Hoofdstuk 1: inleiding: kennismaking met de psychologie
1.3. Geschiedenis van de psychologie
1.3.1. De verre voorgeschiedenis
Opkomst filosofie: vooruitgang in het zoeken naar kennis en inzicht. In de 5de eeuw in
het Oude Griekenland.
Socrates, Plato en Aristoteles
De expliciete manier en de systematiek waren nieuw. Werden vrijgesteld van
dagelijkse beslommeringen.
1.3.2. De meer directe voorgeschiedenis
In de 16de eeuw belangrijke ommekeer in het westerse denken door o.a.
ontdekkingsreizen, boekdrukkunst, de Verlichting, ontstaan van moderne wetenschap
(Copernicus, Newton)… Andreas Vesalius stal lijken en sneed ze open, zo kwamen we
meer te weten over het menselijke lichaam.
Zorgvuldige zintuiglijke observatie leidt tot betrouwbare kennis (waarnemen leidt dus
tot kennis)!
Ontwikkelingen in de filosofie
1) Het Rationalisme van Réne Descartes, later het dualisme
Cogito ergo sum / Ik denk, dus ik ben
Ratio = logisch denken
Res cogitans vs. Res extensa
De geest/denkend vermogen vs. Alles wat ruimte inneemt, materie
Opdeling ziel en lichaam
Kunstmatige opdeling tussen lichaam en ziel hinderde lange
tijd de ontwikkeling van de menswetenschappen en meer
bepaald van een wetenschappelijke psychologie
2) Het Empirisme van John Locke
Tabula rasa (onbeschreven blad) bij de geboorte. Het menselijk bewustzijn is
een lege ruimte, die pas gaandeweg opgevuld wordt door zintuigelijke
indrukken.
Het bewustzijn is wel toegankelijk voor observatie, maar bleef beperkt tot de
eigen innerlijke gewaarwordingen.
Impulsen uit de natuurwetenschappen
1.3.3. De psychologie als wetenschap van het bewustzijn
Wundt en het structuralisme
Synthese
Oprichting Labo voor experimentele psychologie in Leipzig, 1879
Experimentele methode: fenomenen uitlokken om ze in meer gecontroleerde
omstandigheden te onderzoeken
,Edward Titchener (VS)
Structuur van de geest analyseren
Introspectie: naar binnen kijken
Experiment met zachte speldenprik
= Experimentele bewustzijnspsychologie
Het functionalisme / Functionalistische bewustzijnspsychologie
De werking en het nut (de functie)
De wijze waarop individuen te werk gaan om-gebruikmakend van hun
bewustzijnsprocessen-zich aan te passen aan nieuwe situaties
Bewustzijn wordt dynamische mental activities
Externe observatie
Dierenproeven
1.3.4. De behavioristische revolutie
Reflexologie
Hond van Pavlov, conditionering
Het behaviorisme van John B Watson
Uitwendig waarneembaar gedrag
S-R verbindingen
o Inwerkende stimuli (S)
o Responsen (R)
Experiment met Kleine Albert in 1920
1.3.5. Nieuwe klemtonen in Europa
De gestaltpsychologie
Op basis van eenvoudige experimenten aan tonen dat wat wij waarnemen
onmiddellijk ervaren wordt als een gestalt
Gestalt (een figuur, vorm of patroon): een geheel dat niet te herleiden is tot
een eenvoudige optelling van de delen waaruit het is opgebouwd, maar eigen
kenmerken vertoont die alleen terug te vinden zijn in de Gestalt als geheel
Vb. smiley en danone logo
Dieptepsychologie
Psychoanalyse van Sigmund Freud, psychiatrie
Verklaring voor gedrag werd gezocht in onbewuste motieven
Carl Gustav Jung, Jacques Lacan
Gedachten/gevoelens/verlangens waarvan de persoon zich op de een of andere
manier niet bewust wil worden of dit niet durft. Actief uit bewustzijn verbannen,
want te bedreigend. Invloed kan op latere gedrag.
