MENS DOOR DE OMGANG MET TECHNIEK?
Deze kwestie is als volgt verdeeld. Eerst een uitleg van de standpunten en de
daarbij horende argumenten (ook voorzien met een uitleg), vervolgens een
uitwerking van alle eindtermen die horen bij deze kwestie en tot slot een
begrippenlijst met alle begrippen die je in kwestie 3 kunt vinden bij de syllabus
en belangrijke begrippen van het boek 'Wat Maakt Een Mens?' Kwestie 3.
Standpunt 1: nee, wij zijn van nature technologische wezens.
Volgens Andy Clark (Natural-Born Cyborgs, 2003) en in navolging van
Donna Haraway (A Cyborg Manifesto, 1985) zijn mensen altijd al hybride
wezens geweest: een samensmelting van lichaam en technologie. Het is
dus niet zo dat technologie ons pas achteraf verandert of toevoegt; nee,
ons wezen zelf ís al technologische verwevenheid. Clark gebruikt de term
natural-born cyborgs: we worden als het ware geboren als mens-
technologiehybriden. Daarmee bedoelt hij dat technologie zo diep
verweven is met onze manier van leven en denken dat je het niet kunt
scheiden van wat mens-zijn betekent.
Belangrijke ideeën:
Extended mind (uit Kwestie 2, Standpunt 3): Volgens Clark is ons
denken niet beperkt tot onze hersenen, maar strekt het zich uit via
hulpmiddelen (zoals schrift, smartphones, agenda’s).
Voorbeeld: een rekenmachine of notitieboekje maakt deel uit van
ons cognitieve proces.
Cyborg als mensbeeld: Haraway gebruikte de term cyborg om
scheidslijnen (mens/dier, natuur/cultuur, mens/machine) te
doorbreken. Clark neemt dit over, maar meer als antropologische
beschrijving: de mens is van nature een cyborg.
Plessner: “de mens is van nature kunstmatig”: Plessner stelde dat
de mens geen vaste leefomgeving of natuurlijke specialisatie heeft
zoals dieren. Daarom maakt de mens altijd gebruik van
hulpmiddelen, taal, techniek en cultuur om te overleven. Onze
kunstmatigheid is dus ons wezen.
Voorbeelden
Zelfs zonder bril, pacemaker of smartphone: onze talen, sociale
instituties en gereedschappen zijn technologieën die deel uitmaken
van ons mens-zijn.
Een kind dat leert schrijven of spreken wordt al “cyborg” doordat
het zich via symbolen en hulpmiddelen uitdrukt.
,Argument 1: ons brein is van nature goed in het gebruiken van de
omgeving.
Clark zegt: het menselijk brein is niet gebouwd om alles zelf te doen, maar
juist om slim de omgeving in te zetten als verlengstuk van zichzelf. Dit
maakt ons van nature “technologische” wezens.
Uitleg in stappen
1. Brein als probleemoplossingsmachine (computermetafoor)
Clark vergelijkt ons brein met een computer die problemen oplost.
Maar in tegenstelling tot een afgesloten computer is ons brein
ontworpen om extern geheugen en hulpmiddelen te gebruiken.
Het combineert interne (in je hoofd) en externe (buiten je hoofd)
manieren van informatie verwerken.
2. Externe middelen als onderdeel van denken
We gebruiken bijvoorbeeld pen en papier om een lastige som op te
lossen.
Die pen en papier zijn niet zomaar hulpmiddelen: ze worden een
onderdeel van ons denkproces.
Zelfs als je op een ander moment zonder pen rekent, gebruik je in je
hoofd vaak nog de strategieën en symbolen die je geleerd hebt mét
pen en papier.
3. Voorbeeld: rekenen
Rekenstrategieën die we in ons hoofd gebruiken, zijn ontstaan
doordat we ooit symbolen, cijfers, en materialen buiten ons hoofd
gebruikten (zoals een telraam, pen/papier). Je hersenen zijn dus
gevormd door de samenwerking met de omgeving.
4. Abstract denken = samenwerking met omgeving.
Ons vermogen om abstract te denken – iets typisch menselijks – is
gebaseerd op deze vaardigheid om intiem samen te werken met
externe hulpmiddelen en symbolen.
