H15 Goederenrecht
1.Voorwerpen, goederen, zaken en dieren
Dieren: art. 3.38 en 3.39 BW
Lichamelijke voorwerpen: kan je zien en aanraken vb: drinkenbus
Onlichamelijk voorwerpen: kan je niet waarnemen (wel juridisch erkent)
vb: liedjes van artiesten, bitcoin
Goederen: Voorwerpen waar u rechten op kan heffen.
2.Indeling van goederen
2.1Roerend vs onroerende goederen
De standaard
Roerende goederen = alle goederen die niet vastzitten aan de grond
of aan een gebouw.
- Alles wat je kunt verplaatsen.
- = Restcategorie
- Roerend door anticipatie:
o Stel je hebt een appelboom, die zit in de grond. Die boom is
onroerend uit de aard
o De appel die aan die boom hangt ook onroerend
o De verkoop van onroerende goederen is veel complexer dan
van roerende goederen.
o De eigenaar van een appelboom verkoopt de appels nog
vóórdat ze geplukt zijn aan een handelaar (nog onroerend).
, Omdat al vaststaat dat de appels zullen worden geoogst,
worden ze roerend door anticipatie: ze worden juridisch als
roerende goederen beschouwd, nog voordat ze feitelijk van de
boom zijn gehaald.
De uitzondering
Onroerende goederen = goederen die we niet kunnen verplaatsen
(gebouwen)
1. Onroerend uit zijn aard
o Als het in zijn kern onroerend is. (De grond en alle
samengestelde volumes op en onder de grond)
o Alles wat jij vastzet op of in de grond ook onroerend (een
huis op die grond, leidingen onder de grond)
2. Onroerend door incorporatie
o Goederen die we vastmaken aan goederen die onroerend zijn
door hun aard en die we er niet van kunnen scheiden zonder
ze te beschadigen.
o Als ze los gemaakt worden hebben ze geen nut meer, ze horen
essentieel daar vast te staan
vb. een vuilbak die vasthangt aan een gebouw met
vijzen die we er niet zomaar af kunnen halen.
Vb. zonnepanelen
3. Onroerend door bescherming
o De eigenaar bestempeld iets als onroerend, roerende
goederen die gebruikt worden in de exploitatie van een
onroerend goed
Uitzondering op ‘kan niet bewegen’
Vb. een boer moet zijn gronden ploegen, hij heeft een
tractor nodig (roerend), die tractor is essentieel voor het
ploegen van die grond. Boer kan die tractor bestempelen
als onroerend.
4. Onroerend door het voorwerp
o Wanneer je een recht hebt op een onroerend goed, dan wordt
dat recht zelf als onroerend bestempeld.
vb. erfdienstbaarheid = een zakelijk recht dat een
bepaald gebruik van iemands eigendom door een ander
toestaat.
Stel, buurman A heeft een tuin die alleen bereikbaar is
via het pad dat over het erf van buurman B loopt. In dit
geval kan er een erfdienstbaarheid van doorgang
worden gevestigd, waardoor buurman A het recht heeft
om over het erf van B te lopen om bij zijn tuin te komen.
1.Voorwerpen, goederen, zaken en dieren
Dieren: art. 3.38 en 3.39 BW
Lichamelijke voorwerpen: kan je zien en aanraken vb: drinkenbus
Onlichamelijk voorwerpen: kan je niet waarnemen (wel juridisch erkent)
vb: liedjes van artiesten, bitcoin
Goederen: Voorwerpen waar u rechten op kan heffen.
2.Indeling van goederen
2.1Roerend vs onroerende goederen
De standaard
Roerende goederen = alle goederen die niet vastzitten aan de grond
of aan een gebouw.
- Alles wat je kunt verplaatsen.
- = Restcategorie
- Roerend door anticipatie:
o Stel je hebt een appelboom, die zit in de grond. Die boom is
onroerend uit de aard
o De appel die aan die boom hangt ook onroerend
o De verkoop van onroerende goederen is veel complexer dan
van roerende goederen.
o De eigenaar van een appelboom verkoopt de appels nog
vóórdat ze geplukt zijn aan een handelaar (nog onroerend).
, Omdat al vaststaat dat de appels zullen worden geoogst,
worden ze roerend door anticipatie: ze worden juridisch als
roerende goederen beschouwd, nog voordat ze feitelijk van de
boom zijn gehaald.
De uitzondering
Onroerende goederen = goederen die we niet kunnen verplaatsen
(gebouwen)
1. Onroerend uit zijn aard
o Als het in zijn kern onroerend is. (De grond en alle
samengestelde volumes op en onder de grond)
o Alles wat jij vastzet op of in de grond ook onroerend (een
huis op die grond, leidingen onder de grond)
2. Onroerend door incorporatie
o Goederen die we vastmaken aan goederen die onroerend zijn
door hun aard en die we er niet van kunnen scheiden zonder
ze te beschadigen.
o Als ze los gemaakt worden hebben ze geen nut meer, ze horen
essentieel daar vast te staan
vb. een vuilbak die vasthangt aan een gebouw met
vijzen die we er niet zomaar af kunnen halen.
Vb. zonnepanelen
3. Onroerend door bescherming
o De eigenaar bestempeld iets als onroerend, roerende
goederen die gebruikt worden in de exploitatie van een
onroerend goed
Uitzondering op ‘kan niet bewegen’
Vb. een boer moet zijn gronden ploegen, hij heeft een
tractor nodig (roerend), die tractor is essentieel voor het
ploegen van die grond. Boer kan die tractor bestempelen
als onroerend.
4. Onroerend door het voorwerp
o Wanneer je een recht hebt op een onroerend goed, dan wordt
dat recht zelf als onroerend bestempeld.
vb. erfdienstbaarheid = een zakelijk recht dat een
bepaald gebruik van iemands eigendom door een ander
toestaat.
Stel, buurman A heeft een tuin die alleen bereikbaar is
via het pad dat over het erf van buurman B loopt. In dit
geval kan er een erfdienstbaarheid van doorgang
worden gevestigd, waardoor buurman A het recht heeft
om over het erf van B te lopen om bij zijn tuin te komen.