NATUURKUNDE SAMENVATTING
diffusie → treed op wanneer een stof vloeibaar of gasvormig is.
(voorbeeld: een lokaal wordt met deodorant gespoten en dat is achterin te ruiken.)
stofeigenschappen = geur, kleur, smaak, kookpunt, smeltpunt.
(een stofeigenschap is waar je een stof aan herkent. )
molecuul/molecuulmodel = een bouwsteen van een stof
(wat weet je van moleculen:
1. ze trekken elkaar aan
2. ze zijn klein
3. er zit ruimte tussen
4. er zijn veel soorten moleculen
5. ze bewegen
6. ze bewegen sneller bij een hogere temperatuur.)
de 3 fasen:
rijpen
Vast <----------> gas
sublimeren
stollen
Vast <----------> vloeistof
smelten
verdampen
Gas <-------------> vloeistof
condenseren
Cohesie = aantrekkingskracht tussen dezelfde soort moleculen.
Adhesie = aantrekkingskracht tussen andere soort moleculen.
- cohesie en adhesie kunnen samen zorgen voor capillaire werking. -
1.) oplossing -------> mengsel:
● heldere vloeistof
● geen vaste stoffen zweven rond in de vloeistof
2.) suspensie -------> een vaste stof lost niet op:
● troebel mengsel
● er zwerven vaste deeltjes rond in de vloeistof
3.) emulsie ---------> vloeistof lost niet op in andere vloeistof:
● de ene vloeistof drijft op de andere vloeistof
● de emulsie kun je toch laten mengen door een emulgator toe te voegen
(zeep of eigeel)
4.) zuivere stof ------> een stof die uit één soort molecuul bestaat.
(voorbeeld: een sleutel gemaakt van ijzer.)
in een tabel is een zuivere stof een rechte lijn anders is het een mengsel.
diffusie → treed op wanneer een stof vloeibaar of gasvormig is.
(voorbeeld: een lokaal wordt met deodorant gespoten en dat is achterin te ruiken.)
stofeigenschappen = geur, kleur, smaak, kookpunt, smeltpunt.
(een stofeigenschap is waar je een stof aan herkent. )
molecuul/molecuulmodel = een bouwsteen van een stof
(wat weet je van moleculen:
1. ze trekken elkaar aan
2. ze zijn klein
3. er zit ruimte tussen
4. er zijn veel soorten moleculen
5. ze bewegen
6. ze bewegen sneller bij een hogere temperatuur.)
de 3 fasen:
rijpen
Vast <----------> gas
sublimeren
stollen
Vast <----------> vloeistof
smelten
verdampen
Gas <-------------> vloeistof
condenseren
Cohesie = aantrekkingskracht tussen dezelfde soort moleculen.
Adhesie = aantrekkingskracht tussen andere soort moleculen.
- cohesie en adhesie kunnen samen zorgen voor capillaire werking. -
1.) oplossing -------> mengsel:
● heldere vloeistof
● geen vaste stoffen zweven rond in de vloeistof
2.) suspensie -------> een vaste stof lost niet op:
● troebel mengsel
● er zwerven vaste deeltjes rond in de vloeistof
3.) emulsie ---------> vloeistof lost niet op in andere vloeistof:
● de ene vloeistof drijft op de andere vloeistof
● de emulsie kun je toch laten mengen door een emulgator toe te voegen
(zeep of eigeel)
4.) zuivere stof ------> een stof die uit één soort molecuul bestaat.
(voorbeeld: een sleutel gemaakt van ijzer.)
in een tabel is een zuivere stof een rechte lijn anders is het een mengsel.