lOMoAR cPSD| 1079531
Economische sociologie
Inhoudstafel
Hoofdstuk 1: Sociologie als wetenschap ................................................................................................................. 1
Hoofdstuk 2: Cultuur ............................................................................................................................................. 30
Hoofdstuk 3: Sociale rela es & netwerken ........................................................................................................... 45
H4: Macht, gezag en hulpbronnen (macht & machtsongelijkheid) ....................................................................... 65
Hoofdstuk 6: Ontstaan van de sociologie .............................................................................................................. 80
Hoofdstuk 7: Kannibalisme & imperialis sche ambi e ......................................................................................... 94
Hoofdstuk 8: Diffusie & inspira e........................................................................................................................ 103
Hoofdstuk9: Economisch handelen & economische ins tu es .......................................................................... 111
Hoofdtsuk 10: Kapitalisme als economische organisa e .................................................................................... 128
Hoofdstuk 11: Reciprociteit & gi rela es ........................................................................................................... 138
Hoofdstuk 12: Staatse redistribu e ..................................................................................................................... 147
samenhang .......................................................................................................................................................... 155
DEEL I: Elementaire eenheden van de sociologie
Hoofdstuk 1: Sociologie als wetenschap
Wat sociologie niet is
Sociologie is geen anti-economisme
An -economisme betekent: elke kri ek die zich verzet tegen de fundamentele uitgangspunten van de
economische wetenschap. Er bestaat soms het idee dat sociologie per defini e tegen economie is. Dat is
onjuist.
Binnen de sociologie bestaat wel kri ek op bepaalde economische theorieën of aannames.
Die kri ek is echter niet uniek voor sociologie: ook binnen de economie zelf bestaat interne kri ek.
Historisch gezien hebben economie en sociologie elkaar sterk beïnvloed.
Veel sociologische theorieën maken gebruik van economische concepten (zoals ra onaliteit, kosten-
batenafwegingen, markten).
Omgekeerd gebruiken economen ook sociologische inzichten (zoals sociale normen, ins tu es, macht,
cultuur).
Daarom kan men niet zeggen dat sociologie en economie tegenover elkaar staan. Ze hebben een
nauwe en vaak vruchtbare wisselwerking.
Sociologie is niet an -economisch, maar staat in een kri sche en complementaire rela e tot de economie.
Sociologie is geen socialisme
Socialisme is een poli eke ideologie, geen wetenschap. Een veelvoorkomend misverstand is dat sociologie
automa sch socialis sch of links zou zijn.
1
, lOMoAR cPSD| 1079531
Sociologie is een wetenschappelijke discipline.
De sociologie als wetenschap hee geen ideologie.
De sociologie als wetenschap hee geen poli ek programma.
Sociologen als individuen kunnen wel verschillende poli eke overtuigingen hebben (socialisme,
liberalisme, conserva sme, enz.).
In de popula e van sociologen is er vaak een gemiddelde poli eke voorkeur, maar dat maakt de
discipline zelf niet poli ek.
Het onderscheid tussen wetenschap en persoonlijke overtuiging is hier cruciaal. Sociologie onderzoekt
maatschappelijke verschijnselen, maar schrij geen poli eke oplossingen of ideologische standpunten voor.
Sociologie is meer dan een verhaal
Sociologie wordt soms afgedaan als “verhalen vertellen” over hoe de samenleving werkt.
Een verhaal is een mogelijke uitleg van hoe iets gebeurd zou kunnen zijn.
Zo’n verhaal kan lijken op een model of theorie.
Verhalen zijn nu g als eerste stap in het denken.
Maar een verhaal op zich is niet voldoende om wetenschappelijk te zijn.
Wat sociologie onderscheidt van een puur verhaal
Sociologie wil verklaren wat er daadwerkelijk gebeurd is, niet enkel wat er had kunnen gebeuren.
Sociologische verklaringen moeten worden getoetst aan de werkelijkheid.
Dat gebeurt via empirisch onderzoek: data, sta s ek, enquêtes, interviews, observa es.
Zonder empirische toetsing blij een verklaring specula ef.
In de economie zijn modellen vaak formeler en centraler, maar ook daar geldt dat modellen uiteindelijk
empirisch moeten worden getoetst. Sociologie gebruikt theorieën en verhalen, maar alleen als basis voor
empirisch onderzoek en wetenschappelijke verklaring.
Sociologie praat het verwerpelijke niet goed
Soms wordt sociologie verweten dat ze crimineel, immoreel of problema sch gedrag zou goedpraten.
Dit verwijt is gebaseerd op een misverstand.
Sociologie maakt geen moreel onderscheid tussen goed en kwaad.
Sociologie probeert te begrijpen:
o hoe samenlevingen bepalen wat goed en slecht is;
o hoe normen en waarden ontstaan;
o waarom sommige mensen regels volgen en anderen ze overtreden.
