H1: Heup en lies
1.1 Heuponderzoek
Inspectie
Moeilijk palpeerbaar want veel spieren erover
Op 3 manieren:
- Staand
- Stappend; paslengte, steunfaseduur en trendelenburg-gang
- Liggend; beenlengteverschil (geen exacte meting behalve radiografisch)
Mobiliteit
Flexie 110-120°
Meting met gebogen knie
Weke delen of abdominale massa kan id weg zitten
Extensie 0-15°
Cave: lordosering + opletten dat je niet lumbosacraal extensie meet
Exorotatie 40-60°
Variatie thv femorale ante/retroflexie -> femur anders geroteerd dan femurkop
L-R verschil! (dr grote variatie)
Rug of buiklig (in buiklig zie je L-R verschil beste)
Endorotatie 30-40°
Variatie thv femorale ante/retroflexie -> femur anders geroteerd dan femurkop
L-R verschil! (dr grote variatie)
Wijst vaak op articulair probleem
Abductie 30-45°
Cave: bekkencompensatie
Adductie 25°
Cave: bekkencompensatie
Gecombineerd: flexie/endorotatie/adductie => fadir test
- Articulaire problematiek
- Aanduwen: sensitiviteit ↑ (je pikt meer op), specifiteit ↓ (hetgeen je voelt kan ook een
ander probleem zijn)
- Endorotatie kan gehinderd w door spieren
1
,Musculaire testen
Kracht:
- Flexie
- Adductie: kort en lang
- Abdominale flexie: recht en schuin
- Iliopsoas
- Abductie - extensie
Palpatie
- Adductoren
- Symphysis pubis - pubistakken – r.abdominis insertie
- Ant. gewricht – post. gewricht
- Iliopsoas
Specifieke testen
FABER test: flexie/abductie/exorotatie
- Heuppathologie
- Iliopsoas spasme
- SIG pathologie
Trendelenburg test: zwakke heupabductoren
- Werkt gluteus van steunbeen?
- Soms ook te veel pijn om ze te gebruiken
Labrum testen: kraakbeenrand afgaan en aanduwen (lage specifiteit)
1.2 Beeldvorming
Aanvullende testen
- SIAS – ileumrotatie
- LWZ-SIG
- Knie
- Neurovasculaire controle
2
,Radiografie
- Rx bekken
- Rx heup
o Face -profiel
o Lauenstein
Echografie
- Musculotendineuze letsels
- Bursae
- Infiltratie onder echografische geleiding
Arthrografie en arthroscopie
CT-scan: vnl fractuurdetail
Botscintigrafie: bij negatieve rx en persisterende, vage klachten -> mogelijks osteogeen in oorsprong
NMR:
- Bv. stressfractuur femurhals:
o Sensitiviteit = botscintigrafie
o Specificiteit > botscintigrafie
- Cave: beoordeling labrum; sens: 30% - accuraatheid: 36%
- Arthro-NMR: labrum: sens. en accur.: 90%
(zie dias met foto’s labrum)
1.3 Heup & liespijn
Oorzaken ↓ kunnen overlappen of samen voorkomen (1 kan aanleiding gegeven hebben tot ander)
Musculotendineus vs articulair:
- Hoge prevalentie van asymptomatische structurele afwijkingen
- Dubbelzinnige correlatie met of voorspelling van pijn door musculotendineuze of articulaire
pathologie
Gewricht -en botpijn: na belasting beter (als je nt meer moet steunen)
Weke delen pijn: erna wel pijn
(zie dia 7: normale vs deformatie adductor MRI)
Geïsoleerde klinische testen heup:
- Niet gerapporteerde diagnostische waarde
- Lage specificiteit
Liesblessure:
- Adductor, abdominale spier, iliopsoas of rectus femoris gerelateerd
- Klinische diagnose
- Beeldvorming relatief gerelateerd en niet voorspellend
- Conservatieve therapie mainstream
3
, Asymptomatische spelers, prospectief, hockey: over het algemeen 2-4j asymptomatisch -> weinig
spelers missen wedstrijden vanwege heup- en bekkenpathologie die toevallig op MRI w aangetroffen
Profvoetballers, symptomatisch; R. femoris subtotale ruptuur, ¾ ruptuur r. abdominis insertie =>
oefentherapie twee maanden
Onderzoek: effectiviteit van actieve fysieke training als behandeling vr langdurige
adductorgerelateerde liespijn bij sporters
- 68 sporters met mediane liespijn na 40w
- Randomisatie actieve training en fysiotherapie (8-12 weken)
o (zie dia 21-27)
- 4 maanden geblindeerde evaluatie
Type oefening: specifiek
Adductor-specifiek programma
Activiteit en versterking van andere belangrijke spiergroepen (nooit 1 spiergroep alleen gebruiken
maar je kan wel 1 benadrukken)
(zie casus dia 29)
Musculotendineus
Sporters hernia
= atletische pubalgie, sporthernia, beginnende hernia, Gilmore's lies, liesruptuur en sporterslies
Inguinale disruptie (ID)
- Aanvang pijn: sluipend of acuut
- In liesgebied nabij pubische tuberkel
- Ten minste 3/5 klinische symptomen:
1. Puntgevoeligheid over de tuberculum pubica op punt van insertie vd conjointpees
2. Voelbare gevoeligheid over diepe liesring
3. Pijn en/of verwijding vd externe ring zonder duidelijke hernia
4. Pijn bij oorsprong vd adductor longuspees
5. Doffe, diffuse pijn id lies, vaak uitstralend naar perineum en binnenkant vd dij of over de
middellijn
- Fysiotherapeutisch revalidatieregime uitgevoerd voorafgaand a/e evt operatie
o Rol operatie: abnormale spanning ih lieskanaal opheffen + zwakte in achterste wand
reconstrueren
- Beeldvorming om andere aandoeningen uit te sluiten die chronische liespijn k veroorzaken
Nog veel onderzoek ernaar:
4
1.1 Heuponderzoek
Inspectie
Moeilijk palpeerbaar want veel spieren erover
Op 3 manieren:
- Staand
- Stappend; paslengte, steunfaseduur en trendelenburg-gang
- Liggend; beenlengteverschil (geen exacte meting behalve radiografisch)
Mobiliteit
Flexie 110-120°
Meting met gebogen knie
Weke delen of abdominale massa kan id weg zitten
Extensie 0-15°
Cave: lordosering + opletten dat je niet lumbosacraal extensie meet
Exorotatie 40-60°
Variatie thv femorale ante/retroflexie -> femur anders geroteerd dan femurkop
L-R verschil! (dr grote variatie)
Rug of buiklig (in buiklig zie je L-R verschil beste)
Endorotatie 30-40°
Variatie thv femorale ante/retroflexie -> femur anders geroteerd dan femurkop
L-R verschil! (dr grote variatie)
Wijst vaak op articulair probleem
Abductie 30-45°
Cave: bekkencompensatie
Adductie 25°
Cave: bekkencompensatie
Gecombineerd: flexie/endorotatie/adductie => fadir test
- Articulaire problematiek
- Aanduwen: sensitiviteit ↑ (je pikt meer op), specifiteit ↓ (hetgeen je voelt kan ook een
ander probleem zijn)
- Endorotatie kan gehinderd w door spieren
1
,Musculaire testen
Kracht:
- Flexie
- Adductie: kort en lang
- Abdominale flexie: recht en schuin
- Iliopsoas
- Abductie - extensie
Palpatie
- Adductoren
- Symphysis pubis - pubistakken – r.abdominis insertie
- Ant. gewricht – post. gewricht
- Iliopsoas
Specifieke testen
FABER test: flexie/abductie/exorotatie
- Heuppathologie
- Iliopsoas spasme
- SIG pathologie
Trendelenburg test: zwakke heupabductoren
- Werkt gluteus van steunbeen?
- Soms ook te veel pijn om ze te gebruiken
Labrum testen: kraakbeenrand afgaan en aanduwen (lage specifiteit)
1.2 Beeldvorming
Aanvullende testen
- SIAS – ileumrotatie
- LWZ-SIG
- Knie
- Neurovasculaire controle
2
,Radiografie
- Rx bekken
- Rx heup
o Face -profiel
o Lauenstein
Echografie
- Musculotendineuze letsels
- Bursae
- Infiltratie onder echografische geleiding
Arthrografie en arthroscopie
CT-scan: vnl fractuurdetail
Botscintigrafie: bij negatieve rx en persisterende, vage klachten -> mogelijks osteogeen in oorsprong
NMR:
- Bv. stressfractuur femurhals:
o Sensitiviteit = botscintigrafie
o Specificiteit > botscintigrafie
- Cave: beoordeling labrum; sens: 30% - accuraatheid: 36%
- Arthro-NMR: labrum: sens. en accur.: 90%
(zie dias met foto’s labrum)
1.3 Heup & liespijn
Oorzaken ↓ kunnen overlappen of samen voorkomen (1 kan aanleiding gegeven hebben tot ander)
Musculotendineus vs articulair:
- Hoge prevalentie van asymptomatische structurele afwijkingen
- Dubbelzinnige correlatie met of voorspelling van pijn door musculotendineuze of articulaire
pathologie
Gewricht -en botpijn: na belasting beter (als je nt meer moet steunen)
Weke delen pijn: erna wel pijn
(zie dia 7: normale vs deformatie adductor MRI)
Geïsoleerde klinische testen heup:
- Niet gerapporteerde diagnostische waarde
- Lage specificiteit
Liesblessure:
- Adductor, abdominale spier, iliopsoas of rectus femoris gerelateerd
- Klinische diagnose
- Beeldvorming relatief gerelateerd en niet voorspellend
- Conservatieve therapie mainstream
3
, Asymptomatische spelers, prospectief, hockey: over het algemeen 2-4j asymptomatisch -> weinig
spelers missen wedstrijden vanwege heup- en bekkenpathologie die toevallig op MRI w aangetroffen
Profvoetballers, symptomatisch; R. femoris subtotale ruptuur, ¾ ruptuur r. abdominis insertie =>
oefentherapie twee maanden
Onderzoek: effectiviteit van actieve fysieke training als behandeling vr langdurige
adductorgerelateerde liespijn bij sporters
- 68 sporters met mediane liespijn na 40w
- Randomisatie actieve training en fysiotherapie (8-12 weken)
o (zie dia 21-27)
- 4 maanden geblindeerde evaluatie
Type oefening: specifiek
Adductor-specifiek programma
Activiteit en versterking van andere belangrijke spiergroepen (nooit 1 spiergroep alleen gebruiken
maar je kan wel 1 benadrukken)
(zie casus dia 29)
Musculotendineus
Sporters hernia
= atletische pubalgie, sporthernia, beginnende hernia, Gilmore's lies, liesruptuur en sporterslies
Inguinale disruptie (ID)
- Aanvang pijn: sluipend of acuut
- In liesgebied nabij pubische tuberkel
- Ten minste 3/5 klinische symptomen:
1. Puntgevoeligheid over de tuberculum pubica op punt van insertie vd conjointpees
2. Voelbare gevoeligheid over diepe liesring
3. Pijn en/of verwijding vd externe ring zonder duidelijke hernia
4. Pijn bij oorsprong vd adductor longuspees
5. Doffe, diffuse pijn id lies, vaak uitstralend naar perineum en binnenkant vd dij of over de
middellijn
- Fysiotherapeutisch revalidatieregime uitgevoerd voorafgaand a/e evt operatie
o Rol operatie: abnormale spanning ih lieskanaal opheffen + zwakte in achterste wand
reconstrueren
- Beeldvorming om andere aandoeningen uit te sluiten die chronische liespijn k veroorzaken
Nog veel onderzoek ernaar:
4