100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Hoorcollege aantekeningen Europees recht (JUR-3EURECO)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
52
Geüpload op
15-12-2025
Geschreven in
2024/2025

Duidelijke en gedetailleerde samenvatting van de Europees Recht hoorcolleges met ook enige stappenplannen. Vooraf is wat inleidende en algemene informatie te vinden. De voorgeschreven arresten staan er ook in. Ik heb hier zelf een 8 voor gehaald aan de hand van dit document!

Meer zien Lees minder











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
15 december 2025
Aantal pagina's
52
Geschreven in
2024/2025
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Mr. marc veenbrink
Bevat
Alle colleges

Voorbeeld van de inhoud

Aantekeningen vooraf
Vrijhandelszone: tussen de EU landen geldt geen douanerecht.
Douane unie: houdt in dat landen van de unie een gemeenschappelijk douanetarief hebben.
Op deze manier vormt de douane unie één handelsgebied. Als een product uit een derde land
eenmaal de unie binnen is gekomen, kan deze vrijuit rondcirculeren en is geen heffing meer
verschuldigd bij overschrijding van de grens tussen deelnemende landen. Het maakt dus niet uit
voor de douaneheffing of een product uit Amerika, Nederland of België binnenkomt.
Interne markt: vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal.
Dual burden: wanneer verschillende lidstaten verschillende eisen stellen aan bijvoorbeeld een
goed of dienst. Lidstaten dienen dit zoveel mogelijk te vermijden.
Harmonisatie: het gelijktrekken van concurrentievoorwaarden. Het doel is dat er geen
overbodige administratieve regels gelden op een gemeenschappelijke markt. Dit leidt er wel toe
dat ondernemingen niet slechts één stel aan regels moeten naleven, maar ook op
gemeenschappelijk niveau regels moeten volgen.
Monetaire unie: om wisselkoersen te voorkomen is er een monetaire munteenheid opgericht.

De interne markt is afhankelijk van:
1.​ Lidstaten
a.​ Vrij verkeer van diensten etc. etc.
2.​ Ondernemingen
a.​ Mededingingsrecht (art. 101 en 102 VWEU)

Negatieve en positieve integratie:
1.​ Negatieve integratie: verwijst naar de wijze waarop met obstakels voor de handel tussen
de lidstaten wordt omgegaan: lidstaten wordt verboden dergelijke obstakels op te
werpen. Zoals art. 30 VWEU.
a.​ De term “negatief” ziet op de centrale rol die verboden spelen
2.​ Positieve integratie: een eis, voorschrift of norm vastgesteld op EU-niveau moet worden
overgenomen in de regelgeving van de lidstaten. Positieve integratie staat ook wel
bekend als harmonisatie.
a.​ De term “positief” ziet op dat lidstaten juist moeten overgaan tot bepaald
handelen.
b.​ Harmonisatie leidt tot een level playing field. Dat inhoudt dat alle ondernemings
slechts aan één norm hoeven te voldoen, namelijk de Europese en hoeven geen
acht meer te slaan op diverse stelsels van nationale normen.
Op grond van art. 114 lid 1 VWEU kan de EU richtlijnen en verordeningen aan nemen ter
harmonisatie.
Als een bepaald onderwerp nog niet is geharmoniseerd, moet de nationale wetgeving getoetst
worden aan de Verdragsbepalingen voor het vrije verkeer. De nationale wetgever moet dan de
verdragsbepalingen als randvoorwaarden in acht nemen. Als er wel sprake is van harmonisatie,
dan moet er voor de toetsing van een bepaald onderwerp worden gekeken in de desbetreffende
verordening of richtlijn.

,Goed: de waren die op geld waardeerbaar zijn en als zodanig het voorwerp van
handelstransacties kunnen vormen. Ofwel: alle zaken met een commerciële waarde.

,Wat betekent het als een bepaling rechtstreekse werking heeft? → Dan kun je die bepaling
gelijk voor de nationale rechter inroepen.


1.​ Goederen: op het vrij verkeer van goederen zijn meerdere belemmeringen mogelijk:
a.​ Tarifaire: belemmeringen van financiële aard. Ze hebben betrekking op financiële
lasten of heffingen die zijn opgelegd aan goederen.
i.​ Art. 30 verbiedt “heffingen van gelijke werking”: Dat zijn heffingen die de
eenzelfde werking hebben als in- en uitvoerrechten (douanerechten).
Heffingen van gelijke werking zijn lasten die alleen aan ingevoerde of
uitgevoerde goederen worden opgelegd.
ii.​ Art. 110: heffingen die deel uitmaken van een algemeen stelsel van
binnenlandse heffingen zijn geen heffingen van gelijke werking in de zin
van art. 30 VWEU. Voorbeelden zijn accijns, btw etc. Dergelijke heffingen
kunnen worden opgelegd aan zowel binnenlandse als buitenlandse
producten. Deze heffingen staan dus op zowel ingevoerde of uitgevoerde
goederen en aan goederen die op de binnenlandse markt worden
verkocht.
1.​ Indirecte belasting op goederen ingevoerd uit andere lidstaten
mag wel.
2.​ Fiscale discriminatie mag niet. Dit is dat een lidstaat producten,
ingevoerd uit andere lidstaten, niet zwaarder mag belasten dan
gelijksoortige nationale producten.
3.​ Eigen productie mag ook niet indirect worden bevoordeeld door
ingevoerde producten zwaarder te belasten dan concurrerende
binnenlandse producten.
b.​ Non-tarifaire: niet financiële belemmeringen. Zoals een verkoopverbod op een
boek om de zedelijkheid te beschermen. Eventueel kan dit gerechtvaardigd
worden.
i.​ Art. 34 bepaalt dat kwantitatieve invoerbeperkingen en alle maatregelen
van gelijke werking tussen lidstaten wordt verboden.
ii.​ Art 35 bepaalt dat kwantitatieve uitvoerbeperkingen en alle maatregelen
van gelijke werking tussen lidstaten worden verboden.
Kwantitatieve beperkingen krijgen in art. 34 jo 35 VWEU dezelfde betekenis toegekend. Een
voorbeeld is bijvoorbeeld een quota, die de in- en uitvoer van goederen naar hoeveelheid of
naar waarde beperkt.

, Maatregelen van gelijke werking: deze worden in art. 35 VWEU enger uitgelegd, maar we
zullen alleen induiken op die van art. 34 VWEU. De betekenis van dit begrip kan worden
uitgelegd aan de hand van vier arresten:
-​ Dassonville: als maatregel van gelijke werking is te beschouwen ‘iedere
handelsregeling der lidstaten die de intracommunautaire handel al dan niet rechtstreeks,
daadwerkelijk of potentieel kan belemmeren. Dit is vrij vaag. Het arrest Cassis de Dijon
biedt meer houvast;
-​ Cassis de Dijon: onder maatregelen van gelijke werking vallen alle belemmeringen van
het handelsverkeer tussen lidstaten, ook al hebben zij geen discriminerend karakter.
-​ Maatregelen met onderscheid: nationale maatregelen die een onderscheid
maken tussen ingevoerde en binnenlandse producten, maatregelen die
ingevoerde producten anders behandelen dan binnenlandse producten.
-​ Maatregelen zonder onderscheid: maatregelen die voor zowel ingevoerde- als
binnenlandse producten dezelfde eisen stellen aan de producten. Toch kunnen
die belemmerend zijn als bijvoorbeeld margarine in het algemeen een andere
vorm geven dan boter. Dit gold voor zowel ingevoerde als binnenlandse
producten, maar vormde toch een belemmering.
-​ Dit arrest heeft ook wederzijdse erkenning/ aanvaarding geïntroduceerd. Dat
wil zeggen dat producten die op een rechtmatige manier in de lidstaat zijn
gekomen, moeten in principe tot alle andere lidstaten worden toegelaten zonder
dat de lidstaat van invoer zijn eigen regels op deze producten mag aanpassen.
Als er bijvoorbeeld vuurwerk in Polen wordt gemaakt, zou dit in principe ook in
Spanje op de markt kunnen worden gebracht. Als Spanje dit zou willen beperken
moeten zij succesvol beroep doen op een rechtvaardigingsgrond (art. 36 VWEU)​
of de rule of reason.
-​ Keck en Mithouard: In dit arrest werd er een onderscheid gemaakt tussen soorten
nationale regelingen, namelijk:
-​ Regelingen inzake producteisen: dit zijn alsnog maatregelen van gelijke werking.
-​ Regelingen inzake hoe een product wordt verkocht (zoals met- of zonder verlies):
dit zijn geen maatregelen van gelijke werking als wordt voldaan aan de twee
mitsen:
-​
-​ Commissie/ Italië:


Om als werknemer in de zin van art. 45 VWEU te kwalificeren, moet je aan de volgende
voorwaarden voldoen (Lawry Blum):
1.​ Werkzaamheden voor een ander verrichten;
2.​ Deze werkzaamheden onder het gezag van die ander verrichten;
3.​ Daarvoor een beloning ontvangen;
4.​ Reële en daadwerkelijke arbeid verricht.
Het aantal uur dat een persoon werkt is niet relevant, mits hij reële en daadwerkelijke arbeid
verricht.
€5,98
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
kai6

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
kai6 Radboud Universiteit Nijmegen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
0
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen