H4: beleving van ouders
4.2 Een droom aan diggelen
1. Ouders ervaren veel emoties wanneer ze erachter komen dat hun
kind een beperking heeft.
2. Het is een emotionele rollercoaster (verdriet, onmacht, angst,
onzekerheid etc.)
3. Het toekomstperspectief v/d ouders wordt door elkaar geschud
en vallen deels weg.
4. Gevoel van onteigening. Wat betekent dit? Ouders worden
geconfronteerd met zich aan het kind hechten of niet. Zo krijgen
zen een zwakke band met hun kind. De zorg van hu kind wordt
overgenomen door anderen.
5. Ouders vinden moeilijk klankbord bij andere jonge ouders, het is
voor hen moeilijk en hebben veelal geen rolmodellen in hun
omgeving.
6. Beantwoorden niet aan de neoliberale samenleving. Wat
betekent dit? Alles is gericht en centraal staat: resultaten en
diploma halen, werk vinden etc.
4.3 Het gezin onder druk
De impact van een kind met een beperking is groot op deze vlakken:
1. Praktisch: woning moet aangepast worden, aangepaste
kinderstoel of een aangepast bedje.
2. Financieel: vaak gaat een van de ouders minder werken om
meer voor het kind te kunnen zorgen, maar zo komt er minder
geld binnen en ziekenhuis, consultaties vragen veel geld.
3. Sociaal: ouders isoleren zich vaak voor hun omgeving. ½
koppels gaat uit elkaar en zitten niet op dezelfde golflengte.
4.4 Ouderschap onder druk
1. Elke ouder die een kind krijgt moet een nieuwe identiteit
ontwikkelen.
2. Verminderde leesbaarheid van het kind omdat het minder
responsief is en minder initiatief neemt. Je krijgt minder signalen
en het is zeer moeilijk om te zien bij het kind of die blij, boos of
verdrietig is.
3. Verwerking houdt nooit op. Telkens opnieuw zijn er
onzekerheden, nieuwe vragen en angsten.
, 4.5 Het doolhof van de hulpverlening
1. Op zoek naar financiële en orthopedagogische ondersteuning
2. De hulpverlening is complex én in hokjes opgedeeld
3. Lange wachtlijsten
4. Hulpverleners zijn ‘passanten’. Wat betekent dit en welke gevolgen
heeft dat? Hulpverleners zijn vaak maar kort aanwezig in het leven van de
ouders.
4.6 De balans tussen draagkracht en draaglast
Stress coping model: wat houdt dit model in? Het model gaat vooral
in op draagkracht VS-draaglast.
Emotioneel en cognitief aanpassingsproces
- Emotioneel: sterke emoties plaats geven.
- Cognitief: kennis ontwikkelen rond diagnose, hulpverlening en
opvoeding.
Draagkracht hangt samen met 3 factoren:
1. Kind-factoren: geef 2 elementen:
- Ernst v/d beperking
- Ernst v/d gedragsproblemen
2. Intrafamiliale factoren: is er steun binnen de familie? (Partner,
grootouders) Geef 2 elementen:
- Ondersteuning v/d familie
- Ondersteuning v/d vrienden
3. Extrafamiliale factoren: is er ondersteuning van buiten de
familie? Is er thuisbegeleiding? Geef 2 elementen:
- Ondersteuning van thuisbegeleiding
- Professionele ondersteuning
4.7 Driehoekskundemodel van Chiel Egberts belangrijk!!
Drienamiek of Driehoekskundemodel met:
3 partijen vandaar ‘driespraak’ of ‘trialoog’ (geen dialoog)
Elke partij heeft haar eigen hoek met eigen verantwoordelijkheden
en perspectieven.
De driehoek moet in balans zijn.
4.2 Een droom aan diggelen
1. Ouders ervaren veel emoties wanneer ze erachter komen dat hun
kind een beperking heeft.
2. Het is een emotionele rollercoaster (verdriet, onmacht, angst,
onzekerheid etc.)
3. Het toekomstperspectief v/d ouders wordt door elkaar geschud
en vallen deels weg.
4. Gevoel van onteigening. Wat betekent dit? Ouders worden
geconfronteerd met zich aan het kind hechten of niet. Zo krijgen
zen een zwakke band met hun kind. De zorg van hu kind wordt
overgenomen door anderen.
5. Ouders vinden moeilijk klankbord bij andere jonge ouders, het is
voor hen moeilijk en hebben veelal geen rolmodellen in hun
omgeving.
6. Beantwoorden niet aan de neoliberale samenleving. Wat
betekent dit? Alles is gericht en centraal staat: resultaten en
diploma halen, werk vinden etc.
4.3 Het gezin onder druk
De impact van een kind met een beperking is groot op deze vlakken:
1. Praktisch: woning moet aangepast worden, aangepaste
kinderstoel of een aangepast bedje.
2. Financieel: vaak gaat een van de ouders minder werken om
meer voor het kind te kunnen zorgen, maar zo komt er minder
geld binnen en ziekenhuis, consultaties vragen veel geld.
3. Sociaal: ouders isoleren zich vaak voor hun omgeving. ½
koppels gaat uit elkaar en zitten niet op dezelfde golflengte.
4.4 Ouderschap onder druk
1. Elke ouder die een kind krijgt moet een nieuwe identiteit
ontwikkelen.
2. Verminderde leesbaarheid van het kind omdat het minder
responsief is en minder initiatief neemt. Je krijgt minder signalen
en het is zeer moeilijk om te zien bij het kind of die blij, boos of
verdrietig is.
3. Verwerking houdt nooit op. Telkens opnieuw zijn er
onzekerheden, nieuwe vragen en angsten.
, 4.5 Het doolhof van de hulpverlening
1. Op zoek naar financiële en orthopedagogische ondersteuning
2. De hulpverlening is complex én in hokjes opgedeeld
3. Lange wachtlijsten
4. Hulpverleners zijn ‘passanten’. Wat betekent dit en welke gevolgen
heeft dat? Hulpverleners zijn vaak maar kort aanwezig in het leven van de
ouders.
4.6 De balans tussen draagkracht en draaglast
Stress coping model: wat houdt dit model in? Het model gaat vooral
in op draagkracht VS-draaglast.
Emotioneel en cognitief aanpassingsproces
- Emotioneel: sterke emoties plaats geven.
- Cognitief: kennis ontwikkelen rond diagnose, hulpverlening en
opvoeding.
Draagkracht hangt samen met 3 factoren:
1. Kind-factoren: geef 2 elementen:
- Ernst v/d beperking
- Ernst v/d gedragsproblemen
2. Intrafamiliale factoren: is er steun binnen de familie? (Partner,
grootouders) Geef 2 elementen:
- Ondersteuning v/d familie
- Ondersteuning v/d vrienden
3. Extrafamiliale factoren: is er ondersteuning van buiten de
familie? Is er thuisbegeleiding? Geef 2 elementen:
- Ondersteuning van thuisbegeleiding
- Professionele ondersteuning
4.7 Driehoekskundemodel van Chiel Egberts belangrijk!!
Drienamiek of Driehoekskundemodel met:
3 partijen vandaar ‘driespraak’ of ‘trialoog’ (geen dialoog)
Elke partij heeft haar eigen hoek met eigen verantwoordelijkheden
en perspectieven.
De driehoek moet in balans zijn.