HOOFDSTUK 2: STRETCHING, LENIGHEIDSTRAINING EN OPWARMING BIJ GEZONDE MENSEN (01/10)
1. INLEIDING:
Doelgroep: voor gezonde mensen: sporters, amateurs of professionelen geen therapeutische doelgroepen
1.1 STRETCHING EN LENIGHEID (STRAINING)
• Stretching = het op een voorzichtige manier rekken van een spiergroep om de lenigheid van de
betreffende spiergroep te trainen en te verbeteren → het is éénmalig = kortdurende effect
• (Spier)Lenigheid =
- basiseigenschap (zoals uithouding, kracht, ...)
- eigenschap om bewegingen met een zo groot mogelijke amplitude (ROM) uit te voeren
• Lenigheidstraining =
- trainen vd lenigheid
- regelmatig (dagelijks) uitvoeren lenigheidsoefeningen gedurende langere periode (weken, maanden,
jaren) → langdurige effecten
1.2 RANGE OF MOTION:
Amplitude of Range Of Motion (ROM) is:
• max bewegingsamplitude
• bewegingshoeveelheid die mogelijk is thv gewricht → hangt af van ziektepatronen, genetica, geslacht, …
1.3 SOORTEN SPIERLENIGHEID:
Algemene Lenigheid =
- lenigheid dat je gebruikt in ADL
- beweeglijkheid vd belangrijkste spieren vh volledige lichaam
- moet bij iedereen voldoende zijn om ‘normaal’ te kunnen functioneren - voor niet-sportbeoefenaars
- hoe ouder men wordt, hoe minder lenigheid men heeft, gewrichten worden minder elastisch; hoe ouder
hoe stijver → dit is de algemene lenigheid
Specifieke Lenigheid =
- lenigheid die belangrijk is voor een bepaalde sport:
rugzwemmer: schouder- en borstspieren - turner: abductoren
Specifieke lenigheid bestaat uit:
• Actieve (dynamische) Lenigheid =
Wisselwerking tussen agonisten en antagonisten
• Passieve (statische) Lenigheid
Bewegingsamplitude is resultaat van uitwendig werkende kracht
• Rekreserve = verschil tussen passieve en actieve lenigheid
1.4 FACTOREN DIE DE LENIGHEID (ROM) BEPALEN:
• Anatomische structuren
• Externe factoren: temperatuur (spier, omgeving), moment vd dag, ...
• Persoonsgebondenfactoren: leeftijd, geslacht (vrouwen zijn leniger dan mannen), erfelijkheid (kleine
mensen zijn leniger dan grote mensen:
Wanneer men groeit zijn het de botten die groeien (groeischijf), spieren en pezen groeien als reactie
op de lengtetoename van de botten; bij grote mensen groeien de botten sneller dan de spieren en
pezen tijdens de groeispurt, waardoor er continu een verkorting is van de spier-peesapparaat),...
• Pathologische factoren:‘frozenshoulder’,...
• Vermoeidheid
→ grote Intra-individuele verschillen
, Priscillia Angela Cosentino
1.5 LENIGHEID VERBETEREN?
Door biochemische en structurele veranderingen mbv rekkingstechnieken kunnen mechanische
eigenschappen beïnvloed worden en dus de rekbaarheid :
• Opwarming
• elasticiteit
• stretch-tolerantie
• spiertonus (spierspoeltjes)
➔ LENIGHEIDSTRAINING: REGELMATIG, anders geen effecten!
2. ANATOMISCH-FYSIOLOGISCHE KENMERKEN:
2.1 ANATOMIE:
➢ Gewrichten
➢ Weke delen:
o Ligamenten en gewrichtskapsels
o Spier-peesapparaat
o Fascia-verschuivingsbindweefsel
→ Ligamenten beschermen de gewrichten
Mensen met hyperflexibiliteit: botten bewegen verder dan normaal en ze komen tot een bepaalde hoek
dat er geen kraakbeen meer is
2.2 LIGAMENTEN EN GEWRICHTSKAPSELS:
➢ Weinig rekbaar (10-20%)
➢ Bescherming
➢ Ondersteuning
➢ (Over)Rekking
➢ Verschuivingsbindweefsel
2.3 SPIER-PEESAPPARAAT:
Skeletspier: bindweefselstructuren → soepel en sterk
Spieren zijn opgebouwd uit: contractiele elementen
Eigenschappen:
• Visco-elastisch
• Grote lengte verandering
• Bindweefsel zoekt rusttoestand
• Spierweefsel kan tot 20-50% van zijn rustlengte gerekt worden
2.4 CONTRACTIELE ELEMENTEN: SARCOMEER:
Sarcomeer = kleinste functionele eenheden van de spier
+
Cross-bridges: Spiercontractie is mogelijk zolang er ATP en Ca aanwezig is in de spier, bij spiercontractie
komen de Z-banden bij elkaar en is er een vermindering in spierlengte