100% Zufriedenheitsgarantie Sofort verfügbar nach Zahlung Sowohl online als auch als PDF Du bist an nichts gebunden 4,6 TrustPilot
logo-home
Zusammenfassung

Samenvatting Taal-Nederlands PABO

Bewertung
-
Verkauft
-
seiten
16
Hochgeladen auf
07-12-2021
geschrieben in
2020/2021

Samenvatting voor tentamen vakinhoud, taal -- Nederlands

Hochschule
Kurs

Inhaltsvorschau

Taal - Nederlands
Mondelinge taalvaardigheid
- Luistervaardigheid
- Spreekvaardigheid
- Gespreksvaardigheid

Luistervaardigheid
We spreken hiervan wanneer de luisteraar in staat is wat hij hoort te begrijpen, te interpreteren en
te integreren in de eigen kennis of om te zeten in handelingen.

- Actief luisteren
o De luisteraar laat op actieve wijze merken dat hij luistert, bijv. door te knikken, te
hummen, de spreker aan te kijken en vragen te stellen.
- Passief luisteren
o De luisteraar luistert en hoeft geen rekening te houden met de ander (geen signalen
af te geven dat hij luistert).

Spreekvaardigheid
- Je moet de juiste klank kunnen produceren. Hierbij gaat het om de spreektechniek: een
goede uitspraak, een duidelijke articulatie en een begrijpelijke intonatie.
- Je moet weten welke klankenreeks bij welke betekenis hoort. Je moet woorden kennen via
een spraak iets duidelijk te kunnen maken.
- Je moet de woorden in logische zinnen kunnen plaatsen.

Gespreksvaardigheid
spreken en luisteren vullen elkaar aan. Een gesprek is een voortdurende werking tussen luisteren en
spreken. Non-verbale communicatie (tonen en kijken) is een belangrijke factor. De luisteraar luistert
naar de verbale taal (woorden) en de prosodische taal (ritme, klemtoon en de intonatie) en hij kijkt
naar de lichaamstaal.
- Cat- schooltaal
- Dat – thuistaal

Taalgroeimiddelen
- Taalaanbod
- Taalruimte
- Feedback
- Taalstimulering

Modelen
De leerkracht gaat in op het vertelde, maar op een zodanige manier dat hij de gecorrigeerde vorm
meeneemt in het antwoord.

Interactiefeedback
De leerkracht geeft feedback op de manier waarop leerlingen met elkaar in gesprek zijn door
gesprekspatronen te benoemen. Bijv. de beurtwisseling, de bijdrage, de samenhang, de
doelgerichtheid, het taalgebruik en het respect voor de mening van andere.

,Taalstimulering
Taal heeft verschillende functies:
 Communiceren (ook wel sociale taalfunctie. Deze zijn gericht op contact met anderen te
brengen.)
 Conceptualiseren (taal wordt gebruikt om de werkelijkheid uit te drukken, hiervoor
gebruiken we cognitieve taalfuncties. De meest eenvoudige zijn gericht op:
o Rapporteren: het benoemen of labelen van voorwerpen of gebeurtenissen.
o Beschrijven
Er zijn ook een aantal complexere cognitieve taalfuncties:
o Redeneren: er worden beargumenteerde verbanden gelegd
o Projecteren: kinderen gebruiken taal om zich te verplaatsen in een andere persoon.
o Reflecteren: kinderen kunnen hun eigen interne processen onder woorden brengen.
 Expressie tonen

Vragen stellen (cognitieve taalfuncties)
- Controlevragen: om na te gaan of de leerstof, de opdracht of de instructie begrepen is.
- Reproductievragen: bedoeld om e leerling een deel van het vertelde zelf te laten
verwoorden.
- Oplossingsgerichte vragen
- Meningsvragen
- Evaluatievragen: bedoeld om te achterhalen wat een leerling al weet of kan, maar ook
geschikt om zelfevaluatie te bevorderen bij kinderen.
- Alsof-vragen: bedoeld om leerlingen zich te laten verplaatsen in een andere persoon.
- Diagnostische vragen: bedoeld om de ontwikkeling van kinderen in kaart te brengen.
Vorm van de vragen:
- Gesloten vragen
o Vragen waarbij maar 1 antwoord correct is (ligt dus van tevoren vast)
 Ja-nee-vragen
 Reproductievragen met keuze of zonder keuze
- Open vragen
o Hierbij staat het goede antwoord of de goede oplossing niet bij voorbaat vast en zijn
ook antwoorden mogelijk die de leerkracht vooraf niet had voorzien.
Intentioneel taalonderwijs = wanneer mondelinge taalvaardigheid het eerste doel is van de
activiteit.



Woordenschat
 het geheel van woorden en woordbetekenissen waarover iemand mondeling en
schriftelijk over kan beschikken.
 Een receptieve of passieve woordenschat: de woorden die we begrijpen
 Een productieve of actieve woordenschat: woorden die we zelf gebruiken

Elk woord bestaat uit een label en een concept: een woordvorm en een betekenis.

Vormaspecten
- Enkelvoudige woorden (vrije morfemen, die een eigen basisvorm hebben: boord,
geluk, mobiel, dus, gaan;
- Samenstellingen: Dit zijn woorden die bestaan uit delen die ook zelf als woord
kunnen voorkomen: broodrooster, tafelpoot

, - Afleidingen: Die bestaan uit een woord met een affix (toevoeging): onjuist, prachtig,
natuurlijk
- Uitgangen volgens een vervoegingssysteem: bij werkwoorden : werk-t, ge-wan-del-
d.
- Uitgangen volgens een verbuiggingssysteem: Zoals bij bijvoeglijke naamwoorden als
mooi-e, leuk-st, onduidelijk-e en voornaamwoorden als ons-onze en dit-deze.

Betekenisaspecten
- Concreet vs Abstract  bij concrete woorden is de inhoud te koppelen aan een
visueel beeld : stoel, lopen het weer. Bij abstracte woorden moeten omschreven
worden: verdriet, abstraheren.
- Letterlijk vs Figuurlijk
- Inhoudswoorden vs functiewoorden  inhoudswoorden kan je opzoeken,
functiewoorden lidwoorden enz.
- Dagelijkse woorden vs schooltaal en vaktaalwoorden  Schooltaal zijn talige
woorden die op school gebruikt worden.

Gebruiksaspecten
- Functie:
o Communicatieve functie: Als je een app aan het lezen bent
o Conceptualiserende functie: een leertekst uit een didactiekboek leest
o Expressieve functie: een gedicht
- Register: situatie gebonden taalgebruik
- Stijl: de wijze waarop iemand zich mondeling en of schriftelijk uitdrukt, kan beknopt
zijn of uitvoerig, eenvoudig of ingewikkeld, bescheiden of arrogant.
- Frequentie: Wordt een woord veel gebruikt (hoogfrequent) of juist niet
(laagfrequent)

Uitbreiding van woordenschat
Als het leren van woorden het expliciete doel is, spreken we van intentioneel woordenschat
onderwijs: er wordt doelbewust en gestructureerd gewerkt aan het uitbreiden van
woordenschat. Als leerlingen in of buiten de lessituatie spontaan nieuwe woorden leren, dan
spreken we van incidenteel leren.

Woordbewustheid
Iemand is woordbewust als hij alert is op woorden die hij niet kent en de betekenis daarvan
graag wil leren.

Viertakt
1. Voorbewerken
o Zorgen voor een uitdagende, concrete leeromgeving die de belangstelling van
leerlingen wekt en hun motiveert door het leren van nieuwe woorden.
Voorkennis activeren omdat nieuwe woorden beter onthouden worden als ze
aansluiten bij het netwerk van reeds gekende woorden.
2. Aanbieden en semantiseren
o De leerkracht brengt de woorden in en geeft er een betekenis aan. Dat kan op
verschillende manieren, maar belangrijk is dat woorden in een betekenisvolle

Verknüpftes buch

Schule, Studium & Fach

Hochschule
Studium
Kurs

Dokument Information

Gesamtes Buch?
Ja
Hochgeladen auf
7. dezember 2021
Anzahl der Seiten
16
geschrieben in
2020/2021
Typ
ZUSAMMENFASSUNG

Themen

Lerne den Verkäufer kennen

Seller avatar
Bewertungen des Ansehens basieren auf der Anzahl der Dokumente, die ein Verkäufer gegen eine Gebühr verkauft hat, und den Bewertungen, die er für diese Dokumente erhalten hat. Es gibt drei Stufen: Bronze, Silber und Gold. Je besser das Ansehen eines Verkäufers ist, desto mehr kannst du dich auf die Qualität der Arbeiten verlassen.
renskevda2002 Fontys Hogeschool
Folgen Sie müssen sich einloggen, um Studenten oder Kursen zu folgen.
Verkauft
32
Mitglied seit
5 Jahren
Anzahl der Follower
27
Dokumente
3
Zuletzt verkauft
3 Jahren vor

5,0

1 rezensionen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Kürzlich von dir angesehen.

Warum sich Studierende für Stuvia entscheiden

on Mitstudent*innen erstellt, durch Bewertungen verifiziert

Geschrieben von Student*innen, die bestanden haben und bewertet von anderen, die diese Studiendokumente verwendet haben.

Nicht zufrieden? Wähle ein anderes Dokument

Kein Problem! Du kannst direkt ein anderes Dokument wählen, das besser zu dem passt, was du suchst.

Bezahle wie du möchtest, fange sofort an zu lernen

Kein Abonnement, keine Verpflichtungen. Bezahle wie gewohnt per Kreditkarte oder Sofort und lade dein PDF-Dokument sofort herunter.

Student with book image

“Gekauft, heruntergeladen und bestanden. So einfach kann es sein.”

Alisha Student

Häufig gestellte Fragen