Hoofdstuk 1
Criminologie als ‘een huis met vele kamers’
Criminology is “the study of the process of [criminal] law-making, law-
breaking and law-enforcing” (Sutherland, 1937)
Niet volledig (sociale constructie, onveiligheid, deviantie)
“Huis met vele kamers”
- Onderzoekt verschillende thema’s
- Verschillende denkkaders
- Via verschillende onderzoeksmethoden
Onderscheid:
- Het ‘materieel voorwerp’
Het onderwerp of de studiematerie van de wetenschappelijke
analyse of wetenschapsbeoefening.
- Het ‘formeel voorwerp’
De wijze waarop de wet. Wordt bedreven (methode en
samenhangende theorie).
1. Het materiële voorwerp van de criminologie:
‘criminaliteit’?
De crimi heeft enkele definities: maar waarom zo ‘vreemd’?
Geen duidelijk materieel en formeel voorwerp, intrinsiek
multidisciplinair
D. Garland:
Criminologie 2 hoofdkenmerken
- Een empirisch gegronde, wetenschappelijke aanpak
- Gericht op de door de staat gerichte criminaliteit
Criminologie bestudeert dus criminaliteit en de reactie daarop.
3 hoofdthema’s
- Onderzoek naar criminaliteit/daders, onveiligheid, hun oorzaken en
gevolgen
- Onderzoek naar de processen van (de-)criminalisering
- Onderzoek naar het criminaliteitsbeleid en maatschappelijke reacties
op criminaliteit
1.1 ‘Criminaliteit’ in wezen betwist (Gallie)
Criminologie: een concept waar geen consensus over is
, - Normatief
crimi wordt als term gebruikt om wantrouwen en afkeuring uit te
drukken.
- Complex
Vele verschillende opvattingen en perspectieven die niet volledig
met elkaar aansluiten.
1.2 de legalistische definities van criminaliteit, de beperkingen ervan, en
de constructivistische reactie daarop.
De legalistische definities van criminaliteit vormen een soort ‘anker’:
Maar op mechanische wijze
Ze vatten criminaliteit simpelweg samen als ‘inbreuk op de strafwetten’
- Het gedrag dat door het strafwetboek en door andere strafwetten
strafbaar word gesteld.
Basisdefinitie: online Oxford Dictionary:
- Criminaliteit is “een daad OF een nalatigheid, die wordt
beschouwd als een misdrijf dat wordt bestraft via het strafrecht.”
Deze definities zijn helder en geven bewustzijn maar voldoen niet om
meerdere redenen:
- Gaan niet dieper in op de ware aard van criminaliteit
- Ze zijn dynamisch
- Niet steeds duidelijk
- Verschillen tussen de landen
- De neiging om schadelijke activiteiten van ‘de machtigen’ te
negeren
- Ze bestraft gedragingen die voordelig kunnen zijn voor sociale
vooruitgang
Andere problemen:
- Brugers of experten weten niet precies wat crimineel is.
- (Stuntz): het strafrecht omvat 2 versch. onderdelen:
- Betrekking op een klein aantal ‘kernmisdrijven’
- Al het overige dat in het strafrecht is opgenomen
- Er is een verschil tussen formele en daadwerkelijke criminalisering.
- Het is onmogelijk om het strafrecht op inhoudelijke wijze de
definiëren
Strafrecht = ‘een verloren zaak vanuit principieel
oogpunt’
Jaren 60’ constructieve opvattingen:
- Criminaliteit kent geen ontologische realiteit
- Het ligt niet aan de basis van het strafrechtelijk beleid maar is het
product daarvan
Constructieve opvattingen zijn niet onverenigbaar met de legalistische
definities van criminaliteit.
Word met kritische blik gekeken naar de legalistische definities.
, - Niet meer beschouwd als een objectief representatie van
evidente criminaliteitsfenomenen
Wel als het variabel product van een historisch
constructieproces.
Een constructieve insteek in de definitie van Sutherland:
‘the study of the process of law-making, law-breaking and law-enforcing.’
Te breed (maakt geen verschil tussen strafrecht en andere
rechtstakken)
Te smal (heeft geen aandacht voor informele/privé
maatschappelijke reacties)
Realisatie: het constructivisme bevat een kern van waarheid:
Het is onmogelijk om de natuurlijke of soc wereld te bestuderen
zonder concepten of theorie te gebruiken.
Als constructivisten nog verder lopen het risico te vervallen in het
relativisme.
- Meest extreme groep: de postmodernisten
Nadruk: discursieve creatie van criminaliteit
- Ze twijfelen of we ‘de waarheid’ wel kunnen kennen
- Geen grote universele waarheid enkel kleine/ persoonlijke
waarheden.
Sommigen gingen zo ver het contact met de criminele gedragingen
verloor
Vervallen in het nihilisme
Criminaliteit: niet altijd beginpunt voor criminologisch onderzoek
Ook gedragingen die niet ‘crimineel’ zijn zijn relevant
Bv: groep jongeren die op straat rondhangt (gaat niet in
tegen de wet)
Maar: Kan erg bedreigend overkomen voor mensen
(onveiligheidsgevoel)
Dit gedrag kan gezien worden als voorloper van delinquentie
- Term deviant (afwijkend) gedrag wordt hiervoor gebruikt.
1.3 Alternatieve definities en concepten
Vele criminologen: alternatieve definities van criminaliteit
- Zonder rekening te houden met de bestaande wettelijke normen
Voorbeelden:
- (Sellin): gevolg van conflicterende gedragsregels
- (Schwendigers): schendingen van mensenrechten
- (Hirschi en Gottfedson): “daden van geweld of fraude die worden
ondernomen uit eigenbelang”
, Sommigen hebben voorgesteld om komaf te maken met de term
‘criminaliteit’
- De kritische criminologen
Maar ook sommigen positivisten pleiten hiervoor:
- Vb: (Gottfredson) pleitte voor een crime-free-criminologie
Zemiogogen lanceerden het voorstel het begrip ‘criminaliteit’ te
vervangen door ‘sociale schade’
Maar: er is een nauwe link tussen schade en criminaliteit
Dus kiezen sommigen voor een middenweg
- Een gemeenschappelijk basisdoel: zowel criminaliteitsbeleid als
het veiligheidsbeleid.
Ook willen ze een systematische en empirische inschatting van de
verschillende soorten schade.
Conclusie: de definiëring van criminaliteit door criminologen kunnen fel
uiteen lopen en zijn aan verandering onderhevig.
2.het formele voorwerp van de criminologie
Het formele voorwerp: de wijze waarop de wetenschap wordt bedreven,
methode en achterliggende theorie.
- Manier van onderzoek kan sterk verschillen
- Kwantitatieve onderzoeksaanpak (gestandaardiseerde
instrumenten om date te verzamelen en statistisch te
verwerken)
- Kwalitatieve onderzoeksaanpak (objectieve onderzoeken
‘ontmenselijkt’ de menselijke proefpersoon)
- Marxistische begrippen en inzichten
- Welk waardenschema of perspectief wordt gehanteerd?
- Bepalen de keuze van object en de wijze waarop het
bestudeerd zal worden
Het materiële voorwerp: het studieobject
- Maar wat is het studieobject?
3.de criminologie als zelfstandige discipline?
Het materiële en formele voorwerp: allebei nodig om een zelfstandige
discipline te rechtvaardigen.
Criminologie als ‘een huis met vele kamers’
Criminology is “the study of the process of [criminal] law-making, law-
breaking and law-enforcing” (Sutherland, 1937)
Niet volledig (sociale constructie, onveiligheid, deviantie)
“Huis met vele kamers”
- Onderzoekt verschillende thema’s
- Verschillende denkkaders
- Via verschillende onderzoeksmethoden
Onderscheid:
- Het ‘materieel voorwerp’
Het onderwerp of de studiematerie van de wetenschappelijke
analyse of wetenschapsbeoefening.
- Het ‘formeel voorwerp’
De wijze waarop de wet. Wordt bedreven (methode en
samenhangende theorie).
1. Het materiële voorwerp van de criminologie:
‘criminaliteit’?
De crimi heeft enkele definities: maar waarom zo ‘vreemd’?
Geen duidelijk materieel en formeel voorwerp, intrinsiek
multidisciplinair
D. Garland:
Criminologie 2 hoofdkenmerken
- Een empirisch gegronde, wetenschappelijke aanpak
- Gericht op de door de staat gerichte criminaliteit
Criminologie bestudeert dus criminaliteit en de reactie daarop.
3 hoofdthema’s
- Onderzoek naar criminaliteit/daders, onveiligheid, hun oorzaken en
gevolgen
- Onderzoek naar de processen van (de-)criminalisering
- Onderzoek naar het criminaliteitsbeleid en maatschappelijke reacties
op criminaliteit
1.1 ‘Criminaliteit’ in wezen betwist (Gallie)
Criminologie: een concept waar geen consensus over is
, - Normatief
crimi wordt als term gebruikt om wantrouwen en afkeuring uit te
drukken.
- Complex
Vele verschillende opvattingen en perspectieven die niet volledig
met elkaar aansluiten.
1.2 de legalistische definities van criminaliteit, de beperkingen ervan, en
de constructivistische reactie daarop.
De legalistische definities van criminaliteit vormen een soort ‘anker’:
Maar op mechanische wijze
Ze vatten criminaliteit simpelweg samen als ‘inbreuk op de strafwetten’
- Het gedrag dat door het strafwetboek en door andere strafwetten
strafbaar word gesteld.
Basisdefinitie: online Oxford Dictionary:
- Criminaliteit is “een daad OF een nalatigheid, die wordt
beschouwd als een misdrijf dat wordt bestraft via het strafrecht.”
Deze definities zijn helder en geven bewustzijn maar voldoen niet om
meerdere redenen:
- Gaan niet dieper in op de ware aard van criminaliteit
- Ze zijn dynamisch
- Niet steeds duidelijk
- Verschillen tussen de landen
- De neiging om schadelijke activiteiten van ‘de machtigen’ te
negeren
- Ze bestraft gedragingen die voordelig kunnen zijn voor sociale
vooruitgang
Andere problemen:
- Brugers of experten weten niet precies wat crimineel is.
- (Stuntz): het strafrecht omvat 2 versch. onderdelen:
- Betrekking op een klein aantal ‘kernmisdrijven’
- Al het overige dat in het strafrecht is opgenomen
- Er is een verschil tussen formele en daadwerkelijke criminalisering.
- Het is onmogelijk om het strafrecht op inhoudelijke wijze de
definiëren
Strafrecht = ‘een verloren zaak vanuit principieel
oogpunt’
Jaren 60’ constructieve opvattingen:
- Criminaliteit kent geen ontologische realiteit
- Het ligt niet aan de basis van het strafrechtelijk beleid maar is het
product daarvan
Constructieve opvattingen zijn niet onverenigbaar met de legalistische
definities van criminaliteit.
Word met kritische blik gekeken naar de legalistische definities.
, - Niet meer beschouwd als een objectief representatie van
evidente criminaliteitsfenomenen
Wel als het variabel product van een historisch
constructieproces.
Een constructieve insteek in de definitie van Sutherland:
‘the study of the process of law-making, law-breaking and law-enforcing.’
Te breed (maakt geen verschil tussen strafrecht en andere
rechtstakken)
Te smal (heeft geen aandacht voor informele/privé
maatschappelijke reacties)
Realisatie: het constructivisme bevat een kern van waarheid:
Het is onmogelijk om de natuurlijke of soc wereld te bestuderen
zonder concepten of theorie te gebruiken.
Als constructivisten nog verder lopen het risico te vervallen in het
relativisme.
- Meest extreme groep: de postmodernisten
Nadruk: discursieve creatie van criminaliteit
- Ze twijfelen of we ‘de waarheid’ wel kunnen kennen
- Geen grote universele waarheid enkel kleine/ persoonlijke
waarheden.
Sommigen gingen zo ver het contact met de criminele gedragingen
verloor
Vervallen in het nihilisme
Criminaliteit: niet altijd beginpunt voor criminologisch onderzoek
Ook gedragingen die niet ‘crimineel’ zijn zijn relevant
Bv: groep jongeren die op straat rondhangt (gaat niet in
tegen de wet)
Maar: Kan erg bedreigend overkomen voor mensen
(onveiligheidsgevoel)
Dit gedrag kan gezien worden als voorloper van delinquentie
- Term deviant (afwijkend) gedrag wordt hiervoor gebruikt.
1.3 Alternatieve definities en concepten
Vele criminologen: alternatieve definities van criminaliteit
- Zonder rekening te houden met de bestaande wettelijke normen
Voorbeelden:
- (Sellin): gevolg van conflicterende gedragsregels
- (Schwendigers): schendingen van mensenrechten
- (Hirschi en Gottfedson): “daden van geweld of fraude die worden
ondernomen uit eigenbelang”
, Sommigen hebben voorgesteld om komaf te maken met de term
‘criminaliteit’
- De kritische criminologen
Maar ook sommigen positivisten pleiten hiervoor:
- Vb: (Gottfredson) pleitte voor een crime-free-criminologie
Zemiogogen lanceerden het voorstel het begrip ‘criminaliteit’ te
vervangen door ‘sociale schade’
Maar: er is een nauwe link tussen schade en criminaliteit
Dus kiezen sommigen voor een middenweg
- Een gemeenschappelijk basisdoel: zowel criminaliteitsbeleid als
het veiligheidsbeleid.
Ook willen ze een systematische en empirische inschatting van de
verschillende soorten schade.
Conclusie: de definiëring van criminaliteit door criminologen kunnen fel
uiteen lopen en zijn aan verandering onderhevig.
2.het formele voorwerp van de criminologie
Het formele voorwerp: de wijze waarop de wetenschap wordt bedreven,
methode en achterliggende theorie.
- Manier van onderzoek kan sterk verschillen
- Kwantitatieve onderzoeksaanpak (gestandaardiseerde
instrumenten om date te verzamelen en statistisch te
verwerken)
- Kwalitatieve onderzoeksaanpak (objectieve onderzoeken
‘ontmenselijkt’ de menselijke proefpersoon)
- Marxistische begrippen en inzichten
- Welk waardenschema of perspectief wordt gehanteerd?
- Bepalen de keuze van object en de wijze waarop het
bestudeerd zal worden
Het materiële voorwerp: het studieobject
- Maar wat is het studieobject?
3.de criminologie als zelfstandige discipline?
Het materiële en formele voorwerp: allebei nodig om een zelfstandige
discipline te rechtvaardigen.