naar benden
Klassieke organisatievorm
Hiërarchische organisatie met alleen lijnfuncties
Hiërarchisch = volgens een bepaalde rangorde
Dit betekent dat er via de lijn leiding wordt gegeven
Organogram heeft een piramideachtige vorm
Eenvoudige structuur
Gezagsverhoudingen lopen van boven naar beneden
Voordeel: de eenvoud en duidelijkheid
Nadeel: er zijn geen specialisten die de lijnfunctionarissen
ondersteunen
Lijn-staforganisatie= naast een rangorde heeft deze organisatie
ook een stafafdeling gespecileerde taken liggen bij gespecileerde
medewerkers en managers kunnen er gebruik van maken
Voorbeelden stafafdelingen zijn: Afdeling Inkoop, afdeling
Personeelszaken of afdeling Financiën
Medewerkers stafafdelingen zijn specialisten op bepaalde
gebieden zoals automatisering en ICT
Voordeel: de lijnfuncties krijgen ondersteuning van de staffuncties
bij bepaalde zaken
Nadeel: door de staffunctionarissen wordt de organisatie te duur
1
, Matrixorganisatie= een organisatie waarin alle medewerkers
projecten uitvoeren binnen de bestaande organisatie cultuur en normale
werk
Medewerkers hebben twee leidinggevenden
Medewerkers kunnen binnen hun afdeling werken aan verschillende
tijdelijke projecten
Een medewerker heeft een leidinggevende van de afdeling en een
leidinggevende van het project
Voordeel: organisatie kan snel inspelen op veranderingen in de markt,
doordat meerdere afdelingen tegelijkertijd ergens aan werken
Nadeel: dat de eenduidige leiding wegvalt doordat een medewerker
meerdere bazen kan hebben
Projectorganisatie
Staat naast de bestaande organisatie
De projectgroep kan bestaan uit mensen die uit alle lagen van de organisatie komen
en die voor een bepaald doel zijn samengebracht
Voorbeeld: automatiseringsprojecten
De projectgroep start een bepaald project op en wikkelt het af
Leden projectgroep zijn niet de hele werkweek met het project bezig, maar besteden
ook nog tijd aan hun gewone functie
Een lid van een projectgroep vervult de functie meestal naast de gewone functie
Voordelen:
2
, De projectgroepen bieden voor de medewerkers afwisseling van de
normale werkzaamheden
Samenstelling Projectgroepen van medewerkers met de grootste
deskundigheid
Eenduidige leiding = projectmanager (-leider)
Projectmanager hoeft niet degene te zijn met de hoogste functie, kan
ook iemand zijn met de meeste kennis en ervaring
Nadeel:De medewerkers worden zo opgeslokt door de
projectwerkzaamheden dat zij hun “feeling” met de gewone organisatie
kwijtraken
1.2 Managementlagen
Als retailer stel je doelen vast voor je bedrijf en streef je ernaar om die
doelen daadwerkelijk te realiseren.
De doelen bepaal je aan de hand van de strategie en het beleid van het
bedrijf
Staffunctie = een bepaalde functie waarvoor extra deskundigheid nodig
is
3
, Hoger middenmanagement= je hebt directeur daar onder manager en
daar onder verkoper
Functionele relaties= is de relatie tussen de organagrom
• Strategisch management = de directie die de strategie en het beleid
voor de hele onderneming vastelt (5tm10jaar)
- Het openen van een nieuwe vestiging
- Het afstoten van bedrijfsonderdelen
- Bedrijfssanering
- Fusies en overnames
- Omzetgroei
- Nieuwe koers
- Andere producten en afzetmarkten
• Tactisch management= doelstellingen die je op de werkvloer kunt
behalen
- Vestigings- of afdelingsbudgetten
- Omzetdoelen
- Kostenbesparing
- Personeelsbeleid
- Promotiebeleid
• Operationeel management = voer je uit wat je bij tactish mannagemt
hebt vastgesteld
- Werkplanning
- Inzet personeel
- Klantbenadering
- Huisregels
1.3 Spanwijdte (span of control): het aantal directe
ondergeschikten(medewerkers) waaraan iemand in werkelijkheid leiding (of
opdrachten) kan geven
4
, - Omspanningsvermogen (scope of control): het aantal directe
ondergeschikten waaraan iemand op doelmatige (effectieve) wijze
leiding kan geven
- 2,1 Typen leiderschapstijl
- Leidinggevenden kun je indelen naar de manier waarop zij leidinggeven
- Je kunt ook voor elke situatie een andere manier van leidinggeven nodig
hebben
- Het hangt samen met de medewerker en de taak die hij moet uitvoeren.
Typen leidinggevenden:
- 1. Directieve leider of autoritaire leider
- 2. Democratische leider
- 3. Consulterende leider
- 4. Laissez-faire-leider
- 5. Coaching-on-the-job-leider.
1: Laissez-faire-leider
‘Laat-maar-waaien-mentaliteit”
Hij geeft nauwelijks leiding, maar hij geeft ook geen steun aan zijn
medewerkers
Vaak gebeurt het dan dat één of meer medewerkers het heft in handen
nemen waardoor er een informeel leiderschap ontstaat
Bij informeel leiderschap accepteren de medewerkers leiding van iemand
omdat ze bepaalde kennis en ervaring waarderen en niet zozeer omdat
iemand boven hen staat
2: Directieve leider of autoritaire leider
Een autoritaire of autocratische leider
Werkt geheel eigenmachtig
5