100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Inleiding tot proefdierkunde: samenvatting

Rating
-
Sold
-
Pages
71
Uploaded on
31-12-2025
Written in
2025/2026

Samenvatting van het vak "inleiding tot proefdierkunde" dat gegeven wordt in de 1e bachelor van de studierichting farmaceutische wetenschappen. De samenvatting is gebaseerd op de Powerpoint en de lesopnames.

Institution
Module











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
December 31, 2025
Number of pages
71
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Inleiding tot proefdierkunde
1. proefdieren
1.1 proefdieren

Wat is een proefdier?

Een proefdier is een levend, gewerveld (= ruggengraad uit wervels) dier dat wordt
gebruikt of voorbestemd is voor proefdoeleinden (inclusief vrij levende en larvale
vormen, bv. kikkervisje). Ze worden dus altijd gekweekt bij een erkende fokker of
leverancier, en zijn speciaal gekweekt om als proefdier te gebruiken. In het wild
gevangen dieren, zwerfdieren, verloren, achtergelaten of verwilderde dieren zijn dus
geen proefdieren.

Het gebruik van mensapen als proefdier is bij wet verboden sinds 2009. Niet-menselijke
primaten (andere apen) zijn enkel toegelaten als proefdier binnen bepaalde
toepassingsgebieden (moet kunnen motiveren waarom je ze nodig hebt als proefdieren,
en je moet goedkeuring krijgen). Er zijn uitzonderingen mogelijk (elke handeling met een
proefdier moet goedgekeurd zijn door het ethisch comité, de experimenten moeten
ethisch verantwoord zijn).



Welke proefdieren?

2/3 van de proefdieren zijn muizen. Kippen
worden ook vaak gebruikt (15%), zebravissen
(14%), ratten (3%). Alle andere dieren
worden heel zelden gebruikt (<1%). In
Vlaanderen worden er per jaar ongeveer 200
000 proefdieren gebruikt.

De gebruikte proefdieren in de UA komt
ongeveer overeen met de statistieken van
Vlaanderen. Er worden 10 800 proefdieren
gebruikt alleen in de UA.

,Aantal proefdieren?

Binnen de Europese Unie (27 lidstaten van de EU) zitten we aan een gebruik van 9
miljoen proefdieren per jaar. Deze dieren zijn de muizen (4 miljoen), vissen (2,5
miljoen)), ratten (600 000) en vogels (500 000).

Voor België in zijn geheel, zitten we aan een gebruik van 400 000 proefdieren per jaar.
Spanje, Duistland, Noorwegen en Frankrijk gebruiken nog meer proefdieren dan België.
Bij dit totale aantal (9 miljoen) moet je nog eens 9 miljoen bij optellen aan dieren die
gekweekt zijn, maar niet gebruikt zijn (= kweekoverschotten).



1.2 dierproeven

Wat is een dierproef?

• Bij een dierproef gaat men proefdieren gebruiken voor dierexperimenteel werk,
waarbij het proefdier ongerief (= ongemakken) kan ondervinden.
• Elke handeling die leidt tot de ontwikkeling van een genetische gemodificeerde
lijn
• Het behouden (verder kweken) van een genetisch gemodificeerde lijn, waarbij
het fenotype bepaalde ongemakken (pijn) kan geven

Geen dierproeven zijn:

• Een dier observeren in de natuur (vogels bekijken)
• Een dier doden (volgens humane methode)
• Proeven op dode gewervelde dieren (is geen levend dier)
• Proeven op ongewervelde dieren (uitzonderingen mogelijk (inktvissen))

Dierproeven kun je enkel uitvoeren als er geen alternatieve zijn, tenzij je kunt motiveren
dat die alternatieve niet goed zijn.

Ongerief

• Minimale pijndrempel = prikken van een naald
• Meer dan pijn alleen
• Stress (bv. dieren alleen in een kooi zetten), angst, ziekte, speciale voeding
• Ongerief wordt uitgedrukt in een schaal (1-4)
o SV = severity (= ernst van leiden)

, o SV1: terminaal leiden
§ Proefdier wordt voor het experiment in slaap gedaan (narcose).
Wanneer het in slaap is wordt het experiment uitgevoerd.
§ Voordat het dier wakker wordt, wordt het dier opgeofferd.
§ Het dier maakt niks van het experiment bewust mee, en
ondervindt dus geen ongerief.
o SV2: beperkt leiden
§ Bv. injectie (prik van een naald)
o SV3: matig leiden
§ Bv. dieren infecteren met een virus of bacterie, en het proefdier
wordt ziek of krijgt spierpijn
o SV4: ernstig leiden
§ Bv. beroerte, verlamming of hartinfarct veroorzaken

Moet bij elk experiment het kunnen indelen bij 1 van de 4 categorieën. Bij het uitvoeren
van een experiment moet je het leiden proberen zoveel mogelijk te beperken.



Waarom dierproeven?




In 95% van de gevallen worden proefdieren gebruikt voor fundamenteel
wetenschappelijk onderzoek (geen onmiddellijke toepassing) en toegepast
wetenschappelijk onderzoek (wel een directe toepassing aan gelinkt). In sommige
gevallen zal men proefdieren gebruiken om routinematige testen (toxiciteitstesten) uit
te voeren, behoudt van soorten (dieren in kweek houden om de soort te behouden) of
de proefdieren worden gebruikt in het hoger onderwijs om een techniek te leren.



In de farmaceutische industrie worden ook heel wat dieren gebruikt om na te gaan of
geneesmiddelen veilig zijn voor de mensen. De geneesmiddelen moeten eerst veilig
verklaard worden (door te testen op proefdieren) voordat ze op de markt kunnen. Ze
gaan dus verschillende ‘puntjes’ afgaan, om te bepalen of het geneesmiddel veilig is.

, 1) algemene toxicologie (Is het geneesmiddel niet toxisch?)

Men gaat het geneesmiddel geven aan een bepaald proefdier, en bepalen wat de
maximaal tolereerbare dosis is die je kan geven.

• Geven een dosis aan het proefdier
• Kijken of het dier dit kan verdragen (zonder dood te gaan)
• Geven aan een ander proefdier een hogere dosis
• Geven aan een 3e dier een nog hogere dosis
• Geven aan een 4e dier en nog hogere dosis
• Bepalen wat de hoogste dosis is waarbij geen ernstige ongemakken of sterfte bij
het dier optreden.

Hierbij gebruiken men minimaal 2 verschillende manieren van toediening (bv. injecteren
met een naald, geven via de voeding, oraal innemen (pilletje)). Dit kan effect hebben op
de dosis die verdraagbaar is. Er worden ook minstens 2 verschillende proefdieren
gebruikt (meestal: knaagdier en niet-knaagdier, bv. rat en konijn) om te bepalen of ze de
dosis gelijkwaardig verdragen.



Verder gaat men meerdere keren na elkaar, aan hetzelfde proefdier, het geneesmiddel
toegeven. Ze gaan dus een bepaalde dosis toedienen aan een proefdier en een paar
dagen later opnieuw aan hetzelfde dier. Dit noemen we een subchronische toediening
(om de zoveel dagen of weken). Wanneer je om de maand een dosis geeft, spreken we
over een chronische toediening.

Hier bekijkt men of het geneesmiddel door herhalende toedieningen niet toxisch wordt.



Men bekijkt dan:

• Acute toxiciteit: gaat het dier niet dood?
• (Sub)chronische toxiciteit: door meerdere keren na elkaar een geneesmiddel
toedienen kan het geneesmiddel zich opstapelen (accumuleren) en kan het dier
overlijden
• Klinische observaties: kijken of het gedrag van het dier verandert. Als het die na
toediening van het geneesmiddel stopt met eten of drinken, is het een teken dat
er iets aan de hand is
• Lichaamsgewicht: als het gewicht afneemt met 10% of meer, wordt dit
beschouwd als een toxisch effect
£6.46
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
stoffelszoe

Get to know the seller

Seller avatar
stoffelszoe Universiteit Antwerpen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
New on Stuvia
Member since
1 day
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions