Dit heeft de Hoge Raad in een ander arrest (HR 7 mei 1982, NJ 1983, 241,(Tiel-Utrecht/Wieringa II; niet
verplicht) nog eens bevestigd. Nieuw was in dat arrest dat de Hoge Raad stelde dat voor legitimatie in ieder
geval voldoende is een akte (een door de vervreemder ondertekend geschrift
waaruit de overdracht blijkt).
Kijken we naar het huidige recht, dan zien we dat de wetgever in artikel 3:95 mede voor het hiervoor
geschetste probleem een regeling heeft getroffen.
In het BW is voor de overdracht van de hier bedoelde zaken een akte
nodig. De derde kan zich door middel van de akte als rechthebbende legitimeren.
De akte is authentiek of onderhands en zij moet de goederenrechtelijke
overeenkomst vermelden.
Volgens de Parl. gesch., Boek 3, blz. 395 is voldoende een enkel door de
vervreemder ondertekende akte, mits de overdracht door de verkrijger wordt
aanvaard (en dit laatste kan vormvrij geschieden).
Jansen is eigenaar van een auto en is tegen diefstal verzekerd bij verzekeringsmaatschappij Holland. De auto van Jansen wordt gestolen, ten
gevolge waarvan Holland aan Jansen de verzekeringspenningen uitkeert.
Jansen wil nu conform hetgeen in de verzekeringspolis is vermeld, de auto leveren aan Holland. Jansen en Holland maken daartoe een geschrift op
waarin de auto door Jansen wordt overgedragen aan Holland, welk geschrift door beide wordt ondertekend. Holland kan zich nu jegens derden
door middel van deze akte als rechthebbende van de auto legitimeren.
Hiervoor hebben we nu de wijzen van levering van roerende zaken behandeld. De vraag is hoe de
goederenrechtelijke overeenkomst hier tot uiting komt. Bij de overdracht van roerende zaken is de
goederenrechtelijke overeenkomst het moeilijkst herkenbaar.
De eerste wijze van bezitsverschaffing die we behandelden was de feitelijke
overgave > In het feitelijk overgeven van de roerende zaak, ligt ook de
goederenrechtelijke overeenkomst besloten.
Door het feitelijk overgeven van de zaak door de ene partij aan de andere partij,
wordt tot uiting gebracht dat de ene partij de wil heeft om die bepaalde roerende
zaak (in eigendom) over te dragen aan de andere partij, die de wil heeft om die
zaak (in eigendom) aan te nemen.
De wilsuitingen worden hier niet op papier gezet (zoals in de tot
levering bestemde akte bij onroerende zaken), maar blijken uit het
feitelijk handelen.
In dit geval is de goederenrechtelijke overeenkomst moeilijk te
onderkennen, daar de wilsovereenstemming veelal niet expliciet
gedurende het verrichten van de leveringshandeling wordt geuit
(hetzij mondeling, hetzij schriftelijk).
verplicht) nog eens bevestigd. Nieuw was in dat arrest dat de Hoge Raad stelde dat voor legitimatie in ieder
geval voldoende is een akte (een door de vervreemder ondertekend geschrift
waaruit de overdracht blijkt).
Kijken we naar het huidige recht, dan zien we dat de wetgever in artikel 3:95 mede voor het hiervoor
geschetste probleem een regeling heeft getroffen.
In het BW is voor de overdracht van de hier bedoelde zaken een akte
nodig. De derde kan zich door middel van de akte als rechthebbende legitimeren.
De akte is authentiek of onderhands en zij moet de goederenrechtelijke
overeenkomst vermelden.
Volgens de Parl. gesch., Boek 3, blz. 395 is voldoende een enkel door de
vervreemder ondertekende akte, mits de overdracht door de verkrijger wordt
aanvaard (en dit laatste kan vormvrij geschieden).
Jansen is eigenaar van een auto en is tegen diefstal verzekerd bij verzekeringsmaatschappij Holland. De auto van Jansen wordt gestolen, ten
gevolge waarvan Holland aan Jansen de verzekeringspenningen uitkeert.
Jansen wil nu conform hetgeen in de verzekeringspolis is vermeld, de auto leveren aan Holland. Jansen en Holland maken daartoe een geschrift op
waarin de auto door Jansen wordt overgedragen aan Holland, welk geschrift door beide wordt ondertekend. Holland kan zich nu jegens derden
door middel van deze akte als rechthebbende van de auto legitimeren.
Hiervoor hebben we nu de wijzen van levering van roerende zaken behandeld. De vraag is hoe de
goederenrechtelijke overeenkomst hier tot uiting komt. Bij de overdracht van roerende zaken is de
goederenrechtelijke overeenkomst het moeilijkst herkenbaar.
De eerste wijze van bezitsverschaffing die we behandelden was de feitelijke
overgave > In het feitelijk overgeven van de roerende zaak, ligt ook de
goederenrechtelijke overeenkomst besloten.
Door het feitelijk overgeven van de zaak door de ene partij aan de andere partij,
wordt tot uiting gebracht dat de ene partij de wil heeft om die bepaalde roerende
zaak (in eigendom) over te dragen aan de andere partij, die de wil heeft om die
zaak (in eigendom) aan te nemen.
De wilsuitingen worden hier niet op papier gezet (zoals in de tot
levering bestemde akte bij onroerende zaken), maar blijken uit het
feitelijk handelen.
In dit geval is de goederenrechtelijke overeenkomst moeilijk te
onderkennen, daar de wilsovereenstemming veelal niet expliciet
gedurende het verrichten van de leveringshandeling wordt geuit
(hetzij mondeling, hetzij schriftelijk).