1.3.6. Amerika en de herontdekking van het innerlijke
Het neobehaviorisme
,= een stroming die wel behavioristisch bleef in haar algemene doelstellingen (het
gedrag verklaring obv objectief waarneembare feiten)
Robert Woodworth
S-O-R- opvatting
o Stimulus
o Reactie
o Organisme (O): black box: het verborgen innerlijke van het individu, geen
rechtstreekse inkijk mogelijk
Humanistische psychologie
Abraham Maslow/ motivatietheorie
Carl Rogers/ clientgerichte psychotherapie
1.3.7. Hedendaagse stromingen in de psychologie
De cognitieve psychologie
Mensen zijn actieve informatieverwerkers, onderzoeken wat er ‘in’ het individu
gebeurt, door middel van experimenten, niet door middel van introspectie
De biologische psychologie
Ethologie: soort specifiek gedrag van dieren in hun natuurlijke milieu
Sociobiologie : biologische en vooral erfelijke basis voor typisch menselijk
gedrag onderzoeken, uitgemond in evolutionaire psychologie : evolutionaire
basis, naast opvoeding en cultuur
Fysiologische psychologie : relaties tussen gedrag en bepaalde
lichaamsprocessen, m.i.v. neuropsychologie, die zich focust op hersenen
De positieve psychologie
Op wetenschappelijk verantwoorde manier aandacht voor thema’s zoals
psychisch welzijn, geluk, creativiteit en zelfontplooiing
Martin Seligman is één van de grondleggers
Uitgaan van de krachten in plaats van ingaan op de klachten
De cross-culturele psychologie
Bestudeert het gedrag van het individu in wisselwerking met zijn culturele
omgeving (overeenkomsten en verschillen)
Veel psychologisch onderzoek is gebaseerd op wetmatigheden binnen de
westerse cultuur. Sommige theorieën blijken niet, of in mindere mate, op te
gaan buiten de westerse sferen.
1.4. Studiedomeinen binnen de psychologie
Theoretische psychologie: pure kennis, hoe mensen in elkaar zitten en wat er
allemaal invloed heeft op de wijze waarop ze zich gedragen
Algemene psychologie – functieleer
, Differentiële psychologie – verschillen tussen mensen –
persoonlijkheidspsychologie/genderpsychologie/cross-culturele
psychologie
Ontwikkelingspsychologie – levensloop
Sociale psychologie – invloed van en op anderen van gedrag
Psychopathologie – afwijkend gedrag
Toegepaste psychologie: praktische interesse, het vinden van concrete
strategieën om het gedrag in zeer uiteenlopende situaties te kunnen
voorspellen en bij te sturen
Schoolpsychologie
Arbeids- en organisatiepsychologie
Klinische psychologie
Parapsychologie: de wetenschap van de paranormale verschijnselen, geen tak
van de psychologie want het is een geloof en geen wetenschap!
Barnum-effect
Hoofdstuk 3: de waarneming: constructie van een aangepast wereldbeeld
3.1. Het waarnemingsproces in vogelvlucht
3.1.1. De lange weg van prikkel tot waarneming
1.3. Geschiedenis van de psychologie
1.3.1. De verre voorgeschiedenis
Opkomst filosofie: vooruitgang in het zoeken naar kennis en inzicht. In de 5de eeuw in
het Oude Griekenland.
Socrates, Plato en Aristoteles
De expliciete manier en de systematiek waren nieuw. Werden vrijgesteld van
dagelijkse beslommeringen.
1.3.2. De meer directe voorgeschiedenis
In de 16de eeuw belangrijke ommekeer in het westerse denken door o.a.
ontdekkingsreizen, boekdrukkunst, de Verlichting, ontstaan van moderne wetenschap
(Copernicus, Newton)… Andreas Vesalius stal lijken en sneed ze open, zo kwamen we
meer te weten over het menselijke lichaam.
Zorgvuldige zintuiglijke observatie leidt tot betrouwbare kennis (waarnemen leidt dus
tot kennis)!
Ontwikkelingen in de filosofie
1) Het Rationalisme van Réne Descartes, later het dualisme
Cogito ergo sum / Ik denk, dus ik ben
Ratio = logisch denken
Res cogitans vs. Res extensa
De geest/denkend vermogen vs. Alles wat ruimte inneemt, materie
Opdeling ziel en lichaam
Kunstmatige opdeling tussen lichaam en ziel hinderde lange
tijd de ontwikkeling van de menswetenschappen en meer
bepaald van een wetenschappelijke psychologie
2) Het Empirisme van John Locke
Tabula rasa (onbeschreven blad) bij de geboorte. Het menselijk bewustzijn is
een lege ruimte, die pas gaandeweg opgevuld wordt door zintuigelijke
indrukken.
Het bewustzijn is wel toegankelijk voor observatie, maar bleef beperkt tot de
eigen innerlijke gewaarwordingen.
