CELBIOLOGIE: 8) Ecologie
8.1 Inleiding
In de ecologie bestudeerd men de interactie tussen organismen en hun
omgeving
Oikos= huis en logos= kennen
Onder omgeving valt zowel:
o abiotische componenten (niet-levende fysische of chemische factoren:
temperatuur, licht, water, nutriënten)
o biotische componeneten (anderen organismen)
Milieuproblemen, grondige kennis van complexe en delicate relaties tussen
organismen en hun omgeving is noodzakelijk
Ecologie bestudeerd leven op verschillende organisatieniveau
Organismale ecologie: men gaat na hoe het gedrag, de fysiologie en de
morfologie van individuele organismen zich aanpast aan de omgeving
Populatie-ecologie: bestudeert men de factoren die de grootte en de
samenstelling van populaties beïnvloeden
Gemeenschapsecologie: bekijkt fenomenen zoals predatie, competitie,
epidemieën en andere interacties die zich afspelen tussen individuen van
verschillende soorten
Ecosysteem-ecologie: betrekt abiotische factoren in de analyse. Ook behoren
de energiedoorstromingen en de stofkringlopen tot dit gebied
8.2 Ecosysteem-ecologie
Een ecosysteem omvat alle levende organismen in een gemeenschap en alle
abiotische factoren waarmee zij interageren
Twee belangrijkste processen:
o Energiedoorstroming
o Chemische cycli
Zowel de energie als de chemische elementen bewegen doorheen de
verschillende trofische niveaus in het ecosysteem
8.2.1 Energiedoorstroming
8.2.1.1 Voedselweb
Er komt 100% van de zon: 30% wordt teruggekaatst en 70% blijft even op
aarde en verlaat deze na een tijd als infrarood straal → wordt tegengehouden
→ zorgt voor opwarming
Door elk ecosysteem vloeit een stapsgewijze energiestroming
Voedselketen (het ene wordt gegeten door het ander en dat weer door een
derde)
Een en dezelfde soort kan tegelijkertijd behoren tot verschillende niveaus en
ook eten van verschillende niveaus
Vb: mens: ene keer primaire consument (spinazie eten), dan secundaire
consument (biefstuk eten) en ook tertiare consment (kikkerbilletjes eten)
Verschillende voedselketens lopen door elkaar en vormen een voedselweb
Elke groep van organismen behoort tot een trofisch niveau
8.1 Inleiding
In de ecologie bestudeerd men de interactie tussen organismen en hun
omgeving
Oikos= huis en logos= kennen
Onder omgeving valt zowel:
o abiotische componenten (niet-levende fysische of chemische factoren:
temperatuur, licht, water, nutriënten)
o biotische componeneten (anderen organismen)
Milieuproblemen, grondige kennis van complexe en delicate relaties tussen
organismen en hun omgeving is noodzakelijk
Ecologie bestudeerd leven op verschillende organisatieniveau
Organismale ecologie: men gaat na hoe het gedrag, de fysiologie en de
morfologie van individuele organismen zich aanpast aan de omgeving
Populatie-ecologie: bestudeert men de factoren die de grootte en de
samenstelling van populaties beïnvloeden
Gemeenschapsecologie: bekijkt fenomenen zoals predatie, competitie,
epidemieën en andere interacties die zich afspelen tussen individuen van
verschillende soorten
Ecosysteem-ecologie: betrekt abiotische factoren in de analyse. Ook behoren
de energiedoorstromingen en de stofkringlopen tot dit gebied
8.2 Ecosysteem-ecologie
Een ecosysteem omvat alle levende organismen in een gemeenschap en alle
abiotische factoren waarmee zij interageren
Twee belangrijkste processen:
o Energiedoorstroming
o Chemische cycli
Zowel de energie als de chemische elementen bewegen doorheen de
verschillende trofische niveaus in het ecosysteem
8.2.1 Energiedoorstroming
8.2.1.1 Voedselweb
Er komt 100% van de zon: 30% wordt teruggekaatst en 70% blijft even op
aarde en verlaat deze na een tijd als infrarood straal → wordt tegengehouden
→ zorgt voor opwarming
Door elk ecosysteem vloeit een stapsgewijze energiestroming
Voedselketen (het ene wordt gegeten door het ander en dat weer door een
derde)
Een en dezelfde soort kan tegelijkertijd behoren tot verschillende niveaus en
ook eten van verschillende niveaus
Vb: mens: ene keer primaire consument (spinazie eten), dan secundaire
consument (biefstuk eten) en ook tertiare consment (kikkerbilletjes eten)
Verschillende voedselketens lopen door elkaar en vormen een voedselweb
Elke groep van organismen behoort tot een trofisch niveau