Dit laat zien dat onze cognitieve kracht van nature afhankelijk is van
technologie.
Waarom dit het standpunt ondersteunt:
,Dit argument laat zien dat wij niet pas technologisch worden als we een
apparaat gebruiken, maar dat ons brein altijd al zo ontworpen is dat het
technologie, symbolen en hulpmiddelen in zichzelf opneemt.
Dat is precies waarom Clark ons natural-born cyborgs noemt.
Argument 2: wij kunnen nieuwe technieken gemakkelijk incorporeren.
Volgens Clark zijn mensen meesters in het inlijven van technologie.
Nieuwe hulpmiddelen voelen vaak al snel alsof ze een deel van ons
lichaam of denken zijn. Daardoor ervaren we ze niet meer als iets “buiten
ons”, maar als iets natuurlijks.
Uitleg in stappen:
1. Integratie van techniek = vanzelfsprekend
Als je leert schrijven, voelt een pen al snel als een verlengstuk van
je hand.
Je denkt niet meer na: “Ik gebruik nu een pen.” Je schrijft gewoon.
Dat betekent: technologie wordt transparant – we merken het
gebruik niet meer op.
2. Techniek voelt als belichaamd
Clark zegt dat hulpmiddelen in ons handelen en denken worden
opgenomen.
Je gaat ze ervaren alsof ze deel van jezelf zijn.
Voorbeeld: iemand met een stok voelt niet alleen de stok, maar
ervaart de grond aan het einde van de stok.
3. Computers en slimme systemen
Onze omgang met moderne technologie werkt het beste als de
interactie natuurlijk aanvoelt.
Denk aan een smartphone die intuïtief reageert: je hoeft niet lang
na te denken hoe je het apparaat moet bedienen.
Dan wordt de techniek achtergrond van ons handelen, in plaats van
iets waar je steeds bewust op moet letten.
4. Experimenten van Ramachandran
, Clark verwijst naar experimenten van neurowetenschapper
Ramachandran die laten zien hoe makkelijk ons brein voorwerpen
kan opnemen in onze lichaamsbeleving.
Bijvoorbeeld de “rubberen hand illusie”: als je een rubberen hand
ziet bewegen terwijl je eigen hand wordt aangeraakt, kan je brein
die rubberen hand gaan ervaren als jouw hand.
Dit toont hoe snel wij omgeving en techniek integreren in onszelf.
Waarom dit het standpunt ondersteunt?
Dit argument laat zien dat wij niet alleen hulpmiddelen gebruiken, maar
ze ook bijna naadloos in ons lichaam en denken opnemen. Daardoor zijn
wij inderdaad natural-born cyborgs: van nature gemaakt om technologie
te integreren alsof het bij ons hoort.
Standpunt 2: ja, onze omgang met techniek verandert onze
zintuiglijke ervaring.
Volgens dit standpunt is het onze menselijke natuur om met techniek om
te gaan, maar dat betekent niet dat dit neutraal blijft. Integendeel: elke
nieuwe techniek verandert onze ervaring van de wereld en onszelf. Met
andere woorden: onze omgang met techniek raakt niet alleen de
buitenkant (handigheidjes, hulpmiddelen), maar verandert echt hoe we de
werkelijkheid waarnemen, beleven en begrijpen.
Uitleg in stappen
1. Mensen zetten hun omgeving naar hun hand
Het is typisch menselijk om de natuur en de omgeving aan te
passen aan onze behoeften.
Voorbeeld: huizen bouwen, vuur gebruiken, internet creëren.
Daardoor lijkt het alsof techniek alleen een verlengstuk is van wie
we al zijn.
2. Maar: techniek verandert ons wezen
Onze wezenservaring (hoe wij leven en de wereld ervaren)
verandert steeds door nieuwe technieken.
Voorbeeld:
Na de uitvinding van de microscoop zie je letterlijk meer van de
werkelijkheid (bacteriën, cellen).
Door de smartphone verandert onze ervaring van tijd, ruimte en
sociale contacten (je bent altijd bereikbaar).
, Dit zijn niet zomaar hulpmiddelen; ze beïnvloeden onze zintuigen,
onze beleving en ons denken.
Conclusie van dit standpunt:
Techniek maakt ons niet per se minder menselijk, maar het zorgt er
wel voor dat ons mens-zijn constant in beweging is.
Elke technologische ontwikkeling verandert hoe we onszelf ervaren
en hoe we de wereld waarnemen.
Argument: techniek biedt ons een nieuwe blik en onze zintuigen lijven de
techniek in.
Volgens de Nederlandse filosoof Petran Kockelkoren verandert techniek
onze ervaring van de wereld steeds opnieuw.
Eerst zorgt techniek voor een nieuwe manier van kijken (een nieuw
perspectief). Daarna passen we ons aan en gaan we die techniek inlijven:
het wordt een vanzelfsprekend onderdeel van hoe we de wereld
waarnemen.
Uitleg in stappen
1. Decentreren – afstand nemen van jezelf
Om de wereld en onze plek daarin beter te begrijpen, moeten we
onszelf soms “uit het middelpunt” halen.
Dit noemt Kockelkoren decentreren: je bekijkt jezelf en de wereld
vanuit een ander perspectief.
2. Techniek maakt decentreren mogelijk
Vaak is technologie nodig om dit te doen. Voorbeelden:
Kaart: je ziet je eigen positie in een groter geheel.
Helikoptervlucht: je ziet een heel landschap ineens van boven.
Dankzij deze techniek kijk je anders naar jezelf en je omgeving.
3. Heroriëntatie – terug naar jezelf, maar veranderd
Na dat decentreren keer je terug naar je concrete situatie, maar niet
hetzelfde als eerst.
Je hebt een nieuw inzicht of perspectief dat je meeneemt.
Voorbeeld: na een helikoptervlucht zie je een stad of landschap
anders, ook al loop je daarna gewoon weer door de straten.
, 4. Inlijven van techniek
Na verloop van tijd wordt de nieuwe manier van kijken
vanzelfsprekend.
De techniek wordt als het ware belichaamd in onze waarneming.
Voorbeeld: de eerste treinreizen waren een totaal nieuwe ervaring
(snelheid, bewegend landschap), maar tegenwoordig ervaren we
treinreizen als vanzelfsprekend. Onze zintuigen hebben de techniek
“ingelijfd”.
Standpunt 3: ja, onze omgang met techniek verandert ons moreel
oordeelsvermogen.
Volgens dit standpunt verandert technologie niet alleen hoe we de wereld
ervaren (zoals in standpunt 2), maar ook hoe we morele keuzes maken en
hoe we onszelf als handelende wezens begrijpen.
Met andere woorden:
Technologie brengt niet alleen nieuwe morele dilemma’s met zich
mee.
Technologie verandert ook hoe we morele dilemma’s zien, voelen
en ermee omgaan.
Onze vrijheid, ons moreel oordelen en ons handelen zijn dus
bemiddeld door techniek.
Argument: techniek transformeert ons moreel handelingsvermogen.
Technologie is geen neutraal instrument
Het is niet alleen een hulpmiddel dat wij gebruiken.
Technologie heeft zelf invloed op hoe wij handelen en beslissen.
Voorbeeld: de auto beïnvloedt niet alleen hoe we reizen, maar ook
hoe we steden bouwen, wat we normaal vinden qua afstand, enz.
Onvoorziene gevolgen
Bij nieuwe technologie zijn er altijd effecten die we niet voorzien
of volledig kunnen beheersen.
Daardoor stuurt technologie deels ons handelen en onze keuzes.
Vrijheid verandert van betekenis
Vrijheid is niet: totaal onafhankelijk zijn van technologie.
Vrijheid is: leren omgaan met de invloed die technologie
onvermijdelijk heeft, en daar bewust keuzes in maken.
Voorbeeld: echoscopie (echo bij zwangerschap)
Voor de echo kon je pas na de geboorte iets zien van de baby.
, De echo geeft ouders en artsen nieuwe informatie, zoals mogelijke
afwijkingen.
Maar dat roept ook nieuwe morele dilemma’s op: wat doe je met die
kennis?
