Samenvatting herhaling neuro:
1. Structure and function of the nervous system
1.1. Bouw zenuwstelsel
2 grote delen:
o Centraal zenuwstelsel (CZS/CNS): bestaande uit de hersenen en het
ruggenmerg
hersenen volledig omgeven door schedel
in directe verbinding met ruggenmerg
ruggenmerg beschermd door wervelkolom
o Perifeer zenuwstelsel (PZS/PNS): bestaande uit de zenuwen zelf (die BUITEN
het CZS liggen)
Scheiding tussen deze 2 systemen is willekeurig: ze zijn met elkaar verbonden en werken
samen, geen duidelijke scheidingslijn
Rode pijlen: de weg waarlangs
het CZS sensorische informatie
ontvangt vanuit het PZS
Zwarte pijlen: de weg langs
waar het CZS communiceert
met het somatische
zenusstelsel en het
autonoom zenuwstelsel (2
delen vh PZS)
1.2. Functie zenuwstelsel
Algemene functie zenuwstelsel: sensorische informatie, uit externe en interne omgeving,
ontvangen en verwerken
specifieker heeft het zenuwstelsel 3 functies
1) ZS ontvangt sensorische input/informatie
o sensorische receptoren in de huid en andere organen reageren op interne en
externe stimuli
o ze reageren door zenuwsignalen (elektrische signalen) van het PZS nr het CZS te
sturen
bv je ruikt gebakken koekjes reukreceptoren in de neus gebruiken het PZS om
info door te sturen naar het CZS
2) Het CZS verwerkt en integreert de ontvangen informatie + voegt alle input samen
die het uit het hele lichaam ontvangen heeft
o CZS beoordeelt de info, slaat de info op in herinneringen en creëert de jusite
motorische reacties
bv: geur van gebakken koekjes roept herinneringen op van de smaak ervan
3) Het CZS produceert motorische output
o zenuwen vanuit het CZS sturen signalen via het PZS naar spieren, klieren en
organen in het lichaam
o bv als reactie op de geur van gebakken koekjes beginnen je speekselklieren te werken,
daarnaast produceert je maag zuur en enzymen die nodig zijn om de koekjes te verteren,
, daarnaast zorgt het CZS ook voor de juiste bewegingen voor een hap te nemen, te
kauwen...
2. Zenuwweefsel
Zenuwweefsel bestaat uit 2 soorten cellen: neuronen en gliacellen/neuroglia
neuronen: cellen dat de zenuwsignalen versturen tussen delen vh ZS
gliacellen: ondersteunen en voeden de neuronen
o er zijn meer gliacellen dan neuronen in de hersenen
o 4 soorten gliacellen elk met hun eigen functie
Waa Soort Functie
r
CZS Microglia Fagocytische cellen, die helpen de bacterieën en het afval te
verwijderen
CZS Astrocytes Zorgen voor metabolische en structurele ondersteuning vd neuron
CZS oligodendrocyt Myelineschede wordt gevormd dr membranen van strak opgerolde
en neuroglia
in CZS vormen de oligodendrocyten deze myelineschede
PZS Schwann Myelineschede wordt gevormd dr membranen van strak opgerolde
cellen neuroglia
in PZS is dit de functie van Schwann cellen
ze laten gaten tussen de Myeline = Nodes of Ranvier
o deze gaten zijn er, omdat elke gliacel maar een deel vd
axon omvat
De structuur van sensorische neuronen, interneuronen en
motorneuronen
a) sensorische neuron: lange axonen omgeven met een
myelineschede zo lang dat het de zenuwimpuls vd
dendrieten helemaal naar het CZS neemt
b) Interneuronen in CZS: korte axonen, niet bedekt met
myeline
c) Motor neuron: lange axon bedekt met een
myelineschede neemt impuls van CZS nr effector
3. Neuro-anatomie
3 soorten neuronen (ingedeeld obv hun functie): sensorische neuron, interneuron en motorische
neuron best beschreven in relatie met het CZS
Soort Functie
Sensorisch Krijgt signalen van sensorische receptoren en stuurt deze naar het CZS
e sensorische receptoren vangen de kleinste veranderingen in de
omgeving op (intern en extern)
Inter Ligt volledig in het CZS functie: verzamelen alle info van sensorische
neuronen en andere interneuronen; en vatten dit samen daarna
communiceren ze dit nr de motorneuronen
Motorisch Stuur zenuwsignalen vh CZS nr effectoren (klieren, spieren of organen)
e effectoren zorgen ervoor dat er een reactie komt op de
, omgevingsveranderingen
Al deze neuronen hebben andere funties, maar structureel hebben ze 3 dingen gemeen
een cellichaam, dendrieten en een axon
o cellichaam: bevat nucleus en celorganellen
o dendrieten: korte verlengingen dat signalen ontvangen van sensorische
receptoren of andere neuronen
inkomende signalen vanuit dendrieten veroorzaken een zenuwsignaal dat
doorgestuurd worden nr de axon
o axon: geleiden zenuwsignalen naar andere neuronen of effectoren
axonen zijn vaak lang
1 enkele axon wordt een zenuwvezel genoemd
meerdere axonen vormen samen een neuron
hoe geleiding
sensorische neuronen: lange axon die een zenuwimpuls van de
dendrieten (die ontstaan zijn door de sensorische receptoren) naar het
CZS
o deze axon wordt onderbroken door het cellichaam
interneuronen en motorische neuronen: meerdere dendrieten
ontvangen signalen en nemen deze nr het cellichaam die stuurt
een nieuw signaal naar de axon die het zenuwsignaal verwijdert vh
cellichaam
3.1. Myeline
Lange axonen hebben een myelineschede, korte niet
Grijze stof in het CZS is grijs, omdat er geen myelineschede rond de axonen zit
Witte stof in het CZS is Wit, omdat er wél een myelineschede rond de axonen zit
In PZS: myeline geeft de zenuwvezels een witte, glinsterende verschijning + het dient
als perfecte isolator
o myeline zorgt in het PZS voor een regeneratiefunctie: als een axon breekt , dan
blijft de myeline myeline houdt dit samen tot de zenuw zich heeft kunnen
herstellen
Als myeline afbreekt (zoals bij MS, multiple sclerosis), dan wordt het moeilijker voor neuronen om
via signalen informatie door te geven
MS short circuits het zenuwstelsel moeilijker voor neuronen om zenuwsignalen door
te sturen
4. Neuron Physiology
Zenuwen transporteren info doorheen het zenuwstelsel via een zenuwimpuls vroeger
konden ze zenuwen enkel onderzoeken buiten het lichaam (vaak van dode mensen),
ondertussen bestaan er al vele technieken om dit in het lichaam te doen
4.1. Rustpotentiaal
metafoor: batterij: energiebron gemaakt door neg ionen van pos ionen te scheiden dmv een
membraan
de batterij zijn potentiële energie kan gebruikt worden om werk te verrichten (oa een
zaklamp licht laten geven)
Rust neuron heeft ook potentiële energie:
potentiële energie = rust potentiaal
o dit bestaat omdat het plasma membraan gepolariseerd is
1. Structure and function of the nervous system
1.1. Bouw zenuwstelsel
2 grote delen:
o Centraal zenuwstelsel (CZS/CNS): bestaande uit de hersenen en het
ruggenmerg
hersenen volledig omgeven door schedel
in directe verbinding met ruggenmerg
ruggenmerg beschermd door wervelkolom
o Perifeer zenuwstelsel (PZS/PNS): bestaande uit de zenuwen zelf (die BUITEN
het CZS liggen)
Scheiding tussen deze 2 systemen is willekeurig: ze zijn met elkaar verbonden en werken
samen, geen duidelijke scheidingslijn
Rode pijlen: de weg waarlangs
het CZS sensorische informatie
ontvangt vanuit het PZS
Zwarte pijlen: de weg langs
waar het CZS communiceert
met het somatische
zenusstelsel en het
autonoom zenuwstelsel (2
delen vh PZS)
1.2. Functie zenuwstelsel
Algemene functie zenuwstelsel: sensorische informatie, uit externe en interne omgeving,
ontvangen en verwerken
specifieker heeft het zenuwstelsel 3 functies
1) ZS ontvangt sensorische input/informatie
o sensorische receptoren in de huid en andere organen reageren op interne en
externe stimuli
o ze reageren door zenuwsignalen (elektrische signalen) van het PZS nr het CZS te
sturen
bv je ruikt gebakken koekjes reukreceptoren in de neus gebruiken het PZS om
info door te sturen naar het CZS
2) Het CZS verwerkt en integreert de ontvangen informatie + voegt alle input samen
die het uit het hele lichaam ontvangen heeft
o CZS beoordeelt de info, slaat de info op in herinneringen en creëert de jusite
motorische reacties
bv: geur van gebakken koekjes roept herinneringen op van de smaak ervan
3) Het CZS produceert motorische output
o zenuwen vanuit het CZS sturen signalen via het PZS naar spieren, klieren en
organen in het lichaam
o bv als reactie op de geur van gebakken koekjes beginnen je speekselklieren te werken,
daarnaast produceert je maag zuur en enzymen die nodig zijn om de koekjes te verteren,
, daarnaast zorgt het CZS ook voor de juiste bewegingen voor een hap te nemen, te
kauwen...
2. Zenuwweefsel
Zenuwweefsel bestaat uit 2 soorten cellen: neuronen en gliacellen/neuroglia
neuronen: cellen dat de zenuwsignalen versturen tussen delen vh ZS
gliacellen: ondersteunen en voeden de neuronen
o er zijn meer gliacellen dan neuronen in de hersenen
o 4 soorten gliacellen elk met hun eigen functie
Waa Soort Functie
r
CZS Microglia Fagocytische cellen, die helpen de bacterieën en het afval te
verwijderen
CZS Astrocytes Zorgen voor metabolische en structurele ondersteuning vd neuron
CZS oligodendrocyt Myelineschede wordt gevormd dr membranen van strak opgerolde
en neuroglia
in CZS vormen de oligodendrocyten deze myelineschede
PZS Schwann Myelineschede wordt gevormd dr membranen van strak opgerolde
cellen neuroglia
in PZS is dit de functie van Schwann cellen
ze laten gaten tussen de Myeline = Nodes of Ranvier
o deze gaten zijn er, omdat elke gliacel maar een deel vd
axon omvat
De structuur van sensorische neuronen, interneuronen en
motorneuronen
a) sensorische neuron: lange axonen omgeven met een
myelineschede zo lang dat het de zenuwimpuls vd
dendrieten helemaal naar het CZS neemt
b) Interneuronen in CZS: korte axonen, niet bedekt met
myeline
c) Motor neuron: lange axon bedekt met een
myelineschede neemt impuls van CZS nr effector
3. Neuro-anatomie
3 soorten neuronen (ingedeeld obv hun functie): sensorische neuron, interneuron en motorische
neuron best beschreven in relatie met het CZS
Soort Functie
Sensorisch Krijgt signalen van sensorische receptoren en stuurt deze naar het CZS
e sensorische receptoren vangen de kleinste veranderingen in de
omgeving op (intern en extern)
Inter Ligt volledig in het CZS functie: verzamelen alle info van sensorische
neuronen en andere interneuronen; en vatten dit samen daarna
communiceren ze dit nr de motorneuronen
Motorisch Stuur zenuwsignalen vh CZS nr effectoren (klieren, spieren of organen)
e effectoren zorgen ervoor dat er een reactie komt op de
, omgevingsveranderingen
Al deze neuronen hebben andere funties, maar structureel hebben ze 3 dingen gemeen
een cellichaam, dendrieten en een axon
o cellichaam: bevat nucleus en celorganellen
o dendrieten: korte verlengingen dat signalen ontvangen van sensorische
receptoren of andere neuronen
inkomende signalen vanuit dendrieten veroorzaken een zenuwsignaal dat
doorgestuurd worden nr de axon
o axon: geleiden zenuwsignalen naar andere neuronen of effectoren
axonen zijn vaak lang
1 enkele axon wordt een zenuwvezel genoemd
meerdere axonen vormen samen een neuron
hoe geleiding
sensorische neuronen: lange axon die een zenuwimpuls van de
dendrieten (die ontstaan zijn door de sensorische receptoren) naar het
CZS
o deze axon wordt onderbroken door het cellichaam
interneuronen en motorische neuronen: meerdere dendrieten
ontvangen signalen en nemen deze nr het cellichaam die stuurt
een nieuw signaal naar de axon die het zenuwsignaal verwijdert vh
cellichaam
3.1. Myeline
Lange axonen hebben een myelineschede, korte niet
Grijze stof in het CZS is grijs, omdat er geen myelineschede rond de axonen zit
Witte stof in het CZS is Wit, omdat er wél een myelineschede rond de axonen zit
In PZS: myeline geeft de zenuwvezels een witte, glinsterende verschijning + het dient
als perfecte isolator
o myeline zorgt in het PZS voor een regeneratiefunctie: als een axon breekt , dan
blijft de myeline myeline houdt dit samen tot de zenuw zich heeft kunnen
herstellen
Als myeline afbreekt (zoals bij MS, multiple sclerosis), dan wordt het moeilijker voor neuronen om
via signalen informatie door te geven
MS short circuits het zenuwstelsel moeilijker voor neuronen om zenuwsignalen door
te sturen
4. Neuron Physiology
Zenuwen transporteren info doorheen het zenuwstelsel via een zenuwimpuls vroeger
konden ze zenuwen enkel onderzoeken buiten het lichaam (vaak van dode mensen),
ondertussen bestaan er al vele technieken om dit in het lichaam te doen
4.1. Rustpotentiaal
metafoor: batterij: energiebron gemaakt door neg ionen van pos ionen te scheiden dmv een
membraan
de batterij zijn potentiële energie kan gebruikt worden om werk te verrichten (oa een
zaklamp licht laten geven)
Rust neuron heeft ook potentiële energie:
potentiële energie = rust potentiaal
o dit bestaat omdat het plasma membraan gepolariseerd is