1VRK5: Psychosociale Context, Ethiek en Wetgeving – Module 2
Psychosociale context – Hoofdstuk 1: Geest, gedrag en psychologische wetenshap
Wat is psychologie (niet)?
Psychologie = wetenschap van gedrag en geestelijke processen
Ø Wetenschap = evidence based
Ø Geestelijke processen (intern): denken, voelen, begeren,…
Ø Waarneembare processen (extern): praten, glimlachen, lopen,…
Psychologie is meer dan je Ø Waar werkt psycholoog?
denkt - Intersector
- Arbeid en organisatie
- Jeugd
- Gezondheidszorg
Ø Wie is wie?
Ø Afstudeerrichting master psychologie
- Bedrijfspsychologie en personeelsbeleid
- Klinische psychologie (eventueel
aangevuld met opleiding psychotherapeut)
- Onderwijs
- Theoretische en experimentele psychologie
3 soorten psychologen Ø Experimentele psychologen (= onderzoekspsychologen)
= psycholoog onderzoekt elementaire psychologische processen « toegepaste psycholoog
Ø Docenten psychologie
= psycholoog met primaire taak: onderwijs geven op bv. hogescholen, universiteit
Ø Toegepaste psychologen
= psycholoog die vergaarde kennis gebruikt om problemen mensen op te lossen
Specialisaties in toegepaste Ø Arbeids- en organisatiepsychologen
psychologie - Specialisatie: aanpassingen werkplek die productiviteit werknemers moet
maximaliseren
- Bv. ontwikkelen programma’s om werknemers te motiveren
- Onderzoeken actuele onderwerpen: attitudes zwangerschap op werkvloer of
gespecialiseerd in marktonderzoek
Ø Sportpsychologen
- Helpen atleten prestaties/motivatie verbeteren à door trainingssessies, leren emoties
onder druk beheersen
- Sommige richten op: professionele sporters
- Kunnen onderzoek doen: bv. relatie tussen verschillende persoonlijkheidstypen en
risicovolle activiteiten zoals parachutespringen, diepzeeduiken
1
, Ø Schoolpsychologen
- Deskundig op gebied lesgeven/leren
- Onderwerpen à leren, persoonlijke omstandigheden die schoolprestaties beïnvloeden,
sociale omstandigheden leerlingen (bv. tienerzwangerschappen, verslaving)
- Werken vaak voor meerdere scholen tegelijk
- Diagnosticeren leer- en gedragsproblemen en adviseren leraren, ouders, leerlingen
Ø Klinisch psychologen
- Helpen mensen aanpassen op sociaal/emotioneel gebied, moeilijke keuzes in relaties,
carrière/opleiding
- Masterniveau
Ø Forensische psychologen
- Leveren expertise aan wets- en rechtssysteem
- Kunnen gevangenen in penitentiaire/tbs-richtingen testen à vaststellen mogelijkheid
vrijlating of fit om voor rechtbank te verschijnen
- Verklaringen beoordelen in gevallen: verkrachting, kindermishandeling,…
Ø Omgevingspsychologen
- Proberen interactie omgeving en milieu te verbeteren
- Cliënten helpen blijven inzetten voor duurzaamheid
- Workshops: over voordelen die interactie met natuur oplevert voor geestelijke
gezondheid
Ø Gerontopsychologen
- Ouderen helpen gezondheid/welzijn te behouden en effectief te leren omgaan met
leeftijdsgerelateerde problemen
- Beoordelen functioneren ouderen en versterken begeleiding à in overleg met cliënten,
families, verzorgers, artsen
- Ouderen helpen potentieel maximaal benutten in latere fases leven
Psychologie is geen Ø Psychiatrie = medisch specialisme gericht op diagnose/behandeling mentale stoornissen
psychiatrie - Behandelen psychische stoornissen
- Richten op behandeling mensen met ernstiger psychische stoornissen dan psychologen
- Vanuit medische invalshoek: zien mensen als ‘patiënten’ met geestelijke ‘ziekte’
Ø Psychiatrie kleiner dan psychologie
- Psychologie: hele terrein menselijke gedrag en geestelijke processen, van
hersenfuncties tot sociale interacties à handelen vanuit psychologische invalshoek
Kritisch nadenken over Ø Pseudopsychologie = niet-onderbouwde psychologische aannamen die als
psychologie en wetenschappelijke waarheden worden gepresenteerd
pseudopsychologie Ø Schadelijke effecten pseudopsychologie
- Lobotomie (verbinding prefrontale cortex en voorste deel hersenen splitsen)
- Positieve gedachten: geen bewijs en genezing à (geen voldoende positieve houding)
Wat zijn de 6 belangrijkste perspectieven van psychologie?
Biologische perspectief Ø Idee:
- Lichaam apart van geest bestuderen
- Oorzaken gedrag zoeken in functioneren hersenen, zenuwstelsel, endocrien stelsel,
genen
Cognitieve perspectief Ø Idee:
- Wetenschappelijke methode gebruiken om geest te bestuderen
- Nadruk mentale processen: leren, geheugen, perceptie, denken à informatievorming
- Iemands handelingen en gedachten à resultaat uniek cognitief patroon
Behavioristische perspectief Ø Idee:
- Psychologie: moet wetenschap observeerbaar gedrag zijn, geen mentale processen
- Bron handelingen zoeken in stimuli vanuit omgeving (ipv innerlijke mentale processen)
- Behaviorisme: streven van psychologie objectieve wetenschap maken alleen gericht op
gedrag
Ø Wat bepaalt gedrag:
- Prikkels in omgeving
- Voorgaande consequenties gedrag
2
,Perspectief gehele persoon Ø Globaal inzicht in persoonlijkheid, waaronder psychodynamische psychologie,
(“whole person”) humanistische psychologie en psychologie karaktertrekken en temperament
Psychodynamische Ø Idee:
psychologie - Persoonlijkheid en psychische stoornissen à uit processen onbewuste
- Nadruk: begrijpen menselijk functioneren in termen onbewuste behoeften, verlangens,
herinneringen, conflicten
- Pyschodynamisch à ideeën/theorieën ontstaan uit idee dat geest (vooral onbewust) =
reservoir voor energie (dynamica) voor persoonlijkheid
= energie die motiveert
- Methode oorspronkelijk: medische techniek voor behandeling psychische stoornissen
- Psychoanalytici: nadruk analyse dromen, versprekingen, techniek ‘vrije associatie’ à
om aanwijzingen te krijgen over onbewuste conflicten/verlangens
Ø Wat bepaalt gedrag: processen in onbewuste geest
Ø Kritiek: beantwoord niet aan criterium falsificeerbaarheid
Humanistische psychologie Ø Idee:
- Psychologie nadruk op menselijke groei/potentieel ipv psychische stoornissen
- = Klinische benadering, nadruk op mogelijkheden, groei, potentie en vrije wil mens
- Mensen zien als organismen met vrije wil à keuzes maken en leven beïnvloeden
- Humanistisch perspectief: opvattingen over jezelf, fysieke en emotionele behoeften à
grote invloed op ontwikkeling potentieel
Ø Wat bepaalt gedrag:
- Aangeboren behoefte om te groeien en potentieel zo goed mogelijk verwezelijken
Psychologie van Ø Idee:
karaktertrekken en - Individuen begrepen in termen temperament en karaktertrekken
temperament - Gedrag en persoonlijkheid zien als product fundamentele psychologische kenmerken
- Vroeger volgens Oude Grieken
g Lichaam geregeerd door 4 humores (vloeistoffen): bloed, slijm, zwarte/gele gal
g Afhankelijk welke humores overheerst à iemands persoonlijkheid
* Sanguinisch (opgewekt) = bloed
* Traag en behoedzaam = slijm
* Melancholiek = zwarte gal
* Boos/agressief = gele gal
- Tegenwoordig à psychologie van:
g Karaktertrekken: bv. introvert/extravert
g Temperament
Ø Wat bepaalt gedrag: unieke persoonlijkheidskenmerken die in tijd en alle situaties
consistent zijn
Ontwikkelingsperspectief Ø Idee:
- Mensen veranderen als gevolg van interactie tussen erfelijke eigenschappen en
omgeving
- Grootste aandeel bij bepalen wie we worden: nature (erfelijkheid) of nature (omgeving)
à komen samen
- Mensen veranderen op voorspelbare wijze naarmate invloeden erfelijkheid/omgeving
ontplooiien
g Lichamelijk voorspelbare processen: groei, puberteit, menopauze
g Psychologische voorspelbare processen: verwerven taal, logisch denken
Ø Wat bepaalt gedrag:
