100% Zufriedenheitsgarantie Sofort verfügbar nach Zahlung Sowohl online als auch als PDF Du bist an nichts gebunden 4.2 TrustPilot
logo-home
Zusammenfassung

Inleiding Economisch Recht Samenvatting - TEW & Handelsingenieur - 16/20 eerste zit

Bewertung
4,3
(18)
Verkauft
95
seiten
85
Hochgeladen auf
02-02-2021
geschrieben in
2019/2020

Deze samenvatting omvat alle leerstof uit de lessen Inleiding tot het Economisch Recht, gegeven aan de eerstejaars studenten Handelsingenieur en Toegepaste Economische Wetenschappen (TEW) door Veerle Colaert. Ik scoorde met deze samenvatting een 16/20 in mijn eerste zit. Deze samenvatting is gebaseerd op notities uit de lessen, aangevuld met 'Ondernemingsrecht: een inleiding' door Veerle Colaert, Bert Keirsbilck, Evelyne Terryn en Joeri Vananroye. Vrijwel enkel deze samenvatting is te kennen voor een goede score op het examen.

Mehr anzeigen Weniger lesen
Hochschule
Kurs













Ups! Dein Dokument kann gerade nicht geladen werden. Versuch es erneut oder kontaktiere den Support.

Verknüpftes buch

Schule, Studium & Fach

Hochschule
Studium
Kurs

Dokument Information

Gesamtes Buch?
Ja
Hochgeladen auf
2. februar 2021
Anzahl der Seiten
85
geschrieben in
2019/2020
Typ
Zusammenfassung

Themen

Inhaltsvorschau

INLEIDING TOT HET ECONOMISCH RECHT
Simon Kuhn


DEEL I: RECHT EN RECHTSTAAT

HOOFDSTUK 1. HET BEGRIP RECHT
1.1 INLEIDING

Recht is het geheel van regels, door de overheid georganiseerd, dat het uitwendig menselijk gedrag
in de samenleving ordent en dat afdwingbaar is door diezelfde overheid.

Opmerkingen:
1. Recht houdt zich slecht bezig met het uitwendig gedrag → slechts wanneer gedachten en
gevoelens veruitwendigd worden in materiële daden is het recht van toepassing.

2. Recht is een maatschappelijk fenomeen → recht is gebonden aan een bepaald politiek en
sociaal systeem en evolueert in de tijd met de ontwikkeling van de maatschappij. Het geheel
aan rechtsregels in een samenleving noemt men het rechtssysteem.

3. Rechtsregels moeten uitgevaardigd worden door een bevoegd orgaan zodat ze kenbaar zijn
voor de eraan onderworpen personen.

4. De handhaving van het recht kan gefaciliteerd worden met sancties die het gewenst gedrag
aanmoedigen en het ongewenst gedrag bestraffen ⇔ religieuze regels

OBJECTIEF EN SUBJECTIEF RECHT
Objectief recht: geheel van regels dat het uiterlijke gedrag van personen in een samenleving regelt
en dat kan worden afgedwongen door de overheid. ⇒ LAW

Subjectief recht: door het objectief recht beschermde bevoegdheden ⇒ RIGHTS

voorbeeld:
Het eigendomsrecht, de regels die bepalen wat het is en hoe het wordt geregeld (= objectief
recht). De bevoegdheid om een eigendom te verkopen, te gebruiken,... (= subjectief recht)



1.2 ENKELE BEGRIPPEN IN HET OBJECTIEF RECHT

POSITIEF RECHT
Positief recht verwijst naar het recht dat op een bepaald tijdstip en op een bepaalde plaats geldt.
⇔ het recht zoals men zou willen dat het er zou uitzien in de toekomst

Het positief recht dat NU geldt (= de lege lata "zoals de wet is"), staat in contrast met de wet die men
zou willen in de toekomst (= de lege ferenda "zoals de wet moet worden").

GEMEEN RECHT EN BIJZONDER RECHT
Vaak zijn er verschillende regels die van toepassing zijn op eenzelfde situatie. Algemeen geldt dat de
uitzondering (= het bijzonder recht) dan voorrang heeft op de algemene regel (= het gemeen recht).
→ "lex specialis derogat legi generali"

voorbeeld:
Voor elke normale burger geldt het algemene burgerrecht (= gemeen recht). Elke
onderneming is de iure een burger, maar voor hen geldt het burgerrecht én het
ondernemingsrecht (= bijzonder recht). Bij elke contradictie zal het ondernemingsrecht
voorrang krijgen op het burgerrecht.

,FORMEEL EN MATERIEEL RECHT
Het materieel recht beschrijft de eigenlijke gedragsvoorschriften.

Het formeel recht of procedureel recht beschrijft hoe de materiële rechtsregels op een gerechtelijke
manier afgedwongen kunnen worden en hoe procedures uitgevoerd kunnen worden.

voorbeeld:
Het materiële strafrecht beschrijft welke gedragingen misdrijven zijn en hoe die worden
bestraft. Het formele strafrecht bepaalt hoe de misdadigers daadwerkelijk vervolgd en bestraft
worden en hoe de straffen worden uitgevoerd.

OPENBARE ORDE, AANVULLEND RECHT EN DWINGEND RECHT
1. Regels van het AANVULLEND RECHT
= regels die algemeen gelden wanneer de partijen niets anders zijn overeengekomen
→ afstand doen mag altijd
→ nuttig want zo hoeft men niet telkens een contract op te stellen bij het kopen van bv. brood

2. Regels van het DWINGEND RECHT
= manier waarop de wetgever bepaalde groepen (voornamelijk consumenten, maar ook
kinderen of geesteszieken) beschermt met rechtsregels die altijd MOETEN gelden
→ afstand doen mag enkel na het verwerven van de (subjectieve) rechten

3. Regels van de OPENBARE ORDE
= regels die het algemeen belang beschermen en het louter particuliere belang overstijgen
→ afstand doen kan NOOIT




HOOFDSTUK 2. DE INDELINGEN VAN HET OBJECTIEF RECHT

2.1 PUBLIEK- EN PRIVAATRECHT
Publiekrecht = de verzameling van regels die de organisatie en de werking van overheidsinstellingen
betreffen en de verhoudingen tussen de burgers en de overheid beheersen.
→ voornamelijk dwingend recht van openbare orde

Privaatrecht = de verzameling van regels die de verhoudingen tussen de burgers onderling betreffen.
→ voornamelijk aanvullend recht

Een duidelijk onderscheid tussen beiden wordt alsmaar moeilijker.
⇒ ontstaan van gemengde rechtstakken (bv. socialezekerheidsrecht, economisch recht,...)

2.2 GRONDWETTELIJK RECHT
= de verzameling van regels die in de Grondwet vastgelegd zijn.
→ alle andere normen van de staat zijn ondergeschikt aan het grondwettelijk recht
→ er bestaan 2 soorten bepalingen in het grondwettelijk recht:
1. fundamentele regels in verband met de organisatie van de Staat
2. fundamentele regels die de verhoudingen tussen de burgers en de Staat beheersen

,2.3 ADMINISTRATIEF RECHT
= de verzameling van regels die de organisatie en de werking van "het bestuur" regelen
→ het bestuur = uitvoerende macht, administratieve overheden en andere overheidsinstellingen

2.4 STRAFRECHT
= verzameling van regels die misdrijven en de bijhorende sancties omschrijven
→ ideaal voorbeeld van materieel recht omdat het strafrecht zelf geen procedures faciliteert

2.5 STRAFPROCESRECHT
= verzameling van regels die de vervolging, veroordeling en bestraffing van misdadigers omschrijft
→ ideaal voorbeeld van formeel recht omdat het de procedures voor het strafrecht faciliteert

2.6 BELASTINGRECHT
= verzameling van rechten die de bepaling, inning en betwisting van de overheid met betrekking tot
belastingen, omschrijft

2.7 VOLKENRECHT OF INTERNATIONAAL PUBLIEKRECHT
= verzameling van regels die de verhoudingen tussen nationale Staten of met internationale
organisaties regelt

2.8 GERECHTELIJK PRIVAATRECHT
= verzameling van regels die toepasselijk zijn op de procedures voor burgerlijke rechtbanken

2.9 BURGERLIJK RECHT
= verzameling van regels die de verhoudingen tussen privépersonen regelen
→ deel van het privaatrecht, maar niet 100% van toepassing op uitzonderingen zoals ondernemingen
→ omvat het vermogensrecht, personen- en familierecht en het familiaal vermogensrecht

2.10 ECONOMISCH OF ONDERNEMINGSRECHT
= functioneel geheel van privaat- en publiekrechtelijke regels die de economische verhoudingen op de
markt regelen of die een speciale relevantie hebben voor het ondernemingsleven

2.11 VENNOOTSCHAPSRECHT
= afwijkend privaatrecht (of burgerlijk recht → gemeen recht) dat van toepassing is op economische
samenwerkingsvormen die als vennootschap omschreven worden
→ deel van het ondernemingsrecht

2.12 SOCIALEZEKERHEIDSRECHT
= aantal garanties die de overheid biedt aan het rechtssubject dat slachtoffer is van bepaalde
individuele of sociale risico's
→ in combinatie met het arbeidsrecht = sociaal recht



HOOFDSTUK 3. DE RECHTSSTAAT
3.1 ALGEMEEN

Men spreekt van een rechtsstaat indien het uitvaardigen, toepassen en doen naleven van de
rechtsregels in een Staat volgens de opgestelde procedures verloopt.
→ DUS NIET door de willekeur van de hoogste leider
→ WEL door democratie: 1. deelname van het volk aan de machtsuitoefening
2. fundamentele rechten en vrijheden, vastgelegd in de grondwet

,3.2 SCHEIDING DER MACHTEN


Wetgevende macht (art. 36 GW) Uitvoerende macht (art. 37 GW) Rechterlijke macht (art. 40 GW)

- kamer & senaat (= parlement) - koning (de iure) - justitie
- koning - regering (de facto)


→ met behulp van Checks and Balances wordt een te grote machtsconcentratie vermeden
→ 3 machten moeten elkaar controleren maar mogen nooit in elkaars vaarwater komen
(een minister die een uitspraak doet over een rechterlijke kwestie is verboden)
→ efficiënte uitoefening van macht



HOOFDSTUK 4. DE BRONNEN VAN HET RECHT

1. DE WET
→ onderscheid tussen materiële en formele rechtsregels, uiteraard bindend

2. HET GEWOONTERECHT
= gevestigde gebruiken die door andere rechtsgenoten als bindend worden beschouwd
→ ongeschreven
→ rechten en plichten gebaseerd op gewoonten, normen en waarden
→ TOCH een groot verschil tussen gewoonterecht en geïntegreerde gewoonten

3. DE ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN
= ongeschreven gedragsregels die als bindend worden beschouwd
→ vaak zijn het rechters die deze beginselen formuleren als aanvullingen

4. DE RECHTSPRAAK
→ niet bindend (in tegenstelling tot in het VK of de VSA)

5. DE RECHTSLEER
→ opnieuw niet bindend, maar ze kunnen wel tot inspiratie dienen

HIËRARCHIE VAN RECHTSBRONNEN
1. Internationaal recht → volledig land schaart zich achter een bepaalde rechtsregel
2. Supranationaal recht → deel van de soevereiniteit is afgestaan
3. Nationaal recht
3.1) grondwet
3.2) formele wetten
3.3) besluiten (koning, regering, minister)
3.4) gewoonterecht / algemene rechtsbeginselen
3.5) rechtspraak / rechtsleer

Opmerkingen:
1) alle Belgische formele wetten staan op gelijke hoogte in de hiërarchie, maar niet alle materiële
wetten zijn gelijkwaardig.
2) wetten zijn slechts een onderdeel van het recht
3) een Koninklijk besluit is een materiële, maar nooit een formele wet
4) een decreet is een formele, maar ook een materiële wet

,HOOFDSTUK 5. OORSPRONG VAN WETGEVING
5.1 FEDERALE WETGEVING

GRONDWET
= geheel van rechtsregel die een bijzonder gezag genieten en waarvan de goedkeuring / wijziging
aan strakkere regels is gebonden dan bij gewone wetten.

Een grondwetsherziening:
- Kamer, Senaat en koning moeten de artikelen aanduiden die in aanmerking komen
- ontbinding van Kamer en Senaat zodat de burger inspraak krijgt in de grondwetswijziging
- nieuw verkozen Kamer en Senaat kunnen bij bijzondere meerderheid nieuwe Grondwet
aannemen en bekendmaken in het Belgisch Staatsblad.

WETTEN IN FORMELE ZIN
Bij het opnemen van wetten in formele zin in het wetboek zijn er 3 mogelijke procedures:
1. Volledig bicamerale procedure
→ bij herzieningen van de Grondwet of het goedkeuren van verdragen
→ bij bijzonderemeerderheidswetten (grondwetswijzigingen, financiering van partijen,...)
→ wetgevende macht = Kamer en Senaat (en koning)

2. Optioneel bicamerale procedure
→ bij wetten ter uitvoering van de bijzonderemeerderheiswetten
→ de Senaat heeft de mogelijkheid om zich bezig te houden met deze wetsvoorstellen
→ wetgevende macht: Kamer en koning hebben het initiatiefrecht + eventueel Senaat met
wel het evocatierecht

3. Volledig monocamerale procedure
→ bij zaken zoals naturalisaties etc. (deze procedure wordt steeds belangrijker)
→ enkel Kamer en koning hebben het initiatiefrecht

Het aantal volledig monocamerale procedures groeit jaarlijks → belang van de Senaat neemt af!
⇒ Belgische Senaat (link met meer informatie)

KONINKLIJKE EN MINISTERIËLE BESLUITEN
Dit zijn rechtshandelingen waarbij de koning / een minister:
1. een algemene maatregel neemt
= een materiële wet
2. een individuele overheidshandeling stelt
= beschikkend besluit (bv. een benoemingsbesluit)
=/= materiële wet

Opmerkingen:
1) Een koninklijk / ministerieel besluit is soms een materiële wet, maar nooit een formele wet
2) KB of MB zijn nooit formele wetten want:
- een koninklijk besluit kan uitgevaardigd worden zonder medewerking van parlement
- een koninklijk besluit kan getoetst worden aan de Grondwet, een formele wet niet

HET FEDERALE BELGIË
België is een centrifugale federatie: van een gecentraliseerde en unitaire staat evolueren we naar een
gedecentraliseerde staat waar de gemeenschappen steeds meer en meer bevoegdheden krijgen.

1. Federale niveau:
⇒ defensie, belastingheffing, sociale zekerheid,...
→ "restbevoegdheid" MAAR in de Grondwet hebben de deelstaten de iure deze bevoegdheid

, 2. Gemeenschappen (Vlaams, Frans & Duits):
⇒ voornamelijk bevoegdheden i.v.m. taal, cultuur en onderwijs

3. Gewesten (Vlaams, Waals & Brusselse-hoofdstedelijk)
⇒ voornamelijk plaatsgebonden: ruimtelijke ordening, milieu, huisvesting, landbouw,...

Opmerkingen:
1) Op federaal niveau spreken we van een wet, op gemeenschapsniveau van een decreet en op het
gewestniveau ook van decreten tenzij in Brussel van een ordonnantie.
2) Er zijn in het totaal 7 beleidsniveaus
3) Een federale wet staat hoger dan een federaal KB
4) Een decreet (op elk niveau) is zowel materieel als formeel
5) Een gemeenschapsdecreet is niet ondergeschikt aan een federale wet
6) er is slechts één wetgevende / uitvoerende macht: de Koning wordt vervangen door gewest- of
gemeenschapsregeringen en de Kamer/Senaat door een gemeenschaps- of gewestparlement



5.2 SUPRANATIONALE WETGEVING
België geeft een deel van haar soevereiniteit op aan de Europese Unie:
- voor een geharmoniseerde wetgeving (om interne markt en vrij verkeer te faciliteren)
- zodat de Europese Unie eigen organen kan oprichten
- zodat de Europese Unie bindende meerderheidsbesluiten (geen unanimiteit) kan afdwingen

EUROPESE REGELGEVING - PRIMAIR UNIERECHT
⇒ Verdragen van de Europese Unie:
- Verdrag van Maastricht (constitutionele bepalingen) = VEU
- Verdrag van de werking van de Europese Unie (materiële beleidsterreinen)= VWEU
- overige verdragen

Het primair unierecht komt tot stand door de lidstaten zelf want zij sluiten immers de verdragen vanuit
een stemming in eigen land.

EUROPESE REGELGEVING - SECUNDAIR UNIERECHT
Waar het primair unierecht tot stand komt door de lidstaten zelf, ontstaat het secundair unierecht door
Europese instellingen en is er dus geen unanimiteit per lidstaat nodig.

1. Verbindende rechtsinstrumenten: (art. 288 VWEU)
- verordeningen: rechtstreeks bindend voor elke Europese burger (vgl met nationale wet)
- richtlijnen: bindend voor alle lidstaten, maar pas bindend voor burgers na omzetting
- besluiten: rechtstreeks bindend, maar NIET materieel (want geldt niet voor iedereen)




2. Niet-verbindende rechtsinstrumenten (art. 288 VWEU)
- aanbevelingen en adviezen

EUROPESE REGELGEVING - TERTIAIR RECHT
Algemeen zijn dit uitspraken van het Hof van Justitie, het Gerecht en het Gerecht voor
ambtenarenzaken van de Europese Unie.
8,00 €
Vollständigen Zugriff auf das Dokument erhalten:
Von 95 Studierenden gekauft

100% Zufriedenheitsgarantie
Sofort verfügbar nach Zahlung
Sowohl online als auch als PDF
Du bist an nichts gebunden

Bewertungen von verifizierten Käufern

7 von 18 Bewertungen werden angezeigt
4 Monate vor

10 Monate vor

2 Jahr vor

1 Jahr vor

2 Jahr vor

1 Jahr vor

2 Jahr vor

4,3

18 rezensionen

5
8
4
7
3
3
2
0
1
0
Zuverlässige Bewertungen auf Stuvia

Alle Bewertungen werden von echten Stuvia-Benutzern nach verifizierten Käufen abgegeben.

Lerne den Verkäufer kennen

Seller avatar
Bewertungen des Ansehens basieren auf der Anzahl der Dokumente, die ein Verkäufer gegen eine Gebühr verkauft hat, und den Bewertungen, die er für diese Dokumente erhalten hat. Es gibt drei Stufen: Bronze, Silber und Gold. Je besser das Ansehen eines Verkäufers ist, desto mehr kannst du dich auf die Qualität der Arbeiten verlassen.
simkuhn Katholieke Universiteit Leuven
Folgen Sie müssen sich einloggen, um Studenten oder Kursen zu folgen.
Verkauft
2024
Mitglied seit
5 Jahren
Anzahl der Follower
795
Dokumente
33
Zuletzt verkauft
3 Jahren vor
Simon Kuhn\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\

4,5

294 rezensionen

5
186
4
87
3
9
2
3
1
9

Kürzlich von dir angesehen.

Warum sich Studierende für Stuvia entscheiden

on Mitstudent*innen erstellt, durch Bewertungen verifiziert

Geschrieben von Student*innen, die bestanden haben und bewertet von anderen, die diese Studiendokumente verwendet haben.

Nicht zufrieden? Wähle ein anderes Dokument

Kein Problem! Du kannst direkt ein anderes Dokument wählen, das besser zu dem passt, was du suchst.

Bezahle wie du möchtest, fange sofort an zu lernen

Kein Abonnement, keine Verpflichtungen. Bezahle wie gewohnt per Kreditkarte oder Sofort und lade dein PDF-Dokument sofort herunter.

Student with book image

“Gekauft, heruntergeladen und bestanden. So einfach kann es sein.”

Alisha Student

Häufig gestellte Fragen