• ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis
  • Escrito por estudiantes que aprobaron
  • Inmediatamente disponible después del pago
  • Leer en línea o como PDF
Vender
¿Dónde estudias?
Tu idioma
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 38 páginas
Resumen

Samenvatting Cursus Voeding | Hoofdstuk 1 | Hogeschool Gent | 2026/27

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 38 páginas

Dit zijn de cursusnotities voor Voeding aan Hogeschool Gent, gericht op studenten Lichamelijke Opvoeding en Bewegingsrecreatie. Het document behandelt Hoofdstuk 1 over algemene voedingsbegrippen, inclusief de definitie van voeding, voedingsmiddelen, nutriënten, en de indeling in macro- en micronutriënten, plus een uitleg van het Nutri-Score label. Dit materiaal helpt je de wetenschappelijke basis van voedingsleer te begrijpen en onderscheid te maken tussen voedingsmyths en feiten, essentieel voor je examen.

Vista previa del contenido

Voeding
Hoofdstuk 1: algemene begrippen.

1.1 Inleiding

De laatste jaren is er veel aandacht voor gezonde voeding. Er bestaan veel dieettrends zoals glutenvrij,
eiwitdieet, koolhydraatarm eten, de voedselzandloper en intermittent fasting. Ze worden vaak
voorgesteld als dé manier om gezond en lang te leven.

Er is echter zoveel informatie dat het voor mensen moeilijk is om te weten wat echt gezonde voeding
is. Daarnaast spelen commerciële belangen mee: bedrijven gebruiken trends om geld te verdienen.
Hierdoor ontstaan veel marketingclaims zoals “superfoods” en “detox”, die niet altijd
wetenschappelijk bewezen zijn.

In deze cursus bekijken we de basisbegrippen van voedingsleer op een wetenschappelijke manier. Zo
leren we het verschil tussen feiten en fabels.

1.2 Je bent wat je eet

Wat iemand eet heeft een grote invloed op zijn gezondheid. Niet alleen de voedingsstoffen in eten zijn
belangrijk, maar ook de voedingswaarde en hoe het gegeten wordt.

De wetenschap die de relatie tussen voeding en gezondheid bestudeert heet voedingsleer.

Voeding
Het proces van voedsel kiezen, eten, verwerken in het lichaam en het effect op de gezondheid.

Voedingsmiddelen

o Voedingsmiddel bestaat uit nutriënten, non-nutriënten, xenobiotica & natuurlijke toxines.
o Hoge voedingswaarde als:
– Bevat veel van bepaalde voedingsstof(fen) OF
– Middelmatige hoeveelheid van voedingsstof, maar veel gegeten
EN weinig energie
Alle eet- en drinkbare producten die voedingsstoffen leveren.
Ze kunnen:
o natuurlijk zijn (groenten, fruit, vlees, granen)
o industrieel bewerkt zijn (brood, kaas, kant-en-klare maaltijden)

,Voedingsstoffen

Een voedingsstof is een chemische stof in voedsel. In voedsel zitten heel veel verschillende chemische
stoffen en nog niet allemaal zijn ze bekend.

Ze kunnen:

o van nature in voedsel zitten
o toegevoegd worden tijdens verwerking
o of op een andere manier in voedsel terechtkomen

Er zijn drie groepen:

1. Nutriënten (essentiële voedingsstoffen)
2. Non-nutriënten
3. Xenobiotica en natuurlijke toxines

1.2.1 Essentiële voedingsstoffen (nutriënten)

Nutriënten zijn stoffen die het lichaam nodig heeft voor groei, onderhoud en herstel.

Er zijn zes klassen:

o koolhydraten
o eiwitten (proteïnen)
o vetten (lipiden)
o vitaminen
o mineralen en sporenelementen
o water

Alcohol levert energie en wordt soms als zevende genoemd, maar wordt in deze cursus niet als
nutriënt beschouwd.

Macro- en micronutriënten

Nutriënten worden ook ingedeeld volgens de hoeveelheid die we nodig hebben.

Macronutriënten

o koolhydraten
o eiwitten
o vetten
→ leveren energie

Micronutriënten

o vitaminen
o mineralen
→ leveren geen energie maar zijn belangrijk voor lichaamsprocessen.

1.2.2 Non-nutriënten

,Non-nutriënten zijn stoffen in voedsel die geen nutriënten zijn en geen schadelijk effect hebben.

Sommige hebben zelfs een gezondheidsvoordeel.

Voorbeelden:

o lycopeen (in tomaten)
o tannines (in rode wijn)

Deze werken als antioxidanten en beschermen cellen tegen veroudering, hart- en vaatziekten en
kanker.

