Paragraaf 1 Krachten
Werking van krachten kun je zien aan:
Vervormen: plastisch- blijft vervormd of elastisch- veert weer terug in oorspronkelijke vorm.
Beweging: De beweging veranderd wanneer er een kracht op werkt.
Kracht namen: Fv= veerkracht F sp= Spierkracht Fz= zwaartekracht Eenheid van kracht = Newton
100 gram optillen is ongeveer 1 Newton voor nodig.
Vector is een pijl dit geeft het volgende weer:
Richting waar de kracht naartoe werkt
Aangrijpingspunt waar de kracht wordt uitgeoefend
Lengte van de pijl geeft aan hoe groot de kracht is. 1cm is ongeveer 50 N
Somkrachten otw resultante berekenen:
Krachten in dezelfde richting kun je optellen. Krachten tegenovergestelde richting van elkaar af.
Krachten in ongelijke richting
(Met schaal)
Paragraaf 3 Krachten meten
Een voorwerp van 1 kg heeft een zwaartekracht van 10 N
Veerconstante geeft aan hoeveel Newton er nodig i sper cm of m uitrekking.
Veerconstante N/cm= kracht (N) c=F
Uitrekking (cm) u
Paragraaf 5 Druk
Druk berekenen N/m² otw Pa (Pascal)
Druk= Kracht (N) p= F
Oppervlakte in (m²) A
Druksterkte is de maximale druk die een materiaal kan verdragen
Treksterkte is de maximale trekkracht di een materiaal aankan.