden meer op elkaar afgestemd
❖ Bv: dading (in oud recht staat bv dading moet bij geschift worden
opgemaakt. Dat is een afwijking van gemeen recht. Vraag
waarom wijken we af? Omdat het om bewijsregel gaat en niet
geldigheidsregel. We willen vermijden dat er discussies komen
over wat er overeengekomen is in de dading. Is het wijs om een
afwijkende regel te hebben? Let’s keep it simple. Gewoon
gemeen verbintenisrecht volgen).
➢ Afstemming van bijzondere regimes op elkaar
▪ Herstructurering en integratie
➢ Harmonisatie koopregimes
➢ Tussen bijzondere contracten en gemeen verbintenissenrecht
➢ Eengemaakte notie conformiteit (huur, koop en diensten) en afstemming
regels vrijwaring voor uitwinning
➢ Naar een eengemaakte dienstencontract
❖ Naar het huidige recht bestaan er 4 soorten diensten:
bewaargeving, lastgeving, aanneming, en onbenoemd contract.
❖ We gaan naar 1 definitie: dienstencontact
 Onbenoemd contract verdwijnt
❖ Kosteloos dienstencontract verdient een juridisch kader
❖ Toch niet volledige afgestapt van lastgeving, enkel bijzondere
regels behouden voor lastgeving (gaat echt over een
vertrouwensfunctie)
❖ Bewaargeving afgeschaft maar specifiek geval van
hotelbewaargeving behouden. [berust op een internationaal
verdrag]
➢ Naar een uniform kooprecht
❖ Consumentenrecht vereenvoudigen en integreren. Huidig
consumentenrecht is onleesbaar
▪ Coherentie
➢ Tussen bijzondere contracten onderling


3

, ➢ Tussen bijzondere contracten (boek 7) en gemeen verbintenissenrecht
(boek 5)
➢ Eengemaakte notitie conformiteit (koop-huur en diensten)
❖ Centraal conformiteitsbegrip – rode draad in het wetboek!
 Wel verschillen
▪ Bij dienst: niet0conformiteitt een
aansprakelijkheidsverbintenis en niet een
garantieverbintenis
• Structuur
▪ Titel 2: koop en ruil
➢ 6 verschillende regimes van koop in oud BW naar minder
➢ Regels van ruil zullen regels van koop volgen
❖ Enig verschil punt: benadeling van 7/12de n.v.t. bij ruil enkel bij
koop
▪ Titel 3: huur en bruikleen
➢ Bruikleen stond in oud BW bij verbruiklening nu staat bruiklening bij
huur. Bruiklening is in principe gewoon gratis huur. Verbruiklening gaat
over lening van verbruikbare zaken.
▪ Titel 5: lening (vervangbare goederen) → naar boek 9
▪ Titel 4: diensten
➢ Lastgeving, bewaargeving, aanneming worden 1 contract →
dienstencontract
▪ Titel 6: kanscontracten (spel/weddenschap en lijfrente)
▪ Titel 7: sekwester en dading
• In deze cursus bij bijzondere overeenkomsten huidige recht en toekomstige recht
bekijken.




4

,Deel I. Algemene begrippen van het vermogensrecht

1. Vermogensrechten: persoonlijke en zakelijke rechten

Het verschil tussen een persoonlijk recht en een zakelijk recht [dit is sumo diviso /
hoofdonderscheid binnen vermogensrechten]:
• De klassieke leer: persoonlijk recht verlenen recht op een persoon, een zakelijk recht
verleend recht op een goed. Zakelijke rechten doet een subject-object relatie ontstaan:
een relatie tussen rechtssubject en rechtsobject. Persoonlijke rechten doet een subject-
subject relatie ontstaan: een relatie tussen twee personen. Hoe noem je die twee
personen bij persoonlijke rechten? “Schuldeiser en schuldenaar”. Andere benamingen
voor persoonlijke rechten: vorderingsrecht, schuldvordering, een verbintenis, een
juridische verplichting.
▪ Henri De Page: “Traité élémentaire de droit civil belge”
➢ Een zakelijk recht heeft betrekking op een zaak en een persoonlijk recht
heeft betrekking op een persoon.
▪ Kritiek op klassieke leer: je kunt bepaalden resultaten niet verantwoorden met
deze criteria.
• De leer van het personalisme: persoonlijk rechten alleen afdwingbaar tegen
schuldenaar/debiteur. Dus een persoonlijk recht werkt enkel tussen de contractspartijen.
Zakelijke rechten zijn erga omnes afdwingbaar tegen iedereen. Bij zakelijke rechten,
moet iedereen het respecteren. Dat is de contractsrelativiteit – artikel 5.103 BW
▪ Maar ook sommige persoonlijke rechten zijn tegenwerpelijk tegen derden,
namelijk bij derde medeplichtigheid aan andermans contractbreuk. Derden
mogen niet bewust/met kennis van zaken/ te kwader trouw, meewerken aan de
miskenning/schending van een persoonlijk recht.
▪ Marcel Planiol
• De leer van het neopersonalisme: het hoofdonderscheid is niet een onderscheid tussen
persoonlijke en zakelijke rechten. Het hoofdonderscheid is het onderscheid tussen
eigendom en de andere/beperkte vermogensrechten. Binnen de beperkte
vermogensrechten maken we een sub-onderscheid → Onderscheid tussen de beperkte
vermogensrechten die beantwoorden aan een persoonlijke rechten, dat zijn de
persoonlijke verbintenissen en de beperkt vermogensrechten die beantwoorden aan een
beperkt zakelijke recht, zijn de kwalitatieve verbintenissen. Zowel persoonlijke als
kwalitatieve verbintenissen zijn afgeleid van het eigendomsrecht.
▪ Samuel Ginossar
▪ Twee voorbeelden
➢ B is eigenaar van een onroerend goed en sluit een onderhoudscontract
met A. A onderhoudt en beheert het OG voor 5 jaar tegen X prijs per
maand. Na twee jaar verkoopt B het OG aan C zonder iets te zeggen over
het onderhoudscontract. Moet C het onderhoudscontract van A
eerbiedigen? NEE, de contractrelativiteit. C is niet gebonden door
onderhoudscontract. Het onderhoudscontract doet een persoonlijke
verbintenis ontstaan (dienstencontract). Derden kan niet verbonden
worden aan een contract waar het geen partij van was, tenzij C instemt
of schuldig maakt een derde medeplichtigheid aan andermans
contractbreuk, dan kan C buitencontractueel gevat worden.
➢ B is eigenaar van een onroerend goed en hij verleend aan A een erfpacht
recht voor 99 jaar. Na 10 jaar verkoop B het aan C zonder iets te zeggen
aan C over dat erfpachtrecht. Moet C dat erfpachtrecht eerbiedigen? JA,

5

, TENZIJ er regels van derden-bescherming gelden (erfpacht niet
overgeschreven en C te goeder trouw was), artikel 3.30 of 3.28 BW. Aan
het zakelijkrecht verbindt een kwalitatieve verbintenis (qualita – een
bepaalde hoedanigheid van eigenaar) – gaat dus over aan de nieuwe
eigenaar. Kwalitatieve verbintenis (een verbintenis dat overgaat samen
met een bepaalde hoedanigheid) is NIET het zelfde als een kwalitatieve
recht (een recht dat overgaat samen met een bepaalde hoedanigheid –
accessoiriteitsbeginsel).
▪ Dus een persoonlijk verbintenis gaat niet over een bijzondere rechtverkrijgende,
een kwalitatieve verbintenis gaat wel mee over een bijzondere
rechtverkrijgende.
▪ Bij zakelijke rechten een georganiseerde vorm van publiciteit, bij persoonlijke
rechten geen georganiseerde vorm van publiciteit.
• De keuze van de wetgever
▪ Geen eensgezindheid voor materieel onderscheid, dus een formeel onderscheid
is gemaakt.
▪ (1) Het numerus clausus-beginsel bij zakelijke rechten – artikel 3.3 BW
➢ “Enkel de wetgever kan zakelijke rechten creëren”. Het verbod van
creëren van onbenoemde zakelijke rechten. Een limitatieve opsomming
(gesloten lijst) van zakelijke rechten: eigendom, mede eigendom,
zakelijke gebruiksrechten (vruchtgebruik, erfdienstbaarheden, erfpacht,
en opstal), en zakelijke zekerheden (de bijzondere voorrechten,
hypotheek, pand en het retentie recht).
➢ Heeft een dubbele dimensie numerus clausus beginsel
❖ ‘Typenzwang’: je mag niet buiten de benoemde zakelijke rechten
buiten treden. Kan geen andere zakelijk rechten creëren dan die
de wetgever heeft doen ontstaan
❖ ‘Typenfixierung’: binnen elke benoemd zakelijk recht, moet je
de essentiële bestanddelen eerbiedigen.
❖ De BW heeft een strenge strikte Typenzwang, namelijk het
oplijsten van de zakelijke rechten en binnen de bestaande box
blijven, maar een flexibele Typenfixierung, een aantal essentiële
elementen binnen elk zakelijk recht is veel beperkter dan het
vroeger was.
➢ Formele afbakening van persoonlijk en zakelijke rechten. Waarom van
belang het gesloten stelsel? Omdat er een aantal attributen toekomen aan
zakelijke rechten maar niet aan persoonlijke rechten (zie infra).
➢ Mag je niet van afwijken maar artikel 3.1 BW
❖ Artikel 3.1 zegt “de partijen kunnen afwijken van de bepalingen
van dit Boek, behalve indien het om definities gaat of indien de
wet anders bepaalt”.
 Alles in boek 3 is aanvullend recht, behalve
appartementseigendom, of waar de wet zeg
‘niettegenstaande enig andersluidend beding’, of waar het
gaat om definities. In die gevallen is het dwingend recht
en kan je niet van afwijken.
❖ Dus balans, numurus clausus beperkt de wilsvrijheid, artikel 3.1
BW breidt wilsvrijheid uit. Je mag niet ‘out of de box’ denken,
maar er is manoeuvreruimte binnen de boxen.
▪ (2) Wilsautonomie bij persoonlijke rechten

6

, ➢ Het numerus clausus beginsel staat lijnrecht tegenover het beginsel van
de wilsautonomie in het verbintenissenrecht. In principe zijn contract
partijen vrij om de inhoud van een persoonlijk recht zelf te bepalen
ZOLANG (i) niet ingaat tegen de regels van de openbare orde en (ii) niet
ingaat tegen dwingend recht
❖ Gevolg: zowel benoemde als onbenoemde en gemengde
overeenkomsten kunnen tot vestiging van een persoonlijk recht
sluiten.
▪ (3) Gesloten stelsel versus open stelsel
➢ Zakelijke rechten kunnen worden gevestigd bij contract, voor zo ver de
partijen zich bij de contractvorming hebben gericht naar de wettelijke
erkende zakelijke rechten. Terwijl in het verbintenissenrecht partijen een
sui-generis contract kunnen sluiten voor benoemde contracten, is dat dus
niet mogelijk bij een contract tot vestiging van een zakelijk recht.
❖ Nuancering: partijen hebben wel de vrijheid om invulling te
geven aan hun zakelijk recht, voor zo ver ze de wezenlijke
kenmerken van het zakelijk recht wanneer ze zich richten,
eerbiedigen. (art. 3.1 BW). Bij de meeste zakelijke rechten
worden de modaliteiten overgelaten aan de partijen zelf, de
wetgever is voorziet voor een aanvullend systeem. De partijen
moeten wel houden aan het dwingend recht en de
wezenskenmerken van het zakelijkrecht eerbiedingen (die staan
vermeld in de definities). Dus suppletieve karakter van belang,
maar speelt minder bij erfdienstbaarheden, eigendom,
appartmentsmede-eigendom, en zakelijke zekerheden.

2. Bijzondere kenmerken van zakelijke rechten

Er zijn een aantal kenmerken van zakelijke rechten die in beginsel niet toekomen aan
persoonlijke rechten. Het gaat om (1) volgrecht, (2) bescherming tegen insolvabiliteit en (3) het
voorwerp van zakelijke rechten (a) specialiteitsbeginsel; (b) eenheid; (c) zakelijke subrogatie

Volgrecht: zakelijke rechten gelden tegen iedereen. Iedereen moet zakelijke rechten
eerbiedigen - kwalitatieve verbintenis. Volgrecht behoudend van het zakelijk recht. In principe
komt het volgrecht alleen toe aan zakelijke rechten. 2 uitzondering. (1) het volgrecht niet
absoluut bij zakelijke rechten en (2) één volgrecht bij een persoonlijk recht.

Het volgrecht niet absoluut bij alle zakelijke rechten
• Mechanisme van derden bescherming namelijk als een zakelijkrecht niet gepubliceerd
is. Soms wordt een derden beschermt → een derden beschermingsregel - Artikel 3.30
en 3.28 BW. Derde moet te goeder trouw zijn.

Één volgrecht bij een persoonlijk recht.
• Een huurrecht is een persoonlijk recht en geldt contractrelativiteit. MAAR koop breekt
geen huur. Bij wijze van uitzondering van contractrelativiteit (artikel 5.103 BW) is de
koper van een verhuurd goed gehouden het huurcontract onder bepaalde voorwaarde na
te leven – artikel 1743 oud BW. ALS de huur geregistreerd bij ontvanger van
registratierechten of een authentieke akte opgenomen is.



7

,Bescherming tegen insolvabiliteit – artikel 3.5 BW: een zakelijk recht wordt in principe niet
geaffecteerd door een faillissement door de geen die het goed in handen heeft. Bv A heeft een
smart auto en brengt naar garagist B. Garagist B gaat failliet. Moet A aan de rij sluiten bij andere
schuldeisers? A is eigenaar, dus mag schuldeisers voorbijlopen en smart ophalen. Dat is gewoon
een revindicatio: de vordering van de uitoefening van het eigendomsrecht. Artikel 3.5 maakt
een merkwaardig onderscheid, het zegt zakelijk rechten blijven buiten de boedel en zakelijk
zekerheden hebben een recht van voorrang. Waarom verschil? Bij alle zakelijke rechten geen
spraken van recht van voorrang, maar de zakelijke rechten blijven gewoon buiten het
faillissement. Ze zitten niet in de boedel, behalve bij een soort zakelijk recht: de zakelijke
zekerheidsrechten en daar is dan wel sprake van recht van voorrang.

Het voorwerp van zakelijke rechten:
• 1. Specialiteitsbeginsel: (artikel 3.8, paragraaf 1 BW)
▪ Kun je een zakelijk recht hebben op een goed dat nog niet is gemaakt? Moet
bepaald zijn of bepaalbaar.
▪ Door het specialiteitsbeginsel kan een zakelijkrecht evenmin betrekking hebben
op een abstracte waarde. Bv A heeft 1 miljoen euro op de bankrekening bij KBC.
Heeft A een zakelijke of persoonlijke recht tegen de bank? Het is een persoonlijk
recht, A is eigenaar van de schuldvordering tegen de bank maar niet van de
individuele biljetten (dat is gewoon recht op een abstracte waarde). Er is niet
voldaan aan het specialiteitsbeginsel. Het voorwerp van een zakelijk recht moet
kunnen worden bepaald. [Voorbeeld om te onthouden is de 100k bankgarantie
(staatswaarborg), als het een zakelijk recht was het niet nodig want dan was je
beschermt tegen faillissement van de bank].
▪ Specialiteitsbeginsel wordt genuanceerd – artikel 3.12 BW
➢ Bv A levert hout aan D, A behoudt eigendom. B levert ook hout aan D
en behoudt eigendom. D gaat failliet. In boedel weet niet welk hout van
en A of B is. Dan ontstaat er een mede-eigendom van het hout voor A en
B. Dat is een nuancering van het specialiteitsbeginsel
• 2. Eenheidsbeginsel (artikel 3.8, paragraaf 2 BW): een zakelijk recht kan enkel op
zelfstandige objecten bestaan EN niet op een inherent bestandsdeel van een object/goed.
Dus niet op een onderdeel van een goed. Bv. kan vruchtgebruik vestigen op een auto
maar niet op de zwarte verf van de auto want heeft geen zelfstandig bestaan.
▪ Belangrijke implicaties, twee belangrijke toepassing van het eenheidsbeginsel
➢ Ten eerste, zorgt het eenheidsbeginsel voor de onroerend making door
incorporatie. Het zorgt ervoor dat een goed onroerend wordt door
incorporatie
➢ Ten tweede, natrekking is van toepassing op het eenheidsbeginsel. Dat
betekent dat een eigenaar van een goed automatisch/ipso facto eigenaar
is van allen inherente bestanddelen van het goed. De eigenaar van de
auto is sowieso eigenaar van het lak dat op de auto ligt. Dus eigenaar van
de grond is ook eigenaar van alles wat een inherent bestanddeel is van
de grond, dus ook van alle bouwwerken en beplanting op of onder de
grond. [Accessio]. Dus in principe, niet mogelijk een afzonderlijk
zakelijk recht te vestigen op een huis los van de grond. Daar bestaan
uitzonderingen op. 1. Opstal is een uitzondering op natrekking en dus
op het eenheidsbeginsel. 2. Appartementseigendom. 3. Vervoegde
roerend making. De uitzonderingen moeten door de wet voorzien zijn! -
Artikel 3.7, paragraaf 2, tweede lid BW: “niet tegen enig andersluidend


