Janssens Rosalie Samenvatting Sociologie 2025-2026
HD1:
Sociologie -> samenlevingskunde
Rechtssociologie -> wisselwerking tussen de samenleving en recht
Socio – logie
Hybride combinatie Latijn en Grieks
- Socius (metgezel); societas (samenleving); logos (kennis, leer,
kunde)
- Term is voor het eerst in de normatieve vorm (als beschrijving van
hoe de samenleving er zou moeten uitzien, hoe kan de samenleving
het best worden ingericht?) opgedoken in het werk ven Sieyès
(1780-1785)
Comte:
Comte wordt gezien als de grondlegger van de sociologie. Hij beschrijft de
sociologie als eerste als wetenschap.
- Sociologie als hoogste en meest complexe wetenschap
- Sociologie als empirische wetenschap
- Beschrijvend, objectief en empirisch
- De sociologie gaat opzoek naar wetmatigheden in de samenleving
aan de hand van empirisch onderzoek
Voetbal metafoor:
Zowel in de smaneleving als bij de voetbal gelden er regels, formele regels
(de wet) en informele regels ( je steekt iemand niet voorbij in de rij aan de
kassa)
Speelveld, spelregels, spelers => het samenlevingsspel
Wie neemt deel en wie niet?
Welke regels gelden er? (méér dan recht!, informele regels)
Waar gelden die regels? (verschillende zones binnen het
speelveld)
Wat gebeurt er als de regels worden overtreden?
Welke (veranderlijke) posities bekleden de spelers?
Welke verwachtingen (= rol) en waarderingen (= status)
gaan samen met deze posities?
Hoe communiceren/interageren de spelers met elkaar?
1
,Janssens Rosalie Samenvatting Sociologie 2025-2026
Wat is het doel van het spel? Wat is de rol van de spelers
daarin?
Wie bevindt zich in de ruimte rond het speelveld, in de
tribune?
De socioloog zit in de tribune, als neutrale waarnemer die
empirisch onderzoek gaat doen. (link met wat Comte zegt)
Positionaliteit:
Een socioloog moet neutraal zijn maar iedereen heeft voorkeuren en
overtuigingen die beïnvloed worden door je positionaliteit (geloof, gender,
…) die je identiteit vormt en die invloed heeft op hoe je de werkelijkheid
waarneemt en hoe anderen jou waarnemen.
De wetenschapper moet zich bewust zijn van zijn eigen positionaliteit,
omdat dit een mogelijke impact heeft op de neutraliteit van zijn
onderzoek. Centraal staat de vraag: wie ben jij als onderzoeker?
Je positionaliteit heeft invloed op:
1. Wat je wil onderzoeken
2. Wat je weet
3. Wat je kunt observeren (als niet moslim is het moeilijker om een
islamitische gezinssituatie te observeren)
4. Je methodologische keuzes
5. Je relatie met de onderzoek participanten
6. Hoe je jezelf vertegenwoordigt
Positionality statement
Aan het begin van je onderzoek laten weten wat je positionaliteit is.
2
,Janssens Rosalie Samenvatting Sociologie 2025-2026
Een positionaliteitsverklaring maakt duidelijk hoe de identiteiten van
de auteurs zich verhouden tot het onderzoeksonderwerp en tot de
identiteiten van de deelnemers, en hoe deze identiteiten worden
weergegeven.
Positionaliteit is verwant, maar niet gelijk aan intersectionaliteit-
Kimberlé Crenshow.
Intersectionaliteit = een concept dat beschrijft hoe verschillende
sociale identiteitskenmerken (zoals gender, etniciteit, klasse,
seksuele oriëntatie, religie, handicap, etc.) gelijktijdig en in
samenhang invloed hebben op hoe mensen privileges ervaren of
juist worden onderdrukt.
Zwarte vrouwen voelde zich gediscrimineerd omdat ze niet mochten
werken in een bepaald bedrijf. Dit bedrijf ontkrachte dit door aan te
tonen dat er zwarte mannen en ook blanke vrouwen bij hen werkte.
De vrouwen worden dus niet letterlijk gediscrimineerd maar ze
voelen zich toch benadeeld omdat ze zowel vrouw als zwart zijn.
Het is dus een unieke vorm van discriminatie door een unieke
combinatie. Dit wil niet zeggen dat de persoon meer gediscrimineerd
wordt maar gewoon anders. Het is niet voldoende om de som van de
delen te maken omdat het een unieke vorm is van discriminatie.
De socioloog kijkt door een sociologische lens:
Bedoeld om de allerlei regelmatigheden en de achterliggende
werkelijkheid achter onze eerste waarnemingen te ‘lezen’.
Het is niet louter imaginair; de socioloog heeft ook praktische
werkinstrumenten, zoals surveys, observaties… (vgl. de MRI-
scanner van de radioloog)
Deze beelden moeten wel nog geïnterpreteerd worden: de
socioloog beschikt over kennis en ervaring om dat te doen. Hij
bezit de nodige sociologische verbeelding. De socioloog
heeft deze sociologische verbeelding nodig om daadwerkelijk
iets te kunnen doen met de info die hij vergaart.
= “the vivid awareness of the relationship between
experience and the wider society” (Charles Wright Mills)
( een manier van kijken naar de samenleving)
3
, Janssens Rosalie Samenvatting Sociologie 2025-2026
= het vermogen om te begrijpen dat iemands
persoonlijke situatie in verband staat met
maatschappelijke krachten en de ruimere historische
context
= jouw eigen verhaal (biografie) is op ontelbare wijzen
beïnvloed door sociale structuren en mensen die vòòr
jou kwamen (historisch proces)
Er zijn 3 componenten van sociologische verbeelding:
Kennis geschiedenis – hoe is samenleving tot stand
gekomen?
Kennis biografie – wie zijn de mensen in de
samenleving?
Kennis sociale structuur – hoe werkt de
samenleving via instituties
Voorbeelden sociologische verbeelding:
Heel wat jongeren volgen vandaag universitair onderwijs (biografie). Dit is
niet louter het resultaat van de intelligentie van die jongeren. De
samenleving en haarberoepenstructuur (sociale structuur) beïnvloedt de
wens van jongeren om universitair onderwijs te volgen. Bedrijven vragen
naar hooggeschoolde werknemers. Dit heeft te maken met het
industrialisatieproces van de 19de eeuw
waardoor een grotere kennisbehoefte ontstond (geschiedenis).
Heel wat mensen leven in armoede (biografie). Dit is niet louter het gevolg
van persoonlijke tegenslagen (ziekte, gebrek aan opleiding, financiële
gevolgen van een ongeluk of echtscheiding…), maar er spelen ook
structurele kwesties, zoals een gebrek aan goedbetaalde jobs voor
laaggeschoolden, sociale ongelijkheid en discriminatie op de arbeidsmarkt
(sociale structuur). Deze structurele processen hangen op hun beurt
samen met tal van historische gebeurtenissen, zoals de opkomst van het
kapitalisme of het koloniaal verleden van een land of regio (historisch).
Veel jonge mensen hebben mentale problemen (burn-out, depressie…)
(biografie). Dit hangt samen met het feit dat de huidige arbeidsmarkt
gekenmerkt wordt door hoge prestatiedruk, onzekerheid en de eis om
altijd en overal beschikbaar te zijn (sociale structuur). De overgang naar
deze sterk gedigitaliseerde prestatiemaatschappij creëerde kansen, maar
zorgde ook voor spanningen (geschiedenis).
4
HD1:
Sociologie -> samenlevingskunde
Rechtssociologie -> wisselwerking tussen de samenleving en recht
Socio – logie
Hybride combinatie Latijn en Grieks
- Socius (metgezel); societas (samenleving); logos (kennis, leer,
kunde)
- Term is voor het eerst in de normatieve vorm (als beschrijving van
hoe de samenleving er zou moeten uitzien, hoe kan de samenleving
het best worden ingericht?) opgedoken in het werk ven Sieyès
(1780-1785)
Comte:
Comte wordt gezien als de grondlegger van de sociologie. Hij beschrijft de
sociologie als eerste als wetenschap.
- Sociologie als hoogste en meest complexe wetenschap
- Sociologie als empirische wetenschap
- Beschrijvend, objectief en empirisch
- De sociologie gaat opzoek naar wetmatigheden in de samenleving
aan de hand van empirisch onderzoek
Voetbal metafoor:
Zowel in de smaneleving als bij de voetbal gelden er regels, formele regels
(de wet) en informele regels ( je steekt iemand niet voorbij in de rij aan de
kassa)
Speelveld, spelregels, spelers => het samenlevingsspel
Wie neemt deel en wie niet?
Welke regels gelden er? (méér dan recht!, informele regels)
Waar gelden die regels? (verschillende zones binnen het
speelveld)
Wat gebeurt er als de regels worden overtreden?
Welke (veranderlijke) posities bekleden de spelers?
Welke verwachtingen (= rol) en waarderingen (= status)
gaan samen met deze posities?
Hoe communiceren/interageren de spelers met elkaar?
1
,Janssens Rosalie Samenvatting Sociologie 2025-2026
Wat is het doel van het spel? Wat is de rol van de spelers
daarin?
Wie bevindt zich in de ruimte rond het speelveld, in de
tribune?
De socioloog zit in de tribune, als neutrale waarnemer die
empirisch onderzoek gaat doen. (link met wat Comte zegt)
Positionaliteit:
Een socioloog moet neutraal zijn maar iedereen heeft voorkeuren en
overtuigingen die beïnvloed worden door je positionaliteit (geloof, gender,
…) die je identiteit vormt en die invloed heeft op hoe je de werkelijkheid
waarneemt en hoe anderen jou waarnemen.
De wetenschapper moet zich bewust zijn van zijn eigen positionaliteit,
omdat dit een mogelijke impact heeft op de neutraliteit van zijn
onderzoek. Centraal staat de vraag: wie ben jij als onderzoeker?
