Fok plan
4-4-2025
PV41A
,Inhoudsopgave
Inleiding.......................................................................................................2
Moderne voortplantingstechnieken en bronststimulatie..........................3
Geslachtsrijp:............................................................................................5
Tijdens de dracht:.....................................................................................6
Fases van de bevalling.............................................................................6
De verlossing in stappen:.........................................................................7
Benodigdheden lammerperiode:..............................................................8
Hoofdstuk 2: Fokdoel.................................................................................12
Over de texelaar:...................................................................................12
Over de noord Hollander:.......................................................................12
Fokdoel:..................................................................................................12
Stamboek en keuringen:........................................................................12
Hoofdstuk 3: Selectie ouderdieren............................................................14
Eigenschappen voor de fok....................................................................14
ARR/ARR-genotype.................................................................................15
Enten en ontwormen..............................................................................15
Fokwaarde..............................................................................................16
Indexen..................................................................................................17
Hoofdstuk 4: Planning fokproces...............................................................18
Hoofdstuk 5: Kostenplaatje.......................................................................21
Hoofdstuk 6: Wetgeving............................................................................23
Hoofdstuk 7: Bijzonderheden die tijdens de voortplanting kunnen optreden
..................................................................................................................24
Geboorte problemen:.............................................................................24
Zoönose..................................................................................................24
Veilig werken..........................................................................................25
De verschillende liggingen van een lam.................................................26
Veel voorkomende geboorteproblemen.................................................29
Conclusie...................................................................................................33
Bronvermelding.........................................................................................34
,Inleiding
Dit verslag is gebaseerd op mijn stagebedrijf fruit- en veehouderijbedrijf
van Mourik. Ik heb hier stagegelopen voor mijn voortplanting keuzedeel
van 17 maart tot en met 28 maart. In dik fok plan ga ik het hebben over
waar je allemaal aan moet denken voor, tijdens en na het fokken. Over de
selectie van de ouderdieren, de nazorg van de lammeren en de
ouderdieren. Ik beschrijf hierbij welke benodigdheden je nodig hebt als je
wilt fokken.
, Hoofdstuk 1: Gedragskenmerken
Bronstverschijnselen
Het bronstseizoen is een aantal weken vanaf het moment dat de zon weer
langer schijnt. De ooi wordt om de 17 tot 20 dagen bronstig of hitsig. De
eerste 12 dagen van de bronst is een stille bronsttijd, dit betekent dat de
ooi in deze periode geen bronstverschijnselen laat zien. In de bronstige
periode, die bijna anderhalve dag duurt, kan de ooi gedekt worden. Het
bronstgedrag is beter te zien wanneer de ooi bij een ram loopt. Hierbij de
verschijnselen die je kunt waarnemen:
De ooi zoekt de ram op,
Ruikt aan het scrotum van de ram,
Gaat klaar staan voor de dekking,
Vertoont onrustig gedrag,
Likt de bek,
Krabt de grond,
Kwispelt zij met haar staart,
Wordt haar vulva rood en gezwollen,
Veel urineren.
Moderne voortplantingstechnieken en bronststimulatie
Bij het fokken van schapen worden verschillende
voortplantingstechnieken toegepast. Het doel van deze moderne
technieken is om ervoor te zorgen dat de schapen gezond blijven en hun
natuurlijke gedrag kunnen vertonen, terwijl ze tegelijkertijd gezonde
lammeren voortbrengen. Daarnaast worden er technieken gebruikt om
bepaalde uiterlijke kenmerken en eigenschappen bij de schapen te
verkrijgen, hoewel dit vaak leidt tot misvormingen en andere problemen.
Klonen is een voorbeeld van zo'n techniek. Een kloon is een genetisch
identieke kopie van een individu. Het bekendste voorbeeld is het schaap
Dolly, dat succesvol werd gekloond. Ondanks de vooruitgang, heeft klonen
over het algemeen meer nadelen dan voordelen. Het leidt vaak tot
doodgeboren lammeren of lammeren met afwijkingen. Bij het klonen
wordt de celkern van een eicel verwijderd en vervangen door de celkern
van een uiercel van een ander schaap.
Vervolgens wordt de eicel gekweekt tot
een embryo en in een
surrogaatmoeder geplaatst. Aangezien
uierweefsel veel cellen met kernen
bevat, kunnen er uit één stukje
uierweefsel meerdere genetisch
identieke dieren worden gecreëerd.
4-4-2025
PV41A
,Inhoudsopgave
Inleiding.......................................................................................................2
Moderne voortplantingstechnieken en bronststimulatie..........................3
Geslachtsrijp:............................................................................................5
Tijdens de dracht:.....................................................................................6
Fases van de bevalling.............................................................................6
De verlossing in stappen:.........................................................................7
Benodigdheden lammerperiode:..............................................................8
Hoofdstuk 2: Fokdoel.................................................................................12
Over de texelaar:...................................................................................12
Over de noord Hollander:.......................................................................12
Fokdoel:..................................................................................................12
Stamboek en keuringen:........................................................................12
Hoofdstuk 3: Selectie ouderdieren............................................................14
Eigenschappen voor de fok....................................................................14
ARR/ARR-genotype.................................................................................15
Enten en ontwormen..............................................................................15
Fokwaarde..............................................................................................16
Indexen..................................................................................................17
Hoofdstuk 4: Planning fokproces...............................................................18
Hoofdstuk 5: Kostenplaatje.......................................................................21
Hoofdstuk 6: Wetgeving............................................................................23
Hoofdstuk 7: Bijzonderheden die tijdens de voortplanting kunnen optreden
..................................................................................................................24
Geboorte problemen:.............................................................................24
Zoönose..................................................................................................24
Veilig werken..........................................................................................25
De verschillende liggingen van een lam.................................................26
Veel voorkomende geboorteproblemen.................................................29
Conclusie...................................................................................................33
Bronvermelding.........................................................................................34
,Inleiding
Dit verslag is gebaseerd op mijn stagebedrijf fruit- en veehouderijbedrijf
van Mourik. Ik heb hier stagegelopen voor mijn voortplanting keuzedeel
van 17 maart tot en met 28 maart. In dik fok plan ga ik het hebben over
waar je allemaal aan moet denken voor, tijdens en na het fokken. Over de
selectie van de ouderdieren, de nazorg van de lammeren en de
ouderdieren. Ik beschrijf hierbij welke benodigdheden je nodig hebt als je
wilt fokken.
, Hoofdstuk 1: Gedragskenmerken
Bronstverschijnselen
Het bronstseizoen is een aantal weken vanaf het moment dat de zon weer
langer schijnt. De ooi wordt om de 17 tot 20 dagen bronstig of hitsig. De
eerste 12 dagen van de bronst is een stille bronsttijd, dit betekent dat de
ooi in deze periode geen bronstverschijnselen laat zien. In de bronstige
periode, die bijna anderhalve dag duurt, kan de ooi gedekt worden. Het
bronstgedrag is beter te zien wanneer de ooi bij een ram loopt. Hierbij de
verschijnselen die je kunt waarnemen:
De ooi zoekt de ram op,
Ruikt aan het scrotum van de ram,
Gaat klaar staan voor de dekking,
Vertoont onrustig gedrag,
Likt de bek,
Krabt de grond,
Kwispelt zij met haar staart,
Wordt haar vulva rood en gezwollen,
Veel urineren.
Moderne voortplantingstechnieken en bronststimulatie
Bij het fokken van schapen worden verschillende
voortplantingstechnieken toegepast. Het doel van deze moderne
technieken is om ervoor te zorgen dat de schapen gezond blijven en hun
natuurlijke gedrag kunnen vertonen, terwijl ze tegelijkertijd gezonde
lammeren voortbrengen. Daarnaast worden er technieken gebruikt om
bepaalde uiterlijke kenmerken en eigenschappen bij de schapen te
verkrijgen, hoewel dit vaak leidt tot misvormingen en andere problemen.
Klonen is een voorbeeld van zo'n techniek. Een kloon is een genetisch
identieke kopie van een individu. Het bekendste voorbeeld is het schaap
Dolly, dat succesvol werd gekloond. Ondanks de vooruitgang, heeft klonen
over het algemeen meer nadelen dan voordelen. Het leidt vaak tot
doodgeboren lammeren of lammeren met afwijkingen. Bij het klonen
wordt de celkern van een eicel verwijderd en vervangen door de celkern
van een uiercel van een ander schaap.
Vervolgens wordt de eicel gekweekt tot
een embryo en in een
surrogaatmoeder geplaatst. Aangezien
uierweefsel veel cellen met kernen
bevat, kunnen er uit één stukje
uierweefsel meerdere genetisch
identieke dieren worden gecreëerd.