H1: WATER
WATER IN DE PLANTENCELLEN
HOEVEEL WATER?
Opgeslagen in de vacuole
- Groeiende plantenweefsels: 80-95%
- Kernhout: 25-30%
- Spinthout: 50% dit transporteert het water
- Zaden: 5-15%
Droge stof gehalte: 1g DS = 0,5 liter water (C3 planten, WUE)
WATERTRANSPORT MANIEREN
1. Diffusie
= stoffen zich verplaatsen van HOGE concentratie LAGE
concentratie
o Wet van Fick
o Concentratiegradiënt
o Effectief op celniveau want TRAAG transport
2. Massastroming of bulktransport
o Wet van Hagen-Poiseuille
o Via een drukgradiënt
Xyleem = negatieve druk
Floëem = positieve druk
o Grotere vaten (vroeg hout) = sneller/makkelijker watertransport
3. Osmose
= proces waarbij een vloeistof, met daarin opgeloste stoffen, diffundeert
via een semipermeabel membraan van een plek met een HOGE
(minder negatieve) ψ naar een plek met een LAGE (meer negatieve)
ψ
o
concentratie & drukgradiënt
o
LAGE concentratie HOGE concentratie
Lage concentratie aan opgeloste stoffen (minder negatieve
ψ)
Hoge concentratie aan opgeloste stoffen (meer negatieve ψ )
4. Aquaporines
o Selectief voor water (en CO2, H2O2
o GEEN ionen!
o Verandering in cel OF omgeving actief openen en sluiten
Droogtestress defosforylering sluiten
Overstroming verzuring van cel protonering
fosforgroep sluit
o SNEL transport
o Types
PIPs (plasmamembraan)
, TIPs (tonoplast)
Uitleg: opgeloste stoffen aan de kant van de HOGE concentratie ondervinden een
afstotende kracht waardoor enkel water door de poriën kan, wanneer er
genoeg water naar de kant met HOGE concentratie is gestroomd (en dus genoeg
druk is opgebouwd die deze afstotende kracht tegenwerkt) ontstaat er een
evenwicht
DE DRIJVENDE KRACHT ACHTER
WATERTRANSPORT
Water stroomt van een HOGE ψ LAGE ψ (waterpotentiaal) = PASSIEF
= MINDER NEGATIEF MEER NEGATIEF
COMPONENTEN VAN DE TOTALE
WATERPOTENTIAAL
- Gravitatiepotentiaal = verwaarloosbaar
o ALTIJD positief
- Osmotische potentiaal: ψ ( s )=−R ∙ T ∙Cs (van ‘t Hoff)
o Rekening houden met dissociatiecoëfficiënt bij ionen !!
o ALTIJD negatief
-0.244 MPa (1M sucrose)
o hoe minder water in cellen hoe negatiever de osmotische potentiaal
- Hydrostatische drukpotentiaal: ψ ( p)
o Positief of negatief
Levende cellen > 0 = turgor groei (vergelijking van
Lockhart)
Dode cellen (vaten, tracheeën) < 0
WATER IN DE PLANTENCELLEN
HOEVEEL WATER?
Opgeslagen in de vacuole
- Groeiende plantenweefsels: 80-95%
- Kernhout: 25-30%
- Spinthout: 50% dit transporteert het water
- Zaden: 5-15%
Droge stof gehalte: 1g DS = 0,5 liter water (C3 planten, WUE)
WATERTRANSPORT MANIEREN
1. Diffusie
= stoffen zich verplaatsen van HOGE concentratie LAGE
concentratie
o Wet van Fick
o Concentratiegradiënt
o Effectief op celniveau want TRAAG transport
2. Massastroming of bulktransport
o Wet van Hagen-Poiseuille
o Via een drukgradiënt
Xyleem = negatieve druk
Floëem = positieve druk
o Grotere vaten (vroeg hout) = sneller/makkelijker watertransport
3. Osmose
= proces waarbij een vloeistof, met daarin opgeloste stoffen, diffundeert
via een semipermeabel membraan van een plek met een HOGE
(minder negatieve) ψ naar een plek met een LAGE (meer negatieve)
ψ
o
concentratie & drukgradiënt
o
LAGE concentratie HOGE concentratie
Lage concentratie aan opgeloste stoffen (minder negatieve
ψ)
Hoge concentratie aan opgeloste stoffen (meer negatieve ψ )
4. Aquaporines
o Selectief voor water (en CO2, H2O2
o GEEN ionen!
o Verandering in cel OF omgeving actief openen en sluiten
Droogtestress defosforylering sluiten
Overstroming verzuring van cel protonering
fosforgroep sluit
o SNEL transport
o Types
PIPs (plasmamembraan)
, TIPs (tonoplast)
Uitleg: opgeloste stoffen aan de kant van de HOGE concentratie ondervinden een
afstotende kracht waardoor enkel water door de poriën kan, wanneer er
genoeg water naar de kant met HOGE concentratie is gestroomd (en dus genoeg
druk is opgebouwd die deze afstotende kracht tegenwerkt) ontstaat er een
evenwicht
DE DRIJVENDE KRACHT ACHTER
WATERTRANSPORT
Water stroomt van een HOGE ψ LAGE ψ (waterpotentiaal) = PASSIEF
= MINDER NEGATIEF MEER NEGATIEF
COMPONENTEN VAN DE TOTALE
WATERPOTENTIAAL
- Gravitatiepotentiaal = verwaarloosbaar
o ALTIJD positief
- Osmotische potentiaal: ψ ( s )=−R ∙ T ∙Cs (van ‘t Hoff)
o Rekening houden met dissociatiecoëfficiënt bij ionen !!
o ALTIJD negatief
-0.244 MPa (1M sucrose)
o hoe minder water in cellen hoe negatiever de osmotische potentiaal
- Hydrostatische drukpotentiaal: ψ ( p)
o Positief of negatief
Levende cellen > 0 = turgor groei (vergelijking van
Lockhart)
Dode cellen (vaten, tracheeën) < 0