Impulsen uit de natuurwetenschappen
1.3.3. De psychologie als wetenschap van het bewustzijn
Wundt en het structuralisme
Synthese
Oprichting Labo voor experimentele psychologie in Leipzig, 1879
Experimentele methode: fenomenen uitlokken om ze in meer gecontroleerde
omstandigheden te onderzoeken
,Edward Titchener (VS)
Structuur van de geest analyseren
Introspectie: naar binnen kijken
Experiment met zachte speldenprik
= Experimentele bewustzijnspsychologie
Het functionalisme / Functionalistische bewustzijnspsychologie
De werking en het nut (de functie)
De wijze waarop individuen te werk gaan om-gebruikmakend van hun
bewustzijnsprocessen-zich aan te passen aan nieuwe situaties
Bewustzijn wordt dynamische mental activities
Externe observatie
Dierenproeven
1.3.4. De behavioristische revolutie
Reflexologie
Hond van Pavlov, conditionering
Het behaviorisme van John B Watson
Uitwendig waarneembaar gedrag
S-R verbindingen
o Inwerkende stimuli (S)
o Responsen (R)
Experiment met Kleine Albert in 1920
1.3.5. Nieuwe klemtonen in Europa
De gestaltpsychologie
Op basis van eenvoudige experimenten aan tonen dat wat wij waarnemen
onmiddellijk ervaren wordt als een gestalt
Gestalt (een figuur, vorm of patroon): een geheel dat niet te herleiden is tot
een eenvoudige optelling van de delen waaruit het is opgebouwd, maar eigen
kenmerken vertoont die alleen terug te vinden zijn in de Gestalt als geheel
Vb. smiley en danone logo
Dieptepsychologie
Psychoanalyse van Sigmund Freud, psychiatrie
Verklaring voor gedrag werd gezocht in onbewuste motieven
Carl Gustav Jung, Jacques Lacan
Gedachten/gevoelens/verlangens waarvan de persoon zich op de een of andere
manier niet bewust wil worden of dit niet durft. Actief uit bewustzijn verbannen,
want te bedreigend. Invloed kan op latere gedrag.
1.3.6. Amerika en de herontdekking van het innerlijke
Het neobehaviorisme
,= een stroming die wel behavioristisch bleef in haar algemene doelstellingen (het
gedrag verklaring obv objectief waarneembare feiten)
Robert Woodworth
S-O-R- opvatting
o Stimulus
o Reactie
o Organisme (O): black box: het verborgen innerlijke van het individu, geen
rechtstreekse inkijk mogelijk
Humanistische psychologie
Abraham Maslow/ motivatietheorie
Carl Rogers/ clientgerichte psychotherapie
1.3.7. Hedendaagse stromingen in de psychologie
De cognitieve psychologie
Mensen zijn actieve informatieverwerkers, onderzoeken wat er ‘in’ het individu
gebeurt, door middel van experimenten, niet door middel van introspectie
De biologische psychologie
Ethologie: soort specifiek gedrag van dieren in hun natuurlijke milieu
Sociobiologie : biologische en vooral erfelijke basis voor typisch menselijk
gedrag onderzoeken, uitgemond in evolutionaire psychologie : evolutionaire
basis, naast opvoeding en cultuur
Fysiologische psychologie : relaties tussen gedrag en bepaalde
lichaamsprocessen, m.i.v. neuropsychologie, die zich focust op hersenen
De positieve psychologie
Op wetenschappelijk verantwoorde manier aandacht voor thema’s zoals
psychisch welzijn, geluk, creativiteit en zelfontplooiing
Martin Seligman is één van de grondleggers
Uitgaan van de krachten in plaats van ingaan op de klachten
De cross-culturele psychologie
Bestudeert het gedrag van het individu in wisselwerking met zijn culturele
omgeving (overeenkomsten en verschillen)
Veel psychologisch onderzoek is gebaseerd op wetmatigheden binnen de
westerse cultuur. Sommige theorieën blijken niet, of in mindere mate, op te
gaan buiten de westerse sferen.
1.4. Studiedomeinen binnen de psychologie
Theoretische psychologie: pure kennis, hoe mensen in elkaar zitten en wat er
allemaal invloed heeft op de wijze waarop ze zich gedragen
Algemene psychologie – functieleer
, Differentiële psychologie – verschillen tussen mensen –
persoonlijkheidspsychologie/genderpsychologie/cross-culturele
psychologie
Ontwikkelingspsychologie – levensloop
Sociale psychologie – invloed van en op anderen van gedrag
Psychopathologie – afwijkend gedrag
Toegepaste psychologie: praktische interesse, het vinden van concrete
strategieën om het gedrag in zeer uiteenlopende situaties te kunnen
voorspellen en bij te sturen
Schoolpsychologie
Arbeids- en organisatiepsychologie
Klinische psychologie
Parapsychologie: de wetenschap van de paranormale verschijnselen, geen tak
van de psychologie want het is een geloof en geen wetenschap!
Barnum-effect
Hoofdstuk 3: de waarneming: constructie van een aangepast wereldbeeld
3.1. Het waarnemingsproces in vogelvlucht
3.1.1. De lange weg van prikkel tot waarneming