M1 – H1,2,3: Introductie, theorieën,
onderzoek
Emoties = “episodische, relatief korte, biologisch-gebaseerde patronen van perceptie,
expressie, fysiologie, actie en communicatie – als reactie op specifieke fysieke en sociale
uitdagingen” maar niet alle wetenschappers zijn het met al deze onderdelen eens (komt in de cursus aan bod)
- Maar er zijn heel veel definities & ze hebben allemaal hun eigen beperkingen
- Daarom kunnen we emoties beter definiëren adhv. hun kenmerken & hoe ze
overeenkomen/verschillen met andere affectieve fenomenen:
- In de affectieve wetenschap wordt onderzoek gedaan naar emoties. Binnen dit veld
wordt affect gebruikt als een overkoepelende term voor een psychologisch proces dat
een positieve of negatieve evaluatie van een stimulus omvat.
Affectieve fenomenen
Gebruiksgerichte emoties = waar we het in deze module over hebben!, verwar ze niet met de andere
affectieve fenomenen.
Voorkeuren = nooit helemaal onderbouwd, en zit gevoel achter
Attitudes = houding tegenover iets (vaak maatschappelijk), zit cognitie en gevoel bij
Affectieve predisposities = persoonlijkheidskenmerken, bijv. vrolijk, verlegen, sociaal-angstig,
lief
Interpersoonlijke houdingen = langdurig gevoel wat je tegenover een persoon of
anderen in het algemeen hebt
Stemmingen = hebben geen duidelijke uitlokkende stimulus (emoties wel) & duren
veel langer (paar uur tot maanden) dan emoties (paar seconden tot paar uur)
Esthetische emoties = evolutionair belang is hier nog van onduidelijk (itt. gebr.emot.),
bijv. ontroerd raken bij kunst/muziek
Ook is een emotie geen reflex: we hebben namelijk de vrijheid om onze emoties aan te passen
(emotie-regulatie).
Duur van affectieve fenomenen:
- Expressies seconden
- Autonome reacties seconden
- Emoties minuten, uren
- Stemmingen (uren,) dagen, weken
- Emotionele stoornissen weken, maanden, jaren
- Persoonlijkheidstrekken jaren, hele leven
,Kenmerken van emoties
- Reactie op een stimulus -- (gebeurtenis, herinnering,..)
- Appraisal -- je hebt de emotie alleen als je de situatie belangrijk vindt (vaak sociaal)
- Ervaring & expressie -- deze componenten hoeven niet overeen te komen (je kan bijv. boos zijn maar naar
buiten doen alsof je blij bent)
- Korte duur
- Motivatie om specifiek gedrag wel / niet te uiten
- Vermogen om emoties te reguleren – qua gevoel / uiting
- Effect op zelf & anderen
- Adaptief -- helpen ons de best gepaste reactie te geven in een situatie
Elke emotie kan (on)adaptief zijn, afhankelijk van de context & de toegepaste emotie-
regulatiestrategieën. Ook negatieve emoties voelen is goed: bijv. psychopaten & sommige depressieven voelen dit niet.
Voorwaarden adaptieve emoties
- Accurate appraisal – de emoties moeten door de juiste situaties opgewekt worden
- Juiste mate van belang die aan situatie gehecht wordt – bijv. de emoties door een ruzie met je
vriend moet niet interfereren met je dagelijks leven, je moet dat bijv. even opzij kunnen parkeren als je op dat
moment voor een tentamen moet leren
- Het doel wat geprioriteerd wordt, komt overeen met het belang voor de persoon zelf
- Reacties zijn zinvol voor de situatie – daarom is emotieregulatie belangrijk, zodat je goed kan reageren
op bepaalde situaties (&zodat je emoties een situatie bijv. niet nog erger maken)
- Hoge emotionele intelligentie – je kan ervan profiteren als je weet wat je met emoties kunt, de functie van
emoties & hoe je ze kan gebruiken
Theoretische benaderingen
Waar komen emoties vandaan & wat doen ze? de volgende 4 theorieën proberen deze vragen vanuit
verschillende perspectieven te beantwoorden. De eerste 3 bespreken oorzaken (voor de emotie), de 4e gaat over consequenties
(tijdens/na het gedrag)
Basale emotie-theorieën Evolutie (Hoe is de emotie geëvolueerd?)
Psychologisch constructionistische theorieën Ontwikkeling (Hoe verandert de emotie over
de levensloop?)
Appraisal theorieën Mechanisme (Hoe werkt de emotie?)
Functionele theorieën Functie (Hoe is de emotie adaptief?)
,Basale emotie-theorieën = Evolutionaire oorsprong & biologische mechanismen
Hoe heeft natuurlijke selectie de menselijke emoties gevormd? (Emoties zijn dus adaptief voor
bepaalde situaties)
Emoties zijn biologisch geëvolueerde programma’s die onze voorouders hielpen
overleven
Elke basisemotie (angst, woede, vreugde, verdriet, walging, verrassing, minachting)
heeft een eigen neurale & fysiologische signatuur
Emoties zijn universeel bij alle mensen & culturen (Darwin, Ekman)
Gezichtsexpressies komen overeen met ervaring & basisemoties
De activatie van een emotie gaat gepaard met een automatische afstemming tussen
gevoel, fysiologische reacties & gedrag
De basisemoties zijn aangeboren en universeel. Ze worden snel en automatisch opgewekt
door bepaalde prikkels en hebben specifieke gezichtsuitdrukkingen en fysiologische reacties,
(ook universeel). Ze komen ook bij primaten voor.
Emoties worden als discreetheid beschouwd, wat betekent dat ze duidelijk van elkaar te
onderscheiden zijn.
De emoties die volgens hen universeel zijn, zijn er wel maar 6.
Emoties zijn “affect programs”: ze zorgen voor een bepaalde lichamelijke reactie
Psychologisch-constructionistische theorieën = leren, ervaring, conceptuele variabiliteit van
emotie
Hoe geven culturele leerprocessen het ervaren van specifieke emoties vorm?
Emoties zijn aangeleerde psychologische constructies
Ze worden gevormd door ontwikkeling, socialisatie & cultuur
Alleen core affect (valentie & activatie) is universeel en biologisch
Emoties zijn contextafhankelijk & variabel (bijv. worden ze somatisch of mentaal geuit?)
Emotionele ervaringen bestaan op continue dimensies, niet in afzonderlijke
categorieën
De componenten van emoties hangen niet altijd consistent samen
Emoties worden geconstrueerd door mentale categorisatie-processen, mensen leren via taal
& cultuur hoe ze dat moeten doen en hoe ze bijv. hun gevoelens kunnen benoemen. Zo wordt
een vage fysiologische toestand omgevormd tot een herkenbare emotie.Hoe we onze
affectieve ervaringen (gevoelens) indelen in mentale categorieën (bijv. blij, boos) is dus taal-
&cultureel bepaald en kan dus verschillen tussen samenleving.
,Core affect = de fundamentele dimensies van gevoelservaring:
1. Valentie — de mate van aangenaamheid of onaangenaamheid;
2. Activatie — de mate van energie, spanning of opwinding die met de ervaring gepaard
gaat.
Deze twee dimensies kunnen worden gebruikt om alle emoties te beschrijven. Zo is woede
bijvoorbeeld hoog in activatie en negatief in valentie, terwijl tevredenheid laag in activatie is en positief in valentie.
Onderzoekers hebben met statistische methoden zoals factor analyse en multidimensionale
schaling aangetoond dat deze twee dimensies de beste beschrijving geven van hoe mensen
emoties ervaren en van elkaar onderscheiden.
De structuur van emoties wordt vaak weergegeven in een “circumplex” = een cirkel waarin
emoties zijn gerangschikt obv. hun valentie en activatie. Dit model laat zien hoe emoties in
elkaar overlopen en hoe individuen verschillen in hun gevoelsbeleving.
Ook kunnen verschillende emotionele componenten onafhankelijk van elkaar optreden
(hoeven dus niet altijd samen bij de emotie voor te komen).
Emoties verschillen per persoon, per situatie, per cultuur.
Emoties zijn dus geen vooraf gedefinieerde eenheden / biologische dingen, maar juist
componenten die worden geconstrueerd uit core-effect, cognitieve processen en cultuur.
Appraisal theorieën = cognitieve mechanismen die emotionele ervaring opwekken &
vormgeven
Welke gedachten roepen welke emoties op?
Emoties ontstaan uit directe evaluaties (appraisals) van omstandigheden
Appraisal is een mentaal proces dat gebeurtenissen detecteert & ze interpreteert, door
hun betekenis voor het welzijn te beoordelen
Appraisals zijn dimensioneel (bijv. valentie, controle, normen)
Ze verlopen op een continuüm & vaak onbewust
Primaire appraisals = snel & automatisch (bijv. wegrennen van een slang) & secundaire
appraisals = langzamer & aangeleerd (bijv. denken “oh deze slang is niet giftig, ik hoef niet weg te
rennen”)
Specifieke emoties ontstaan uit karakteristieke patronen van appraisals
Gedeeltelijke samenhang: appraisalpatronen voorspellen sommige, maar niet alle
componenten
,Mensen beoordelen hun omstandigheden (appraisal) aan de hand van verschillende dimensies.
Deze worden op een continuüm ervaren, en obv. waar je in die dimensies zit zijn er
verschillende emoties. Bijv. nieuw negatief oncontroleerbaar angst. Doel blokkereerd woede.
- Hoe positief/negatief iets is (valentie) moet iets benaderd/vermeden worden?
- Hoe nieuw/onverwacht iets is moet ik hier aandacht voor hebben?
- In welke mate iets controleerbaar is
- Of de situatie overeenkomt met de normen of doelen
De eerste 2 zijn aangeboren en snel (amygdala).
Ook kunnen verschillende emotionele componenten onafhankelijk van elkaar optreden
(hoeven dus niet altijd samen bij de emotie voor te komen).
Sociale en culturele normen kunnen bovendien beïnvloeden of en hoe emoties worden
getoond/onderdrukt. Emoties verschillen dus per persoon, per situatie, per cultuur.
Functionele theorieën = directe adaptieve functie & doelgerichtheid
Hoe bepalen doelen & situaties welke emotie functioneel is?
Focus op de functie van emoties – wat doen emoties op dit moment voor mensen?
Emoties reguleren gedrag, besluitvorming & sociale verbondenheid
Emotionele intelligentie = het vermogen om emoties te herkennen, begrijpen, en ze
op een adaptieve manier te gebruiken
Emotionele patronen kunnen worden aangeleerd via interactie met de omgeving, niet
alleen door evolutie
Oatley & Johnson-Laird: “Emoties passen gedrag aan om doelen te reguleren” bijv. een
positieve emotie zorgt ervoor dat je de stimulus benadert, maar angst juist niet
broaden-and-build-theorie = positieve emoties verbeteren de aandacht &
Fredericksons
bouwen langdurige hulpbronnen op (bijv. je denkprocessen verbeteren wat er bijv. ook weer voor
zorgt dat je beter relaties kunt aangaan)
Hoewel expressies kunnen verschillen, behoudt elke emotie een consistent functioneel
doel (bijv. emotie: liefde doel: nabijheid)
Emoties zijn dus georganiseerde motivationele toestanden die zorgen dat jij je adaptief
gedraagt (net zoals de basisemotie theorieën zeggen alleen functionele theorieën definieëren een specifieke emotie
NIET door hoe het getoont wordt, maar juist het doel vd emotie (het functionele gevolg), zoals woede”het corrigeren van
een waargenomen ongelijkheid”).
Emoties treden op wanneer je in het plan dat je op dat moment had wordt verhinderd, hierna
worden actie-tendensen opgeroepen die ervoor zorgen dat je je gedrag richt op specifieke
doelen
, Broaden-and-build theorie: Negatieve emoties (zoals angst) vernauwen de aandacht juist, om
op onmiddellijke dreigingen te kunnen focussen. Positieve emoties zorgen juist voor meer
gedrag toont (broaden), wat er op lange termijn voor zorgt dat je meer persoonlijke en sociale
hulpbronnen opbouwt (build). Positieve emoties worden nml. vaak geassocieerd met meer
succes in het leven.
Deze theorieën kun je vergelijken op:
- Universaliteit – Zijn emoties (in ervaring, expressie,..) hetzelfde in alle culturen/individuen?
Basale emotie – zeer HOOG (“emoties zijn aangeboren & universeel over culturen heen”)
Psych-constr. – LAAG (“alleen core affect is universeel”)
Appraisal – GEMIDDELD (“universele appraisal-dimensies”)
Functionele – GEM./HOOG (“gedeelde functionele doelen”)
- Discrete emoties – Hoeveel emoties bestaan er & hoe verschillend zijn ze van elkaar?
Basale emotie – HOOG (“afzonderlijke biologische systemen”)
Psych.-constr. – LAAG (“emoties zijn combinaties van dimensies er zijn dus geen discrete emoties”)
Appraisal – GEMIDDELD (“discrete emoties ontstaan uit pratronen van appraisal”)
Functionele – GEMIDDELD (“emoties worden vooral bepaald door doel of gevolg”)
- Coherentie – Treden alle van een emotie gelijktijdig op?
Basale emotie – HOOG (“componenten treden automatisch samen op”)
Psych-constr. – LAAG (“componenten variëren onafhankelijk”)
Appraisal – GEMIDDELD (“gedeelde samenhang, afhankelijk vd context”)
Functionele – GEM./HOOG (“samenhang door doel, niet door identieke vorm”)
Ook kun je ze vergelijken door “Tinbergen’s 4 vragen”:
- Evolutie Basisemoties theorieën
Wat is de evolutionaire geschiedenis van de emotie (hoe is het ontstaan)? Komen vergelijkbare emoties voor bij
andere dieren?
- Mechanisme Appraisal theorieën
Wat veroorzaakt de emotie? (interne/externe stimulus?) Welke neurale circuits, fysiologische processen, en
cognitieve componenten zijn erbij betrokken?
- Ontwikkeling Psych. Constructionistische theorieën
Hoe ontwikkelt de emotie zich gedurende het leven van het individu? Hoe leren mensen de vaardigheden die
betrokken zijn bij emotie, zoals het begrijpen en reguleren ervan (emotionele intelligentie)?
- Functie Functionele theorieën
Wat is het adaptieve nut / de overlevingswaarde / doel van de emotie? Hoe helpt het het individu te reageren op
uitdagingen/kansen in de omgeving (action tendencies)?