Overzicht jurisprudentie BUR 1
Inhoudsopgave
Week 1.......................................................................................................... 2
HR Depex/Curatoren Bergel: bestanddelen 3:4 BW r.o. 3.7...........................................2
Week 2.......................................................................................................... 3
HR Teixeira de Mattos.................................................................................................... 3
HR Breda/Antonius......................................................................................................... 3
Week 5.......................................................................................................... 4
Week 6.......................................................................................................... 6
Week 7.......................................................................................................... 7
Week 10........................................................................................................ 8
HR WUH/Emmerig.......................................................................................................... 8
Week 11........................................................................................................ 9
HR ING/Gunning........................................................................................................... 11
HR Feenstra q.q./ING................................................................................................... 12
, Week 1
HR Depex/Curatoren Bergel: bestanddelen 3:4 BW r.o. 3.7
Het criterium is dat iets duurzaam verbonden moet zijn met het gebouw. Een zaak
kan als bestanddeel van een gebouw worden aangemerkt, indien (twee
aanwijzingen om te zien of een zaak volgens verkeersopvatting een bestanddeel
3:4 lid 1 BW vormt voor de hoofdzaak):
- Hoofdzaak en de zaak zijn in constructief opzicht specifiek op elkaar afgestemd:
nooduitgangsbord, veters of fietsbel
- De zaak is onmisbaar voor het functioneren van de onroerende zaak, dus het
gebouw zelf. Hoofdzaak kan als onvoltooid worden beschouwd indien de zaak
ontbreekt: nutsvoorzieningen zoals leidingen, verwarming en verlichting en trap
Dus, als gebouw en machine op elkaar zijn afgestemd door specifiek op maat te
zijn gemaakt bijvoorbeeld of het gebouw onvoltooid is zonder die machine, dan is
de machine een bestanddeel van het gebouw.
HR Portacabin: roerend of onroerend 3:3 BW r.o. 3.3
Is iets bestemd duurzaam ter plaatse te blijven en daarmee een onroerend 3:3 lid 1
BW?
a. Een gebouw kan duurzaam me de grond verenigd zijn in de zin van 3:3 BW,
doordat het naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te
blijven
o Technische mogelijkheid tot verplaatsing doet er niet toe. Kijk naar
vervolg Havenkranen.
Dus het maakt niet uit of iets wielen heeft, waarmee het verplaatst kan
worden.
b. De bedoeling van de bouwer voor zover deze naar buiten toe kenbaar is.
o Kijk vanuit het perspectief van een voorbijganger.
c. De bestemming van het gebouw of een werk om duurzaam ter plaatse te blijven
moet naar buiten toe kenbaar zijn
(Verkeersopvatting enkel nodig indien onduidelijkheid over a, b en c)
HR Woonark: roerend of onroerend 3:3 BW
Is een woonark die drijft, maar vastligt met verankerde palen, een onroerende
zaak? Een woonark is een schip 8:1 BW en een schip is in het algemeen een
roerende zaak, want het drijft. Ook al ligt het schip stevig vastgeklonken, is het niet
verenigd met de grond 3:3 lid 1 BW. Het beweegt immers mee met het waterpeil,
dus is het ook niet duurzaam verenigd met de grond.
HR Havenkranen: roerend of onroerend 3:3 BW
Er is sprake van vereniging met de grond indien er sprake is van een feitelijke
voortdurende verbinding met de grond. Bewegelijkheid staat niet in de weg als
kwalificatie van een onroerend goed, tenzij het drijft want dan kom je weer uit bij
HR Woonark.
HR WKK: roerend of onroerend 3:3 BW
Warmtekrachtkoppelingsinstallatie die dienstdeed als een verwarmingsinstallatie
van een kassencomplex werd als onroerend aangemerkt.
Het kan via 3:4 BW geen natrekking zijn, maar via 5:20 lid 1 sub e BW bijvoorbeeld
wel. Raar? Nee, HR WKK: er geldt een tweewegenleer. Beide routes kunnen worden
bewandeld, de ene route sluit de andere niet uit. Indirecte vereniging met de
grond.
Denk aan zonnepanelen op daken bij een bedrijfsgebouw, dit wordt geplaatst
door iemand die het dak huurt om daar de zonnepanelen te plaatsen. Van wie zijn
deze?
Inhoudsopgave
Week 1.......................................................................................................... 2
HR Depex/Curatoren Bergel: bestanddelen 3:4 BW r.o. 3.7...........................................2
Week 2.......................................................................................................... 3
HR Teixeira de Mattos.................................................................................................... 3
HR Breda/Antonius......................................................................................................... 3
Week 5.......................................................................................................... 4
Week 6.......................................................................................................... 6
Week 7.......................................................................................................... 7
Week 10........................................................................................................ 8
HR WUH/Emmerig.......................................................................................................... 8
Week 11........................................................................................................ 9
HR ING/Gunning........................................................................................................... 11
HR Feenstra q.q./ING................................................................................................... 12
, Week 1
HR Depex/Curatoren Bergel: bestanddelen 3:4 BW r.o. 3.7
Het criterium is dat iets duurzaam verbonden moet zijn met het gebouw. Een zaak
kan als bestanddeel van een gebouw worden aangemerkt, indien (twee
aanwijzingen om te zien of een zaak volgens verkeersopvatting een bestanddeel
3:4 lid 1 BW vormt voor de hoofdzaak):
- Hoofdzaak en de zaak zijn in constructief opzicht specifiek op elkaar afgestemd:
nooduitgangsbord, veters of fietsbel
- De zaak is onmisbaar voor het functioneren van de onroerende zaak, dus het
gebouw zelf. Hoofdzaak kan als onvoltooid worden beschouwd indien de zaak
ontbreekt: nutsvoorzieningen zoals leidingen, verwarming en verlichting en trap
Dus, als gebouw en machine op elkaar zijn afgestemd door specifiek op maat te
zijn gemaakt bijvoorbeeld of het gebouw onvoltooid is zonder die machine, dan is
de machine een bestanddeel van het gebouw.
HR Portacabin: roerend of onroerend 3:3 BW r.o. 3.3
Is iets bestemd duurzaam ter plaatse te blijven en daarmee een onroerend 3:3 lid 1
BW?
a. Een gebouw kan duurzaam me de grond verenigd zijn in de zin van 3:3 BW,
doordat het naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te
blijven
o Technische mogelijkheid tot verplaatsing doet er niet toe. Kijk naar
vervolg Havenkranen.
Dus het maakt niet uit of iets wielen heeft, waarmee het verplaatst kan
worden.
b. De bedoeling van de bouwer voor zover deze naar buiten toe kenbaar is.
o Kijk vanuit het perspectief van een voorbijganger.
c. De bestemming van het gebouw of een werk om duurzaam ter plaatse te blijven
moet naar buiten toe kenbaar zijn
(Verkeersopvatting enkel nodig indien onduidelijkheid over a, b en c)
HR Woonark: roerend of onroerend 3:3 BW
Is een woonark die drijft, maar vastligt met verankerde palen, een onroerende
zaak? Een woonark is een schip 8:1 BW en een schip is in het algemeen een
roerende zaak, want het drijft. Ook al ligt het schip stevig vastgeklonken, is het niet
verenigd met de grond 3:3 lid 1 BW. Het beweegt immers mee met het waterpeil,
dus is het ook niet duurzaam verenigd met de grond.
HR Havenkranen: roerend of onroerend 3:3 BW
Er is sprake van vereniging met de grond indien er sprake is van een feitelijke
voortdurende verbinding met de grond. Bewegelijkheid staat niet in de weg als
kwalificatie van een onroerend goed, tenzij het drijft want dan kom je weer uit bij
HR Woonark.
HR WKK: roerend of onroerend 3:3 BW
Warmtekrachtkoppelingsinstallatie die dienstdeed als een verwarmingsinstallatie
van een kassencomplex werd als onroerend aangemerkt.
Het kan via 3:4 BW geen natrekking zijn, maar via 5:20 lid 1 sub e BW bijvoorbeeld
wel. Raar? Nee, HR WKK: er geldt een tweewegenleer. Beide routes kunnen worden
bewandeld, de ene route sluit de andere niet uit. Indirecte vereniging met de
grond.
Denk aan zonnepanelen op daken bij een bedrijfsgebouw, dit wordt geplaatst
door iemand die het dak huurt om daar de zonnepanelen te plaatsen. Van wie zijn
deze?