Het doel is verklaren, niet rechtvaardigen.
Belangrijk onderscheid:
Een sociologische verklaring kan relevant zijn voor morele oordelen.
Maar een sociologische verklaring vervangt geen moreel oordeel.
Begrijpen waarom iemand iets doet, betekent niet dat men het gedrag goedkeurt.
Sociologie verklaart gedrag, maar spreekt geen moreel oordeel uit.
2
, lOMoAR cPSD| 1079531
Sociologie bestudeert sociaal handelen en sociale feiten
Sociologie richt zich op het sociale: datgene wat ontstaat tussen mensen, in hun onderlinge rela es en
interac es. Het gaat niet enkel over individuele personen, maar ook over abstracte sociale structuren zoals
normen, rollen, ins tu es en de maatschappij als geheel.
Een bekende grap vat dit goed samen: “When the baby looks like the father, it’s biology.
When the baby looks like the neighbor, it’s sociology.” Deze grap benadrukt dat sociologie
geïnteresseerd is in sociale rela es en sociale betekenissen, niet in louter biologische of
individuele verklaringen.
Met “het sociale” kunnen twee dingen worden bedoeld:
Sociaal handelen
Sociale feiten
Sociaal handelen
Van gedrag naar sociaal handelen
Om sociaal handelen te begrijpen, moet men een onderscheid maken tussen gedrag, handelen en sociaal
handelen.
Gedrag
Gedrag is alles wat uiterlijk waarneembaar is.
Het omvat alle menselijke bewegingen en reac es, bewust of onbewust.
Voorbeeld: ademen, niezen, blozen, struikelen.
Handelen
Handelen is een deelverzameling van gedrag.
Het gaat om gedrag waaraan een inten e of betekenis wordt
gegeven door de actor.
Met andere woorden: de persoon hee een reden om het te doen.
Voorbeeld:
Hoesten omdat je verkouden bent: gedrag, maar geen handelen.
Hoesten om aandacht te trekken: handelen, omdat het inten oneel is.
Criterium 1: inten onaliteit: Zonder inten e is er geen handelen.
Sociaal handelen
Sociaal handelen is opnieuw een deelverzameling van handelen.
Het is handelen dat georiënteerd is op het gedrag van anderen.
Je handelt in func e van, rekening houdend met of als reac e op andere mensen.
De aanwezigheid of verwachte reac e van anderen speelt een rol.
Criterium 2: coördina e: Het handelen is afgestemd op anderen.
Voorbeelden:
Iemand begroeten omdat die persoon je aankijkt.
Zachter praten omdat er anderen in de ruimte zijn.
Je gedrag aanpassen omdat je verwacht hoe anderen zullen reageren.
3
, lOMoAR cPSD| 1079531
Belangrijk onderscheid:
Een paraplu openen omdat het regent: handelen (inten oneel), maar niet sociaal.
Een paraplu openen omdat anderen dat doen: sociaal handelen.
Eenzelfde gedraging (zoals hoesten, bidden of een paraplu openen) kan:
o gedrag zijn,
o handelen zijn,
o of sociaal handelen zijn, a ankelijk van de context en de inten e.
Types van handelen (Max Weber)
Sociologie onderscheidt verschillende types van handelen, gebaseerd op de betekenis die mensen eraan geven.
Doelrationeel handelen
Het handelen is gericht op een extern doel.
Men kiest de meest efficiënte middelen om dat doel te bereiken.
Kosten en baten worden afgewogen.
Voorbeelden:
De kortste route naar het sta on nemen.
Het goedkoopste product kopen.
De kassa met de kortste wachtrij kiezen.
Waarderationeel handelen
Het handelen gebeurt omwille van de waarde van de handeling zelf.
Er is geen extern doel; het gedrag is op zichzelf zinvol.
Het is niet instrumenteel ra oneel.
Voorbeeld:
Sporten om er gespierd uit te zien: doelra oneel.
Sporten omdat je sporten belangrijk of leuk vindt: waardera oneel.
Affectief handelen
Het handelen wordt gestuurd door emo es.
Het gebeurt vaak spontaan en zonder nadenken.
Voorbeelden:
Iemand uitschelden uit woede.
Huilen van verdriet.
Iets kapot gooien uit frustra e.
Traditioneel handelen
Het handelen gebeurt uit gewoonte.
Men doet iets omdat men het al jd zo gedaan hee .
De oorspronkelijke betekenis of func e kan verdwenen zijn.
Voorbeeld:
Een chippolata in meerdere stukken snijden omdat men dat al jd zo deed.
Belangrijke conclusies
1. “Zinloos handelen” bestaat niet: Handelen hee per defini e betekenis voor degene die handelt.