Je positionaliteit heeft invloed op:
1. Wat je wil onderzoeken
2. Wat je weet
3. Wat je kunt observeren (als niet moslim is het moeilijker om een
islamitische gezinssituatie te observeren)
4. Je methodologische keuzes
5. Je relatie met de onderzoek participanten
6. Hoe je jezelf vertegenwoordigt
Positionality statement
Aan het begin van je onderzoek laten weten wat je positionaliteit is.
2
,Janssens Rosalie Samenvatting Sociologie 2025-2026
Een positionaliteitsverklaring maakt duidelijk hoe de identiteiten van
de auteurs zich verhouden tot het onderzoeksonderwerp en tot de
identiteiten van de deelnemers, en hoe deze identiteiten worden
weergegeven.
Positionaliteit is verwant, maar niet gelijk aan intersectionaliteit-
Kimberlé Crenshow.
Intersectionaliteit = een concept dat beschrijft hoe verschillende
sociale identiteitskenmerken (zoals gender, etniciteit, klasse,
seksuele oriëntatie, religie, handicap, etc.) gelijktijdig en in
samenhang invloed hebben op hoe mensen privileges ervaren of
juist worden onderdrukt.
Zwarte vrouwen voelde zich gediscrimineerd omdat ze niet mochten
werken in een bepaald bedrijf. Dit bedrijf ontkrachte dit door aan te
tonen dat er zwarte mannen en ook blanke vrouwen bij hen werkte.
De vrouwen worden dus niet letterlijk gediscrimineerd maar ze
voelen zich toch benadeeld omdat ze zowel vrouw als zwart zijn.
Het is dus een unieke vorm van discriminatie door een unieke
combinatie. Dit wil niet zeggen dat de persoon meer gediscrimineerd
wordt maar gewoon anders. Het is niet voldoende om de som van de
delen te maken omdat het een unieke vorm is van discriminatie.
De socioloog kijkt door een sociologische lens:
Bedoeld om de allerlei regelmatigheden en de achterliggende
werkelijkheid achter onze eerste waarnemingen te ‘lezen’.
Het is niet louter imaginair; de socioloog heeft ook praktische
werkinstrumenten, zoals surveys, observaties… (vgl. de MRI-
scanner van de radioloog)
Deze beelden moeten wel nog geïnterpreteerd worden: de
socioloog beschikt over kennis en ervaring om dat te doen. Hij
bezit de nodige sociologische verbeelding. De socioloog
heeft deze sociologische verbeelding nodig om daadwerkelijk
iets te kunnen doen met de info die hij vergaart.
= “the vivid awareness of the relationship between
experience and the wider society” (Charles Wright Mills)
( een manier van kijken naar de samenleving)
3
, Janssens Rosalie Samenvatting Sociologie 2025-2026
= het vermogen om te begrijpen dat iemands
persoonlijke situatie in verband staat met
maatschappelijke krachten en de ruimere historische
context
= jouw eigen verhaal (biografie) is op ontelbare wijzen
beïnvloed door sociale structuren en mensen die vòòr
jou kwamen (historisch proces)
Er zijn 3 componenten van sociologische verbeelding:
Kennis geschiedenis – hoe is samenleving tot stand
gekomen?
Kennis biografie – wie zijn de mensen in de
samenleving?
Kennis sociale structuur – hoe werkt de
samenleving via instituties
Voorbeelden sociologische verbeelding:
Heel wat jongeren volgen vandaag universitair onderwijs (biografie). Dit is
niet louter het resultaat van de intelligentie van die jongeren. De
samenleving en haarberoepenstructuur (sociale structuur) beïnvloedt de
wens van jongeren om universitair onderwijs te volgen. Bedrijven vragen
naar hooggeschoolde werknemers. Dit heeft te maken met het
industrialisatieproces van de 19de eeuw
waardoor een grotere kennisbehoefte ontstond (geschiedenis).
Heel wat mensen leven in armoede (biografie). Dit is niet louter het gevolg
van persoonlijke tegenslagen (ziekte, gebrek aan opleiding, financiële
gevolgen van een ongeluk of echtscheiding…), maar er spelen ook
structurele kwesties, zoals een gebrek aan goedbetaalde jobs voor
laaggeschoolden, sociale ongelijkheid en discriminatie op de arbeidsmarkt
(sociale structuur). Deze structurele processen hangen op hun beurt
samen met tal van historische gebeurtenissen, zoals de opkomst van het
kapitalisme of het koloniaal verleden van een land of regio (historisch).
Veel jonge mensen hebben mentale problemen (burn-out, depressie…)
(biografie). Dit hangt samen met het feit dat de huidige arbeidsmarkt
gekenmerkt wordt door hoge prestatiedruk, onzekerheid en de eis om
altijd en overal beschikbaar te zijn (sociale structuur). De overgang naar
deze sterk gedigitaliseerde prestatiemaatschappij creëerde kansen, maar
zorgde ook voor spanningen (geschiedenis).
4