Samenvatting Eukaryoten
Deel fungi
Hoofdstuk 1: Introductie
- Veel kennis over eukaryoten is afkomstig uit fungi
- Dieren nauwer verwant met fungi dan planten
- Grote diversiteit
Schimmeldiversiteit
- Eigenschappen
o Aseksuele of seksuele reproductie
o Heterotroof
o Reducenten, parasieten en mutualisten (symbionten
o Afbreken van organiscche materie
o Veelzijdige enzymen → ecologisch succes
o Enkelcellig, meercellig of beide
- Taxonomische diversiteit: 155 000 soorten beschreven; 2,5 miljoen soorten voorspeld
Fylogenie
- Chytridiomycota
o Habitat: marien, zoetwater en terrestrisch
o Saprotroof, parasiet of mutualist
o Aseksuele sporen met zweepstaarten
o Huidetende schimmel zorgt voor grote sterfte in amfibieënpopulaties
- Zygomycota
o Snelgroeiende schimmels
o Parasitaire en commensale symbionten
o Sporen resistent tegen bevriezen en drogen
o Zygosporangia verspreiden sporen ver = seksuele reproductie
o Ook aseksuele spoorvorming
o Bv. Broodschimmel
- Glomeromycota
o Mutualistisch
o Arbusculaire micorrhiza
o Hebben septa in mycelium
o Gebruik als bemesting
- Ascomyceten
o Habitat: Marien, zoetwater en terrestrisch
o Pathogenen, saprofyten en korstmossen (symbionten)
o Voornamelijk haploïde levenscyclus
o Gebruik: schimmelkazen, truffels, …
o Schimmel die sclerotia vormt op graankorrels
o Zombieschimmel die mieren via metabolieten kan leiden afhankelijk van omgevingsfactoren
1
Samenvatting Eukaryoten – Dries Vrindts
, o Aspergillus: kan longinfectie veroorzaken via sporen, komt niet veel voor, moeilijk te
behandelen omdat cellen sterk op menselijke cellen lijken
o Reproductie
▪ Seksueel: seksuele ascosporen in zakvormige structuren met meestal 8 sporen in,
vormen vruchtlichamen (= ascocarp/ascomata)
▪ Aseksueel: Conidioforen vormen aseksuele sporen, conidia → conidioforen kunnen
samengaan via plasmogamie en vormen asci, via meïose vormen 8 ascosporen
- Basidiomycota
o Paddenstoelen bovengronds (basidiocarpen)
o Meestal dikaryotisch
o Diverse groep: Pathogenen, saprotroof, ectomycorrhiza (kunnen inname van toxische
componenten voorkomen)
o Seksuele voortplanting: mycelia van verschillende paringscompatibiliteit komen samen na
plasmogamie en vormen basidiocarp bij invloed omgevingsfactor. Vorming basidiën in
basidiocarp waarin elk 4 basidiosporen worden gevormd
o Soms aseksuele voortplanting
o Bijvoorbeeld
▪ Schimmel die valley fever (Coccidioidomycosis) veroorzaakt: ziekte op longen, fungus in
bodem, verspreiding via sporen, kan meningitis veroorzaken
▪ Vangen van nematoden en verteren, bv oesterzwammen
o Afbraak lignine
▪ heterogene verbindingen met ether- en koolstof-koolstofbindingen
▪ moeilijk door fenylpropanoïde alcoholen
▪ Degradatie
• Breken van etherbindingen
• Oxidatief breken van propaanzijketens
• Demethylatie
• Benzeenringen breken
▪ Enzymen
• Laccases
• Heemperoxidases
2
Samenvatting Eukaryoten – Dries Vrindts
, Hoofdstuk 2: Hyfenbiologie
- Filamenteuze, radiale groei: vanuit middelpunt groeien door verlenging naar buiten toe
- Verlenging en vertakking van hyfen aan de tippen, cytoskelet gaat bewegen
- Verschillende groeizones (met verschillend uitzicht)
o Midden: oudste
o Rand: jongste tippen van hyfen
Sporen
- = middel van verspreiding
- = Seksueel of aseksueel (gevormd)
- Verspreiding door wind, water of dieren
- Dormantie beëindigen door
o Exogene factoren: factoren van buiten spoor, bv. Celwand moet afgebroken worden in
aanwezigheid van water
o Endogene factoren: factoren van binnenin cel, bv. Metaboliet dat aangemaakt en verspreid
moet worden
- Groei (van spoor) door op te zwellen of te kiemen
Kolonievorming
- Vorming van vertakkingen afhankelijk van tijd (bij maximale groeisnelheid van hyfe) en
omgevingsfactoren → exponentiële groei
- Vroege groei
o Groei aan rand van kolonie
o Nutriënten in overvloed
o Onbeperkte en ongedifferentieerde groei
o Hyfen vermijden elkaar/groeien van elkaar weg
- Late groei
o Differentiatie in groei tussen centrum en randen van mycelium
o Centrum: fusie van hyfen om nutriënten te delen
- Verdeling van hyfen in mycelium afhankelijk van
o Gepolariseerde groei
o Vertakkingsfrequentie
o Autotropisme (zelfontwijking)
o Andere mycelium in de buurt
o (niet-homogene) verspreiding van nutriënten
- Groei
o Biomassaproductie meer naar centrum mycelium, transport naar tippen voor groei
o Tippen: celwand is nog flexibel en zal daar aan extensie kunnen doen
o Enzymen zullen celwand versterken
o Extensiesnelheid zal afnemen omdat er meer vertakkingen zijn
o Verschillende soorten hebben andere hyfengroeipatronen
o Extensie naar nutriëntrijke plaatsen en van daaruit verder groeien
- Groeieenheid hyfen
o Nieuwe vertakking als cytoplasma bepaald volume heeft
o Constante diameter → totale hyfe lengte/tips
- Differentiatie
o Groeizones
▪ Verouderingszone
▪ Vruchtvormende zone
▪ Productieve zone
▪ Periferische zone
o Oudere zones groeien trager
o Verkleuring in centrum door opstapeling metabolieten
- Celdeling:
o Gesloten mitose (in celkern) met onafhankelijke cytokinese, celkernen controleren eigen deel
van cytoplasma in hyfen
3
Samenvatting Eukaryoten – Dries Vrindts
Deel fungi
Hoofdstuk 1: Introductie
- Veel kennis over eukaryoten is afkomstig uit fungi
- Dieren nauwer verwant met fungi dan planten
- Grote diversiteit
Schimmeldiversiteit
- Eigenschappen
o Aseksuele of seksuele reproductie
o Heterotroof
o Reducenten, parasieten en mutualisten (symbionten
o Afbreken van organiscche materie
o Veelzijdige enzymen → ecologisch succes
o Enkelcellig, meercellig of beide
- Taxonomische diversiteit: 155 000 soorten beschreven; 2,5 miljoen soorten voorspeld
Fylogenie
- Chytridiomycota
o Habitat: marien, zoetwater en terrestrisch
o Saprotroof, parasiet of mutualist
o Aseksuele sporen met zweepstaarten
o Huidetende schimmel zorgt voor grote sterfte in amfibieënpopulaties
- Zygomycota
o Snelgroeiende schimmels
o Parasitaire en commensale symbionten
o Sporen resistent tegen bevriezen en drogen
o Zygosporangia verspreiden sporen ver = seksuele reproductie
o Ook aseksuele spoorvorming
o Bv. Broodschimmel
- Glomeromycota
o Mutualistisch
o Arbusculaire micorrhiza
o Hebben septa in mycelium
o Gebruik als bemesting
- Ascomyceten
o Habitat: Marien, zoetwater en terrestrisch
o Pathogenen, saprofyten en korstmossen (symbionten)
o Voornamelijk haploïde levenscyclus
o Gebruik: schimmelkazen, truffels, …
o Schimmel die sclerotia vormt op graankorrels
o Zombieschimmel die mieren via metabolieten kan leiden afhankelijk van omgevingsfactoren
1
Samenvatting Eukaryoten – Dries Vrindts
, o Aspergillus: kan longinfectie veroorzaken via sporen, komt niet veel voor, moeilijk te
behandelen omdat cellen sterk op menselijke cellen lijken
o Reproductie
▪ Seksueel: seksuele ascosporen in zakvormige structuren met meestal 8 sporen in,
vormen vruchtlichamen (= ascocarp/ascomata)
▪ Aseksueel: Conidioforen vormen aseksuele sporen, conidia → conidioforen kunnen
samengaan via plasmogamie en vormen asci, via meïose vormen 8 ascosporen
- Basidiomycota
o Paddenstoelen bovengronds (basidiocarpen)
o Meestal dikaryotisch
o Diverse groep: Pathogenen, saprotroof, ectomycorrhiza (kunnen inname van toxische
componenten voorkomen)
o Seksuele voortplanting: mycelia van verschillende paringscompatibiliteit komen samen na
plasmogamie en vormen basidiocarp bij invloed omgevingsfactor. Vorming basidiën in
basidiocarp waarin elk 4 basidiosporen worden gevormd
o Soms aseksuele voortplanting
o Bijvoorbeeld
▪ Schimmel die valley fever (Coccidioidomycosis) veroorzaakt: ziekte op longen, fungus in
bodem, verspreiding via sporen, kan meningitis veroorzaken
▪ Vangen van nematoden en verteren, bv oesterzwammen
o Afbraak lignine
▪ heterogene verbindingen met ether- en koolstof-koolstofbindingen
▪ moeilijk door fenylpropanoïde alcoholen
▪ Degradatie
• Breken van etherbindingen
• Oxidatief breken van propaanzijketens
• Demethylatie
• Benzeenringen breken
▪ Enzymen
• Laccases
• Heemperoxidases
2
Samenvatting Eukaryoten – Dries Vrindts
, Hoofdstuk 2: Hyfenbiologie
- Filamenteuze, radiale groei: vanuit middelpunt groeien door verlenging naar buiten toe
- Verlenging en vertakking van hyfen aan de tippen, cytoskelet gaat bewegen
- Verschillende groeizones (met verschillend uitzicht)
o Midden: oudste
o Rand: jongste tippen van hyfen
Sporen
- = middel van verspreiding
- = Seksueel of aseksueel (gevormd)
- Verspreiding door wind, water of dieren
- Dormantie beëindigen door
o Exogene factoren: factoren van buiten spoor, bv. Celwand moet afgebroken worden in
aanwezigheid van water
o Endogene factoren: factoren van binnenin cel, bv. Metaboliet dat aangemaakt en verspreid
moet worden
- Groei (van spoor) door op te zwellen of te kiemen
Kolonievorming
- Vorming van vertakkingen afhankelijk van tijd (bij maximale groeisnelheid van hyfe) en
omgevingsfactoren → exponentiële groei
- Vroege groei
o Groei aan rand van kolonie
o Nutriënten in overvloed
o Onbeperkte en ongedifferentieerde groei
o Hyfen vermijden elkaar/groeien van elkaar weg
- Late groei
o Differentiatie in groei tussen centrum en randen van mycelium
o Centrum: fusie van hyfen om nutriënten te delen
- Verdeling van hyfen in mycelium afhankelijk van
o Gepolariseerde groei
o Vertakkingsfrequentie
o Autotropisme (zelfontwijking)
o Andere mycelium in de buurt
o (niet-homogene) verspreiding van nutriënten
- Groei
o Biomassaproductie meer naar centrum mycelium, transport naar tippen voor groei
o Tippen: celwand is nog flexibel en zal daar aan extensie kunnen doen
o Enzymen zullen celwand versterken
o Extensiesnelheid zal afnemen omdat er meer vertakkingen zijn
o Verschillende soorten hebben andere hyfengroeipatronen
o Extensie naar nutriëntrijke plaatsen en van daaruit verder groeien
- Groeieenheid hyfen
o Nieuwe vertakking als cytoplasma bepaald volume heeft
o Constante diameter → totale hyfe lengte/tips
- Differentiatie
o Groeizones
▪ Verouderingszone
▪ Vruchtvormende zone
▪ Productieve zone
▪ Periferische zone
o Oudere zones groeien trager
o Verkleuring in centrum door opstapeling metabolieten
- Celdeling:
o Gesloten mitose (in celkern) met onafhankelijke cytokinese, celkernen controleren eigen deel
van cytoplasma in hyfen
3
Samenvatting Eukaryoten – Dries Vrindts