1.2.3 Xenobiotica en natuurlijke toxines

Dit zijn stoffen die mogelijk giftig zijn voor het lichaam.

Xenobiotica

Stoffen die normaal niet in het voedsel thuishoren.

Voorbeelden:

o kleurstoffen
o smaakstoffen
o bewaarmiddelen
o dioxines in eieren
o kwik in vis

Natuurlijke toxines

Sommige giftige stoffen komen van nature in voedsel voor.

Voorbeelden:

o solanine in groene aardappelen of zwarte plekken op tomaten → wegsnijden of niet eten
o cucurbitacine in courgettes en pompoenen → zeer bittere smaak
o lectines in rauwe peulvruchten → verdwijnen door koken

1.3 Voedingswaarde van een voedingsmiddel

Een voedingsmiddel is een goede bron van een voedingsstof als:
o het veel van die stof bevat
o of matig bevat maar vaak gegeten wordt

De voedingswaarde hangt af van:
o hoeveelheid nutriënten
o kwaliteit van nutriënten
o hoeveel ervan gegeten wordt

Daarnaast mag het niet te veel energie (kcal) leveren.

Voedingsmiddelen met hoge voedingswaarde zijn bijvoorbeeld:

, o volkorenproducten
o groenten en fruit
o magere of halfvolle zuivel
o peulvruchten
o mager vlees
o eieren
o noten en zaden




1.3.1 Voedingsmatrix

o emijzer (dierlijk) w 5x meer geabsorbeerd dan non-heemijzer (planten of supplementen)
o Calcium uit zuivelproducten w 45% beter opgenomen dan calcium in spinazie.
o Non-heemijzer w beter opgenomen als tegelijk vit. C w ingenomen.
o In olie bereide wortels hogere opname caroteen dan rauwe wortels.
o Rabarber belemmert opname zink & ijzer.
o Thee en koffie belemmeren opname ijzer.

De voedingsmatrix betekent dat de opname van voedingsstoffen afhangt van wat je samen eet.

Voorbeelden van goede combinaties:
o brood + kaas → betere opname van voedingsstoffen
o groene bladgroenten + citrussap → vitamine C helpt bij opname van ijzer

Voorbeelden van slechte combinaties:
o rabarber vermindert opname van zink en ijzer
o thee en koffie verminderen opname van ijzer

1.3.2 Biobeschikbaarheid

Biobeschikbaarheid = hoeveel van een voedingsstof het lichaam echt kan opnemen.

Dit hangt af van:

o voedingsmatrix
o leeftijd
o geslacht
o nutritionele status (hoeveel je lichaam nodig heeft)

Als het lichaam een tekort heeft, neemt het voedingsstoffen efficiënter op.

o Inname voedingsmiddel ≠ som van de nutriënten
o Effectieve opname van nutriënt is afhankelijk van nutritionele status, geslacht, leeftijd,
voedingsmatrix en chemische structuur

