LKT Nederlands
Voorwoord
Heel veel succes met de toets. Ik ga ervanuit dat de samenvatting jou net
zo goed gaat helpen als mij. Deze samenvatting bestaat uit alle
belangrijke informatie uit de Basiskennis taalonderwijs, Kennisbasis, de
uitwerking van de oefentoetsen en de kennis die ik opgedaan heb met de
tijd, een hele hoop informatie dus. Alle kennis die je nodig hebt om de LKT
in één keer te halen!
Ik zal je kort vertellen hoe de samenvatting is opgedeeld. De
samenvatting bestaat uit verschillende hoofdstukken (de negen
domeinen) en die bestaan weer uit sub-domeinen. Deze samenvatting is
een print versie en heeft geen inhoudsopgave, wel hoofdstukken, mocht
je het alsnog willen bekijk mijn andere samenvatting. Die springt naar het
hoofdstuk waar je op drukt.
Ik heb van de schuingedrukte woorden een begrippenlijst gemaakt voor
elk begrip staat de definitie uitgeschreven en zijn er voorbeelden. Deze
staat ook op Stuvia en is er in een bundel!
Voorbeeld Tips Let op!
1. Mondelinge taalvaardigheid
1.1.1 Luistervaardigheid
Luistervaardigheid: Begrijpen, - Volgen van een beschrijving
interpreteren, evalueren en - Gevoelens en meningen begrijpen en
samenvatten van wat je hoort, waarderen
verwerken wat je hebt gehoord - Inhoud kunnen interpreteren en beoordelen
- Een uitleg volgen
- Doorzien van de strategie van de spreker
- Geven van passende feedback
1 - Vragen stellen (actief luisteren),
Samenvatting | Basiskennis taalonderwijs + Kennisbasis + Verwerking oefentoetsen | Valerie Zaalberg |
november 2025 rol van de spreker innemen luisterdoel
,Om de eindniveaus te kunnen bereiken is het nodig om inzicht te hebben
in de doorgaande lijnen:
- Ontwikkeling actieve luistervaardigheid
1.1.2 Spreekvaardigheid
Vaardigheden spreken: - Creëer authentieke spreektaken
- Gedachten onder woorden (spreekvaardigheid)
brengen - Oefen met voeren van formele
- Verhaal structureren gesprekken
- Aansluiten bij doel en publiek - Oefen met monoloog.verhaal
- Uitzenden non-verbale signalen vertellen
(ter ondersteuning en - Oefen met diversiteit aan
vasthouden aandacht) gesprekken en monologen
Mimiek
Gebaren
Lichaamshouding
Monoloog: redelijk vloeiend en helder ervaringen, gebeurtenissen,
meningen, verwachtingen en gevoelens onder woorden brengen over
onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard.
1.1.3 Luisterdoelen
De leerkracht stimuleert de Voorbeelden hiervan zijn:
leerlingen om verschillende - Iets te weten willen komen
luisterdoelen te hanteren. - Een bepaald gevoel willen
ondergaan
- zich een mening willen
vormen
1.1.4 Luisterstrategieën - een bepaalde handeling
Bewust of onbewust kies je als luisteraar een van de volgende manieren
van luisteren:
- Geef inzicht in
- Globaal luisteren (de grote lijn volgen)
luisterstrategieën
- Intensief luisteren (details ook belangrijk
- Oefenen met bewust in
vinden)
zetten van
- Gericht luisteren (specifieke informatie
luisterstrategieën bij
oppikken)
uitvoeren van luistertaak
- Kritisch luisteren (mening vormen)
- Uitdagen luisteraar om
Instructie anders dan
reclame
Strategieën van luisteraar tijdens het luisteren:
- Oriënteren op het luisterdoel:
o Hoe kun je het best luisteren: globaal, intensief, gericht op
kritisch?
o Hoe actief moet je luisteren om het doel te bereiken;
- Oriënteren op het onderwerp en de eigen kennis daarvan:
o Waar gaat het over?
o Wat weet je er al van?
2
Samenvatting | Basiskennis taalonderwijs + Kennisbasis + Verwerking oefentoetsen | Valerie Zaalberg |
november 2025
, o Wat wil je weten?
- Oriënteren op soort luistertekst:
o Wat voor soort presentatie of luistertekst is het?
o In welke context?
- Oriënteren op de spreker:
o Naar wie luister je?
o Wat weet je van hem?
o Wat is het doel van de spreker?
- Reflecteren op de luistertaak:
o Begrijp je wat er wordt gezegd?
o Bereik je op deze manier je luisterdoel?
- Monitoren van de luistertaak:
o Is het nodig om vragen te stellen?
o En hoe doe je dat?
- Evalueren van de luistertaak:
o Wat ging er goed en wat niet?
o Hoe kun je wat niet helemaal goed ging een volgende keer
anders doen?
Er kan passief geluisterd worden en actief. Bij actief:
- Maximale inzet om spreker te volgen en te begrijpen
o Door middel van:
Aankijken
Luisterresponsen geven (bijv. Knikken)
Vragen stellen
1.1.5 Spreekdoelen
De spreker heeft altijd een doel, bewust of onbewust. Spreekdoelen zijn:
- Amuseren (bijv. Vertellen van een mop)
- Informeren (bijv. Vertellen hoe iets heet)
- Instrueren (bijv. Uitleggen hoe iets gedaan moet worden)
- Overtuigen (bijv. Dat een bepaald boek echt fantastisch is en echt
gelezen moet worden)
- De spreker (leerlingen) leren zijn strategie af te stemmen op de
luisteraar en op het spreekdoel dat hij heeft
o Bepaalde vorm
Bijv. een verhaal
o Type taalgebruik
Bijv. eenvoudige dagelijkse taal of vakjargon
1.1.6. Spreekstrategieën
We onderscheiden de volgende - Stimuleer zicht te krijgen
spreekstrategieën: op strategiegebruik
- Oriënteren op het doel van de - Oefen met het bewust
spreektaak; inzetten van strategieën
- Oriënteren op het onderwerp en de eigen
kennis daarvan;
3
Samenvatting | Basiskennis taalonderwijs + Kennisbasis + Verwerking oefentoetsen | Valerie Zaalberg |
november 2025
, - Oriënteren op soort spreektaak;
- Oriënteren op gesprekspartner(s) of het publiek:
Met wie ga je in gesprek of wie luistert er naar je? Wat is hun
voorkennis?;
- Reflecteren op de spreektaak:
Begrijp je wat er wordt gezegd en breng de informatie goed over?
Bereik je het doel?;
- Monitoren van de spreektaak:
Is het nodig om meer te zeggen, beter te luisteren of vragen te
stellen?;
- Evalueren van de spreektaak: Wat ging er goed en wat niet? Wat
zou je de volgende keer anders aanpakken?
1.1.7 Spreektechniek
Spreker heeft controle over zijn tong-, lip- en gehemeltespieren, voor
uitspraak klanken.
Ontwikkelingsspreektechnieken:
- uitspraak: de uitspraak van klanken en klankcombinaties;
- articulatie: het duidelijk uitspreken van de klanken. Dit aspect hangt
nauw samen met uitspraak en ze worden ook wel door elkaar
gebruikt;
- intonatie: het toonhoogteverloop van woorden en zinnen.
Afhankelijk van de spreeksituatie zal een spreker variëren in volume,
tempo en stemhoogte.
Spreektechniek vormt een onderdeel van logopedie.
1.1.8 Sociale taalfuncties
zelfhandhaving zichzelf verdedigen of bezit Die had ik!
beschermen
zelfsturing eigen handelingen met Dan ga ik eerst naar de
woorden ordenen of plannen bakker en dan naar de
aankondigen supermarkt.
sturing van anderen beïnvloeden van gedrag van Zullen we gaan zwemmen?
anderen
structurering van het Mag ik even wat zeggen?
gesprek
De sociale taalfuncties verwijzen naar de communicatieve functie van
taal.
1.1.9 Cognitieve taalfuncties
Cognitieve taalfuncties verwijzen naar betekenissen en concepten,
werkelijkheid benoemd en geordend (conceptualiserende functie).
rapportere verslag doen van iets wat in de Dit is een visje met een
n: werkelijkheid voorkomt lange staart, die andere is
benoemen/etiketteren, beschrijven, korter.
vergelijken
redeneren beschrijving waarin een extra denkstap Als we de deur van de
4
Samenvatting | Basiskennis taalonderwijs + Kennisbasis + Verwerking oefentoetsen | Valerie Zaalberg |
november 2025