Chapter 14: Data collection in quantitative
research
Data collectie : balans zoeken tussen voldoende data (niet teveel, niet te
weinig).
Betrouwbaarheid: we willen zeker zijn dat we betrouwbare data hebben
(correcte weergave van de realiteit via een meetinstrumt).
Stabiliteit RR meten kort na elkaar, dan moeten we dezelfde RR hebben.
Motivatie meten aan de hand van een vragenlijst (stabiele metingen
moeten plaatsvinden wanneer men iets snel na elkaar meet.
De resultaten mogen niet verschillen van elkaar of het is niet betrouwbaar.
1. Developing a data collection plan
Het instrument en de methode (de manier waarop de data verzameld wordt)
bepalen als je data betrouwbaar en valide is.
Dataverzameling: zeer systematisch proces.
Voorbeeld:
Stap 1: lichaamstemperatuur nodig
Stap 2: we gaan temperatuur meten door een thermometer
Stap 3: welke thermometer gaan we gebruiken
1.1Identifying data needs
1
,Datanoden zijn afhankelijke van welke hypothese en welke onderzoeksvraag je
bepaald.
Er zijn verschillende soorten variabelen waar we rekening mee moeten
houden, data die je nodig hebt in elk onderzoek:
• Testen van hypothesen, behandelen van onderzoeksvragen
• Beschrijving van het monster
• Generaliseerbaarheid van de bevindingen
• Controleren van verstorende variabelen (als de variabele de relatie tussen 2
andere variabelen beïnvloed: geslacht, leeftijd)
• Mogelijke vooroordelen analyseren (vertekening= bias)
• Beoordelen van trouw aan de behandeling (trouw zijn aan het protocol)
• Administratieve informatie (we moeten weten van welk ziekenhuis de
deelnemer komt, wie zijn behandelaars waren)
Hoe beperkter, hoe beter (want teveel zorgt voor tijdrovend en mensen gaan
minder snel willen deelnemen aan het onderzoek.
Generaliseren: de data of de conclusies kunnen vertaald worden naar de
volledige populatie waarbinnen we het onderzoek willen uitvoeren.
Je gaat opzoek naar variabelen die je in het onderzoek zal moeten opnemen om
een antwoord te kunnen formuleren op je onderzoeksvraag.
Doel randomisatie: we willen de variabelen die eigen zijn op je sample die een
invloed kunnen hebben op je resultaten te verspreiden op een evenredige manier
in 2 groepen verdelen (we willen vergelijkbare groepen).
1.2Selecting types of measures
Welke types van metingen gaan we gebruiken?
- Observatie: als onderzoeker ben je aanwezig en kijk je hoe een bepaald
gedrag naar voor komt.
Voordeel: je ziet wat er gebeurt in de praktijk.
2
, Nadeel: als mensen weten dat ze geobserveerd worden, kunnen ze zich
anders gaan gedragen.
- Self-repport: vragenlijst invullen
Nadeel: sociaal wenselijk antwoorden, niet nauwkeurig invullen
- Record data: vanuit patiëntendossiers gegevens halen (bestaande
records gebruiken om data te verkrijgen).
1.3Selecting and developing instruments
Nadenken over welk instrument we gaan gebruiken.
Beoordeling van mogelijke instrumenten (uitgangspunt):
• Conceptuele relevantie
= Concept willen meten: attitude, kennis, motivatie (meet het effectief het
concept dat ik wil gaan meten?) VALIDITEIT
• Levert data van hoge kwaliteit?
= Kan het instrument voldoende hoge kwalitatieve data verkrijgen?
Meetinstrument moet voldoende betrouwbaar en valide zijn
BETROUWBAARHEID
Andere Overwegingen:
• Bronnen
= Wat heb ik ter beschikking?
• Beschikbaarheid en bekendheid
= Beschikbaarheid, is het gemakkelijk te vinden? Heb ik er kennis voor nodig?
• Bevolkingsgeschiktheid
= Kan ik het instrument gebruiken bij een andere populatie dan aangegeven?
(meetinstrument voor volwassenen toepassen bij kinderen)
• Normen en vergelijkingen
= Je kan niet elk instrument gebruiken in een ander land door aanwezigheid van
normen culturele verschillen: vragenlijst is soms niet aangepast aan de
normen van een populatie.
• Administratieve problemen
3
research
Data collectie : balans zoeken tussen voldoende data (niet teveel, niet te
weinig).
Betrouwbaarheid: we willen zeker zijn dat we betrouwbare data hebben
(correcte weergave van de realiteit via een meetinstrumt).
Stabiliteit RR meten kort na elkaar, dan moeten we dezelfde RR hebben.
Motivatie meten aan de hand van een vragenlijst (stabiele metingen
moeten plaatsvinden wanneer men iets snel na elkaar meet.
De resultaten mogen niet verschillen van elkaar of het is niet betrouwbaar.
1. Developing a data collection plan
Het instrument en de methode (de manier waarop de data verzameld wordt)
bepalen als je data betrouwbaar en valide is.
Dataverzameling: zeer systematisch proces.
Voorbeeld:
Stap 1: lichaamstemperatuur nodig
Stap 2: we gaan temperatuur meten door een thermometer
Stap 3: welke thermometer gaan we gebruiken
1.1Identifying data needs
1
,Datanoden zijn afhankelijke van welke hypothese en welke onderzoeksvraag je
bepaald.
Er zijn verschillende soorten variabelen waar we rekening mee moeten
houden, data die je nodig hebt in elk onderzoek:
• Testen van hypothesen, behandelen van onderzoeksvragen
• Beschrijving van het monster
• Generaliseerbaarheid van de bevindingen
• Controleren van verstorende variabelen (als de variabele de relatie tussen 2
andere variabelen beïnvloed: geslacht, leeftijd)
• Mogelijke vooroordelen analyseren (vertekening= bias)
• Beoordelen van trouw aan de behandeling (trouw zijn aan het protocol)
• Administratieve informatie (we moeten weten van welk ziekenhuis de
deelnemer komt, wie zijn behandelaars waren)
Hoe beperkter, hoe beter (want teveel zorgt voor tijdrovend en mensen gaan
minder snel willen deelnemen aan het onderzoek.
Generaliseren: de data of de conclusies kunnen vertaald worden naar de
volledige populatie waarbinnen we het onderzoek willen uitvoeren.
Je gaat opzoek naar variabelen die je in het onderzoek zal moeten opnemen om
een antwoord te kunnen formuleren op je onderzoeksvraag.
Doel randomisatie: we willen de variabelen die eigen zijn op je sample die een
invloed kunnen hebben op je resultaten te verspreiden op een evenredige manier
in 2 groepen verdelen (we willen vergelijkbare groepen).
1.2Selecting types of measures
Welke types van metingen gaan we gebruiken?
- Observatie: als onderzoeker ben je aanwezig en kijk je hoe een bepaald
gedrag naar voor komt.
Voordeel: je ziet wat er gebeurt in de praktijk.
2
, Nadeel: als mensen weten dat ze geobserveerd worden, kunnen ze zich
anders gaan gedragen.
- Self-repport: vragenlijst invullen
Nadeel: sociaal wenselijk antwoorden, niet nauwkeurig invullen
- Record data: vanuit patiëntendossiers gegevens halen (bestaande
records gebruiken om data te verkrijgen).
1.3Selecting and developing instruments
Nadenken over welk instrument we gaan gebruiken.
Beoordeling van mogelijke instrumenten (uitgangspunt):
• Conceptuele relevantie
= Concept willen meten: attitude, kennis, motivatie (meet het effectief het
concept dat ik wil gaan meten?) VALIDITEIT
• Levert data van hoge kwaliteit?
= Kan het instrument voldoende hoge kwalitatieve data verkrijgen?
Meetinstrument moet voldoende betrouwbaar en valide zijn
BETROUWBAARHEID
Andere Overwegingen:
• Bronnen
= Wat heb ik ter beschikking?
• Beschikbaarheid en bekendheid
= Beschikbaarheid, is het gemakkelijk te vinden? Heb ik er kennis voor nodig?
• Bevolkingsgeschiktheid
= Kan ik het instrument gebruiken bij een andere populatie dan aangegeven?
(meetinstrument voor volwassenen toepassen bij kinderen)
• Normen en vergelijkingen
= Je kan niet elk instrument gebruiken in een ander land door aanwezigheid van
normen culturele verschillen: vragenlijst is soms niet aangepast aan de
normen van een populatie.
• Administratieve problemen
3