4
Economische sociologie
Inhoudstafel
Hoofdstuk 1: Sociologie als wetenschap ................................................................................................................. 1
Hoofdstuk 2: Cultuur ............................................................................................................................................. 30
Hoofdstuk 3: Sociale rela es & netwerken ........................................................................................................... 45
H4: Macht, gezag en hulpbronnen (macht & machtsongelijkheid) ....................................................................... 65
Hoofdstuk 6: Ontstaan van de sociologie .............................................................................................................. 80
Hoofdstuk 7: Kannibalisme & imperialis sche ambi e ......................................................................................... 94
Hoofdstuk 8: Diffusie & inspira e........................................................................................................................ 103
Hoofdstuk9: Economisch handelen & economische ins tu es .......................................................................... 111
Hoofdtsuk 10: Kapitalisme als economische organisa e .................................................................................... 128
Hoofdstuk 11: Reciprociteit & gi rela es ........................................................................................................... 138
Hoofdstuk 12: Staatse redistribu e ..................................................................................................................... 147
samenhang .......................................................................................................................................................... 155
DEEL I: Elementaire eenheden van de sociologie
Hoofdstuk 1: Sociologie als wetenschap
Wat sociologie niet is
Sociologie is geen anti-economisme
An -economisme betekent: elke kri ek die zich verzet tegen de fundamentele uitgangspunten van de
economische wetenschap. Er bestaat soms het idee dat sociologie per defini e tegen economie is. Dat is
onjuist.
Binnen de sociologie bestaat wel kri ek op bepaalde economische theorieën of aannames.
Die kri ek is echter niet uniek voor sociologie: ook binnen de economie zelf bestaat interne kri ek.
Historisch gezien hebben economie en sociologie elkaar sterk beïnvloed.
Veel sociologische theorieën maken gebruik van economische concepten (zoals ra onaliteit, kosten-
batenafwegingen, markten).
Omgekeerd gebruiken economen ook sociologische inzichten (zoals sociale normen, ins tu es, macht,
cultuur).
Daarom kan men niet zeggen dat sociologie en economie tegenover elkaar staan. Ze hebben een
nauwe en vaak vruchtbare wisselwerking.
Sociologie is niet an -economisch, maar staat in een kri sche en complementaire rela e tot de economie.
Sociologie is geen socialisme
Socialisme is een poli eke ideologie, geen wetenschap. Een veelvoorkomend misverstand is dat sociologie
automa sch socialis sch of links zou zijn.
1
, lOMoAR cPSD| 1079531
Sociologie is een wetenschappelijke discipline.
De sociologie als wetenschap hee geen ideologie.
De sociologie als wetenschap hee geen poli ek programma.
Sociologen als individuen kunnen wel verschillende poli eke overtuigingen hebben (socialisme,
liberalisme, conserva sme, enz.).
In de popula e van sociologen is er vaak een gemiddelde poli eke voorkeur, maar dat maakt de
discipline zelf niet poli ek.
Het onderscheid tussen wetenschap en persoonlijke overtuiging is hier cruciaal. Sociologie onderzoekt
maatschappelijke verschijnselen, maar schrij geen poli eke oplossingen of ideologische standpunten voor.
Sociologie is meer dan een verhaal
Sociologie wordt soms afgedaan als “verhalen vertellen” over hoe de samenleving werkt.
Een verhaal is een mogelijke uitleg van hoe iets gebeurd zou kunnen zijn.
Zo’n verhaal kan lijken op een model of theorie.
Verhalen zijn nu g als eerste stap in het denken.
Maar een verhaal op zich is niet voldoende om wetenschappelijk te zijn.
Wat sociologie onderscheidt van een puur verhaal
Sociologie wil verklaren wat er daadwerkelijk gebeurd is, niet enkel wat er had kunnen gebeuren.
Sociologische verklaringen moeten worden getoetst aan de werkelijkheid.
Dat gebeurt via empirisch onderzoek: data, sta s ek, enquêtes, interviews, observa es.
Zonder empirische toetsing blij een verklaring specula ef.
In de economie zijn modellen vaak formeler en centraler, maar ook daar geldt dat modellen uiteindelijk
empirisch moeten worden getoetst. Sociologie gebruikt theorieën en verhalen, maar alleen als basis voor
empirisch onderzoek en wetenschappelijke verklaring.
Sociologie praat het verwerpelijke niet goed
Soms wordt sociologie verweten dat ze crimineel, immoreel of problema sch gedrag zou goedpraten.
Dit verwijt is gebaseerd op een misverstand.
Sociologie maakt geen moreel onderscheid tussen goed en kwaad.
Sociologie probeert te begrijpen:
o hoe samenlevingen bepalen wat goed en slecht is;
o hoe normen en waarden ontstaan;
o waarom sommige mensen regels volgen en anderen ze overtreden.