- Interactie tussen erfelijkheid en omgeving à die in hele leven uit in voorspelbare
patronen
Socioculturele perspectief Ø Idee:
- Sociale en culturele invloeden kunnen invloed overstemmen van alle andere
factoren die gedrag beïnvloeden
- Nadruk op belang sociale interactie, sociaal leren en cultureel perspectief
- Sociale invloed = centraal
- Geïnteresseerd in onderwerpen: aardig vinden, liefhebben, vooroordelen, agressie,…
- Cultuur: complexe mix taal, opvattingen, gewoonten, waarden, tradities ontwikkeld
door groep mensen en gedeeld met anderen in omgeving
Ø Wat bepaalt gedrag: kracht situatie
3
, 1VRK5: Psychosociale Context, Ethiek en Wetgeving – Module 2
Psychosociale context – Hoofdstuk 2: Biopsychologie, neurowetenschappen en menselijke aard
Wat is het verband tussen genen en gedrag?
Evolutie = verandering biologische en psychologische processen in mens waarbij genetische variaties
gunstig voor overleving/voortplanting worden doorgegeven van generatie op generatie.
Ø Mens heeft aangeboren neigingen/capaciteiten à net als dieren
Ø Menselijke hersenen: geprogrammeerd voor taal, sociale interacties (imitatie), reflexen, …
Evolutie en natuurlijke Ø Evolutietheorie (Charles Darwin) à verklaart gedrag als resultaat van natuurlijke selectie
selectie - Variatie onder individuen en strijd om hulpbronnen maakt dat meeste adaptieve gedrag
overleeft, net als meest geschikte kenmerken (survival of the fittest)
- Verklaren groot deel van gedrag
Ø Toepassing psychologie
- Veel psychologische waarnemingen begrepen door proces aanpassing/evolutie
g Menselijke fobieën voor prikkels die voor voorouders teken van gevaar waren
(hoogte, bliksem, ongedierte)
g We slapen 1/3 van leven: houdt voorouders en ons veilig in donker
Genen en erfelijkheid Ø Genetische code bepaalt (geërfde eigenschappen)
- Fysieke kenmerken: bv. lengte, gelaatstrekken en haarkleur
- Psychologische eigenschappen: bv. basistemperatuur
Ø Maar: invloed omgeving à geërfde eigenschappen kunnen anders ontwikkelen
- Kreeg willekeurige combinatie kenmerken die door elk van beide ouders aan jou zijn
doorgegeven
Ø Genotype = kenmerken van organisme zoals die genetisch zijn vastgelegd
Ø Fenotype = waarneembare fysieke kenmerken van organisme (ook gedrag)
Bv. tweelingenstudies: eeneiige tweeling die hetzelfde genotype delen, maar geen identiek
fenotype hebben omwille van invloed omgeving
Ø Weten niet op welke wijze gedrag/psychologische processen door genen wordt beïnvloed
Ø Weten dat psychologische eigenschappen nooit uitsluitend gevolg zijn van erfelijkheid
(nature)
Epigenetica Ø DNA blijft hetzelfde
Ø Epigenoom
- Flexibel
- Past aan omgeving aan door genen aan/uit te zetten à reactie op ervaringen organisme
Ø DNA ¹ zelfsturend à moet worden aangezet (aan-uit knoppen)
Ø Invloed omgeving: roken, stress, sporten, dag- en nachtritme, oorlog, armoede,…
Ø Voorbeelden
- Onderzoeksdomein: Infant Mental Health (eerste 1000 dagen, vanaf conceptie)
g Bv. impact roken op ongeboren kind (meer kans overgewicht)
impact depressieve moeder tijdens zwangerschap op latere leven kind
- Massage: effectiever stressresponssysteem
- Twee uur sporten per week zet genen gerelateerd aan obesitas en diabetes-type 2 uit
- Tijdens zwangerschap hongersnood meemaken, kind meer kans op ontwikkelen obesitas
4
Psychosociale context – Hoofdstuk 1: Geest, gedrag en psychologische wetenshap
Wat is psychologie (niet)?
Psychologie = wetenschap van gedrag en geestelijke processen
Ø Wetenschap = evidence based
Ø Geestelijke processen (intern): denken, voelen, begeren,…
Ø Waarneembare processen (extern): praten, glimlachen, lopen,…
Psychologie is meer dan je Ø Waar werkt psycholoog?
denkt - Intersector
- Arbeid en organisatie
- Jeugd
- Gezondheidszorg
Ø Wie is wie?
Ø Afstudeerrichting master psychologie
- Bedrijfspsychologie en personeelsbeleid
- Klinische psychologie (eventueel
aangevuld met opleiding psychotherapeut)
- Onderwijs
- Theoretische en experimentele psychologie
3 soorten psychologen Ø Experimentele psychologen (= onderzoekspsychologen)
= psycholoog onderzoekt elementaire psychologische processen « toegepaste psycholoog
Ø Docenten psychologie
= psycholoog met primaire taak: onderwijs geven op bv. hogescholen, universiteit
Ø Toegepaste psychologen
= psycholoog die vergaarde kennis gebruikt om problemen mensen op te lossen
Specialisaties in toegepaste Ø Arbeids- en organisatiepsychologen
psychologie - Specialisatie: aanpassingen werkplek die productiviteit werknemers moet
maximaliseren
- Bv. ontwikkelen programma’s om werknemers te motiveren
- Onderzoeken actuele onderwerpen: attitudes zwangerschap op werkvloer of
gespecialiseerd in marktonderzoek
Ø Sportpsychologen
- Helpen atleten prestaties/motivatie verbeteren à door trainingssessies, leren emoties
onder druk beheersen
- Sommige richten op: professionele sporters
- Kunnen onderzoek doen: bv. relatie tussen verschillende persoonlijkheidstypen en
risicovolle activiteiten zoals parachutespringen, diepzeeduiken
1
, Ø Schoolpsychologen
- Deskundig op gebied lesgeven/leren
- Onderwerpen à leren, persoonlijke omstandigheden die schoolprestaties beïnvloeden,
sociale omstandigheden leerlingen (bv. tienerzwangerschappen, verslaving)
- Werken vaak voor meerdere scholen tegelijk
- Diagnosticeren leer- en gedragsproblemen en adviseren leraren, ouders, leerlingen
Ø Klinisch psychologen
- Helpen mensen aanpassen op sociaal/emotioneel gebied, moeilijke keuzes in relaties,
carrière/opleiding
- Masterniveau
Ø Forensische psychologen
- Leveren expertise aan wets- en rechtssysteem
- Kunnen gevangenen in penitentiaire/tbs-richtingen testen à vaststellen mogelijkheid
vrijlating of fit om voor rechtbank te verschijnen
- Verklaringen beoordelen in gevallen: verkrachting, kindermishandeling,…
Ø Omgevingspsychologen
- Proberen interactie omgeving en milieu te verbeteren
- Cliënten helpen blijven inzetten voor duurzaamheid
- Workshops: over voordelen die interactie met natuur oplevert voor geestelijke
gezondheid
Ø Gerontopsychologen
- Ouderen helpen gezondheid/welzijn te behouden en effectief te leren omgaan met
leeftijdsgerelateerde problemen
- Beoordelen functioneren ouderen en versterken begeleiding à in overleg met cliënten,
families, verzorgers, artsen
- Ouderen helpen potentieel maximaal benutten in latere fases leven
Psychologie is geen Ø Psychiatrie = medisch specialisme gericht op diagnose/behandeling mentale stoornissen
psychiatrie - Behandelen psychische stoornissen
- Richten op behandeling mensen met ernstiger psychische stoornissen dan psychologen
- Vanuit medische invalshoek: zien mensen als ‘patiënten’ met geestelijke ‘ziekte’
Ø Psychiatrie kleiner dan psychologie
- Psychologie: hele terrein menselijke gedrag en geestelijke processen, van
hersenfuncties tot sociale interacties à handelen vanuit psychologische invalshoek
Kritisch nadenken over Ø Pseudopsychologie = niet-onderbouwde psychologische aannamen die als
psychologie en wetenschappelijke waarheden worden gepresenteerd
pseudopsychologie Ø Schadelijke effecten pseudopsychologie
- Lobotomie (verbinding prefrontale cortex en voorste deel hersenen splitsen)
- Positieve gedachten: geen bewijs en genezing à (geen voldoende positieve houding)
Wat zijn de 6 belangrijkste perspectieven van psychologie?
Biologische perspectief Ø Idee:
- Lichaam apart van geest bestuderen
- Oorzaken gedrag zoeken in functioneren hersenen, zenuwstelsel, endocrien stelsel,
genen
Cognitieve perspectief Ø Idee:
- Wetenschappelijke methode gebruiken om geest te bestuderen
- Nadruk mentale processen: leren, geheugen, perceptie, denken à informatievorming
- Iemands handelingen en gedachten à resultaat uniek cognitief patroon
Behavioristische perspectief Ø Idee:
- Psychologie: moet wetenschap observeerbaar gedrag zijn, geen mentale processen
- Bron handelingen zoeken in stimuli vanuit omgeving (ipv innerlijke mentale processen)
- Behaviorisme: streven van psychologie objectieve wetenschap maken alleen gericht op
gedrag
Ø Wat bepaalt gedrag:
- Prikkels in omgeving
- Voorgaande consequenties gedrag
2
,Perspectief gehele persoon Ø Globaal inzicht in persoonlijkheid, waaronder psychodynamische psychologie,
(“whole person”) humanistische psychologie en psychologie karaktertrekken en temperament
Psychodynamische Ø Idee:
psychologie - Persoonlijkheid en psychische stoornissen à uit processen onbewuste
- Nadruk: begrijpen menselijk functioneren in termen onbewuste behoeften, verlangens,
herinneringen, conflicten
- Pyschodynamisch à ideeën/theorieën ontstaan uit idee dat geest (vooral onbewust) =
reservoir voor energie (dynamica) voor persoonlijkheid
= energie die motiveert
- Methode oorspronkelijk: medische techniek voor behandeling psychische stoornissen
- Psychoanalytici: nadruk analyse dromen, versprekingen, techniek ‘vrije associatie’ à
om aanwijzingen te krijgen over onbewuste conflicten/verlangens
Ø Wat bepaalt gedrag: processen in onbewuste geest
Ø Kritiek: beantwoord niet aan criterium falsificeerbaarheid
Humanistische psychologie Ø Idee:
- Psychologie nadruk op menselijke groei/potentieel ipv psychische stoornissen
- = Klinische benadering, nadruk op mogelijkheden, groei, potentie en vrije wil mens
- Mensen zien als organismen met vrije wil à keuzes maken en leven beïnvloeden
- Humanistisch perspectief: opvattingen over jezelf, fysieke en emotionele behoeften à
grote invloed op ontwikkeling potentieel
Ø Wat bepaalt gedrag:
- Aangeboren behoefte om te groeien en potentieel zo goed mogelijk verwezelijken
Psychologie van Ø Idee:
karaktertrekken en - Individuen begrepen in termen temperament en karaktertrekken
temperament - Gedrag en persoonlijkheid zien als product fundamentele psychologische kenmerken
- Vroeger volgens Oude Grieken
g Lichaam geregeerd door 4 humores (vloeistoffen): bloed, slijm, zwarte/gele gal
g Afhankelijk welke humores overheerst à iemands persoonlijkheid
* Sanguinisch (opgewekt) = bloed
* Traag en behoedzaam = slijm
* Melancholiek = zwarte gal
* Boos/agressief = gele gal
- Tegenwoordig à psychologie van:
g Karaktertrekken: bv. introvert/extravert
g Temperament
Ø Wat bepaalt gedrag: unieke persoonlijkheidskenmerken die in tijd en alle situaties
consistent zijn
Ontwikkelingsperspectief Ø Idee:
- Mensen veranderen als gevolg van interactie tussen erfelijke eigenschappen en
omgeving
- Grootste aandeel bij bepalen wie we worden: nature (erfelijkheid) of nature (omgeving)
à komen samen
- Mensen veranderen op voorspelbare wijze naarmate invloeden erfelijkheid/omgeving
ontplooiien
g Lichamelijk voorspelbare processen: groei, puberteit, menopauze
g Psychologische voorspelbare processen: verwerven taal, logisch denken
Ø Wat bepaalt gedrag:
- Interactie tussen erfelijkheid en omgeving à die in hele leven uit in voorspelbare
patronen
Socioculturele perspectief Ø Idee:
- Sociale en culturele invloeden kunnen invloed overstemmen van alle andere
factoren die gedrag beïnvloeden
- Nadruk op belang sociale interactie, sociaal leren en cultureel perspectief
- Sociale invloed = centraal
- Geïnteresseerd in onderwerpen: aardig vinden, liefhebben, vooroordelen, agressie,…
- Cultuur: complexe mix taal, opvattingen, gewoonten, waarden, tradities ontwikkeld
door groep mensen en gedeeld met anderen in omgeving
Ø Wat bepaalt gedrag: kracht situatie
3
, 1VRK5: Psychosociale Context, Ethiek en Wetgeving – Module 2
Psychosociale context – Hoofdstuk 2: Biopsychologie, neurowetenschappen en menselijke aard
Wat is het verband tussen genen en gedrag?
Evolutie = verandering biologische en psychologische processen in mens waarbij genetische variaties
gunstig voor overleving/voortplanting worden doorgegeven van generatie op generatie.
Ø Mens heeft aangeboren neigingen/capaciteiten à net als dieren
Ø Menselijke hersenen: geprogrammeerd voor taal, sociale interacties (imitatie), reflexen, …
Evolutie en natuurlijke Ø Evolutietheorie (Charles Darwin) à verklaart gedrag als resultaat van natuurlijke selectie
selectie - Variatie onder individuen en strijd om hulpbronnen maakt dat meeste adaptieve gedrag
overleeft, net als meest geschikte kenmerken (survival of the fittest)
- Verklaren groot deel van gedrag
Ø Toepassing psychologie
- Veel psychologische waarnemingen begrepen door proces aanpassing/evolutie
g Menselijke fobieën voor prikkels die voor voorouders teken van gevaar waren
(hoogte, bliksem, ongedierte)
g We slapen 1/3 van leven: houdt voorouders en ons veilig in donker
Genen en erfelijkheid Ø Genetische code bepaalt (geërfde eigenschappen)
- Fysieke kenmerken: bv. lengte, gelaatstrekken en haarkleur
- Psychologische eigenschappen: bv. basistemperatuur
Ø Maar: invloed omgeving à geërfde eigenschappen kunnen anders ontwikkelen
- Kreeg willekeurige combinatie kenmerken die door elk van beide ouders aan jou zijn
doorgegeven
Ø Genotype = kenmerken van organisme zoals die genetisch zijn vastgelegd
Ø Fenotype = waarneembare fysieke kenmerken van organisme (ook gedrag)
Bv. tweelingenstudies: eeneiige tweeling die hetzelfde genotype delen, maar geen identiek
fenotype hebben omwille van invloed omgeving
Ø Weten niet op welke wijze gedrag/psychologische processen door genen wordt beïnvloed
Ø Weten dat psychologische eigenschappen nooit uitsluitend gevolg zijn van erfelijkheid
(nature)
Epigenetica Ø DNA blijft hetzelfde
Ø Epigenoom
- Flexibel
- Past aan omgeving aan door genen aan/uit te zetten à reactie op ervaringen organisme
Ø DNA ¹ zelfsturend à moet worden aangezet (aan-uit knoppen)
Ø Invloed omgeving: roken, stress, sporten, dag- en nachtritme, oorlog, armoede,…
Ø Voorbeelden
- Onderzoeksdomein: Infant Mental Health (eerste 1000 dagen, vanaf conceptie)
g Bv. impact roken op ongeboren kind (meer kans overgewicht)
impact depressieve moeder tijdens zwangerschap op latere leven kind
- Massage: effectiever stressresponssysteem
- Twee uur sporten per week zet genen gerelateerd aan obesitas en diabetes-type 2 uit
- Tijdens zwangerschap hongersnood meemaken, kind meer kans op ontwikkelen obesitas
4