Voorbeelden:
o teveel vitamine C wordt uitgeplast

Índice general

  1. 01 1.1 Inleiding 1
  2. 02 1.2 Je bent wat je eet 1
  3. 03 Voedingsstoffen 2
  4. 04 1.2.1 Essentiële voedingsstoffen (nutriënten) 2
    1. Macro- en micronutriënten 2
  5. 05 1.2.2 Non-nutriënten 2
  6. 06 1.2.3 Xenobiotica en natuurlijke toxines 3
    1. Xenobiotica 3
    2. Natuurlijke toxines 3
  7. 07 1.3 Voedingswaarde van een voedingsmiddel 3
  8. 08 1.3.1 Voedingsmatrix 4
  9. 09 emijzer (dierlijk) w 5x meer geabsorbeerd dan non-heemijzer (planten of supplementen) 4
  10. 10 Calcium uit zuivelproducten w 45% beter opgenomen dan calcium in spinazie. 4
  11. 11 Non-heemijzer w beter opgenomen als tegelijk vit. C w ingenomen. 4
  12. 12 In olie bereide wortels hogere opname caroteen dan rauwe wortels. 4
  13. 13 Rabarber belemmert opname zink & ijzer. 4
  14. 14 Thee en koffie belemmeren opname ijzer. 4
  15. 15 1.3.2 Biobeschikbaarheid 4
  16. 16 1.4 Voedingsbehoefte 5
    1. Gemiddelde behoefte (GB) 5
    2. Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) 5
  17. 17 Referentie-inname (RI) 5
  18. 18 2.1 Inleiding 6
  19. 19 2.2 Herkomst van koolhydraten 6
  20. 20 2.3 Indeling van koolhydraten 6
  21. 21 2.3.1 Monosachariden 7
    1. Glucose 7
    2. Fructose 7
    3. Galactose 7
    4. Xylose 7
    5. Polyolen (suikeralcoholen) 7
  22. 22 2.3.2 Disachariden 8
    1. Sacharose (sucrose) 8
    2. Lactose 8
    3. Maltose 8
  23. 23 2.3.3 Oligosachariden 8
    1. Maltodextrinen 8
    2. Fructanen 8
    3. Galactanen 8
  24. 24 2.3.4 Polysachariden 9
  25. 25 2.4 Vertering en opname 9
    1. Vertering 9
    2. Absorptie 10
  26. 26 Voedingsvezels 10
  27. 27 Vnl oligo- en polysachariden 10
  28. 28 Resistent aan verteringsenzymes 10
  29. 29 Worden gefermenteerd in dikke darm 10
  30. 30 2.5 Bloedsuikerspiegel 11
  31. 31 2.5.1 Glycemische index (GI) 11
  32. 32 2.5.2 Glycemische load (GL) 12
  33. 33 2.5.3 Factoren die bloedsuiker beïnvloeden 12
  34. 34 2.5.4 Suiker en zoetstoffen 13
  35. 35 2.6 Aanbevolen inname koolhydraten 14
  36. 36 3.1 Inleiding 14
  37. 37 3.2 Herkomst van eiwitten 15
  38. 38 3.3 Opbouw en eigenschappen van eiwitten 15
    1. Structuur van eiwitten 15
  39. 39 3.3.1 Functies van eiwitten 16
    1. Regeling van processen 16
    2. Transport 16
    3. Bufferfunctie 16
    4. Energie 16
  40. 40 3.3.2 Essentiële en niet-essentiële aminozuren 16
  41. 41 3.4 Eiwitten in de voeding 17
  42. 42 Hoeveelheid en kwaliteit van eiwitten verschillen per voedingsbron 17
    1. 3.4.1 Hoeveelheid eiwitten 17
  43. 43 3.4.2 Kwaliteit van eiwitten 18
    1. Volwaardige vs onvolwaardige eiwitten 18
    2. Biologische waarde 19
    3. Biobeschikbaarheid: dierlijke EW verteren beter dan plantaardige EW 19
    4. DIAAS 20
  44. 44 3.5 Vertering en absorptie 20
  45. 45 Vertering 20
    1. Absorptie 20
  46. 46 3.6 Voedingsaanbevelingen 21
    1. Basisbehoefte 21
    2. Vegetariërs / veganisten 21
    3. Hogere behoeften 21
  47. 47 3.7 Gezondheidsaspecten 21
    1. Te weinig eiwitten 21
    2. Te veel eiwitten 22
  48. 48 Hoofdstuk 4: vetten 22
  49. 49 4.1 Inleiding 23
    1. Functies van vetten 23
  50. 50 4.2 Herkomst van vetten 23
    1. Dierlijke bronnen: 23
    2. Plantaardige bronnen: 23
    3. Industriële vetten 23
  51. 51 4.3 Indeling van vetten 23
    1. Belangrijkste soorten: 24
  52. 52 4.3.1 Triglyceriden 24
    1. Opbouw 24
    2. Vetzuren 24
    3. 2. Verzadiging 24
    4. Essentiële vetzuren 25
    5. = Vetzuren die niet (voldoende) door het lichaam zelf aangemaakt worden en via de voeding dienen opgenomen te worden 25
  53. 53 4.3.2 Fosfolipiden 26
    1. Eigenschappen: 26
  54. 54 4.3.3 Cholesterol 26
  55. 55 Sterolen (of steroïden) 26
  56. 56 Gekenmerkt door 3 zeshoeken en 1 vijfhoek 26
    1. Functie 26
    2. Herkomst 26
    3. Transport in bloed 26
  57. 57 4.3.4 Transvetten 27
    1. Ontstaan 27
    2. Effect op gezondheid 27
    3. Herkennen op etiket 27
  58. 58 4.4 Vertering en absorptie 28
    1. Waar? 28
    2. Vertering 28
    3. Micellen 28
    4. Absorptie 28
    5. Transport 28
  59. 59 4.5 Aanbevelingen 28

Información del documento

Estudio
Subido en
13 de octubre de 2026
Número de páginas
38
Escrito en
2026/2027
Tipo
Resumen
$8.85

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
0
Seguidores
0
Artículos
13
Última venta
-



Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes