Hoofdstuk 9
Kenmerken van het positivistisch criminologisch
onderzoek
Inleiding
Twee types van criminologisch onderzoek
- Kwantitatief onderzoek: positivisme
o NW-methode toepassen op soc themas
- Kwalitatief onderzoek
o Kwanti is niet voldoende om de ingewikkeldheid van de
mensen te onderzoeken
o Contexten veranderen, manselijke interacties en acties te
complex voor NW
Positivistisch criminologisch onderzoek: 5 basiskenmerken
1. Empirisme
2. Determinisme/probabilisme
3. Reductionisme
4. Wetenschappelijke methode
5. Wetenschappelijke theorie
Ontologische en epistemologische uitgangspunten!
1.Empirisch kennen
Uitgangspunt: kennis steunt op ervaring van externe wereld,
die objectief meetbaar is
Komt via onze zintuigen tot ons en kan gepercipieerd worden
o Vb: leerprocessen
Alternatieve kennismodellen
o Rationalisme
• Ware kennis via logisch denken en redeneren
• Intern organiserend principe om waarnemingen te
ordenen en interpreteren
• De epistemologische basis van de wiskunde.
o Constructivisme/interpretivisme
• Verwerpt dat kennis een product is van emperie
, Wetenschappelijke concepten zijn sociale en
culturele constructies
• Kennis is product van historische en sociale processen
• Onze denkbeelden, interpretaties en beschrijvingen:
sociaal gestructureerd.
• Absolute waarheid bestaat niet
o + (recentelijk) Kritische realisme
• Erkenning van constructivisme
• Onderscheid tussen de 'echte' en de 'waarneembare'
wereld: scheiding tussen ontologie en epistemologie
Echte wereld: kan niet worden waargenomen en
bestaat onafhankelijk van menselijke percepties,
theorieën en constructies.
De waarneembare wereld: geconstrueerd vanuit
onze perspectieven en ervaringen door wat
waarneembaar is.
Modern positivisme erkent dat observaties niet mogelijk zijn zonder
concepten
o Kiest meestal voor kritische realisme
De werkelijkheid zijn de niet-waarneembare mechanismen die
gebeurtenissen veroorzaken
Epistemologie en ontologie zijn gescheiden.
Kennis overstijgt het niveau van de persoon.
Het is de som van kennis van individuen
,2.determinisme
Uitgangspunten: verleden bepaalt heden; gedragingen
moeten worden verklaard door voorafgaande gebeurtenissen
of factoren
o Causaliteit is centraal begrip (oorzaak gevolg)
Hume: vier voorwaarden voor causaliteit
o Constant samengaan van twee gebeurtenissen (oorzaak-
gevolg)
o Contiguïteit: beide gebeurtenissen komen samen voor in
plaats
o Antecedentie: oorzaak dient gevolg vooraf te gaan
o Uitsluiten van andere oorzaken
Kritiek op determinisme:
- Methodologisch:
o Onmogelijk om aan alle voorwaarden voor causaliteit te
voldoen
- Wetenschapsfilosofisch
o Causaliteit is geen objectief kenmerk van externe
werkelijkheid, maar filosofisch construct
Bestaan verschillende interpretaties van causaliteit die
bepaalde voorwaarde van Hume verwerpen en nieuwe
kenmerken toevoegen
o Geen ruimte voor vrije wil (determinisme)
- Determinisme vervangen door probabilisme
in moderne positivisme:
o Gevolgen zullen meestal voorkomen wanneer oorzaken
aanwezig zijn
o De wetenschapper zal zich tevredenstellen met een schatting
van de juistheid van zijn voorspelling.
3.reductionisme
Uitgangspunt: geobserveerde fenomenen kunnen worden
herleid tot beperkt aantal verklarende factoren
Verschillende soorten reducties
o Metafysisch: geobserveerde fenomenen worden herleid tot
een aantal niet-fysische concepten.
o Materieel/biologisch: gedragingen worden herleid tot de
werking van materiële en biologische processen.
, Alle menselijke gedragingen komen neer op biologische
processen
o Temporeel: elke actie vloeit voort uit een ketting van acties in
het verleden, en gedragingen vormen processen die zich
afspelen gedurende een zekere tijd.
Neemt 2 vormen aan:
De tijd zoals gehanteerd in het determinisme.
(Oorzaak en gevolg)
Globale tijdsperiodes moeten steeds in kleinere
tijdseenheden opgesplitst worden.
We observeren dus nooit het proces als geheel
Ook afgezwakt door moderne positivisten
Vrije wil onbestaand
- Daarom wijzen de constructivisten deze vormen af.
Kennis bekom je door interpretaties v/d werkelijkheid
4.wetenschap als het gebruik van de
wetenschappelijke methode
Positivistische wetenschap: een onderneming die berust op
waarneming van de externe werkelijkheid, niet enkel op rationaliteit en
logisch denken.
Deze methode moet gebaseerd zijn op:
Objectieve waarneming: Vrij van eigen oordelen
Gecontroleerde waarneming: observatie vind plaats onder
gecontroleerde condities. (experimenten)
Hypothetische-deductieve aanpak: Ontwikkeld hypothese over
de mogelijke oorzaken dat men observeert
Wiskunde en statistiek: staat meer open voor controle
Publieke controle: resultaten worden gepubliceerd en zijn daarom
controleerbaar en repliceerbaar.
Beperkingen:
Onmogelijke eisen: niet waardevrij en niet volledig objectief
Op zichzelf onvoldoende en ondergeschikt aan theorie.
Volstaat niet om een wetenschap genoemd te worden
Laat niet toe om complexe menselijke relaties en fenomenen te
beschrijven
- Hiervoor is er nood aan kwalitatieve onderzoeksmethodes
Wordt in variabele mate erkend door moderne positivisten
Kenmerken van het positivistisch criminologisch
onderzoek
Inleiding
Twee types van criminologisch onderzoek
- Kwantitatief onderzoek: positivisme
o NW-methode toepassen op soc themas
- Kwalitatief onderzoek
o Kwanti is niet voldoende om de ingewikkeldheid van de
mensen te onderzoeken
o Contexten veranderen, manselijke interacties en acties te
complex voor NW
Positivistisch criminologisch onderzoek: 5 basiskenmerken
1. Empirisme
2. Determinisme/probabilisme
3. Reductionisme
4. Wetenschappelijke methode
5. Wetenschappelijke theorie
Ontologische en epistemologische uitgangspunten!
1.Empirisch kennen
Uitgangspunt: kennis steunt op ervaring van externe wereld,
die objectief meetbaar is
Komt via onze zintuigen tot ons en kan gepercipieerd worden
o Vb: leerprocessen
Alternatieve kennismodellen
o Rationalisme
• Ware kennis via logisch denken en redeneren
• Intern organiserend principe om waarnemingen te
ordenen en interpreteren
• De epistemologische basis van de wiskunde.
o Constructivisme/interpretivisme
• Verwerpt dat kennis een product is van emperie
, Wetenschappelijke concepten zijn sociale en
culturele constructies
• Kennis is product van historische en sociale processen
• Onze denkbeelden, interpretaties en beschrijvingen:
sociaal gestructureerd.
• Absolute waarheid bestaat niet
o + (recentelijk) Kritische realisme
• Erkenning van constructivisme
• Onderscheid tussen de 'echte' en de 'waarneembare'
wereld: scheiding tussen ontologie en epistemologie
Echte wereld: kan niet worden waargenomen en
bestaat onafhankelijk van menselijke percepties,
theorieën en constructies.
De waarneembare wereld: geconstrueerd vanuit
onze perspectieven en ervaringen door wat
waarneembaar is.
Modern positivisme erkent dat observaties niet mogelijk zijn zonder
concepten
o Kiest meestal voor kritische realisme
De werkelijkheid zijn de niet-waarneembare mechanismen die
gebeurtenissen veroorzaken
Epistemologie en ontologie zijn gescheiden.
Kennis overstijgt het niveau van de persoon.
Het is de som van kennis van individuen
,2.determinisme
Uitgangspunten: verleden bepaalt heden; gedragingen
moeten worden verklaard door voorafgaande gebeurtenissen
of factoren
o Causaliteit is centraal begrip (oorzaak gevolg)
Hume: vier voorwaarden voor causaliteit
o Constant samengaan van twee gebeurtenissen (oorzaak-
gevolg)
o Contiguïteit: beide gebeurtenissen komen samen voor in
plaats
o Antecedentie: oorzaak dient gevolg vooraf te gaan
o Uitsluiten van andere oorzaken
Kritiek op determinisme:
- Methodologisch:
o Onmogelijk om aan alle voorwaarden voor causaliteit te
voldoen
- Wetenschapsfilosofisch
o Causaliteit is geen objectief kenmerk van externe
werkelijkheid, maar filosofisch construct
Bestaan verschillende interpretaties van causaliteit die
bepaalde voorwaarde van Hume verwerpen en nieuwe
kenmerken toevoegen
o Geen ruimte voor vrije wil (determinisme)
- Determinisme vervangen door probabilisme
in moderne positivisme:
o Gevolgen zullen meestal voorkomen wanneer oorzaken
aanwezig zijn
o De wetenschapper zal zich tevredenstellen met een schatting
van de juistheid van zijn voorspelling.
3.reductionisme
Uitgangspunt: geobserveerde fenomenen kunnen worden
herleid tot beperkt aantal verklarende factoren
Verschillende soorten reducties
o Metafysisch: geobserveerde fenomenen worden herleid tot
een aantal niet-fysische concepten.
o Materieel/biologisch: gedragingen worden herleid tot de
werking van materiële en biologische processen.
, Alle menselijke gedragingen komen neer op biologische
processen
o Temporeel: elke actie vloeit voort uit een ketting van acties in
het verleden, en gedragingen vormen processen die zich
afspelen gedurende een zekere tijd.
Neemt 2 vormen aan:
De tijd zoals gehanteerd in het determinisme.
(Oorzaak en gevolg)
Globale tijdsperiodes moeten steeds in kleinere
tijdseenheden opgesplitst worden.
We observeren dus nooit het proces als geheel
Ook afgezwakt door moderne positivisten
Vrije wil onbestaand
- Daarom wijzen de constructivisten deze vormen af.
Kennis bekom je door interpretaties v/d werkelijkheid
4.wetenschap als het gebruik van de
wetenschappelijke methode
Positivistische wetenschap: een onderneming die berust op
waarneming van de externe werkelijkheid, niet enkel op rationaliteit en
logisch denken.
Deze methode moet gebaseerd zijn op:
Objectieve waarneming: Vrij van eigen oordelen
Gecontroleerde waarneming: observatie vind plaats onder
gecontroleerde condities. (experimenten)
Hypothetische-deductieve aanpak: Ontwikkeld hypothese over
de mogelijke oorzaken dat men observeert
Wiskunde en statistiek: staat meer open voor controle
Publieke controle: resultaten worden gepubliceerd en zijn daarom
controleerbaar en repliceerbaar.
Beperkingen:
Onmogelijke eisen: niet waardevrij en niet volledig objectief
Op zichzelf onvoldoende en ondergeschikt aan theorie.
Volstaat niet om een wetenschap genoemd te worden
Laat niet toe om complexe menselijke relaties en fenomenen te
beschrijven
- Hiervoor is er nood aan kwalitatieve onderzoeksmethodes
Wordt in variabele mate erkend door moderne positivisten