Sociale psychologie
Hoofdstuk 1: kennismaken met sociale psychologie
Woord vooraf:
Sociale deprivatie: wat er gebeurt met iemand
wanneer je een mens een lange tijd ontneemt van
sociale prikkels ( → hallucinaties, hersenen
neurologische achterstand)
Sociale paradox: wanneer we zo nodig contact
moeten hebben met elkaar, maar het toch niet
opzoeken
o bv: plaatsje in de bus open laten terwijl je wel
kan zitten
Connectiekans: we zouden meer kansen moet krijgen om met elkaar te
praten
Invloed: wat staan elk moment onder invloed van iemand anders
o Expliciete invloed: iemand die je uitdrukkelijk zegt/vraagt iets te
doen wat je niet direct van plan was te doen
o Impliciete invloed: mensen doen iets en op 1 of andere manier
merken mensen dit en gaan ze het ook doen
Iedere mens beschikt over mensenkennis = intuïtieve of
voorwetenschappelijke sociale psychologie (lijntje) na 1 observatie een
vaststelling maken
, 1.1 studieobject van de sociale psychologie
1.1.1 gebiedsomschrijving
Gedachten, gevoelens, handelingen
Overt en covert
o Overt
Openlijk, zichtbaar, duidelijk waarneembaar
Het gedrag of de boodschap is voor iedereen te zien of horen
Bv: iemand steekt zijn hand op in de klas, dat is een overt
(zichtbaar) signaal.
o Covert:
Verborgen, innerlijk, niet direct verneembaar
Het gaat om gedachten gevoelens of gedragingen die niet
direct zichtbaar zijn voor anderen
Bv. iemand voelt zich boos, maar verbergt dat en glimlacht
toch -> de boodheid is covert
Non-verbaal gedrag: alles wat we doen met ons lichaam + bepaalde
aspecten van het verbale gedrag (= paraverbaal: alles wat met de manier
van spreken te maken heeft, maar niet de woorden zelf)
Mehrabian’s 7-38-55% regel
Als mensen met elkaar communiceren, zouden we 7% meenemen van wat er
wordt gezegd (verbale stuk), 38% letten we op de stem, toon etc. & 55% zouden
we richten aan de lichaamstaal (non-verbale stuk)
Ambiguiteit: dubbel
o Ambigue situatie: onzekere situatie
Bv. Je vraagt aan je lief of hij nog van je houdt en terwijl hij ja zegt,
kijkt hij weg
Dit zorgt ervoor dat je onzeker bent en er een dubbel gevoel over
krijgt
,Verschil met andere vakgebieden die gedrag van ensen bestuderen
Persoonlijkheidspsychologie: Je gaat het gedrag van mensen (bv. Gebrek
aan behulpzaamheid) toeschrijven aan disposities (hun karaktertrekken)
Dispositionisme
Sociale psychologie: niet direct aan persoonlijkheidstrekken toeschrijven,
maar verklaringen zoeken in context, situatie, omgeving
=> Situationisme
Drie soorten invloed / aanwezigheid
1. Fysiek / feitelijk
o De persoon is er letterlijk en hierdoor wordt je beïnvloed
(rugzaktoeristen -> je kan hier bang van krijgen op een luchthaven)
2. Voorgesteld
o Je wordt niet altijd beinvloed door mensen die werkelijk aanwezig
zijn (wat zou mijn beste vriendin hiervan denken?)
3. Impliciet / onrechtstreeks
o Alles wat met reclame te maken heeft (reclame probeert je te
beïnvloeden)
o Nudges: kleine dingen die je in een bepaalde richting willen sturen
Wetenschap vs. Intuïtieve kennis (gezond verstand)
Soms: soort zoekt soort
Soms: zoeken we het tegengestelde
Gezond verstand (intuitieve kennis)
Eenzijdig -> obv eenzijdige selectie ga je er door je gezond verstand vanuit
dat het zo
Subjectief
Wetenschap
Gaat systematisch te werk
Objectief > los van wie er in het oz zit, moeten we toch obj op dezelfde
resultaten komen mocht het iemand anders zijn
, 1.1.2 methodes van onderzoek
Drie methodes van onderzoek
Begrijpende (beschrijvende) methode
Observatie
o Ik wil iets weten over iets waar nog niet veel over geweten is, dus ik
observeer
o Gedrag mensen begrijpen
o Gedrag verzamelen
o Gedrag beschrijven
Voordelen
o Ecologische validiteit: mate waarin het onderzoek conclusies
toelaat over het ‘natuurlijk’ voorkomende gedrag van mensen in
situaties die ze ‘in het echte leven’ ook tegenkomen
Komt wat je onderzoekt overeen met de dagelijkse realiteit?
Nadelen
o Hoe lang moet je wachten tot je iets kan observeren -> je bent
afhankelijk van de doelgroep dat je op dat moment observeert
o Je kan geen conclusies trekken over het oorzaak & gevolg van het
gedrag, enkel over hetgeen dat zich voordoet
Zelfbeschrijving
o Kan bij coverte processen: bv adhv een vragenlijst
o Zeldzame overte gedragingen: bv door vragenlijst door te sturen
naar mensen (zicht krijgen op iets zeldzaam)
Beperkingen
o Mensen zijn er niet altijd toe in staat om te antwoorden
Hoofdstuk 1: kennismaken met sociale psychologie
Woord vooraf:
Sociale deprivatie: wat er gebeurt met iemand
wanneer je een mens een lange tijd ontneemt van
sociale prikkels ( → hallucinaties, hersenen
neurologische achterstand)
Sociale paradox: wanneer we zo nodig contact
moeten hebben met elkaar, maar het toch niet
opzoeken
o bv: plaatsje in de bus open laten terwijl je wel
kan zitten
Connectiekans: we zouden meer kansen moet krijgen om met elkaar te
praten
Invloed: wat staan elk moment onder invloed van iemand anders
o Expliciete invloed: iemand die je uitdrukkelijk zegt/vraagt iets te
doen wat je niet direct van plan was te doen
o Impliciete invloed: mensen doen iets en op 1 of andere manier
merken mensen dit en gaan ze het ook doen
Iedere mens beschikt over mensenkennis = intuïtieve of
voorwetenschappelijke sociale psychologie (lijntje) na 1 observatie een
vaststelling maken
, 1.1 studieobject van de sociale psychologie
1.1.1 gebiedsomschrijving
Gedachten, gevoelens, handelingen
Overt en covert
o Overt
Openlijk, zichtbaar, duidelijk waarneembaar
Het gedrag of de boodschap is voor iedereen te zien of horen
Bv: iemand steekt zijn hand op in de klas, dat is een overt
(zichtbaar) signaal.
o Covert:
Verborgen, innerlijk, niet direct verneembaar
Het gaat om gedachten gevoelens of gedragingen die niet
direct zichtbaar zijn voor anderen
Bv. iemand voelt zich boos, maar verbergt dat en glimlacht
toch -> de boodheid is covert
Non-verbaal gedrag: alles wat we doen met ons lichaam + bepaalde
aspecten van het verbale gedrag (= paraverbaal: alles wat met de manier
van spreken te maken heeft, maar niet de woorden zelf)
Mehrabian’s 7-38-55% regel
Als mensen met elkaar communiceren, zouden we 7% meenemen van wat er
wordt gezegd (verbale stuk), 38% letten we op de stem, toon etc. & 55% zouden
we richten aan de lichaamstaal (non-verbale stuk)
Ambiguiteit: dubbel
o Ambigue situatie: onzekere situatie
Bv. Je vraagt aan je lief of hij nog van je houdt en terwijl hij ja zegt,
kijkt hij weg
Dit zorgt ervoor dat je onzeker bent en er een dubbel gevoel over
krijgt
,Verschil met andere vakgebieden die gedrag van ensen bestuderen
Persoonlijkheidspsychologie: Je gaat het gedrag van mensen (bv. Gebrek
aan behulpzaamheid) toeschrijven aan disposities (hun karaktertrekken)
Dispositionisme
Sociale psychologie: niet direct aan persoonlijkheidstrekken toeschrijven,
maar verklaringen zoeken in context, situatie, omgeving
=> Situationisme
Drie soorten invloed / aanwezigheid
1. Fysiek / feitelijk
o De persoon is er letterlijk en hierdoor wordt je beïnvloed
(rugzaktoeristen -> je kan hier bang van krijgen op een luchthaven)
2. Voorgesteld
o Je wordt niet altijd beinvloed door mensen die werkelijk aanwezig
zijn (wat zou mijn beste vriendin hiervan denken?)
3. Impliciet / onrechtstreeks
o Alles wat met reclame te maken heeft (reclame probeert je te
beïnvloeden)
o Nudges: kleine dingen die je in een bepaalde richting willen sturen
Wetenschap vs. Intuïtieve kennis (gezond verstand)
Soms: soort zoekt soort
Soms: zoeken we het tegengestelde
Gezond verstand (intuitieve kennis)
Eenzijdig -> obv eenzijdige selectie ga je er door je gezond verstand vanuit
dat het zo
Subjectief
Wetenschap
Gaat systematisch te werk
Objectief > los van wie er in het oz zit, moeten we toch obj op dezelfde
resultaten komen mocht het iemand anders zijn
, 1.1.2 methodes van onderzoek
Drie methodes van onderzoek
Begrijpende (beschrijvende) methode
Observatie
o Ik wil iets weten over iets waar nog niet veel over geweten is, dus ik
observeer
o Gedrag mensen begrijpen
o Gedrag verzamelen
o Gedrag beschrijven
Voordelen
o Ecologische validiteit: mate waarin het onderzoek conclusies
toelaat over het ‘natuurlijk’ voorkomende gedrag van mensen in
situaties die ze ‘in het echte leven’ ook tegenkomen
Komt wat je onderzoekt overeen met de dagelijkse realiteit?
Nadelen
o Hoe lang moet je wachten tot je iets kan observeren -> je bent
afhankelijk van de doelgroep dat je op dat moment observeert
o Je kan geen conclusies trekken over het oorzaak & gevolg van het
gedrag, enkel over hetgeen dat zich voordoet
Zelfbeschrijving
o Kan bij coverte processen: bv adhv een vragenlijst
o Zeldzame overte gedragingen: bv door vragenlijst door te sturen
naar mensen (zicht krijgen op iets zeldzaam)
Beperkingen
o Mensen zijn er niet altijd toe in staat om te antwoorden