Hier zie je: techniek verandert niet alleen de situatie, maar ook het
morele oordeelsvermogen van de mens.
Standpunt 4: ja, hedendaagse techniek verandert onze identiteit.
Volgens Jos de Mul (1956) staat techniek niet buiten ons, maar is
het deel van ons wezen. Net als bij Plessner en Clark geldt: de mens
is “van nature kunstmatig”. Dat betekent dat de mens geen vaste,
onveranderlijke kern heeft. Onze identiteit is niet iets stabiels, maar
kan steeds veranderen onder invloed van techniek.
De Mul zegt: we kunnen niet met zekerheid voorspellen hoe de
toekomst van de menselijke identiteit eruit zal zien. Maar door te
kijken naar hoe we met hedendaagse technieken omgaan, kunnen
we mogelijke scenario’s schetsen voor hoe onze identiteit in de
toekomst verandert.
Kern: techniek verandert niet alleen hoe we leven, maar ook wie we
zijn.
Argument 1: onze omgang met techniek transformeert onze identiteit.
De Mul legt dit uit met behulp van het begrip humanisme:
Het humanisme ziet de mens als een redelijk wezen, met
zelfbewustzijn, een vrije wil en de mogelijkheid om keuzes te
maken.
Volgens De Mul verandert dit beeld van de mens door nieuwe
technologieën.
Hoezo verandert dat?
We hebben technieken ontwikkeld die levensvormen kunnen
veranderen en zelfs nieuwe levensvormen kunnen scheppen (denk
aan genetische manipulatie, kunstmatige intelligentie, cyborgs).
Dit kan ertoe leiden dat de menselijke identiteit zoals we die nu
kennen (het humanistische mensbeeld) wordt getransformeerd.
Vergelijking met evolutie
De Mul vergelijkt dit proces met eerdere grote evolutiesprongen,
zoals het ontstaan van de zoogdieren na het uitsterven van de
dinosauriërs.
Ook nu staan we mogelijk op een punt waar het leven – en dus ook
de mens – ingrijpend verandert.
, Verschil: deze keer is het niet alleen natuurlijke selectie, maar
beïnvloeden wij zelf actief dit proces met onze technieken.
Kern: techniek verandert ons mensbeeld fundamenteel; onze
identiteit is onderdeel van een evolutionair én technologisch proces.
Argument 2: de verandering van de mens kan zich via verschillende
scenario’s voltrekken.
De Mul noemt zijn benadering een speculatieve antropologie.
Hij beschrijft niet hoe de mens tot nu toe is geweest, maar
speculeert over wat de mens in de toekomst kan worden.
Hiervoor gebruikt hij drie scenario’s, gebaseerd op ontwikkelingen in
neurotechnologie, biotechnologie en robotica.
De drie scenario’s:
Zwermgeest-scenario (extrahumanisme, neurotechnologie)
Mensen en computers vormen samen één groot superbrein.
Identiteit wordt dan niet meer individueel, maar collectief en
verbonden met technologie.
Alien-scenario (transhumanisme, biotechnologie)
Mensen veranderen hun genetisch materiaal en verbeteren zichzelf
biologisch.
Hierdoor ontstaat een mens die in zekere zin “alien” wordt:
wezenlijk anders dan de huidige mens.
Zombie-scenario (posthumanisme, robotica en AI)
Door de omgang met robots en kunstmatige intelligentie verandert
de mens radicaal.
Er kan zelfs een situatie ontstaan waarin de mens niet meer de
centrale rol speelt, maar wordt overschaduwd door kunstmatige
wezens.
Kern: De Mul laat zien dat er meerdere mogelijke toekomsten zijn voor de
mens. Welke richting het opgaat, weten we niet, maar al deze scenario’s
tonen dat onze identiteit fundamenteel verandert door techniek.
EINDTERM 13
De kandidaten kunnen de opvattingen van Clark, Kockelkoren, Verbeek
en De Mul over de vraag of het wezen van de mens verandert door de
omgang met techniek en wetenschap uitleggen, vergelijken, toepassen
en evalueren. Daarbij kunnen zij de volgende standpunten betrekken:
Dat mensen van nature al technologische wezens zijn (Clark);