100% Zufriedenheitsgarantie Sofort verfügbar nach Zahlung Sowohl online als auch als PDF Du bist an nichts gebunden 4.2 TrustPilot
logo-home
Notizen

Alle colleges Beschrijvende en Inferentiële Statistiek

Bewertung
-
Verkauft
-
seiten
21
Hochgeladen auf
03-02-2015
geschrieben in
2012/2013

Alle colleges overzichtelijk genoteerd inclusief voorbeelden uit de sheets uitgeschreven + antwoorden van oefenvragen/tentamenvragen.

Hochschule
Kurs










Ups! Dein Dokument kann gerade nicht geladen werden. Versuch es erneut oder kontaktiere den Support.

Schule, Studium & Fach

Hochschule
Studium
Kurs

Dokument Information

Hochgeladen auf
3. februar 2015
Anzahl der Seiten
21
geschrieben in
2012/2013
Typ
Notizen
Professor(en)
Anouk den hamer
Enthält
Alle klassen

Inhaltsvorschau

Colleges

College 1

Beschrijvende Statistiek.
Univariate: Je hebt het over 1 variabele (bijv. gemiddelde leeftijd respondenten).
= Getal, figuur, grafiek.

Variabelen:
- Categorische (kenmerk/categorie)
Nominaal  Categorie zonder rangorde
Ordinaal  Categorie met rangorde (bijv. Likert Scales)

- Kwantitatieve (getal)
Discreet  1,2,3
Continue  49,999

SPSS ziet alles als cijfer.

Proportie = Absoluut / Totaal  0-1

Dataset
Regio = Nominaal
Doden = Discreet
Minuten = Continue

Histogram  Distribution (hoe vaak komt elke waarde voor).

Unimodal (komt het meest voor)
Bimodal  verschillend gedacht (doodstraf).

Unimodal = vaak scheef (skewed to the right)

Tot the left  bijvoorbeeld bij sterftecijfer mensen.
Outlier  Iets wijkt heel erg af.


- Gemiddelde = sommatie observatie / aantal observaties.
- Mediaan. Middenpunt. 1) Ordenen, dan 2) Middelste getal
- Modus. Waarde die het vaakst voorkomt.
- Spreiding. Afwijking van gemiddelde.
o Meer spreiding  Meer onzekerheid.
o Standaarddeviatie  Hoeveel er gemiddeld wordt afgeweken van het gemiddelde.

Voorbeeld van 7 mannen. Om Standaarddeviatie te berekenen doe je de afwijkingen in het kwadraat.
Hoe groter de SD  Hoe groter de spreiding.

Empirical Rule
+- 2 SD = 95%
+- 1 SD = 68%
+- 3 SD = 99%

Variantie = Standaarddeviatie 2

,Z-score = (Observatie – gemiddelde) / SD (schoenmaatvoorbeeld).

Percentiel  Hoeveel procent onder een bepaald punt valt (vaak bij toelatingstoetsen).
p.de percentiel.

IQR
Vaak gebruikt: 25e, 50e, 75e .
Q1, Q2(mediaan), Q3

IQR = Q3 – Q1

Outliers: 1,5 . IQR
Q1 – 60 = 30 en Q3 + 60 = 190

Voorbeeld cyberpestgedrag.
Quiz.

College 2

Skewed to the right  Gemiddelde rechts van de mediaan.

Bivariate  Twee variabelen.

Explanatory/independent Dependent/Response
X  Y

Associatie: waarde van X hangt samen met de waarde van Y (bijv. Leren  Tentamen)

Groentekweek.
Conditionele proportie (0.23)  alleen kijkend naar bepaalde conditie.
Marginale proportie (0.73)  kijken naar verschillende condities.

Scatterplot (puntjes)
GDP & Internetgebruik.
Hoe hoger X  Hoe hoger Y.
Lineair verband als je ruw een rechte lijn kunt trekken.

Correlatie: beschrijft de sterkte van het lineaire verband. Symbool: r. Range: -1 – 1
Negatieve/Positieve correlatie.
Onafhankelijk van meeteenheden.

Correlatie drukt associatie uit in een getal.
-3 en + 3  geen significante correlatie.

Regressie = door middel van X Y voorspellen.
Y(hat) =a + bx
Voorspelde y intercept slope(helling)

Voorbeeld.
Aantal observaties liggen niet op de lijn. Verschil tussen geobserveerde y en voorspelde Y =
voorspellingsfout (RESIDU)

Method of least squares  Zo klein mogelijk is beter.

, Als er een associatie bestaat tussen variabelen, dan betekent dat nog niet dat er ook causaliteit is.
Causaliteit: A leidt tot B.
Aan welke voorwaarden moet voldaan zijn?
- A en B hebben een associatie met elkaar.
- A gaat vooraf in tijd aan B.
- Als het theoretisch plausibel is, als alternatieve verklaringen zijn uitgesloten.

Probeer altijd rekening te houden met confounders (alternatieve variabele)  Beïnvloedt de associatie
tussen X en Y.
In je onderzoek ga je al opzoek naar mogelijke confounders (vb. cyberpesten, misschien
leeftijd[mogelijk beïnvloeden ze de relatie])

Confounders wel gemeten in studie (je houdt er rekening mee)
Lurking variable: Potentiële confounder. Kan ook X en Y verstoren, maar is niet gemeten in de
studie.

Kansberekening.

P(probability) = hoe vaak komt de ‘juiste uitkomst’ voor van het totaal aantal uitkomsten?

Rekenregels
1. P(Niet A) = Complementaire kans. Aanduiding: P(Ac). P(Ac)= 1 – P(A)

2.
- P(A of B) = Overlapping. P (A) + P(B) – P(A en B)
- Zonder overlap (disjoint): P (A of B) = P(A) + P(B)

3. P (A en B)
A en B zijn onafhankelijk: P( A en B) = P (A) x P(B)
A en B zijn afhankelijk: P(A en B) = P(A) x P(B | A)

P ( A| B) is een conditionele kans.


HOe weet je of kansen afhankelijk of onafhankelijk zijn?

Checken van onafhankelijkheid:
1. Is P(A|B) = P(A)?
2. Is P(B|A) = P(B)?
3. Is P( A and B) = P(A) x P(B)?

College 3
Disjoint: Kans = P(A) + P(B)
Intercept is de waarde van Y als x=0 (Aantal studie uren invloed op tentamencijfer).
Slope geeft aan hoeveel die lijn stijgt of misschien wel daalt. Dus als x 1 stap om hoog gaat, hoeveel
gaat Y dan omhoog/omlaag.
Method of Least squares: zo klein mogelijke RSS.
Positief residu: Geobserveerde Y is hoger dan de Voorspelde Y.

Inferentiële statistiek: voorspellen.
De sterke van een verband wordt uitgedrukt met correlatie.
Associatie betekent verband.
Causaliteit: A leidt tot B.
IQR: Inter Quartile Range (Q1 – Q3)
Vraag 4: Skewness naar links.
5,98 €
Vollständigen Zugriff auf das Dokument erhalten:

100% Zufriedenheitsgarantie
Sofort verfügbar nach Zahlung
Sowohl online als auch als PDF
Du bist an nichts gebunden


Ebenfalls erhältlich im paket-deal

Lerne den Verkäufer kennen

Seller avatar
Bewertungen des Ansehens basieren auf der Anzahl der Dokumente, die ein Verkäufer gegen eine Gebühr verkauft hat, und den Bewertungen, die er für diese Dokumente erhalten hat. Es gibt drei Stufen: Bronze, Silber und Gold. Je besser das Ansehen eines Verkäufers ist, desto mehr kannst du dich auf die Qualität der Arbeiten verlassen.
gjdekker Vrije Universiteit Amsterdam
Folgen Sie müssen sich einloggen, um Studenten oder Kursen zu folgen.
Verkauft
117
Mitglied seit
12 Jahren
Anzahl der Follower
73
Dokumente
12
Zuletzt verkauft
6 Jahren vor

3,1

16 rezensionen

5
3
4
2
3
7
2
2
1
2

Kürzlich von dir angesehen.

Warum sich Studierende für Stuvia entscheiden

on Mitstudent*innen erstellt, durch Bewertungen verifiziert

Geschrieben von Student*innen, die bestanden haben und bewertet von anderen, die diese Studiendokumente verwendet haben.

Nicht zufrieden? Wähle ein anderes Dokument

Kein Problem! Du kannst direkt ein anderes Dokument wählen, das besser zu dem passt, was du suchst.

Bezahle wie du möchtest, fange sofort an zu lernen

Kein Abonnement, keine Verpflichtungen. Bezahle wie gewohnt per Kreditkarte oder Sofort und lade dein PDF-Dokument sofort herunter.

Student with book image

“Gekauft, heruntergeladen und bestanden. So einfach kann es sein.”

Alisha Student

Häufig gestellte Fragen