8

, beding” dus geen contractuele afwijkingen mogelijk. Dat is verschil
tussen eenheids- en accessoriteitsbeginsel.
• 3. Zakelijke subrogatie (artikel 3.10 BW): Stel A heeft een nieuw huis. Huis gaat in
brand. Dit is slecht voor A en ook de bank die een hypotheek heeft op het huis en een
lening had gegeven aan A. Stel A is verzekerd voor brand. Dan gaat de hypotheek van
het huis over op de verzekeringsuitkering. De verzekeringsuitkering komt in de plaats
van het huis. Ander voorbeeld, A rijdt in de stad en B steelt de auto van A. B ruilt de
auto met C voor een motor. Na vier jaar wordt B gepakt. Wat kan A doen?
Schadevergoeding artikel 6.5/6.6 BW, een persoonlijke buitencontractuele vordering die
geen bescherming biedt tegen insolvabiliteit. Kun je dan nog een zakelijk recht vorderen
op je auto? Als C te goeder trouw is, dan kun je na 3 jaar je auto niet meer revindiceren.
A kan wel eigendomsrecht laten gelden op de motor die in plaats is gekomen van de
auto.
▪ Voorwaarden:
➢ (i) Zakelijke subrogatie speelt enkel bij zakelijke rechten
❖ Cassatie 19 december 1991. X verleent aan Y een aankoopoptie
van 100k op een OG voor 1 maand. 6 dagen later brand het OG
van X af. Maar X heeft recht op een uitkering van
brandverzekering van 120k. Y denkt kan aankoopoptie uit te
oefenen en 100k betalen en krijgt 120k terug door zakelijke
subrogatie. NEE, hier is geen sprake van zakelijke subrogatie
want Y heeft hier een persoonlijke recht en geen zakelijk recht.
➢ (ii) Er moet sprake zijn van materiele (bv door brand, droogte,
blikseminslag) of juridisch (goed materiaal intact maar onttrokken aan
het zakelijkrecht, bv bij de autodiefstal, onteigening) tenietgaan.
➢ (iii) Het oorspronkelijke object wordt vervangen door een nieuw object
die de waarde van het oorspronkelijke object vertegenwoordigd. Als
bijvoorbeeld de autodief de auto wegschenkt, dan is er niet iets dat in de
plaats komt en dus geen zakelijke subrogatie. [wat wel mogelijk is, is de
Pauliaanse vordering]
➢ (iv) zakelijke subrogatie is een subsidiaire rechtsfiguur. Je moet eerst een
andere remedie toepassen als die bestaat vóór het toepassen van zakelijke
subrogatie. Dus je kan zakelijke subrogatie pas inroepen als geen andere
remedie kan worden ingeroepen, dus als je nog bv een volgrecht hebt
dan kun je zakelijke subrogatie niet inroepen.

3. Zakelijke en persoonlijke rechtsvorderingen

[niet behandeld in de les]

Rechtsvorderingen: remedies die vathangen aan subjectieve rechten op voet van oorlog
• Zakelijke rechtsvordering
▪ Alle vorderingen die het eigendomsrecht of een beperkt zakelijk recht tot
voorwerp hebben
➢ Een vordering tot opeising van zakelijk recht (actio conffessoria)
➢ Een vordering tot ontkenning van rechten van derden op een goed (bv
vruchtgebruik op een goed) (actio negatoria).
❖ Een vordering tot het stopzetten en verbod om een inbreuk te
plegen op een zakelijk recht
▪ Voorbeelden: een vordering tot onteigening

9
£14.27
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
deboeielieve Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
20
Member since
1 year
Number of followers
1
Documents
9
Last sold
5 days ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions