4,5,9,10,11,14 uit het boek ‘Een inleiding in
de psychologie’.
Medische
Kennis
1.3A
Een inleiding in de
Psychologie
Hogeschool van Amsterdam (HvA)
, Bijeenkomst 5 Werkcollege 1 Persoonlijkheid, Stress
en coping
Johanna heeft 2 maanden geleden te horen gekregen dat zij een pancreascarcinoom heeft. Naar
verwachting zal ze binnen twee tot vier maanden komen te overlijden. Henk, de man van Johanna,
zal dan achterblijven met 2 jonge kinderen. Omdat Henk de hypotheek niet alleen kan opbrengen,
moet het huis uiteindelijk worden verkocht en Henk zal moeten verhuizen met zijn kinderen. Je bent
wijkverpleegkundige oncologie en op verzoek van de huisarts ga je op huisbezoek bij Johanna en haar
gezin. Je signaleert tijdens je bezoek de zorgen die Henk heeft. Henk geeft aan regelmatig duizelig te
zijn en een vervelend gevoel te hebben in de borst. Je denkt aan een paniekaanval. Ter controle
verwijs je Henk naar de huisarts.
Doelen;
1. Persoonlijkheidsfactoren, copingstijlen, stressoren in kaart brengen en toepassen;
2. Een verband leggen tussen de factoren van de BIG Five en het herstel van de patiënt;
3. Copingstijlen bij patiënten herkennen en ineffectieve coping signaleren;
4. De consequenties van inadequate coping op (postoperatief) herstel beschrijven;
5. Een advies opstellen voor effectieve coping.
Belangrijke literatuur; (Psychologie, een inleiding.)
• Hoofdstuk 10: Persoonlijkheid: Theorieën van de gehele persoon, vanaf het begin tot en
met paragraaf 10.3.2 De humanistische theorieën: nadruk op menselijk potentieel en
geestelijke gezondheid.
• Hoofdstuk 14: Stress, gezondheid en welzijn (volledig hoofdstuk).
• Vul de aangepaste versie van de Social Readjustment Rating Scale in (blz. 602 van je boek) en
bereken je score. Welke conclusies kun je hieruit trekken?
• Maak de BIG-FIVE test op: www.123test.nl/bigfive en neem de uitslag mee naar de les.
Welke relatie kun je leggen tussen deze 5 factoren en jouw kans op ziekte/ herstel van
ziekte?
Emotioneel onbekommerd (gelijkmatig/ zelfverzekerd): score = 63%
Onbaatzuchtig (warm/ vertrouwend): score = 46%
Gewetensvolheid (betrouwbaar/ georganiseerd): score = 81%
Extravertheid (dominant/ extravert): score = 22%
Openheid (open/ nieuwsgierigheid): score = 53%