Het doel is verklaren, niet rechtvaardigen.
Belangrijk onderscheid:
Een sociologische verklaring kan relevant zijn voor morele oordelen.
Maar een sociologische verklaring vervangt geen moreel oordeel.
Begrijpen waarom iemand iets doet, betekent niet dat men het gedrag goedkeurt.
Sociologie verklaart gedrag, maar spreekt geen moreel oordeel uit.
2
, lOMoAR cPSD| 1079531
Sociologie bestudeert sociaal handelen en sociale feiten
Sociologie richt zich op het sociale: datgene wat ontstaat tussen mensen, in hun onderlinge rela es en
interac es. Het gaat niet enkel over individuele personen, maar ook over abstracte sociale structuren zoals
normen, rollen, ins tu es en de maatschappij als geheel.
Een bekende grap vat dit goed samen: “When the baby looks like the father, it’s biology.
When the baby looks like the neighbor, it’s sociology.” Deze grap benadrukt dat sociologie
geïnteresseerd is in sociale rela es en sociale betekenissen, niet in louter biologische of
individuele verklaringen.
Met “het sociale” kunnen twee dingen worden bedoeld:
Sociaal handelen
Sociale feiten
Sociaal handelen
Van gedrag naar sociaal handelen
Om sociaal handelen te begrijpen, moet men een onderscheid maken tussen gedrag, handelen en sociaal
handelen.
Gedrag
Gedrag is alles wat uiterlijk waarneembaar is.
Het omvat alle menselijke bewegingen en reac es, bewust of onbewust.
Voorbeeld: ademen, niezen, blozen, struikelen.
Handelen
Handelen is een deelverzameling van gedrag.
Het gaat om gedrag waaraan een inten e of betekenis wordt
gegeven door de actor.
Met andere woorden: de persoon hee een reden om het te doen.
Voorbeeld:
Hoesten omdat je verkouden bent: gedrag, maar geen handelen.
Hoesten om aandacht te trekken: handelen, omdat het inten oneel is.
Criterium 1: inten onaliteit: Zonder inten e is er geen handelen.
Sociaal handelen
Sociaal handelen is opnieuw een deelverzameling van handelen.
Het is handelen dat georiënteerd is op het gedrag van anderen.
Je handelt in func e van, rekening houdend met of als reac e op andere mensen.
De aanwezigheid of verwachte reac e van anderen speelt een rol.
Criterium 2: coördina e: Het handelen is afgestemd op anderen.
Voorbeelden:
Iemand begroeten omdat die persoon je aankijkt.
Zachter praten omdat er anderen in de ruimte zijn.
Je gedrag aanpassen omdat je verwacht hoe anderen zullen reageren.
3
, lOMoAR cPSD| 1079531
Belangrijk onderscheid:
Een paraplu openen omdat het regent: handelen (inten oneel), maar niet sociaal.
Een paraplu openen omdat anderen dat doen: sociaal handelen.
Eenzelfde gedraging (zoals hoesten, bidden of een paraplu openen) kan:
o gedrag zijn,
o handelen zijn,
o of sociaal handelen zijn, a ankelijk van de context en de inten e.
Types van handelen (Max Weber)
Sociologie onderscheidt verschillende types van handelen, gebaseerd op de betekenis die mensen eraan geven.
Doelrationeel handelen
Het handelen is gericht op een extern doel.
Men kiest de meest efficiënte middelen om dat doel te bereiken.
Kosten en baten worden afgewogen.
Voorbeelden:
De kortste route naar het sta on nemen.
Het goedkoopste product kopen.
De kassa met de kortste wachtrij kiezen.
Waarderationeel handelen
Het handelen gebeurt omwille van de waarde van de handeling zelf.
Er is geen extern doel; het gedrag is op zichzelf zinvol.
Het is niet instrumenteel ra oneel.
Voorbeeld:
Sporten om er gespierd uit te zien: doelra oneel.
Sporten omdat je sporten belangrijk of leuk vindt: waardera oneel.
Affectief handelen
Het handelen wordt gestuurd door emo es.
Het gebeurt vaak spontaan en zonder nadenken.
Voorbeelden:
Iemand uitschelden uit woede.
Huilen van verdriet.
Iets kapot gooien uit frustra e.
Traditioneel handelen
Het handelen gebeurt uit gewoonte.
Men doet iets omdat men het al jd zo gedaan hee .
De oorspronkelijke betekenis of func e kan verdwenen zijn.
Voorbeeld:
Een chippolata in meerdere stukken snijden omdat men dat al jd zo deed.
Belangrijke conclusies
1. “Zinloos handelen” bestaat niet: Handelen hee per defini e betekenis voor degene die handelt.
4